Nieuw ict-fonds moet arme dorpen ontsluiten

15-03-2005
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

Olusegun Obasanjo, president van Nigeria en voorzitter van de Afrikaanse Unie, was naar het Zwitserse Genève gekomen om het nieuwe fonds wat glans te geven, net als de Senegalese en Algerijnse president.

Het Afrikaanse initiatief wordt gesponsord door de Verenigde Naties en leunt verder sterk op de financiële bijdragen van zo'n 120 gemeentebesturen in de hele wereld.

De ontwikkelingslanden hadden aanvankelijk ingezet op een fonds waarin regeringen geld zouden storten. Dat geld moest vooral worden besteed aan verbetering van de infrastructuur voor telecommunicatie in ontwikkelingslanden. Daarbij zou de nadruk komen te liggen op projecten in dorpen en gemeenschappen.

Label

De rijke landen gingen niet akkoord met dat voorstel. Ze vinden dat beter gebruik moet worden gemaakt van bestaande fondsen en financiële regelingen voor grootschalige investeringen in communicatietechnologie. Voor projecten op gemeenschapsniveau moest het nieuwe fonds maar nieuwe bronnen aanboren.

Of het fonds voldoende wordt gevuld, hangt onder meer af van de vrijwillige 'solidaire' bijdrage van westerse communicatiebedrijven. Van hen wordt verlangd dat ze 1 procent van het geld waarmee zijn een aanbesteding winnen, doneren aan het fonds. De gemeente Genève heeft deze vrijwillige bijdrage van 1 procent in haar contractvoorwaarden al tot eis opgewaardeerd. Een bedrijf krijgt daarvoor in ruil een 'Digitaal Solidariteitslabel'.

Mythe

Ongeacht de middelen die ervoor beschikbaar komen, rijzen er steeds meer twijfels over de strategie die de VN kiest om de zogenaamde digitale kloof te overbruggen. Het Digital Solidarity Fund zet onder meer in op high tech satelliettelefoons en internet, door bijvoorbeeld telecenters in te richten in landelijk gebied.

Het weekblad The Economist stelt deze week dat de veronderstelling dat arme landen zich snel kunnen ontwikkelen als ze eenmaal op het internet zijn aangesloten, een hardnekkige mythe is. De digitale kloof is een symptoom van een meer essentiële kloof; in inkomen, ontwikkeling en geletterdheid, aldus The Economist: 'Een computer is waardeloos als je geen eten of elektriciteit hebt en niet kunt lezen.'

Elektriciteit

Niet de verspreiding van pc's en internetaansluitingen moet daarom worden gestimuleerd, maar het gebruik van mobiele telefoons, betoogt het gezaghebbende weekblad. Mobieltjes zijn tenminste niet permanent afhankelijk van elektriciteit.

Het blad haalt onderzoek van de London Business School aan, dat stelt dat mobiele telefonie langetermijngroei genereert. Elke tien mobieltjes extra op honderd mensen zou een groei van het bruto nationaal product van een ontwikkelingsland betekenen van 0,6 procent.

Onderzoek van de Wereldbank bevestigt de impact die mobieltjes in ontwikkelingslanden hebben. Zo geven mensen in ontwikkelingslanden naar verhouding meer aan telecommunicatie uit dan consumenten in industrielanden. Het aantal mobiele abonnementen nam in zuidelijk Afrika met 150 procent toe. Op dit moment hebben acht op de honderd Afrikanen een mobieltje. In 2001 was dat nog drie op de honderd.

Het Digital Solidarity Fund komt voort uit de eerste Wereldtop voor de Informatiemaatschappij (WSIS) die in 2003 in Genève is gehouden. De tweede top heeft in november plaats in Tunesië.

Digital Solidarity Fund

Reacties