OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De stoffige havenstad Nouadhibou, aan de rand van de Sahara in het uiterste noordwesten van de Islamitische Republiek Mauritanië, is geen toeristische trekpleister. Toch spreekt Ali Ebnou redelijk Spaans, Russisch en zelfs Mandarijn. Hij werkt net als 3000 anderen als matroos op buitenlandse industriële vissersschepen, uit onder meer Nederland, Spanje, Rusland en China. “Zo lang je maar keihard werkt, zorgen ze voor je”, zegt hij. “Met de Chinezen is het een ander verhaal. Die leven op het absolute minimum. Ze werken voor het vaderland, denk ik, en verwachten dat van iedereen.”

Onder impuls van de op investering beluste Mauritaanse regering, is Nouadhibou de voorbije jaren het toneel geworden van een internationale gold rush in de visvangst. Europese vis- voorraden zijn uitgeput en daarom sloot de Europese Commissie visakkoorden met maar liefst acht West-Afrikaanse landen. Dat met Mauritanië is veruit het grootst: sinds 1987 ging anderhalf miljard euro aan toegangsrechten naar de Mauritaanse staatskas. Voor 60 miljoen euro per jaar mogen een zestigtal Europese schepen vandaag samen 280.000 ton tonijn, heek, garnaal en kleine sardienachtige vis bovenhalen.

“Maar er wordt veel te veel gevist, legaal én illegaal”, zegt Alessane Samba, een vooraanstaande Senegalese oceanoloog. “Als er niet snel iets gebeurt, wordt West-Afrika geconfronteerd met een ernstige voedselcrisis.”

boot-vis
Een Duitse supertrawler haalt voor de kust van Mauritanië de netten binnen. Beeld door: Greenpeace / Pierre Gleizes

Stinkend goed

“Uit naam van de economische ontwikkeling worden in Maurita- nië aanzienlijke problemen onder de mat geveegd”, zegt econoom Elimane Abou Kane van Mauritaans oceanogra sch instituut IMROP in Nouadhibou. “Denk aan de gevolgen van de vismeel- business, die hier recent vanuit het niets is ontstaan.” Vismeel dient hoofdzakelijk als voer voor kweekvis en vee in Europa en Azië. Op een kaal terrein net buiten Nouadhibou, waar vijf jaar geleden nog helemaal niets stond, draaien vandaag twintig vismeelfabrieken, opgericht met Chinees en Turks kapitaal. De industrie komt overgewaaid uit Peru, waar het al overbevissing heeft veroorzaakt.

Bovendien verwerken de fabrieken in Mauritanië vooral eet-bare vis, terwijl volgens de Verenigde Naties een kwart van de Mauritaniërs regelmatig kampt met voedselonzekerheid en honger. En het goedje stinkt ook nog eens als de pest, protesteren de bewoners van Nouadhibou.

Op papier heeft de Europese Unie met visakkoorden duurzaam- heid, partnerschap en ontwikkeling hoog in het vaandel staan. Toch lopen Europese reders er soms de kantjes vanaf. Mauritanië heeft kunnen onderhandelen dat 60 procent van de bemanning aan boord van Europese schepen Mauritaans moet zijn. Een welingelichte bron uit de Nederlandse visindustrie zegt dat Europese visbedrijven Mauritaanse matrozen betalen om thuis
te blijven.

Ze worden vervangen door Duitsers of Litouwers, die beter opgeleid zijn en vlotter Engels spreken, de voertaal aan boord. “Ook de vereiste dat zoveel mogelijk vis in Mauritanië ontscheept en verwerkt moet worden, wordt omzeild”, zegt econoom Kane van IMROP. “Ze grijpen allerlei uitzonderingen aan om toch in Spanje te ontschepen. Verreweg de grootste bezorgdheid van de Europese politicus is immers werkloosheid in Europa en de verwerkingsindustrie van de Zuid-Spaanse haven Cádiz stelt 21.000 mensen te werk.”

