Niet elke Arabier is Janjaweed

17-06-2010 Bron: IS Online
Janjaweed

Gewapende milities hebben de Arabieren in Darfur een slechte naam bezorgd. De term Janjaweed is een verzamelnaam geworden voor alle Arabische nomaden.

“Ik ben de enige die nog met hen praat”, zegt de broze gestalte op het smalle, ijzeren bed. De voorzitter van de Arab Coordination Council, de bejaarde sjeik Hassan Abdel Aziz, kijkt de mannen na die hij zojuist uitgeleide deed. Twee vechtersbazen van Arabische afkomst. Jonge en vitale dertigers die hun voordeel doen met de oorlog die zeven jaar geleden uitbrak in Darfur. Voor het plunderen, moorden en verkrachten op grote schaal begon waren beide legercommandanten nog simpele herdersjongens, die met kamelen langs een stoffige horizon zwierven. Zweep en kalasjnikov onder handbereik. Overleven op gierstenbrij, kamelenmelk, thee en ranzig water uit geitenleren zakken. Slapen op de harde grond onder een te dunne deken. Geen opleiding, geen afleiding, geen vooruitzichten.

Plunderaars
“De oorlog bood kansen”, klinkt het zacht. Hassan Abdel Aziz is herstellende van een ziekte. Boven zijn bed bungelt een infuus, maar dat verhindert de sjeik niet om zijn huis in El-Fasher, de hoofdstad van Noord-Darfur, open te stellen voor militie-jongens die worden uitgekotst door verbitterde familieleden en stamoudsten die de controle over hun losgeslagen zonen zijn kwijtgeraakt. Niemand protesteerde toen de jonge plunderaars allerhande buitgemaakte spullen thuisbrachten. Bedden, radio’s, kookpotten en andere simpele gebruiksvoorwerpen, alles was welkom. Maar na zeven jaar chaos en vernietiging beseffen nomaden dat ze meer hebben verloren dan gewonnen. Hassan Abdel Aziz somt de verliezen op. Regionale veemarkten functioneren niet of slecht, belangrijke handelsroutes en migratieroutes zijn geblokkeerd, relaties met buurstammen zijn verzuurd. Schaarse voorzieningen zoals nomadenscholen en centra voor veterinaire zorg functioneren niet meer. Geweld biedt geen oplossing, weet iedereen inmiddels. Alleen zijn degenen die de wapens hebben opgenomen niet meer te stoppen. “We zijn nu soldaten”, antwoorden de twee commandanten als hun wordt gevraagd hoe zij hun toekomst zien. Vechten in ruil voor soldij en buitgemaakte spullen. Zijn de twee over tien jaar nog in leven, dan krijgen ze pensioen. En hun kudde? Het hoeden is uitbesteed aan de weinige herders die dat werk nog willen doen.

Vechtersbazen
Dat Arabische nomaden als groep in het verdomhoekje terecht zijn gekomen ligt deels aan henzelf, zegt Mohamed el-Sayyid, adviseur van Massar, een belangenorganisatie van en voor nomaden. De hoogopgeleide veertiger woont in El-Fasher en is naast adviseur ook zakenman. Mohamed el-Sayyid, brede lach onder een hagelwitte tulband, behoort tot de elite onder de nomaden. Dankzij zijn bevoorrechte positie kon hij zich ontworstelen aan woestijnstof en kamelen. Was het lot hem minder goed gezind geweest, klinkt het glimlachend, dan scheurde hij nu waarschijnlijk met stamgenoten in een gestolen Toyota Land Cruiser rond.
Mohamed el-Sayyid behoort tot de Mahria, een Arabische stam waarvan veel leden bij de janjaweed, de milities, zijn gegaan. Het buitensporige geweld bezorgde de Arabieren als geheel een slechte naam. Door gebrekkige communicatiemethoden en –middelen lukte het de neutraal gebleven nomadenleiders niet om dit beeld bij te stellen.
Begrijpelijk, meent Mohamed el-Sayyid, maar wel jammer dat buitenlanders niet de moeite namen door het cliché heen te prikken. Want wie zijn de moordenaars en plunderaars? En wat bezielde hen om zo verschrikkelijk tekeer te gaan? Mohamed el-Sayyid kent veel daders. De vechtersbazen zijn bijna allemaal arme kamelenherders, tot op het bot gefrustreerd omdat boeren en commerciële veetelers de afgelopen decennia traditionele weidegronden inpikten. “Geblokkeerde migratieroutes, onbereikbare waterputten, versnipperd graasland”, somt Mohamed el Sayyid de gevolgen op. Nomaden werden bedreigd in de kern van hun bestaan en konden geen kant meer op.

