Noodplan wordt beleid

01-03-2006 Bron: oneworld
corruptie – 

'In mijn regeerperiode wordt de corruptie publieksvijand nummer één. We gaan het gevecht aan!' Dat zei de nieuwe president van Liberia, Ellen Johnson-Sirleaf, in haar inaugurele rede op 16 januari 2006. Het wordt een harde strijd. Al meer dan anderhalve eeuw heeft Liberia een politiek systeem dat het tegenovergestelde is van goed en transparant bestuur. Als je in een familie geboren werd die de 'juiste' politieke connecties had, dan kreeg je een goede opleiding, een prima baan en een aangename oude dag. Vriendjespolitiek vierde hoogtij.

Is dat erg? Je zou kunnen stellen dat wanneer iedereen nou maar via dat - kennelijk onuitroeibare - patronagesysteem in zijn eigen buurt, streek of dorp investeerde, buitenlandse hulp vanzelf overbodig zou worden. Patroon-en-klant-systemen zijn klein, dus als je die systeempjes over een groot gebied uitspreidt, dan krijg je op een wat omslachtige manier toch een verdeling van welvaart. Maar dit is voor internationale donoren onaanvaardbaar. Die willen zo'n systeem niet ondersteunen. Bovendien heeft datzelfde patronagestelsel in Liberia geleid tot uitsluiting - en uiteindelijk oorlog. De vraag is dus: hoe verander je dat?

Noodmaatregel

De hoogste vertegenwoordiger van de Europese Commissie in Liberia, Geoffrey Rudd, zag hoe het drama zich voltrok. 'De situatie was zo slecht dat de grootste groep voormalige rebellen opriep tot een gewelddadige omverwerping van de overgangsregering - waar ze nota bene zelf in zaten!' Voor de ministers van deze regering was het 'business as usual'. Voor de rebellen was het onverteerbaar dat de oude manieren weer werden opgepakt. Of, zoals cynici zeggen, dat ze zelf niet genoeg kregen. Maar er moest een plan komen om de transitie van oorlog naar vrede te redden. Er was veel geld in geïnvesteerd; de grootste VN-vredesoperatie ter wereld liep gevaar. En dus kwamen de donoren, met de VS en de EU voorop, met een plan dat ervoor moest zorgen dat de besteding van donormiddelen en ander geld zichtbaar werd gemaakt. Dat werd GEMAP: het Government and Economic Management Assistance Program. Rudd is een van de coauteurs hiervan.

Het doel is simpelweg: 'beter fiscaal en financieel bestuur, transparantie en verantwoording'. Daartoe komen gedurende drie jaar internationale experts te werken op sleutelposities. Hun handtekening is noodzakelijk voor de autorisatie van geregistreerde inkomsten en beoogde uitgaven. Dat geldt voor het ministerie van financiën, dat alle inkomsten gaat innen, voor de centrale bank, die de buitenlandse reserves beheert, voor het budgetbureau, dat de begrotingen van de ministeries bepaalt, en voor nog enkele instellingen. De Liberianen vinden het prachtig. 'GEMAP is een geschenk van God', zegt Edward Mulbah, de voorzitter van Linnk, een paraplu voor de beginnende civil society in Liberia. 'Het is penicilline tegen de corruptie', vindt Christian Chea, de superintendent - zeg maar de commissaris van de koningin - van de ver weg gelegen provincie River Gee.

Kip of ei

Goed fiscaal management moet ertoe leiden dat er minder geld weglekt en de salarissen omhoog kunnen. Een ambtenaar verdient achttien euro per maand, een superintendent nog geen dertig. Die werken na de lunch niet meer, maar gaan elders bijverdienen of stelen wat ze nodig hebben. Maar leidt beter fiscaal management nu tot hogere salarissen en hopelijk minder diefstal door ambtenaren in het overheidsapparaat, of moet eerst het stelen ophouden voordat beter fiscaal management mogelijk wordt? President Johnson-Sirleaf heeft daar een antwoord op gevonden - begin bij de plaats waar hoogstwaarschijnlijk het meeste verdwijnt: bovenaan. In het begin van februari stapte ze bij verrassing het ministerie van financiën binnen om na te gaan of een aantal sleutelfiguren dat al de wacht was aangezegd, inderdaad was vertrokken. Het ging om hoge ambtenaren, incompetente medewerkers en potentiële zwendelaars. Er bleek er nog één te zitten, die ze prompt de straat op bonjourde. Het signaal was helder: de grote schoonmaak is begonnen.

