Oliewinning in Sudan draagt bij aan schending mensenrechten

03-05-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: onzeWereld

Het is de allereerste keer dat Amnesty in een rapport rechtstreeks concrete multinationals aanspreekt op hun verantwoordelijkheid. Het rapport noemt onder andere het Nederlands-Britse Shell, de Chinese oliemaatschappij CNPC, het Zweedse Lundin Oil AB, Petronas uit Maleisië, Elf-Aquitaine en TotalFina uit Frankrijk en Gulf Petroleum Company uit Qatar.

In het noorden van Sudan zijn rond de olievelden legersoldaten, verschillende aan de overheid gelieerde milities en de gewapende oppositie actief. Zij onderwerpen de lokale bevolking aan deportaties, luchtbombardementen, moorden, martelingen, verkrachtingen en ontvoering van vooral kinderen.

Volgens Maina Kiaia, directeur van Amnesty in Afrika, proberen de strijdende partijen ‘controle te krijgen over de olie-productiecapaciteit van Sudan’. Oliebedrijven zouden de andere kant op kijken als het gaat om schendingen van mensenrechten.

Het zijn volgens Amnesty met name Afghaanse soldaten die als beveiligingspersoneel voor de oliebedrijven werden ingezet die zouden schuldig maken aan allerlei wreedheden jegens de lokale bevolking. Ook Chinese arbeiders die voor de Chinese oliemaatschappij CNPC werkten zouden gewapend geweld tegen burgers hebben gebruikt bij deportaties.

Kiaia: ‘Respect voor mensenrechten zou voor elk bedrijf dat in een oorlogsgebied zoals Sudan actief is, een essentieel punt moeten zijn. De stilte van machtige oliebedrijven ten aanzien van dit onrecht en schending van mensenrechten is niet neutraal’.

Overigens vraagt Amnesty de bedrijven niet Sudan te verlaten of het land te boycotten, maar om ‘in dialoog te treden’. Bedrijven zouden het maximale moeten doen om de mensenrechtensituatie in ieder geval niet te laten verslechteren, aldus het rapport.

Tussen de strijdende partijen in
De oorlog in Sudan is al sinds 1983 aan de gang, maar wakkert sinds kort op als nooit tevoren. Bleef het gewapende conflict jarenlang beperkt tussen het Islamitische noorden en de oppositie in het zuiden, nu vindt ook steeds meer strijd plaats in het noordoosten. Daar liggen de duizenden kilometers lange olieleidingen. In dit gebied hebben zeven verschillende oppositiegroepen zich noodgedwongen verenigd tot het National Democratic Allience om het regime in Khartoem gezamenlijk te bestrijden.

Coby van der Linden, als olie-expert werkzaam bij het Instituut Clingendael, weet dat als een land grondstoffen heeft de kans bestaat dat een van de partijen (‘en dat is vaak het gevestigde regime’) van de inkomsten wapens koopt. Dat kan het conflict verergeren.

Van der Linden benadrukt overigens de moeilijke omstandigheden waarmee bedrijven worden geconfronteerd. ‘Zij hebben liever geen conflict, maar hebben daar meestal geen directe invloed op. Bovendien was het in het gebied in Sudan waar de olie wordt gewonnen, tot voor kort redelijk rustig. Het conflict is plots opgelaaid, dan zit je er middenin. Weggaan doe je niet zomaar, je hebt fors geïnvesteerd en personeel rondlopen.’

‘Het punt is dat als je bepaalde criteria omtrent mensenrechten heel strikt gaat toepassen, je in bijna geen enkel land met grondstoffen en een gewapend conflict kunt investeren. Want elk regime van een land in zo’n situatie koopt van de opbrengsten bijvoorbeeld wapens.’

Van der Linden vindt het een andere zaak als werknemers van oliebedrijven zèlf mensenrechten schenden. Dat kan voorkomen als bedrijven bijvoorbeeld van ‘lokale’ diensten gebruik maken om hun personeel en installaties te beveiligen. ‘Maar neem van mij maar aan dat er geen beslissing in een hoofdkantoor van een oliebedrijf wordt genomen om nu eens de mensenrechten te gaan schenden. Die bedrijven zitten vaak tussen verschillende strijdende partijen in. Daarom ging Texaco midden jaren tachtig met veel verlies weg uit Sudan.’

Volgens een Amnesty-woordvoerder ‘verschuilen bedrijven zich toch iets te makkelijk. Je moet als bedrijf niet de andere kant opkijken of zwijgen als er op grote schaal deportaties van de lokale bevolking plaatsvinden omwille van je olie-projecten.’ Amnesty vindt bijvoorbeeld dat oliebedrijven nauw moeten toekijken welk beveiligingspersoneel er wordt ingehuurd.

'Sudan: The human price on oil'

Reacties