Olie kan Afrika op de politieke kaart zetten

25-06-2004
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld/Mark van Kollenburg

Het Midden-Oosten produceert ongeveer eenderde van alle olie in de wereld. De regio bezit bovendien tweederde van de voorraden wereldwijd. Buiten het Midden-Oosten is vooral Rusland (8,5 miljoen vaten per dag in 2003) een opkomende producent. De Europese import komt in toenemende mate daarvandaan.

De Afrikaanse toename van de olieproductie met 5,5 procent tot 8,4 miljoen vaten per dag komt voorlopig vooral voor rekening van de Noord-Afrikaanse landen Libië en Algerije. Maar internationaal wordt rekening gehouden met een groei uit het Afrika beneden de Sahara. Nigeria is met 2,1 miljoen vaten per dag in 2003 de grootste producent in dit gebied, op afstand gevolgd door Angola, Sudan en Equatoriaal Guinea. Verder is Tsjaad in opkomst. Sinds vorig jaar stroomt er olie vanuit Tsjaad door een ruim duizend kilometer lange pijpleiding dwars door het regenwoud naar een haven in Kameroen.

Pijplijn

Diversificatie

De Noord-Amerikaanse productie is inmiddels over de top heen. De Amerikanen verbruiken de meeste olie: 20 miljoen vaten per dag, een kwart van de totale consumptie wereldwijd. De helft van hun olie importeren ze, meer dan de helft daarvan is afkomstig uit de regio rond de Perzische Golf.

De Amerikaanse president George W. Bush noemde Afrika in 2001 geen prioriteit in het strategische beleid. Na de aanslagen van 11 september heeft de VS met haar War on Terror weer meer aandacht voor Afrika. Inmiddels schrijven Amerikaanse olie-analisten dat diversificatie van de oliebronnen onderdeel van het nationale veiligheidsbeleid is.

In dat beleid speelt Afrika zeker een rol. Nu al wordt zo'n 15 procent van de Amerikaanse import van ruwe olie in Afrika gewonnen. Analisten zien dat aandeel binnen 10 jaar groeien tot 25 procent. 

Kaspische Zee

olie Kaspische Zee kaart kl

'Afrika is belangrijk, maar minder belangrijk dan bijvoorbeeld de Kaspische Zee,' zegt Alex Vines, hoofd van het Afrika-programma van het Britse Royal Institute of International Affairs dat onlangs een conferentie belegde over olie- en gaswinning in Afrika. 'In de Kaspische Zee zijn de opbrengsten beter. In diplomatieke zin is de VS daar actiever dan in Afrika.'

Terwijl oliewinning in West-Afrika zeker zijn voordelen kent. Transport naar de VS is aanzienlijk eenvoudiger dan vanuit de Perzische Golf of de Kaspische Zee. Bovendien zijn de Afrikaanse producenten op Nigeria na, geen lid van de invloedrijke organisatie van olie-exporterende landen OPEC. De productie daar wordt niet beperkt door kartelafspraken.

War on terror

De Amerikanen hebben echter eerder politieke dan economische motieven voor hun bemoeienissen in Afrika. Vines: 'Afrika is nu vooral interessant voor de Amerikanen met het oog op de War on Terror. Ze willen voorkomen dat landen onderdak bieden aan cellen van terroristische organisaties.' 

De VS waren de motor achter het vredesakkoord tussen noorden en zuiden in het overwegend islamitische Sudan, dat nog steeds moet worden bekrachtigd. Ook betalen de Amerikanen ruim een kwart van de kosten van de Afrikaanse vredesmissies. 

Transparantie

De meeste regeringen van de olie-exporterende landen laten hun bevolking nauwelijks delen in de opbrengsten. 'Olie is een mixed blessing,' vervolgt Vines. 'In Angola en Equatoriaal Guinea zijn de overheidsuitgaven voor sociale voorzieningen de laatste jaren gedaald.' In Gabon uitte de verrijking aan de top zich in een opvallend cijfer: het land had tien jaar geleden de hoogste champagneconsumptie, aldus Vines. 'Inmiddels is de olieproductie gestagneerd, net als de champagneconsumptie. Nu staan de Britten bovenaan.'

Volgens een onderzoek van de niet-gouvernementele organisatie Catholic Relief Services leidt gebrek aan democratisch bestuur, weinig transparantie in bestedingen en onvoldoende administratieve capaciteit ertoe dat van de miljarden dollars aan olie-inkomsten weinig tot niets bij de arme bevolking terechtkomt. In Angola kan een kwart van de olie-inkomsten niet worden verantwoord. Nigeria heeft de afgelopen 30 jaar honderden miljarden dollars aan olie verdiend, maar het inkomen per hoofd van de bevolking is nog lager dan in 1970.

