Nederland maakt werk van homo-emancipatie

15-11-2007
Door: Mas Yoris de Vaal
Bron: OneWorld

Eerder dit jaar had Koenders opdracht gegeven aan Nederlandse ambassades om de rechten van homoseksuelen in partnerlanden te onderzoeken. Uit de eerste voorlopige resultaten van dit onderzoekt blijkt dat het in de meeste landen slecht gesteld is met homorechten.
Koenders
 Koenders, Foto: CC
In de helft van de 36 partnerlanden zijn homoseksuele handelingen strafbaar, variërend van gevangenisstraf tot doodstraf, zoals in Jemen.
 
Zelfs in landen waar homoseksualiteit niet strafbaar is, komt het vaak voor dat homo's vervolgd worden op basis van andere strafbepalingen. Discriminatie en homofobie zijn eerder regel dan uitzondering en in sommige gevallen worden individuele homoseksuelen door de plaatselijke autoriteiten lastiggevallen. Vorig jaar werden bijvoorbeeld deelnemers aan de eerste Gay-Parade in Rusland door zowel politie als tegenstanders van de manifestatie in elkaar geslagen. Deze praktijken zijn een gevaar voor de mensenrechten en de relatie tussen mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking is van essentieel belang, zo onderstreept Koenders in zijn Kamerbrief.
 
Homobeleid regering
Rechten van homo's zijn de afgelopen tijd veelvuldig in het nieuws geweest. Denk bijvoorbeeld aan de homo-emancipatienota van minister Plasterk getiteld 'Gewoon homo zijn', of de ophef bij de ChristenUnie over homo's binnen de partij. Ook de recent verschenen nota 'Naar een menswaardig bestaan -een mensenrechtenstrategie voor het buitenlands beleid' van minister Verhagen besteedt ruim aandacht aan homobeleid. In deze nota worden een aantal punten uitgestippeld waar Nederland zich de komende jaren op dient te richten (zie kader). Het gaat hierbij vooral om punten waar Koenders in zijn Kamerbrief extra aandacht voor heeft gevraagd.
 
 
Strategische inzet
- Nederland zal in bilaterale contacten aandacht besteden aan de positie van
homoseksuelen en waar nodig pleiten voor afschaffing van strafbaarstelling van
homoseksuele handelingen.
 
- Nederland zal capaciteitsopbouw van internationale en lokale ngo's die strijden
voor non-discriminatie van homoseksuelen ondersteunen.
 
- Nederland zal een actieve lobby voeren om ngo's te steunen die strijden voor non-discriminatie van homoseksuelen en die een consultatieve status bij ECOSOC
nastreven.
 
- Nederland zal een expert op het gebied van non-discriminatie van homoseksuelen bij het kantoor van de Mensenrechtencom- missaris van de Raad van Europa financieren.
 
Bron: nota mensenrechtenstrategie Minbuza
Hoopgevend
De uitgebreide aandacht voor homorechten in het kabinetsbeleid is volgens Frans Mom te danken aan een succesvolle lobby van homobelangenorganisaties. Frans Mom, voorheen Hivos' beleidsmedewerker en nu extern adviseur voor Hivos op het terrein van homorechten en Aids, benadrukt het feit dat zeker deze lobby in de fase van de onderhandelingsgesprekken voor de nieuw te vormen regering ervoor gezorgd heeft dat er een paragraaf over homorechten in het regeerakkord is opgenomen
Hij is dan ook verheugd over het feit dat de komende vier jaar veel aandacht aan deze thematiek wordt besteed. 
 
