Niet kletsen maar DOEN

01-05-2004
Door: Tekst: Frans Bieckmann


De OS-sector is vooral met zichzelf bezig, en met liefdadigheid, stelt Van den Hombergh. Men zou veel meer oog moeten hebben voor de kansen van de mensen in het Zuiden: 'Voor ons staat altijd één ding centraal: meedoen.' Machteloosheid overheerst volgens de DOEN-directeur de ontwikkelingsgemeenschap. En stel je voor wat er gebeurt als we alles echt eerlijk zouden verdelen in de wereld. 'Een gruwelijke gedachte.'

Even een korte introductie graag. Wat doet DOEN?

'DOEN staat voor Duurzame Ontwikkeling En Natuurbehoud. Maar het betekent ook: niet kletsen maar doen. Onze werkterreinen zijn: natuur & milieu, ontwikkelingssamenwerking & mensenrechten. En het geld dat van de Sponsor Loterij komt, gaat naar cultuur en welzijn & sport. DOEN werkt "aanvullend". Dat betekent dat wij geen geld geven aan de andere 44 organisaties die de Postcode Loterij financiert. En dat wij naast subsidies ook met "andere instrumenten" werken, namelijk leningen en participaties. Dat past in onze commerciële omgeving, want de Postcode Loterij is een commercieel bedrijf. Daarvoor is eerst in 1994 de onafhankelijke stichting Triodos-Doen opgericht, waar wij sindsdien jaarlijks 2,7 miljoen euro aan verstrekken. Het geld dat wordt uitgeleend, moet weer terugkomen. Het is inmiddels al vijf keer rondgepompt. Eind 1996 werd DOEN Participaties BV opgericht, ons eigen fonds voor risicovolle investeringen. Deze bv investeert in allerlei startende of groeiende duurzame ondernemingen, vooral in Nederland.

Op het gebied van OS & mensenrechten zijn we vooral actief met onze programma's op het terrein van microfinanciering, koffie, sociaal-economische mensenrechten en cultuur internationaal.'

Wat dat laatste betreft: wat is het verschil tussen DOEN en het Prins Claus Fonds?

'Ik heb altijd begrepen dat Claus vond dat mensen zichzelf moeten ontwikkelen. DOEN beweegt zich minder op het elitaire vlak dan het PCF. Het is overigens niet makkelijk om cultuurprojecten te financieren die niet elitair zijn. Voor ons staat echter altijd één ding centraal: meedoen. Mensen stimuleren deel te nemen aan de maatschappij als ze dat willen en kunnen. Dat geldt in ontwikkelingslanden, maar ook in Nederland, bijvoorbeeld voor mensen met een functionele handicap. Veel mensen worden overal in de wereld uitgesloten van toegang tot van alles. Tot de financiële sector bijvoorbeeld. Dat is de pragmatische lijn in onze projecten.'

Gaat het vooral om directe steun, of bijvoorbeeld ook om lobby?

'Nee, dat laatste weinig tot niet. Dat heeft verschillende redenen. Wij ontvangen geld van een mainstream-loterij: meer dan vier miljoen loten, 2,5 miljoen mensen die meedoen aan de Postcode Loterij. Je moet daarom voorzichtig zijn met politieke of religieuze statements.'

Uit angst de mensen van de loterij te vervreemden?

'Dat zou kunnen. Mensen doen in eerste instantie mee voor de prijs. Maar dat er met je geld ook nog iets voor het goede doel gebeurt, geeft deelnemers een goed gevoel. 15 Tot 20 procent - 500 duizend mensen dus - kiest zonder meer voor de Postcode Loterij vanwege de goede doelen. Een andere reden om niet met lobby bezig te zijn, is dat bijvoorbeeld Novib dat al doet. En wij zijn een club van: niet lullen maar poetsen.'

Is dat omdat je denkt zo meer te bereiken?

