OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De kwestie ligt extra gevoelig doordat het Koerdisch zelfbestuur in Noord-Syrië gelieerd is aan de Syrisch-Koerdische YPG. Turkije ziet de YPG als een verlengstuk van de militante Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Al decennialang bestrijdt zij de beweging in eigen land om te voorkomen dat Koerden daar zelfbestuur krijgen. De YPG ontkent overigens banden te hebben met de PKK.

Volgens Jawidan Hassan, een vertegenwoordiger van de Syrische Koerden in de autonome Koerdische regio in Irak, tolereert Turkije gewoonweg geen democratie en geen Koerden: “Erdogan weet dat in de toekomst andere minderheden in Turkije ook naar een democratisch systeem zoals in Rojava [de Syrisch-Koerdische regio in Noord-Syrië] zullen streven. Net als eerdere regeringen vecht Erdogan tegen de Koerden, ze accepteren de Koerden niet.” Hassan verwijst naar luchtaanvallen van Turkije in 2016 op PKK-doelen in Noord-Irak. “Erdogan bombardeert niet alleen de Koerden in Turkije, maar ook in Irak. En toen de Koerden in Irak een onafhankelijkheidsreferendum wilden [in september vorig jaar], sloot hij de grenzen, en dreigde hun aan te vallen.”

De Turken vrezen dat de Amerikaanse aanwezigheid zorgt dat de Koerden een lokaal bestuur kunnen creëren

Toen de Verenigde Staten twee weken geleden meldden 30.000 man te willen verzamelen en trainen om de Syrische grens langs Irak en Turkije te bewaken, was de maat voor Turkije vol. Eerder hoopte Turkije nog dat Amerika de Koerden aan hun lot zou overlaten en zich zou terugtrekken uit Syrië, maar Trump blijft de Koerden ondersteunen en bewapenen, vanwege IS. Ook nu zelfs Rakka van IS is bevrijd, blijven de VS in Syrië.

Enkele dagen voor de Turkse inval zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Rex Tillerson, hierover: “We mogen niet dezelfde fouten maken als in 2011, toen we voortijdig uit Irak vertrokken waardoor Al Qaida wist te overleven en zich kon omvormen tot IS.”

De Turken op hun beurt vrezen dat de Amerikaanse aanwezigheid zorgt dat de Koerden een lokaal bestuur kunnen creëren en beschermd worden tegen zowel Turkije als tegen de Syrische president Assad. Dit gebeurde eerder met de Iraakse Koerden in 1991; zij kregen bescherming van de Amerikanen tegen Saddam Hoessein.

Erdogan dreigde vrijdag dan ook de militaire operatie in Afrin uit te breiden vanaf de stad Manbij tot aan de grens met Irak; een bedreiging voor Amerikaanse soldaten in dit gebied.

north-syria-8june-20171
Kaart Noord-Syrië 2014-2017

Russisch verraad

Terwijl de relatie tussen Turkije en de VS lijkt te bekoelen, worden tegelijkertijd de banden tussen Rusland en Turkije aangehaald. Nadat Turkse functionarissen Rusland hadden bezocht, trokken Russische troepen zich nét voor de Turkse aanval terug uit Afrin. Dit wordt door de Koerden gezien als verraad, aangezien ze eerder redelijk goede banden hadden met de Russen. Ook werkt Turkije samen met Iran en Rusland aan vredesbesprekingen in het Russische Sochi, een overleg dat zowel de Koerden als de Syrische oppositie met argusogen bekijken: de inzet ervan is immers dat Assad moet aanblijven. De Syrische oppositie boycot de besprekingen.

“Rusland gaf ons een ultimatum: of het Assad-regime komt terug naar Afrin, of Turkije valt aan,” zegt Abdulkarim Omer, hoofd Buitenlandse Zaken van het kanton Jazira, onderdeel van de Syrisch-Koerdische regio Rojava. “We accepteerden de terugkeer van het regime niet.”

Volgens Omer lijkt het erop dat Turkije de terugkeer van het Syrische leger in Idlib, een andere grensstreek, accepteert in ruil voor de aanval op Afrin. Het VSL en de Syrische oppositie hebben volgens hem weinig in te brengen in de strijd tussen grootmachten: “Eerst liet de Syrische oppositie Azaz en Jarabulus aan Turkije, in ruil voor Aleppo. En nu geven ze ook Idlib op, omdat de Russen dat willen. Het VSL kan niks doen omdat ze geen macht hebben, noch een strategie”, zegt Omer.

Teleurstelling in Europa

In Nederland wilde minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra de Turkse aanval op Afrin niet veroordelen, vanwege de vermeende banden tussen de YPG en de PKK en mogelijke mensenrechtenschendingen. “De YPG is niet voor niets een organisatie waar Nederland geen steun aan heeft verleend”, zei hij.

SP-kamerlid Sadet Karabulut vertelde me dat met haar weigering de aanval te veroordelen, de Nederlandse regering zich impliciet achter Turkije schaart: “Hiermee laat Nederland de Koerden, christenen en Arabieren in Noord-Syrië in de steek. Wie vrede wil, moet deze nieuwe aanval veroordelen en aandringen op vertrek van Turken uit Syrië.”