Voortouw
Het is volgens Mom niet voor het eerst dat Nederland het voortouw neemt bij het aankaarten van homorechten. Als concreet voorbeeld noemt hij de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor homo- en lesbienne- stellen waarmee Nederland gidsland is geworden voor vele landen in de wereld. Ook in Europees verband (toelatingseisen nieuwe lidstaten) en in de verschillene organen van de Verenigde Naties is Nederland veelal een aanjager en bewaker van de homorechten. Mom vindt het wel uniek dat er nu twee ministers (Koenders en Plasterk) zijn die zich homobelangen nadrukkelijk aantrekken en dat dit ook zo expliciet in het beleid vertaald is. René van Soeren, woordvoerder van COC Nederland is het hiermee eens. "Ik heb de indruk gekregen dat we langs dezelfde lijn werken", aldus van Soeren. Ook hij heeft nog niet eerder meegemaakt dat homorechten zo nadrukkelijk in het beleid terugkomen. Ambtsberichten worden nu ook in overleg met onder andere COC gemaakt, waardoor jarenlange praktijkervaring verwerkt kan worden in beleid. Ruud Bosgraaf, persvoorlichter van Amnesty International, laat in een reactie weten dat er "in het verleden zeker al aandacht voor LGBT (Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender -red.) in individuele landen was, maar dit hing heel erg af van de lokale Nederlandse ambassade. Daarom is het goed dat er nu een eenduidig beleid komt."
 
Rol voor maatschappelijk middenveld
Het zijn mooie woorden van Koenders, maar zal het ook concreet iets opleveren? "Ja wel degelijk!" is de eerste reactie van Mom. "Elke stap is een serieuze stap en bovendien is er een groter draagvlak gevonden bij de regering". Toch erkent Mom ook de moeilijkheden die dit kan opleveren. Het aankaarten van homorechten bij buitenlandse regeringen kan al snel opgevat worden als inmenging van de binnenlandse politiek en wordt daarom niet altijd op prijs gesteld. Van Soeren haalt een voorbeeld aan van een prille homo-organisatie in Mozambique, waar homo's illegaal zijn.
 
De overheid heeft hier weinig oren naar de mooie woorden van Nederland,
gaypride
Foto: CC
maar toch kunnen er belangrijke stappen gezet worden door de Nederlandse ambassade daar. Zo heeft het COC contact met de Nederlandse ambassadeur, zodat deze weet wat er speelt. Vervolgens kan de homo-organisatie advies inwinnen bij de ambassade, die tevens een beschermende functie kan bieden. Zaak is dat ambassades vooral in samenspraak met lokale homobewegingen overheden kunnen aanspreken op homorechten, behalve in gevallen waar levens van individuen in gevaar komen. Van Soeren dicht het maartschappelijk middenveld, tevens civil society genoemd, dan ook een belangrijke rol toe. 
 
Ook Mom juicht het toe dat Nederland een progressief beleid voorstaat, "maar in internationaal verband zullen we er voor moeten waken dat het vooral de lokale organisaties in het Zuiden zijn die het proces van ontwikkeling in eigen land aangeven. Onze steun zal daarop afgestemd moeten zijn en dan wel zodanig dat de lokale gay en lesbian-organisaties de civil society kunnen versterken."
 
Met de hernieuwde aandacht voor homorechten verwacht Mom een positieve uitwerking op het aanbod van mogelijkheden om deze voornemens ook daadwerkelijk te verwezenlijken. Van Soeren ziet het nieuwe homobeleid van de regering als een uitnodiging om samen te werken. "Het zijn goede voornemens, de praktijk zal uitwijzen of het goed uitpakt". Toch zijn er ook nog wat kanttekeningen te plaatsen. Het homobeleid is enkel gericht op partnerlanden, terwijl in landen dichtbij huis, waaronder landen in de EU hier buiten vallen. Bosgraaf merkt daarover op "het zou goed zijn als Nederland dit beleid ook exporteert op Europees en VN nivo en uiteindelijk dit niet alleen richt op partnerlanden maar op alle landen."
 
De vraag is nu of het internationaal klimaat rijp genoeg is om de rechten van homo's steviger aan te kaarten. Nederland heeft in ieder geval het voortouw genomen.

Kamerbrief

Nota Mensenrechtenstrategie

COC Nederland

HIVOS

Reacties