OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Het bedrijfsleven raakt meer en meer betrokken bij ontwikkelingsgeld. In toenemende mate lobbyen bedrijven succesvol om ontwikkelingsgeld te spenderen aan markten en partners waaraan het Nederlandse bedrijfsleven kan verdienen. Dat was de strekking van het in juli gepubliceerde artikel op website voor onderzoeksjournalistiek Follow The Money (FTM). En sinds Ontwikkelingssamenwerking en Handel in 2012 één ministerie werden is deze invloed van het bedrijfsleven alleen maar toegenomen.

Bedrijven lobbyen continu voor het inzetten van ontwikkelingssamenwerking om de export van Nederlandse bedrijven te stimuleren

De Dutch Trade & Investment Board (DTIB) is een overlegorgaan voor topambtenaren en bedrijven over economisch beleid. Al vijftien jaar lang lobbyt het bedrijfsleven continu voor het inzetten van ontwikkelingssamenwerking om de export van Nederlandse bedrijven te stimuleren. Met succes: voormalig staatssecretaris van Economische Zaken en Ontwikkelingssamenwerking Ben Knapen (CDA) garandeerde de DTIB in 2011 dat ’70 tot 80 procent van de middelen bij het Nederlandse bedrijfsleven [zal] komen’.

Hierop werd in het nieuwe kabinet Rutte-II Ontwikkeling en Handel bij elkaar gevoegd tot het ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS), wat samenging met miljardenbezuinigingen. Er kwam veel kritiek: ontwikkelingssamenwerking en handel zouden niet dezelfde doelen voor ogen hebben. Ontwikkelingsgeld is onder meer bedoeld om sociale en economische ongelijkheid tegen te gaan en humanitaire hulp te faciliteren. Handel is daarentegen gemotiveerd door winstgevende markten. De risico’s van het samenvoegen: potentiële winsten zouden leidend worden in besluiten over welke projecten gestart zouden worden, en ontwikkelingsgeld zou met bepaalde eisen gepaard gaan, zoals het afnemen van Nederlandse producten.

Budget richting bedrijfsleven

Het is te eenvoudig om te stellen dat het totale beleid en budget van Ontwikkelingssamenwerking voor eigenbelang wordt ingezet. Binnen de complexe begroting lopen talloze projecten al jarenlang door elkaar, met integere doelstellingen ten bate van ontwikkeling, in allerlei landen met verscheidene partners.

Het is niet mogelijk om op basis van openbare gegevens exact te berekenen hoeveel procent van het Ontwikkelingssamenwerkingsbudget naar het Nederlandse bedrijfsleven is gevloeid, maar in dit rapport wordt berekend dat een deel van de bilaterale hulp – hulp van land tot land, circa 60 procent van alle hulp in 2014 – bij Nederlandse bedrijven terechtkwam.

Bovendien is het budget om de private sector in andere landen te stimuleren en investeringen van Nederlandse bedrijven te garanderen, met ruim 100 miljoen euro gestegen. Dit dekte tussen 2005 en 2012 9 procent van het budget van Ontwikkelingssamenwerking.

Vervlochten met migratie

Hoewel migratie en ontwikkelingssamenwerking op het oog verschillende beleidsterreinen vormen, zijn ze meer dan ooit met elkaar vervlochten. Zowel nationale overheden als de Europese Unie (EU) zien migratie als een gevolg van een gebrek aan ontwikkeling. Een beproefde remedie is dan het stimuleren van ontwikkeling in de regio. Zo lang mensen het in hun eigen land goed hebben, zullen ze niet migreren, is het idee.

Migratie wordt gezien als van eenzelfde orde van negativisme als armoede, terreur en klimaatverandering

Ook minister Kaag draagt dit idee uit. Als onderdeel van het buitenlands beleid is ontwikkelingssamenwerking ‘integraal gericht op de bestrijding van grondoorzaken van armoede, migratie, terreur, en klimaatverandering’, schrijft ze in haar beleidsplan. Migratie wordt dus gezien als van eenzelfde orde van negativisme als armoede, terreur en klimaatverandering. Het tegengaan van irreguliere migratie, klimaatacties en het verkleinen van conflict in de wereld is volgens haar onderdeel van het versterken van het verdienvermogen van Nederland.

Ook internationaal werkt Nederland aan het creëren van ontwikkeling als medicijn tegen migratie. De EU zet deze plannen uiteen in een uitgebreid beleidspakket, de GAMM, dat ‘ten goede komt van alle betrokkenen: EU, partnerlanden en migranten zelf’. Er zijn vier hoofddoelen: 1) het beter organiseren van legale migratie; 2) het voorkomen van irreguliere migratie en stoppen van mensensmokkel; 3) maximale impact halen uit ontwikkeling en 4) het promoten van internationale bescherming en asiel.

Op papier behoren alle vier deze terreinen aandacht te krijgen en betekent in zee gaan met partnerlanden ook het voor migranten en asielzoekers openen van legale kanalen richting Europa en het investeren van ontwikkelingsgeld in lokale economieën. De realiteit kent echter zeer weinig concrete plannen en afspraken met partnerlanden. De Nederlandse overheid geeft zelf ook aan dat het lastig is de herkomstlanden van migranten te overtuigen om partnerschappen rond handel, veiligheid en migratie af te sluiten. Punt 2 van de GAMM krijgt echter overweldigende praktische invulling: er gaat enorm veel geld naar grensbewaking en het arresteren van mensensmokkelaars.