Blinde vlek
De Britse onderzoekster Helen Young deelt die conclusie in haar rapport (2009) over de kwetsbare positie van kamelen hoedende nomaden in Darfur. Vanuit Londen vertelt zij dat de systematische achterstelling van nomaden de belangrijkste oorzaak is van de crisis in Darfur. De blinde vlek van beleidsmakers en hulpverleners voor problemen waarmee nomaden kampen is wel te verklaren. Hun zwervende levensstijl en onafhankelijke instelling maakt hen ongrijpbaar en ongeliefd. Wat organisaties en beleidsmakers echter over het hoofd zien, is dat nomaden niet uit eigen keus of uit liefhebberij rondzwerven. Mobiliteit wordt gedicteerd door de omgeving. In de woestijn valt de regen dan weer hier en dan weer daar, of soms ook helemaal niet. Daarom leven nomaden in tenten. Weidegronden liggen immers ver uit elkaar. Helaas zijn de gebruiksrechten van die weidegronden niet vastgelegd. Boeren mogen dat land dus inpikken en doen dat ook. Steeds meer en steeds vaker. Dat zet kwaad bloed bij kamelenherders. Voeg daarbij het ontbreken van onderwijs, veiligheid en werkgelegenheid in die contreien en voilà: er ontstaat een harde kern van ongeletterde en gewapende herders die zich aan niemand iets gelegen laten liggen.
“De regering maakte handig gebruik van opgekropte frustraties”, zegt Mohamed Sadik, prominent lid van een Arabische nomadenstam in Darfur en tevens directeur van een hulporganisatie in El-Fasher. Ook zijn eigen stam, de Zayyadiya, bezweek onder de verleiding om met steun van het leger land in te pikken. Drie jaar vechten en vele doden later kwam de stam bij zinnen en sloot vrede met de buren. Maar de strijd kan zo weer oplaaien omdat de problemen rond landkwesties en sociale en economische achterstelling niet zijn weggenomen en omdat geweld soms loont.

Vredesproces
Komt het nog goed in Darfur? De oude sjeik Hassan Abdel Aziz ziet de toekomst somber in. De twee legercommandanten die hem zojuist bezochten, beweren dat zij manschappen onder controle hadden en dat hun eenheid voor stabiliteit in de regio zorgde. “Ik ken die jongens”, schudde de sjeik zijn hoofd. “Nomaden laten zich niet commanderen.” De voortgaande militarisering en het toenemende gebruik van drugs en alcohol bij milities ziet de sjeik als een slecht voorteken. “De jongens die nu vechten, veranderen niet meer”. knikt Mohamed el-Sayyid van belangenorganisatie Massar. Weliswaar slaagde hij erin om zijn neven buiten de oorlog te houden, hij kent genoeg jongens van vijftien die hun vechtende broers achterna zijn gegaan.
Zonder onderwijs en economische kansen grijpt de nomadenjeugd straks massaal naar de wapens, daarover zijn onderzoekers, gematigde Arabische leiders en prominente Darfuri’s het eens. Daarom willen burgers een stem bij besprekingen over Darfur. Tot nu toe werden verzoeken niet gehonoreerd, omdat nieuwe partijen het proces maar zouden bemoeilijken. Oproerkraaiers daarentegen worden uitgebreid gefêteerd op buitenlandse reisjes en krijgen een plek aan de onderhandeltafel omdat zij een grote achterban zouden vertegenwoordigen. Maar die achterban is de oorlog meer dan zat en wil hoe dan ook vrede. Krijgsheren frustreren het vredesproces, omdat zij hun positie danken aan strijd.
De tijd gaat dringen voor Darfur. Andere gebieden eisen de aandacht op, zoals Zuid-Sudan, waar de spanningen hoog oplopen vanwege het aanstaande referendum over onafhankelijkheid. Hopelijk lukt het prominente Darfuri’s en gematigde Arabische nomaden hun stem te laten horen voordat Darfur opnieuw in de coulissen van het internationale toneel verdwijnt.

Arita Baaijens

Arita Baaijens reist, maakt foto's en schrijft verhalen. Dit doet ze onder...

Lees meer van deze auteur >

Reacties