Multinationals willen einde aan moorden op de Filipijnen

19-11-2006
Door: Marwaan Macan-Markar
Bron: IPS

De internationale bedrijven, die zich doorgaans niet publiekelijk uitlaten over mensenrechtenschendingen, kwamen deze week met de ongebruikelijke verklaring . Volgens lokale mensenrechtengroepen werden sinds januari 2001, toen Arroyo aan de macht kwam, 766 mensen vermoord.
 
"Misschien onderneemt de regering nu eindelijk actie en erkent zij dat ons de mensenrechtensituatie in ons land internationaal gezien een schandaal is", schreef de Philippine Daily Inquirer afgelopen week in een commentaar op het pleidooi van de Gezamenlijke Buitenlandse Kamers van Koophandel (JFC) en het Regionale Hoofdkantoor van de Filipijnse Associatie van Multinationale Ondernemingen.
 
Tot de bedrijven die hun naam onder de verklaring zetten horen grote namen in de kledingindustrie, zoals Gap, Polo, Ralph Lauren en Liz Clairborne. Bedrijven die Manilla moeilijk kan negeren, vooral nu het land graag buitenlandse investeerders wil aantrekken om de economie te versterken.
 
De bemoeienis van de multinationals met de mensenrechtensituatie op de Filipijnen is een tweede, onverwachte ontwikkeling in enkele weken tijd. Op verzoek van Filipijnse mensenrechtenorganisaties hield het Permanente Volkstribunaal in Den Haag begin november een zitting over Arroyo's verantwoordelijkheid voor de moorden. Het tribunaal wil in maart 2007 beginnen met het onderzoek in de zaak.
 
De moorden vinden vrijwel altijd onder dezelfde omstandigheden plaats", zegt Harry Rogue, rechtsgeleerde aan de Universiteit van de Filipijnen. "De slachtoffers worden van dichtbij geliquideerd door daders op motorfietsen. Mensenrechtengroeperingen hebben ontdekt dat er paramilitaire en militaire groeperingen achter deze moorden zittten."
 
Anderen die de moorden onderzochten, zoals Michael Anthony van de Aziatische Mensenrechtencommissie (AHRC) in Hong Kong, zeggen dat het geweld gericht is tegen mensen die politiek links georiënteerd zijn. Afgelopen week bracht de AHRC een onderzoeksrapport uit waaruit blijkt dat de meeste moorden tot nu toe plaatsvonden in de regio Centraal-Luzon, in het noorden van het land.
 
Onder de slachtoffers bevonden zich 21 kerkelijk werkers, waaronder negen pastores en een priester, meldt het rapport. "De mensen die vermoord werden kwamen vooral uit groeperingen die werken met armen en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen", zegt Anthony, "Ze hadden volgens betrokkenen al vaker te maken gehad met tegenstand omdat ze problemen in hun land aankaarten en pleitten voor verandering."
 
Een van de slachtoffers, bisschop Alberto Ramento van de Iglesia Filipina Independiente (Filipijnse Onafhankelijke Kerk), was voor zijn dood in oktober verschillende malen bedreigd omdat hij zich inzette voor mensenrechten. De 69-jarige Ramento werd met zeven messteken om het leven gebracht.
 
Manilla zit al decennialang gevangen in een gevecht met het Nieuwe Volksleger (NPA), de militaire tak van de Communistische Partij van de Filipijnen. Onder Arroyo heeft de het leger meer ruimte gekregen om linkse gewapende tegenstanders op te sporen. Die ruimte kreeg het deels in ruil voor steun aan Arroyo bij de presidentsverkiezingen. Het leger heeft om extra geld gevraagd om de NPA tegen 2010 tandeloos te maken.
 
Mensenrechtengroepen maken zich vooral zorgen over de kennelijk onwil om daders van de moorden te vervolgen. Ook nemen ze geen genoegen met de uitleg van de regering dat de moorden geen onderdeel zijn van een 'nationale samenzwering', maar het werk zijn van "bandieten". "De regering is misschien niet direct of openlijk betrokken bij de moorden, maar ze weigert wel de slachtoffers te beschermen en de zaken grondig te onderzoeken", zegt Anthony.

Reacties