Terugnemen van migranten

In de EU kreeg de Europese Commissie het mandaat om met partnerlanden te onderhandelen. Toen het Europese beleidsplan GAMM in 2005 startte, was het belangrijkste doel om herkomstlanden over te halen om – in Europa ongewenste – migranten terug te nemen. Deze onderhandelingen verliepen vaak stroef; herkomstlanden waren niet geïnteresseerd in het verplicht terugnemen van migranten en vreesden politieke consequenties als ze aan de leiband van de EU kwamen te liggen.

Om deals voor partnerlanden aantrekkelijk te maken, werden visaregelingen en ontwikkelingsgeld als compensatie ingezet. Nu, ruim tien jaar later, is terugname van migranten nog steeds het centrale thema van de onderhandelingen. Om de Afrikaanse landen tegemoet te komen zet de EU 1,8 miljard euro in een noodfonds opzij, waar Nederland 163 miljoen euro aan bijdraagt.

Migratiedeals

De Europese Commissie en de Europese lidstaten, waaronder Nederland, zetten steeds meer in op het inzetten van ontwikkelingsgeld voor migratiedeals. Voor de ‘New Deal for Africa’ wil de Commissie 8 miljard euro opzijzetten voor deals met landen, zoals recent met Libië, waar Europa grensbewaking financiert en grenswachten traint om te voorkomen dat migranten de Middellandse Zee oversteken. Daarnaast kan het geld geïnvesteerd worden in ontwikkelingsdoelen en opvang in de regio. Daar houdt het voor de Commissie niet op: alles wat andere landen kan overhalen om migratiedeals te sluiten wil ze inzetten. Denk aan subsidies op landbouw en handelsconcessies, maar ook een eerder afgesproken beleidsplan ter waarde van 4,4 miljard euro aan ontwikkelingssamenwerking met Afrikaanse landen dient opnieuw op tafel gebracht te worden.

De Afrikaanse landen merken weinig positiefs van het totale Europese beleidsplan. Kanalen voor reguliere migratie en legale routes naar Europa komen niet aan bod in het beleid. Met afspraken om asiel aan te kunnen vragen voor Europa en plannen voor Afrikanen om in Europa tijdelijk te mogen werken of te studeren gebeurt in de praktijk niks.

Aan de andere kant staan grensbewaking en economische giften wel centraal. De EU heeft na deals met Turkije en Libië inmiddels een partnerschap met Niger, door de Europese ambassadeur ook wel ‘de zuidelijke grens van Europa’ genoemd. Niger krijgt het leeuwendeel van het noodfonds van de EU, om smokkelaars te stoppen en de economie te stimuleren.

De economie van Niger was voor 60 procent gericht op migratie en lijkt na het beleid van de EU platgeslagen. Van de ontwikkelingsgelden om economie te stimuleren, merken de bewoners vooralsnog weinig; het geld lijkt naar onbetrouwbare overheidsfunctionarissen te gaan. In respons op kritiek dat het EU-beleid de situatie in Niger niet verbetert, sprak voormalig minister Koenders vorig jaar over het EU-beleid als ‘succes’, waarbij de plannen in Niger “een relatief lange aanlooptijd” hebben. Bovendien ‘verzekeren we, zoals in alle EU-interventies, dat mensenrechten worden meegenomen’.

Geld als onderhandelingsmiddel

Maar ons blijven berichten bereiken over detentiecentra in Libië, bekostigd door de EU, waarin mensenrechtenschendingen plaatsvinden en waar migranten naar teruggestuurd worden . Ook verschijnen berichten over de blokkades bij de grenzen in Niger waardoor talloze mensen zonder toekomst vast komen te zitten. In de poging van de EU-staten om migratie in hetzelfde licht als bekende problemen als klimaatverandering, terreur en conflict tegen te gaan, blijkt de praktijk weerbarstig. Ondanks de mooie intenties lijkt alleen aan het beleidsdomein ‘grensbewaking’ en ‘stoppen irreguliere migratie’ veel vervolg gegeven te worden. Ontwikkelingsgeld is hierbij een onderhandelingsmiddel geworden.

Als ontwikkeling genoemd wordt als ‘oplossing’ voor migratie, in de vorm van minder migranten, waarom wordt er dan stelselmatig gesneden in ontwikkelingsgeld? Als het stimuleren van economieën wordt gezien als manier om minder migranten te krijgen, waarom wordt dan geprobeerd zoveel mogelijk ontwikkelingsgeld bij eigen bedrijven terecht te laten komen? Nederland wil én minder kosten, én minder migranten, én meer export. In een tegenstrijdige mix van beleid komt één gedeelde noemer sterk naar voren: eigenbelang.

Dr__Keith_Nurse1

Het terugkeergeld van migratie

Zien Europese overheden onterecht over het hoofd, vindt econoom Keith Nurse.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
foto_oneworld2

Pim de Vleeschhouwer

Pim de Vleeschhouwer is sociaal wetenschapper en neemt het huidige Nederlandse en Europese migratiebeleid onder de loep. Voor het migratie …
Profielpagina

Advertentie

banneralleppo