'Nee, het gaat om een combinatie. Een mooi voorbeeld is Utz Kapeh, het koffieproject waar Stichting DOEN in 2002 als enige financier in geloofde. Daar hebben we veel geld in gestopt. Later kwamen ook Solidaridad en Hivos over de brug. In de tussentijd had de Koffiecoalitie zich geformeerd. Die had flink gelobbyd, onder meer bij Douwe Egberts. Al die verschillende onderdelen (subsidie van DOEN, inzet van Utz, lobby van de Koffiecoalitie) maken dat DE nu 5 procent van zijn koffie van Utz Kapeh betrekt. Jammer is alleen dat de Koffiecoalitie en Utz de credits krijgen, financiers als DOEN niet. Terwijl het juist een mooi samenspel is: de Koffiecoalitie, die gelukkig met één stem sprak, en het door DOEN gefinancierde Utz Kapeh.'

Vanuit de hoek van Max Havelaar was er kritiek op Utz Kapeh.

'Ja, nog steeds. Utz Kapeh werkt namelijk niet met het eerlijke-prijsprincipe. Het gaat ervan uit dat de markt regeert, maar wel met een gedragscode. Dus waarbij het ietsje eerlijker gaat. Max Havelaar - dat wij overigens ook steunen - geeft daarentegen een prijssubsidie. Max Havelaar en andere "fair trade"-organisaties hebben overigens vooral problemen met de term "eerlijke koffie" die Utz Kapeh gebruikt.
DOEN gaat behalve voor voorlopers dus ook voor de mainstream. Want alleen met Max Havelaar winnen we de oorlog niet. Na vijftien jaar koopt nog steeds maar - maximaal - 3 procent van de koffiedrinkers Max Havelaar. En de Perla-koffie van Albert Heijn - dus Utz Kapeh - heeft 25 procent van de markt! Douwe Egberts heeft 65 procent van de Nederlandse koffiemarkt, waarvan nu dus 5 procent volgens het Utz-principe wordt geproduceerd. En dat zal snel meer worden.
Ik heb in drie landen met koffieboeren gesproken. Die worden gestoord van ons gedoe. Zo'n boer verkoopt biologische koffie, ethische koffie, Max, Utz. Het maakt hem allemaal niet zoveel uit hoe het heet, maar de prijs doet er wel toe. Hij of zij verkoopt het liefst Max Havelaar, maar dat is relatief een geringe hoeveelheid en voor niet zoveel coöperaties weggelegd, want de markt is te gering. Dus gaat de rest weg als Utz of ethische koffie. En vooral als reguliere koffie.'

Is dat de filosofie van DOEN? Veranderingen bewerkstelligen via het marktprincipe: een groter marktaandeel voor producten die meer opleveren voor mens en milieu?

'De maatschappijvisie van DOEN kan ik het best uitleggen aan de hand van het programma microfinanciering. Ik geloof in de eigenwaarde van mensen en ik geloof in veranderingsprocessen van binnenuit. Investeren in microfinancieringsinstellingen levert naar ons idee een belangrijke bijdrage aan de opbouw van de "civil society". Dat is een mondvol. Meestal zeggen we het minder abstract: wij bieden op dit moment toegang tot de financiële sector voor 1,7 miljoen ondernemers via 48 instellingen in zo'n dertig landen. Daardoor kunnen mensen een bedrijf opzetten of runnen, voor hun gezin zorgen en wellicht zelfs de straat op gaan om te vechten voor arbeidsrechten of vrouwenrechten. Voor dingen die in hen zelf opkomen, en niet door ons zijn voorgeschreven. Die visie prevaleert hier in alles. Daarom hebben sommige ngo's de kift op ons.'

Hoezo?

'We zouden te commercieel zijn, of alleen maar uit op kortetermijnsucces, of niet overwogen genoeg. Voor mij gaat het om een andere discussie. Ik vind dat de ngo-wereld vooral bezig is met zichzelf in stand te houden. Door een overdosis aan liefdadigheid en door niet in een procesmatige manier te denken. Zo behouden we wel ons werkgebied - ontwikkelingssamenwerking - maar vindt geen echte ontwikkeling plaats.'

Zijn er nog ngo's die aan liefdadigheid doen?

