OESO: Leefmilieu gaat zware tijden tegemoet

23-04-2001
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

De OESO is een samenwerkingsverband tussen de 30 meest geïndustrialiseerde landen, zoals Australië, Canada, de Verenigde Staten (VS) en de lidstaten van de Europese Unie (EU).

'Alle rijke landen moeten de strijd aanbinden tegen de klimaatverandering,' stelt Joke Waller-Hunter, directeur Milieuzaken van de OESO. Volgens haar kan milieuvervuiling niet worden losgekoppeld van economische groei. Ze verwacht de komende 20 jaar een ernstige achteruitgang in de voorraden van 'hernieuwbare' grondstoffen als vis en hout.

Voor de EU is het rapport daarom extra pikant. Het loskoppelen van economische groei en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen is een van de doelstellingen van het Europese Environmental Action Programme. Milieudegradatie komt namelijk mede voort uit een extensief gebruik van natuurlijke hulpbronnen, zoals fossiele brandstoffen, metalen en mineralen.

Volgens het rapport is het onverantwoorde gebruik van natuurlijke hulpbronnen zelfs het grootste probleem voor het milieu. 'We moeten ons afvragen of de grondstoffen die we 'hernieuwbaar' noemen wel echt hernieuwbaar zijn,' zegt Waller-Hunter.

Uit het rapport blijkt dat driekwart van de visrijke zeegebieden bijna of geheel overbevist worden. Momenteel is de helft van alle visbestanden ter wereld al uitgeput.

Ook de teloorgang van het tropisch regenwoud gaat in een hoog tempo. In ontwikkelingslanden zal tussen nu en 2020 zeker 10 procent van de bossen gekapt worden.

'Kyoto is nu echt dood'
Het rapport van de OESO gaat ook in op de toenemende luchtvervuiling van de rijke industrielanden. In het Japanse Kyoto is 3 jaar geleden afgesproken de uitstoot van broeikasgassen zoals koolstofdioxide (CO2) tegen 2010 met 5 procent terug te dringen. De OESO heeft berekend dat de rijke landen zonder ingrijpen tegen 2020 een derde meer CO2 zullen uitstoten dan nu.

De OESO zegt dat 6 procent van de ziekten in de rijke industrielanden te wijten valt aan slechte milieuomstandigheden, zoals luchtvervuiling in grote steden.

De verwachting is dat het gebruik van motorvoertuigen, die CO2 uitstoten, in de rijke landen tegen 2020 zelfs met 40 procent zal toenemen. Het energieverbruik stijgt in die periode met ongeveer 35 procent. Energieverbruik en vervoer zijn nu al de belangrijkste oorzaken van luchtvervuiling en daarmee van het broeikaseffect, dat voor een opwarming van de aarde zorgt.

Het Kyoto-protocol is echter afgelopen weekend definitief afgewezen door de Verenigde Staten. De Amerikaanse delegatie heeft in New York nogmaals kenbaar gemaakt de Kyoto-afspraken schadelijk te vinden voor de Amerikaanse economie. De VS is met een mondiale broeikasuitstoot van 25 procent 's werelds grootste vervuiler.

Desalniettemin komt de OESO met enkele aanbevelingen aan het adres van de rijke landen. Sommige voorstellen baseren zich op eerdere successen zoals de vrijwel volledige uitschakeling van ozonaantastende CFK-emissies, het verwijderen van lood uit benzine, de ruimere bescherming van natuurgebieden en het aanzienlijk efficiënter gebruik van grondstoffen en energie.

Afschaffen van landbouwsubsidies
Toch heeft de OESO vastgesteld dat een grotere efficiëntie vaak niet voldoende is om de milieueffecten van een groeiende consumptie en productie tegen te aan. Daarom stelt de organisatie voor de overheidssubsidies voor landbouw en irrigatie af te schaffen, omdat de meeste van die subsidies betrekking hebben op een productie die schadelijk is voor het milieu.

In de meeste OESO-landen wordt de grondwatervervuiling voornamelijk veroorzaakt door chemicaliën uit de landbouw. Volgens het OESO-rapport zal deze stikstofvervuiling van de waterwegen door de landbouw tegen 2020 in het Westen nog met meer dan een vierde toenemen.

De afschaffing van landbouwsubsidies in de rijke landen - tezamen met een energiebelasting gekoppeld aan het koolstofgehalte van brandstoffen en een belasting op alle chemische stoffen - zou kunnen leiden tot 15 procent minder CO2-uitstoot in 2020.

Daarbij stelt de OESO dat landbouwsteun gebaseerd moet worden op grond in plaats van op de productie van gewassen. De economische kosten van zulke beleidsmaatregelen zouden vrijwel verwaarloosbaar zijn. Volgens schattingen zou het bruto binnenlands product van de OESO-landen in 2020 door de maatregelen slechts 1 procent lager liggen.

De OESO pleit voor de ontwikkeling van organische landbouw en andere duurzame landbouwmethoden. Ook het verstrekken van informatie hieromtrent is belangrijk, zoals het verlenen van een zogenoemd ecolabel.

Op 16 mei buigen de Milieuministers van de OESO-landen zich in Parijs over het nieuwe OESO-rapport. Zij zullen er ook proberen overeenstemming te bereiken over een milieustrategie voor het eerste decennium van de 21ste eeuw.

De OESO op het net

Reacties