De vismarkt in het Senegalese Joal bevoorraadt ook Europa. Beeld door: Arthur Debruyne

Van sardinella naar Sardine

De vismeelfabrieken in Nouadhibou, alsook de Chinese visvloot en de Nederlandse en Russische trawlers, gaan allemaal achter dezelfde kleine visjes aan, van het ‘pelagische’ soort. De sardinella is inmiddels overbevist. Dat betekent dat het bestand niet kan herstellen en daarom gestaag afneemt, elk jaar met ongeveer 4 procent.

Dat is voor de van oorsprong nomadische Mauritaniërs geen groot probleem, die eten zelf amper vis. De 754 kilometer lange kustlijn is grotendeels verlaten. Dat ligt anders voor de Senegale-zen. ’s Winters migreert de sardinella naar het zuiden, naar de warmere wateren van Senegal. Het contrast met buurland Senegal kan niet groter zijn: de stranden van noord tot zuid liggen er sinds mensenheugenis bezaaid met felgekleurde houten visserskano’s. De Wereldbank schat dat 20 procent van de Senegalezen van de visvangst leeft. Vooral de populaire sardinella is een goedkope bron van proteïne: in heel West-Afrika neemt de vraag toe, aan-gejaagd door een sterke bevolkingsgroei.

Ingrepen om overbevissing tegen te gaan zijn er wel. Sinds 2014 moeten Europese schepen van de Mauritaanse overheid op een afstand van twintig zeemijl van de kust vissen. De Nederlander Gerard van Balsfoort van belangengroep Pelagic Freezer-Trawler Association verzekert mij dat vissen op sardinella daardoor bijna onmogelijk is, omdat deze soort voorkomt vlak langs de kust. Nederlandse schepen hebben hun focus daarom verschoven naar de sardine, waarop in Senegal niet gevist wordt. “Het echte probleem zijn de vismeelfabrieken, die alles vangen wat ze kunnen”, aldus Van Balsfoort. Maar Europa heeft met de visserij-akkoorden jarenlang bijgedragen aan de overbevissing. En door onze koeien en varkens vismeel te voeren, blijven we dat doen.

Ook in Senegal was er actie. In 2006 maakte de regering vahet land onder druk van mondige plaatselijke vissers een radicale ommezwaai: buitenlandse schepen, die aanzienlijk meer volume vissen op één dag dan een houten kano in een jaar, zouden voort-aan amper nog mogen vissen. De boten uit de Europese Unie vissen er vandaag de dag enkel op tonijn. Maar veel Europese visbedrijven zijn toen partnerschappen aangegaan met lokale ondernemers en varen nu onder de Senegalese vlag, een slinks trucje. Het werd algauw weer business as usual. Een recent internationaal onderzoek schat dat zo’n 40 procent van de vangst in West-Afrika illegaal is. Landen in de regio zouden er jaarlijks 2,3 miljard dollar door mislopen, vermoedt het team van negen West-Afrikaanse onderzoekers in het vakblad Frontiers in Marine Science.

vis
Beeld door: Arthur Debruyne

Scheepsbouwers en nettenmakers

De Senegalezen zijn niet altijd blij met ingrepen om de vis stand te redden. Dat ondervond visser en milieuactivist (en ook kandidaat-burgemeester) Abdou Karim Sall, toen hij besloot om uit duurzaamheidsoverwegingen de vangst te beperken in zijn stad Joal.

Hoewel de aimabele burgervader in spe graag gezien is, krijgt Sall er naar eigen zeggen regelmatig dreigtelefoontjes over. “Senegal heeft geen olie, geen goud, geen diamanten”, zegt Sall. “Enkel vis. Als dat verdwijnt, wat dan?” We staan met hem op het strand van Joal, zo’n 100 kilometer ten zuiden van hoofdstad Dakar. Het is de grootste ambachtelijke vishaven van West-Afrika: hier liggen uitsluitend houten kano’s, die rechtstreeks in de branding ont-schepen en dus niet aan een kade. De 50-jarige Sall heeft Joal zien veranderen van een ingeslapen dorp tot een bedrijvige stad waar ook nettenmakers, scheepsbouwers, vis rooksters en zelfs taxichauffeurs afhankelijk zijn van de visvangst.