'Veel. Het standaarddenken in de donor-ontvangerrelatie zit nog sterk in de werkwijze van ngo's. Een gek voorbeeld: wij gebruiken allemaal foto's om onze boodschap aan de donateur of lotenkoper over te brengen. Bijna al die foto's zijn rechteloos: een fotograaf is op stap gegaan, daar kopen we ze van, klaar. Er kwam iemand bij DOEN - Bas van Beek - met het idee voor World Portraits: rechten gaan betalen aan de mensen die gefotografeerd zijn. Een ondernemer in Ghana of een mevrouw op een Boliviaanse markt. Elke keer dat je een foto opnieuw gebruikt, betaal je de geportretteerde weer portretrechten. Dat initiatief kwam voor mij als geroepen, want ik wilde al veel langer proberen die derdewereldpornografie uit te bannen. Er moesten nog twee financiers bij komen. Van Beek heeft een haalbaarheidsonderzoek gedaan op onze kosten, en toen bleek dat de grootste weerstand bij ngo's zit. Het is veel te duur voor hun blaadjes en mailings.'

In een conferentie over de eventuele oprichting van brancheorganisatie Partos zei je over het ontwikkelingswereldje: 'Bedenk alleen al dat de OS-branche een grote groep professionals omvat (minstens 25 duizend personen zijn in Nederland (in)direct werkzaam in de branche). Per persoon wordt minimaal 25 duizend euro per jaar verdiend (laag ingeschat). Stel dat ze gemiddeld vijftien jaar actief zijn in deze branche (ook laag ingeschat). Dan wordt alleen al aan salarissen een kleine tien miljard euro gebruikt in vijftien jaar! Dat is 625 miljoen euro per jaar. En dat is bewust laag ingeschat om niet te overdrijven.' Wat wil je daarmee zeggen?

'Dat we vooral onszelf bezighouden. Neem het microfinancieringsplatform. Een goed initiatief. Elf clubs in Nederland houden zich daarmee bezig, waaronder DOEN. In dat platform woedt een continue strijd over wie het best begrijpt hoe je microfinanciering moet doen. Er wordt eindeloos gepraat over de uitgangspunten. Het is buitengewoon droevig.
Volgens mij zitten we in zo'n impasse met ontwikkelingssamenwerking dat we maar eindeloos rondjes om elkaar heen draaien met "terms of references", bijeenkomsten, en nog maar weer een studiedag. Het is machteloosheid.'

Omdat niemand ziet wat het oplevert? Of weet niemand waar het heen moet?

'Het is een beleidsimpasse. Hoe krijg je die wereld nou een stukje leefbaarder, eerlijker, beter? We weten niet hoe het moet. We moeten veel meer in processen denken. Als Utz Kapeh succesvol is, moet je over vijf jaar iets nieuws bedenken, want dan gebruikt iedereen Utz Kapeh-koffie. Dan ben je dus verder. Zoiets heeft Max Havelaar ook bewerkstelligd. Daar moet je trots op zijn, maar dat betekent niet dat je niet mag veranderen. Dat is voor veel organisaties een probleem, want dan raakt hun bestaansrecht als initiatief en organisatie in het geding. En dat is erg eng.'

Je zegt dat ngo's elkaar bezighouden. Maar ook de maatschappij gaat kritischer naar ngo's kijken. De jaarverslagen van multinationals worden al langer uitgeplozen, ook op hun sociaal en milieubeleid of de salarissen van hun topmensen. Dat zal ook gaan gebeuren met maatschappelijke organisaties. Vind jij dat ngo's zich veel meer zouden moeten verantwoorden over wat ze bijvoorbeeld op sociaal of milieugebied doen?

'Niet méér, maar anders. Ik geloof absoluut in zo veel mogelijk transparantie. Je moet blijven communiceren waarom en hoe je dingen doet. Ik denk alleen dat de meeste mensen er niet in geïnteresseerd zijn. Een onderzoek heeft aangetoond dat in Australië minder geld werd gegeven naarmate het aantal regeltjes toenam. Dat moet ons iets leren over de mate van zelfregulering. Neem de ophef binnen de Nederlandse Hartstichting. Toen het hoge salaris van de directeur in de krant stond, wilden veel collectanten niet meer de straat op. Logisch, dan had hij maar geen 170 duizend euro moeten vragen. Nu gaat de Hartstichting dat bijstellen, onder druk van de markt dus. En zo hoort het. Maar dat betekent niet dat wij als sector ook een salarisplafond moeten stellen. Iedereen begint elkaar te bellen over die salarissen. Er wordt een jaar gedelibereerd over wat de bovengrens moet zijn. Dat gaat allemaal ten koste van waar we eigenlijk voor zijn.'

