‘Ongelijkheid hoeft niet slecht te zijn’

17-03-2004
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

Economist cover maart 04 AfrikaStel een Chinees verdient een miljoen en rijdt in een Mercedes. Dan is zijn modale buurman in vergelijking arm. Maar als de eerste Chinees dakloos wordt, lijkt de modale buurman juist stinkend rijk. Als hun gemiddelde inkomen berekend zou worden, zijn in het eerste geval beide Chinezen rijk. In het tweede geval zouden ze allebei minimumloon verdienen. Maar wat als je ze vergelijkt met twee Soedanese nomaden?

In The Economist krijgen de andersglobalisten de volle laag. Volgens de 'anti's' is het overduidelijk: hoe meer verschil er is tussen de inkomens des te groter het bewijs dat het grootkapitaal de wereld naar de ondergang leidt. Het Britse blad stelt dat dit grote onzin is. Groeiende ongelijkheid hoeft helemaal geen bewijs te zijn van een verslechterende economische situatie, integendeel zelfs.

Neem het voorbeeld van de snelgroeiers China en India. In deze landen verdienen de laatste jaren steeds meer mensen een goed inkomen. Hierdoor is de ongelijkheid tussen veelverdieners en arme mensen daar toegenomen maar uiteindelijk zal de hele bevolking profiteren. Het is een kwestie van de juiste cijfers op de juiste manier interpreteren.

Kijk je naar consumptie of inkomen, individueel of nationaal?

De auteur zet de verschillende manieren om naar ongelijkheid te kijken op een rijtje. Het is een waarschuwing om cijfers die iets zeggen over een economie met een korreltje zout te nemen. Want china bedrijvigheidhet ligt er maar aan welke zaken gemeten worden. Hoe meet je welvaart? Is het nationale inkomen een goede maat of zeggen de verschillen tussen de hoogste en laagste inkomens meer? En vergelijk je die cijfers met andere landen of kijk je alleen naar het land zelf? 

De cijfers van de verschillende economische scholen blijken ver uiteen te lopen. Een goed voorbeeld is het onderzoek naar het aantal mensen op de wereld dat van een dollar per dag moet rondkomen. De Wereldbank bepaalt dit aan de hand van de gemiddelde consumptie per huishouden. Dit doen ze door huishoudens te vragen naar hun bestedingspatroon. Dat is niet eerlijk, stelt The Economist, want dan neem je de groei van het nationaal product niet mee en je kunt niet zien of mensen hun geld sparen in plaats van uitgeven. Bovendien, stelt het artikel, doen mensen met een goed inkomen doorgaans liever niet mee aan een consumptieonderzoek waardoor het aandeel arme mensen in het onderzoek disproportioneel groot is.

Een tweede school van economen kijkt juist alleen naar het nationale consumptiecijfer en deelt dat door het aantal inwoners. Een van de nadelen van deze onderzoeksmethode is dat dat het bestaan van handel en werk dat buiten de markteconomie valt, ontkent. Bovendien zegt het cijfer niets over de ernst van de armoede van mensen individueel. Hoe arm zijn de armsten?

Grenzen wagenwijd open

The Economist bepleit een huwelijk tussen de twee economische rekenmethoden. Met de discussie over de verschillende metingen wil het tijdschrift aantonen dat de anders-globalisten het niet bij het juist eind hebben als ze zeggen dat de armoede op de wereld steeds groter wordt. Als meer mensen rijk zijn, wil dat nog niet zeggen dat arme mensen armer worden. Het is een misvatting, aldus het hoofdartikel, te denken dat er een beperkte berg geld en goederen is, dat het hebberige Westen die berg opeet en dat er vervolgens niets over blijft voor de ontwikkelingslanden. Die berg met geld en goederen wordt alleen maar groter naarmate meer landen meedraaien in de wereldeconomie en meer gaan produceren.

Andersglobalisten doen meer kwaad dan goed, aldus het liberale weekblad. Ontwikkelingslanden die hun grenzen sluiten voor de wereldhandel en hun economie aan strenge staatsbanden houden - kijk naar Afrika in de laatste decennia - zullen altijd arm blijven. Landen die hun grenzen wagenwijd openzetten voor de wereldhandel en buitenlandse investeerders verwelkomen, zullen langzaam maar zeker rijker worden.

Derde-Wereldlanden moeten daarom stoppen zich slachtoffer te voelen van ongelijkheid. Ze moeten proberen een graantje mee te pikken van het kapitalisme. Gelijkheid voor de wet is een mooi ding, aldus het opinietijdschrift, maar gelijkheid in de economie is onmogelijk, omdat dit ten koste van andere mensen gaat: je kunt het bruto nationale inkomen niet gelijk uitsmeren over alle landgenoten. Je moet accepteren dat sommige mensen rijk zijn en andere arm. De rijkdom van de een hoeft niet ten koste te gaan van de welvaart van de ander.

Reageer hieronder op dit artikel: 'Anderglobalisten zien de wereld veel te pessimistisch!'

Reacties