De schittering van het zwarte goud heeft bovendien verblindend gewerkt. Zolang een land kan teren op een continue stroom van olie-inkomsten, importeert het wat het zelf niet maakt en is het niet geneigd de eigen economie te ontwikkelen. Volgens Coby van der Linde, hoofd van het Internationale Energieprogramma van het Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael, staat Nigeria als grootste olieproducent in West-Afrika, zo'n beetje model voor de problematiek van oliewinning in Afrika. 'Nigeria kent bijvoorbeeld geen eigen verwerkende industrie of ontwikkelde olie-ondersteunende industrie. Het is toch triest dat het benzine moet importeren.' Of Angola: Amerikaanse pompstations hebben eerder benzine uit Angolese olie dan het land zelf.

Conflicten beheersen het beeld van verschillende olie-exporterende landen op het Afrikaanse continent, niet in de laatste plaats veroorzaakt door de grondstof zelf.

'Olie houdt meestal een zittende regering stevig in het zadel, maar het kan ook anders,' nuanceert Vines. 'In Equatoriaal Guinea heeft de olie een monolithische dictatuur doen wankelen omdat steeds meer olie-gerelateerde bedrijven eigen inkomsten genereerden en niet langer afhankelijk waren van patronage.'

Testcase

Niger-Delta rnw.

De binnenlandse onrust in de Niger Delta van Nigeria maakt bedrijven meer en meer terughoudend. Chevron Texaco (VS) schortte in 2003 de activiteiten daar wegens etnisch geweld 11 maanden op en keerde pas in februari 2004 terug. Van der Linde: 'Oliemaatschappijen in Afrika concentreren zich meer op offshore exploraties. Die zijn weliswaar duurder maar minder gecompliceerd. Het is voor bedrijven moeilijk om in Afrika als een verantwoordelijk bedrijf te opereren. Ze moeten de soevereiniteit van de regering erkennen. Als de regering geen scholen bouwt, moet een bedrijf dat dan doen? Een dilemma.'

Oliemaatschappijen krijgen daarnaast vaak contracten voorgelegd, waarin vertrouwelijkheidsclausules zijn opgenomen, zodat zij bij publicatie van financiële informatie het risico van contractbreuk lopen.

De Wereldbank mengt zich in olieprojecten om ervoor te zorgen dat de samenwerking tussen bedrijven en regering uiteindelijk wel ten goede komt aan de Afrikaanse bevolking. Zo nam zij 4 procent voor haar rekening van de investering in de pijpleiding door Tsjaad, met 3,5 miljard dollar de grootste particuliere investering op het continent. Juist vanwege die participatie in de particuliere sector ligt de Wereldbank ook onder vuur. 

Tsjaad wordt een testcase voor de Wereldbank. De regering van Tsjaad heeft moeten beloven 80 procent van de overheidsinkomsten uit olie te besteden aan sociale projecten, waarvan 5 procent in de regio waar olie wordt gewonnen. Bovendien moet 10 procent worden gestort in een oliefonds, waaruit toekomstige generaties kunnen putten. Een comité, dat door de Wereldbank in het leven was geroepen om de olie-inkomsten in de gaten te houden, klaagde in mei van dit jaar echter nog dat zij werd tegengewerkt door zowel Exxon Mobil als de regering.

Potentie

Oliewinning in Afrika kent dus nogal wat haken en ogen en veel belangstelling van grootmachten als de VS is er niet. Daarbij komt nog dat de mogelijkheden voor Afrika op de wereldoliemarkt moeilijk te overzien zijn. Van der Linde van Clingendael: 'Er worden nieuwe velden voor de Afrikaanse westkust ontsloten. Het eilandje Sao Tomé verwacht veel van de vorig jaar afgegeven concessies. Maar Afrika is nog zo weinig onderzocht op het voorkomen van olie. We weten eigenlijk weinig van de potentie.'

De groei van het aanbod zal in belangrijke mate bepalen of de belangstelling voor Afrika in met name de Verenigde Staten zal toenemen. De huidige hoge olieprijzen werken in het voordeel van Afrika. Bij hoge prijzen investeren oliemaatschappijen meer in exploratie van gebieden. Zowel Chevron Texaco als Exxon Mobil meldden dit voorjaar verlengde concessies en nieuwe ontdekkingen. Van der Linde: 'Als de economische activiteiten van de Amerikanen in Afrika toenemen, is het logisch dat dat in het buitenlands beleid een rol krijgt. En dat beleid bestrijkt dan ook handel en ontwikkelingshulp. Uiteraard is stabiliteit in de regio van belang voor een goed ondernemersklimaat.'

Goed bestuur en een stabiele politieke situatie is voor Afrikaanse landen zelf bovendien van groot belang om hun concurrentiepositie te versterken. Of zoals Van der Linde het stelt: 'Als het Midden-Oosten een oase van rust was geweest en toegankelijk voor onshore investeringen, had Afrika hoe dan ook geen concurrentiekracht.'

 

BBC Background - Where the oil lies - Grafisch overzicht

  

Time for Transparency - rapport van Global Witness 

Africa's oil boom and the poor - rapport van Catholic Relief Services 

Rapport dat armoedebestrijdingsplannen beschouwt in relatie tot olie- en gaswinning en mijnbouw

Reacties