Is zo'n brancheorganisatie niet nog een voorbeeld van vooral met jezelf bezig zijn?

'Ik vind die branchevereniging wel belangrijk. Daar moet je gewoon mee beginnen. Als er één club is waarin alle ontwikkelingsorganisaties zitten, dan hoeven we zelf een aantal dingen niet meer uit te vinden. Maar dan moeten al die andere samenwerkingsverbanden, zoals Wereldburgers of het GOM, wegvallen. En er moet niet zo moeilijk gedaan worden. Het verslag van die eerste dag over Partos moet nu weer door iedereen worden beoordeeld en aangepast, want het moet een participatief proces zijn.'

Straalt zo'n brancheorganisatie niet ook iets uit van: wij schermen ons af van die boze buitenwereld die ons allerlei gemene dingen wil aandoen?

'Ja, dat begint het weer een beetje te worden. Ik had nou juist de hoop dat er één club zou komen die als één geheel naar buiten kon treden. Maar inderdaad spreekt er een enorm defensieve houding uit. Ik geef het nog even het voordeel van de twijfel. Er wordt veel gezeurd over wie het geïnitieerd heeft. Wat maakt het uit? Redeneer toch eens vanuit kracht!'

Wat is de kracht dan?

'Die moet je uit jezelf halen, anders moet je jezelf opheffen. Er zitten prachtige clubs bij. Maar ze redeneren allemaal uit angst. Je moet eigen keuzes maken. Als het je niet zint dat Novib een grote mond heeft, dan moet je je weren. Of niet meedoen. Maar iedereen is bang iets te missen als ze geen lid worden. Met dat idee is de Postcode Loterij groot geworden: het gevoel dat als je geen lot hebt, je een prijs kunt mislopen.'

Ik hoorde een dergelijk geval beneden in het callcenter van de Postcode Loterij. Er belde iemand wiens geld niet was afgeschreven voor een lot. De jongen die dat behandelde, zei dat die persoon maar contact met zijn of haar bank moest opnemen, en het gauw recht moest zetten, want anders zou hij of zij een prijs kunnen missen.

'Ja, zo werkt het. Daardoor is in vijftien jaar wel al bijna twee miljard euro naar goede doelen gegaan! Maar wat betreft die angst: het is een beetje inherent aan instituties. Op dat terrein heeft DOEN een grote verantwoordelijkheid, denk ik. DOEN is een autoriteit op wat nieuw, fris en wellicht risicovol is. Er zijn oudere clubs die rijp zijn om opgeheven te worden. Maar als wij vervolgens weer allerlei nieuwe organisaties in het leven roepen, zijn we nog verder van huis, want die oude blijven ook bestaan. Het worden er steeds meer. Dus denk ik dat we ook naar de bestaande clubs moeten blijven kijken.'

Maar waar blijft dat nieuw en fris dan?

'Nieuw en fris houden we in de gaten. En we moeten opletten dat het niet geïnstitutionaliseerd raakt. Wij financieren in ieder geval niet de gevestigde orde, het keurkorps, die 44 gerespecteerde maatschappelijke organisaties. Dat doet de Postcode Loterij. We houden ook van projectorganisaties die met eenmalige initiatieven bij DOEN komen. Neem bijvoorbeeld het reclamebureau Kessels Kramer, dat samen met Booij en Van Bruggen wat bedenkt. Die twee clubs bestaan, die hebben geen subsidie nodig, want ze zijn commercieel. En Kessels Kramer bedacht in 2002 "The Other Final". Een voetbalwedstrijd tussen de twee laagst geplaatste landen van de FIFA-lijst: Bhutan en Montserrat. Ik wist niet hoe snel DOEN dat moest financieren. Er is een documentaire van gemaakt en een boek.'

Waarom doen ze dat?

'In het kader van het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Of omdat iemand daar gewoon een creatief idee heeft. Zij verdienen genoeg en hebben ook tijd en creativiteit voor dit soort dingen.'

Moet je ze dan nog financieren als ze zoveel geld hebben?

'Kessels Kramer heeft er zelf ook veel geld en energie in gestoken. Wij 50 duizend euro, maar zij veel meer. Dit soort dingen zijn op het randje. Maar ik hou ervan de grenzen op te zoeken.'

