'Nederland moet embargo Irak helpen opheffen'

18-06-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: onzeWereld

'Uw regering maakt zich medeschuldig aan massavernietiging,' zo hield Dennis Halliday de Nederlandse parlementariërs op 14 juni voor. Halliday was naar Den Haag gekomen om de speciale rol die Nederland speelt bij handhaving van het embargo tegen Irak aan de kaak te stellen.

Als tijdelijk voorzitter van de Veiligheidsraad neemt Nederland een cruciale positie in. Van de vijf permanente leden van de raad zijn er drie (China, Frankrijk en Rusland) vóór opheffing van het embargo. De twee andere vaste leden (Groot-Brittannië en de Verenigde Staten) zijn tegen. Bovendien is VN-ambassadeur Van Walsum voorzitter van het Irak-Sanctiecomité van de Veiligheidsraad.

Volgens Halliday geeft dat Nederland een bijzondere positie 'om het keiharde beleid van Groot-Brittannië en de VS' ter discussie te stellen. Maar, zegt Halliday, ‘Nederland steunt die twee landen door dik en dun. Nederland is een stroman van de VS.'

In een poging Saddam Hussein tot ontwapening te dwingen stelden de Verenigde Naties na het einde van de Golfoorlog, ruim negen jaar geleden, een economische embargo tegen Irak in. Indirect was het embargo ook bedoeld om Saddam van de troon te stoten.

Van beide doelstellingen is weinig terechtgekomen. Saddam zit stevig in het zadel en de VN-wapeninspecteurs komen het land niet meer in. De gevolgen voor de Irakese bevolking zijn echter desastreus. Volgens Unicef sterven er per maand vijf- tot zesduizend kinderen aan ondervoeding en gebrek aan medicijnen.

Bovendien is de (sociale) infrastructuur van het land vernietigd, evenals de middenklasse. Er zijn wel een aantal maatregelen genomen om de effecten voor de bevolking van het embargo te verzachten, zoals het olie-voor-voedsel-programma: Irak mag olie exporteren als het voor de inkomsten daarvan voedsel voor de bevolking aanschaft. De effecten hiervan zijn echter beperkt.

‘Genocidaal beleid’
Halliday spreekt van 'genocidaal' beleid. Om die reden nam hij anderhalf jaar geleden ontslag als VN-coördinator voor humanitaire zaken in Irak. Zijn opvolger, Hans von Sponeck, legde er, om dezelfde reden, begin dit jaar het bijltje bij neer, een dag later gevolgd door Jutta Burghardt, de vertegenwoordiger van het wereldvoedselprogramma van de VN in Bagdad.

De Nederlandse regering, en naar het lijkt een meerderheid in de Tweede Kamer, houdt echter vooralsnog vast aan handhaving van het embargo.

Natuurlijk moet de bevolking geholpen worden, vindt VVD-Kamerlid Geert Wilders, 'maar vorige week nog heeft Saddam een schip vol babymelk teruggestuurd. De pakhuizen in Bagdad liggen vol medicijnen. We moeten geen centimeter bewegen. Op het moment dat de sancties worden opgeheven, heeft Saddam geld om nieuwe massavernietigingswapens te kopen. De bevolking zou er bovendien niet van profiteren.'

Iets voorzichtiger is Jan Hoekema van D66. Ook hij ziet geen mogelijkheden de sancties op te heffen, maar hij wil wel dat Nederland zijn positie in de Veiligheidsraad maximaal uitbuit. 'Nederland moet een tussenposititie innemen. Tussen de Verenigde Staten en Engeland die sowieso willen doorgaan met de sancties en de critici aan de andere kant.'

Bovendien wil Hoekema dat er meer dan nu wordt nagedacht over een 'exit-strategie': op den duur zullen de sancties moeten verdwijnen, maar als het zover is, hoe moet dat dan?

En: 'Meer dan nu moeten er hulpgoederen naar Irak. Nederland moet in de Veiligheidsraad zijn best doen om dáár een schepje bovenop te doen.'
Negen jaar fout beleid?
Het opheffen van de sancties vanwege de humanitaire situatie is sowieso al een probleem: als er niet aan de voorwaarden van de VN wordt voldaan, is het beëindigen van de sancties hetzelfde als toegeven dat het beleid van de afgelopen negen jaar fout is geweest. Dat zullen de Amerikanen in elk geval nooit doen.

Dennis Halliday is van dit laatste niet zo overtuigd. Inmiddels komen Groot-Brittannië, de VS én Nederland volgens hem steeds geïsoleerder te staan in hun vasthoudende standpunt. Onlangs schreven zeventig Congresleden een brief aan president Clinton met het verzoek het embargo op te heffen.

In de Amerikaanse (kwaliteits)pers wordt openlijk schande gesproken van de desastreuze gevolgen van het embargo. Halliday: 'Als straks de nieuwe Amerikaanse president onverhoopt besluit het embargo op te heffen, slaat Nederland een mooi figuur. Jullie houding zal jullie in de rest van de wereld nog lang worden nagedragen.'

Volgens Halliday is opheffing van het embargo een eerste stap. Tegelijkertijd moet de militaire monitoring van Irak serieus ter hand worden genomen, zodat echt geen wapens het land kunnen binnenkomen.

Daarnaast moet begonnen worden met de wederopbouw van de economie. Halliday: 'Saddam Hussein kan nu het gebrek aan voedsel, medicijnen en benzine wijten aan externe factoren. Als straks het embargo is opgeheven en de economie weer wat draait gaat de bevolking aan hem vragen waarom er geen benzine is.'

Reacties