Olieconcern alsnog vervolgd voor misdaden in Birma

23-09-2002
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

Met deze uitspraak van het Hof van Beroep in San Francisco werd een eerdere uitspraak van een federale rechter vernietigd.

Twee jaar geleden oordeelde rechter Stanley Lew dat de Birmese slachtoffers van gedwongen tewerkstelling, verkrachtingen en zelfs moorden hun zaak tegen Unocal niet hard konden maken. De rechter eiste toen dat de klagers zouden bewijzen dat Unocal actief was betrokken bij de misdaden of het bevel voerde over het leger dat de schendingen beging. Deze eis werd gesteld ondanks de bewijzen, door de Birmezen aangevoerd, dat Unocal niet alleen op de hoogte was van de misdaden rond en op haar installaties, maar er ook van profiteerde.

De drie rechters van het Hof van Beroep oordeelden nu dus anders. ‘Aangezien Unocal wist dat de gewelddaden eraan zaten te komen, werd het op het ogenblik dat de gewelddaden - en in het bijzonder moord en verkrachting - werden uitgevoerd, medeplichtige en aanstoker,’ aldus het Hof. Een districtsrechtbank is door het Hof gelast zich verder over de zaak te buigen.

Veiligheidsacties

In 1996 werd de zaak in gang gezet door vijftien Birmezen, die met behulp van enkele maatschappelijke organisaties de Californische oliegigant voor het gerecht daagden. De Birmezen behoren tot de Karen- of Mon minderheid die vlakbij de Yadana-pijpleiding leven. Volgens mensenrechtenorganisaties Human Right Watch en Amnesty International werd de lokale bevolking verjaagd voor de bouw van de pijplijn, gedwongen tewerkgesteld en vond aan het begin van de bouw verkrachting en moord plaats.

Hoewel het Birmese leger de wandaden pleegde, wordt de verantwoordelijkheid hiervan in de schoenen geschoven van de multinational Unocal. Unocal betaalde het leger namelijk voor haar ‘veiligheidsacties’, maar ontkent tot op heden op de hoogte te zijn geweest van de gepleegde misdaden. Tijdens een rechtszaak moet nu uitgemaakt worden of dat klopt.

De beslissing van het Hof is door de advocaten van de mensenrechtenorganisaties met enthousiasme ontvangen. 'Het Hof heeft bevestigd dat Amerikaanse bedrijven niet straffeloos zijn als er internationale mensenrechten in het geding zijn,' verklaart Richard Herz, advocaat voor EarthRights International en de Birmese slachtoffers. In de argumentatie van de rechters werden zelfs de Joegoslavië- en Rwanda tribunalen aangehaald: ook daar wordt geregeld geoordeeld of individuen aansprakelijk kunnen zijn voor misdaden waar ze niet direct bij betrokken zijn geweest.

Na Unocal Shell en ExxonMobil?

Een oude wet, die aanvankelijk bedoeld was om piraten te berechten, heeft de klagers succes opgeleverd. Het gaat om de Alien Tort Claims Act (Atca). De wet geeft niet-staatsburgers het recht bedrijven of individuen op Amerikaanse bodem te vervolgen voor misdaden die buiten de VS zijn gepleegd. In 1980 al werd de wet omgebouwd tot juridisch breekijzer tegen buitenlandse overheden en hun militair apparaat die misdaden pleegden en zich in de VS bevinden. Het is de eerste keer dat deze wet zich tegen een bedrijf keert.

Deze zaak tegen Unocal en de uitspraak van de rechters in San Francisco zal zijn uitwerking niet missen. Een precedent is geschapen voor zaken die tegen grote bedrijven in de VS lopen. Zo hangt Royal Dutch Shell een zaak boven het hoofd voor de misdaden die het Nigeriaanse leger pleegde tegen het Ogoni-volk in de olierijke Nigerdelta. Texaco wordt door inheemse Ecuadoranen voor de rechter gedaagd voor de vernietiging van hun velden door olielekken en gifdumping. En ExxonMobil moet zich verantwoorden voor de wandaden van Indonesische veiligheidstroepen in de Indonesische provincie Atjeh.

Website van Unocal waar het bedrijf ingaat op het Yadaba Project in Birma
Factsheet van FreeBurmaCoalition over mensenrechtenschendingen en Unocal in Birma

Reacties