Zien jullie de andersglobalisten ook als nieuw en fris, en dus te ondersteunen?

'Ik ben blij dat ze er zijn, omdat ze me altijd wakker schudden. Wij werken ook samen met grote multilaterale instellingen, zoals de Wereldbank of de IFC. Terwijl ik soms ook kan janken over wat die veroorzaken. Neem Vietnam en de opbouw van de koffiesector. De Wereldbank heeft daarin geïnvesteerd. Nu staat Vietnam nummer twee op de wereldlijst van koffieproducenten. En zitten er 20 miljoen boeren in Latijns Amerika in grote problemen. Maar de IFC zit wel in de microfinanciering. Dus op dat terrein is het een partner van ons. Soms functioneren de andersglobalisten als een luis in de pels door te wijzen op wat dergelijke instellingen fout doen. Maar zij komen echt niet zoiets vies binnen als de Stichting DOEN. Ze willen het grote geld van de loterijen waarschijnlijk niet eens. Het zijn meer persoonlijke netwerken, of ze organiseren zich via websites. Het is ook niet zo groot in Nederland.'

Waarom niet?

'Misschien wel omdat Herfkens destijds heeft besloten dat medefinancieringsorganisaties ook aan voorlichting en lobby mogen doen op kosten van de overheid. Daardoor kan het regeringsbeleid bestreden worden met geld dat van het ministerie komt. Soms wordt bijvoorbeeld Milieudefensie door VNO-NCW aangepakt, omdat ze met subsidiegeld ageren tegen een vijfde baan bij Schiphol. Maar in de ontwikkelingssector is het nog erger. De mfo's krijgen miljoenen euro's van Buitenlandse Zaken en met een deel van het geld kunnen zij lobbyen tegen beslissingen van diezelfde regering. Dat is een vreemd spanningsveld. In andere landen is de onafhankelijkheid van ngo's veel groter. Dan krijgen andersglobalisten wellicht ook meer mogelijkheden zich te uiten.
Een tweede reden is mogelijk dat wij in de OS-sector nooit helemaal goed weten of wij nou voor of tegen globalisering zijn. Ik vind het zelf ook complex. Wij proberen als DOEN de koffieproducenten toegang te geven tot buitenlandse markten. Maar ondertussen kan de hele lokale markt in bijvoorbeeld Midden-Amerika geen fatsoenlijk kopje koffie krijgen. Moet je nou geloven in globalisering en de export, of moet je je richten op je eigen markt? Voor allebei is van alles te zeggen.'

Weet de OS-sector verder nog wel waar het om zou moeten draaien?

'In ieder geval niet om liefdadigheid. Ik begin erg allergisch te worden voor het "helpen", de charitas. Het wordt met de dag erger. Mensen die binnen zijn gelopen, stappen uit hun baan of bedrijf. Zij willen wat voor de wereld betekenen en richten een fonds op. Er zijn al 26 fondsen voor microfinanciering, waarvan de helft opgezet door "do-gooders". Die willen allemaal advies van ons. Dat zijn dan nog investeringen, maar er zijn nog veel meer mensen die echt in de charitas gaan. Die brengen een auto naar Mali en daarvoor moeten ze dan bedankt worden. Er zijn mensen die dit positief beoordelen: hoe meer, hoe beter, want het betekent een breder draagvlak. Ik vraag me daarentegen af wat het oplevert. We zijn zo druk met het draagvlak, dat we niet meer weten hoe we het beleid zelf vorm moeten geven.'

Als je maar wat doet, is het goed. Niemand weet nog waar het eigenlijk over gaat?

'Nee, alleen dat het intrinsiek fout is om arme mensen in de wereld te tolereren. Dat is ook zo, alleen doen we vervolgens niets. Sterker nog: ik moet er niet aan denken wat het voor jou en mij zou betekenen als we het echt recht zouden trekken. Als we alles in eerlijke verhoudingen zouden zetten, van de uitlaatgassen tot het betalen voor de sperzieboontjes. Dan zullen wij op alles enorm moeten inleveren. En dat vinden we heel moeilijk. Terwijl daar toch een belangrijk deel van de oplossing ligt.'

 



Reacties