De vraag blijft echter hoe je stokoude gewoontes kunt veranderen. Geoffrey Rudd weet dat iedereen die van goede wil is, tegelijkertijd onder enorme druk staat. Zo profiteerden zakenlui bijvoorbeeld van belastingvrijstellingen (kwestie van politieke connecties). Nu protesteren ze omdat ze, net als iedereen, gewoon importheffingen en havengeld moeten gaan betalen - transacties die bovendien worden geregistreerd in een geautomatiseerde database, zodat er niet meer met gegevens kan worden gerotzooid. Onderminister Edward Y. Sali van sector- en regioplanning is erg ingenomen met die maatregel: 'Belastingontduiking is een ernstig probleem. We gaan ophouden met het uitdelen van al die ontheffingen.' Hij denkt dat zijn zakenvrienden wel zullen bijtrekken.

Familiebedrijf

Een nog grotere potentiële rem is de fameuze Afrikaanse 'familie'. Door alle familieconnecties heeft de overheid zestigduizend personen op de loonlijst staan. Dat moet terug naar twaalfduizend. Het is dus heel goed mogelijk dat een minister familieleden moet gaan ontslaan. Gaat hij dat ook daadwerkelijk doen? Rudd: 'We hebben gewerkt met echt goede Liberiaanse deskundigen die hun werk niet kunnen doen vanwege familie-invloeden.' Onderminister Sali denkt dat het kan, althans op het moment dat de ontslagenen iets hebben om naar uit te kijken. 'Je moet investeerders aantrekken en de private sector opbouwen. Als daar goede banen ontstaan, dan wil straks niemand meer voor de overheid werken...' Dat lijkt nogal utopisch, want wie gaat er op korte termijn investeren om al die banen te creëren?

Gematigd enthousiasme

Lang niet iedereen stond te juichen toen de GEMAP-karavaan binnenreed. Ook Johnson-Sirleaf zelf liep aanvankelijk bepaald niet warm voor het plan. Ze was bezorgd over de soevereiniteit van het land; ze wilde vrij zijn om haar eigen beleid te voeren. Nu is ze om, zij het met reserves. Op 16 januari zei ze: 'We accepteren GEMAP en erkennen de belangrijke assistentie die het ons zal verlenen in het begin van deze regeerperiode.' Het zal ook wel moeten. Alle donoren trekken dezelfde lijn: geen GEMAP, geen geld. Gebrek aan enthousiasme viel ook te bespeuren bij een aantal 'kleine, liberale Europese landen', waaronder Nederland, herinnert Rudd zich nog. 'Die waren ook bang voor verlies van de Liberiaanse soevereiniteit. Ze hadden niet in de gaten hoe dramatisch de situatie in werkelijkheid was.' De dreigende ontsporing van het dure vredesproces, de investeringen in de verkiezingen, de goodwill die de internationale Liberia-operatie had gekweekt: er stond wel heel erg veel op het spel.

GEMAP duurt drie jaar. Daarna moeten de Liberianen in staat zijn de boel zelf te runnen. Edward Mulbah vindt dat de capaciteitsopbouw er nog te veel als een bijgedachte achteraan hinkelt. 'Ik zou graag zien dat er nu al opleidingsprogramma's kwamen die ons vertrouwd maken met hoe die financiële controles werken, en niet dat ze daar op het allerlaatste moment mee beginnen. Donoren zijn en blijven zwak in het opbouwen van capaciteit, en als deze dan al ontstaat, wordt ze meestal weggekocht bij de uiterst zwakke staatsstructuren die juist moeten worden versterkt.' Overigens is de Liberiaanse civil society direct betrokken bij het volgen van de vooruitgang onder GEMAP. Vertegenwoordigers hebben zitting in de instituten die het plan besturen en beheren - een stevig bevochten innovatie.

Nieuwe kandidaten

GEMAP was een noodprogramma, maar lijkt een blijvertje te worden. Regeringen van andere landen in de regio zijn daar niet enthousiast over. Zij zouden best eens de volgende GEMAP-kandidaat kunnen zijn, zeker als het concept blijkt te werken. Rudd heeft overigens al een verzoek gehad: uit Haïti, ook zo'n getormenteerd land. 'GEMAP lijkt sterk op een VN-vredesoperatie. Die is nodig om een bevolking wat adempauze te geven. GEMAP doet hetzelfde, maar dan op fiscaal gebied.'

Twee van Liberia's directe buren komen beslist in aanmerking: allereerst het instortende Guinee, dat zijn geld hoofdzakelijk verdient met bauxiet, en ten tweede het reeds ingestorte Sierra Leone, waar de politieke elites niets hebben geleerd van tien jaar burgeroorlog en gewoon doorgaan met stelen.

Het is nog te vroeg om vast te stellen of GEMAP met deze beperkingen een nieuw hulpmodel kan worden, maar gezien het enthousiasme moet dat zeker niet worden uitgesloten. Daar zullen de hulpontvangers dan maar aan moeten wennen, net als de 'kleine, liberale' Nederlandse ontwikkelingswereld.



 

 

Bram Posthumus

Bram Posthumus is een freelance journalist die vanuit West-Afrika verslag...

Lees meer van deze auteur >

Reacties