Ook de Syrisch-Koerdische Abdulkarim Omer bekritiseert de Nederlandse steun aan Turkije. “IS kwam jarenlang Syrië binnen via Turkije. Turkije steunt terrorisme en valt ons aan om ons te beperken in de strijd tegen dit terrorisme. De Turkse aanval zal niet stoppen in Afrin, en leiden tot instabiliteit in de hele regio”, aldus Omer. De Turkse overheid is er veelvuldig van beschuldigd voor 2016, IS strijders de grens met Turkije te laten passeren. Ook zijn er aantijgingen dat zij hen eerder zelf van wapens hebben voorzien en olie met hen hebben verhandeld.

Turkije begon IS pas in 2016 te bestrijden, toen het erop leek dat de Koerden het grensgebied in Noord-Aleppo zouden innemen. Dan zou een groot deel van de Turkse grens aan Koerdisch gecontroleerd gebied grenzen. Voordien leek Turkije geen enkel probleem te hebben met de aanwezigheid van IS in het gebied.

Volgens Jawidan Hassan worden de Syrische Koerden onrechtvaardig behandeld: “We hebben de IS-hoofdstad Rakka bevrijd, en nu valt Turkije ons aan? We vechten in Afrin voor de menselijkheid en onze rechten,” zegt hij. “Maar Erdogan wil geen democratie en dreigt Europa met meer vluchtelingen.”

Vluchtelingenproblematiek

Dat de Turken beweren dat ze vluchtelingen willen laten terugkeren naar Afrin en naar andere gebieden waarvandaan ze zijn gevlucht, doen de Koerden in Afrin af als belachelijk: “Er wonen momenteel tienduizenden vluchtelingen uit alle delen van Syrië in Afrin. Wat bedoelt Turkije dan met ‘terugkeren’?” vraagt Omer zich af.

Volgens de VN wonen er in Afrin en de omringende gebieden die onder Koerdische controle staan, bij elkaar 323.000 mensen. Circa 125.000 daarvan zijn Syriërs die uit andere gebieden zijn gevlucht. De Turkse aanval raakt dan ook niet alleen de Koerdische bevolking: Op 21 januari, kwam een familie van zeven mensen, waaronder vijf kinderen, om tijdens een Turks bombardement. Allen waren gevlucht voor de gevechten tussen rebellen en de Syrische regering in Idlib.

De Syrisch-Koerdische politicus Abdulbasit Seyda stapte vorige week uit de Syrische oppositie uit protest tegen hun steun aan de aanval op Afrin. Volgens hem probeert de Turkse regering vooral de eigen bevolking te paaien, die zich verzet tegen de aanwezigheid van drie miljoen Syrische vluchtelingen in hun land. “Ik denk dat ze proberen de Turkse bevolking te overtuigen, aangezien er veel stemmen zijn die een oplossing van het vluchtelingenprobleem eisen”, zei hij. Maar SP-kamerlid Karabulut beargumenteert dat Afrin aanvallen niet helpt: “Als je vluchtelingen echt wil helpen, stop je met bommen gooien.”

Lange strijd

Ondertussen gaat de strijd in Afrin door. De Koerden zeggen dat ze niet opgeven, maar zich – zoals ze eerder in Kobani deden tegen IS – zullen verzetten tegen Turkije in Afrin. Maar er is een groot verschil: in Kobani kregen de Koerden luchtsteun van Amerika. Nu worden de Koerden zelf gebombardeerd door de Turkse luchtmacht. Desondanks denken de Koerden zich te kunnen weren tegen de Turkse aanval. Het bergachtige gebied werkt in hun voordeel: ze zijn getraind op het gebruik van tunnels en guerrillatactieken.

Volgens Arges, een Spaanse vrijwilliger die in het verleden met de Koerden tegen IS in Rakka vocht, zal het voor de Turken niet gemakkelijk zijn de Koerden te verslaan. “De aanval is een grote fout van Turkije. De Koerden zijn goed bewapend, zoals met hun anti-tank wapens, goed georganiseerd, en buitengewoon gemotiveerd. Koerden zijn niet als de Syrische soldaten, die wegrennen zodra ze onder vuur komen”, legt hij uit.

Jemil Suleiman, een lokale functionaris in Afrin, denkt er hetzelfde over: “De Turkse regering zal een zware prijs betalen, omdat de Koerden zich niet zo makkelijk zullen overgeven. Turkije zet de regio weer in vuur en vlam, terwijl IS hier niet aanwezig is: er is hier geen enkele terrorist.”

De Turkse aanval kostte tot nu toe het leven aan 42 burgers, volgens het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten, en hun aantal zal vrijwel zeker toenemen. Uitzicht op een einde is er nog niet. Een woordvoerder van Erdogan zei in een interview met de BBC dat de ‘operatie zo lang zal duren als nodig is’.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
670

Wladimir van Wilgenburg

Wladimir van Wilgenburg is freelancejournalist. Hij schrijft over Irak, Syrië en Turkije met een specifieke focus op de Koerden.
Profielpagina