Menige West-Afrikaanse handelsroute begint inmiddels in Joal. Maar Sall wil dat er ook voor zijn kinderen nog vis overblijft. Bovendien vreest hij dat overbevissing naast voedselzekerheid ook andere zaken in het gedrang brengt. “Nog geen tien jaar geleden vertrokken er vanuit Joal dagelijks twee à drie pirogues (grote, houten kano’s, red.) volgeladen met migranten naar de Canarische eilanden”, zegt Sall. “Twee van mijn broers gingen mee: de ene woont nu in Madrid, de andere in Marseille. Vandaag vertrekken er al veel minder mannen. Sommigen keren zelfs terug uit Europa omdat ze moeilijk werk vinden. Maar als er niet snel iets gebeurt aan de overbevissing, gaan we nog eens hetzelfde meemaken, daar steek ik mijn hand voor in het vuur.”

man-zee
Ambachtelijke vissers in het Senegalese Joal zien de vangst jaar na jaar verminderen. Beeld door: Arthur Debruyne

Gods wil

Ook oceanoloog Alassane Samba vreest het ergste: “Sardinella wordt wel de vis van de armen genoemd. Welnu, iedereen is hier arm. De beste indicator om de totale vangst te volgen in Senegal is de prijs van de vis, en die blijft stijgen.”

Maar ook Senegalese vissers hebben boter op het hoofd. “Zo vissen ze niet met de juiste netten: de mazen zijn vaak te klein, waardoor ze ook jonge visjes vangen, die zich nog niet hebben kunnen voort-planten”, zegt Haïdar el Ali, voormalig Senegalees minister van Visvangst en gerespecteerd milieuactivist, die we spreken in Dakar. Hij vreest dat er niet meteen een ommezwaai zit aan te komen. “Duurzaamheid is hier geen zorg omdat het niet tot de kennis behoort, niet tot de gewoontes, laat staan in onze genen zit. Het kan de meeste vissers geen moer schelen: de eerste prioriteit is voedselzekerheid. Bovendien is de Senegalees fatalistisch: is er vis, dan is het Gods wil, zo niet, idem dito.” West-Afrikaanse onderzoekers, geëngageerde lokale vissers zoals Sall en activisten ijveren al jaren voor een gezamenlijk beheer van het visbestand door Marokko, Mauritanië en Senegal, de vissen verplaatsen zich immers steeds.

Een woordvoerder van de Europese Commissie zegt naar aanleiding van onze vragen over duurzaamheid: “Naar de letter van de visserijakkoorden vissen we in West-Afrika uitsluitend op surplus, ofwel wat onder andere in Mauritanië overblijft nadat lokale vissers hun deel binnenhalen. Duurzaamheid is prioriteit voor ons.”

Maar: elk van de drie landen berekent dat overschot alsof de vis netjes binnen zijn territoriale wateren blijft, alsof hetzelfde visbestand niet nog eens bevist wordt in het buurland. Een transnationaal beheersorgaan komt mede door de Europese visakkoorden niet van de grond en blijft vooralsnog een dode letter.

Ondertussen blijven de Afrikaanse jongeren vertrekken uit beide landen, ondanks de banen en opleidingen voor jongeren in Senegal waar de EU in investeert, om migratie in te dammen. De stabiliteit van de omliggende Sahel is van groot belang voor Europa, heet het. In de kustgemeenschappen van beide landen is tot nog toe weinig te merken van die initiatieven. Jongeren vragen ons naar de werkgelegenheid in Europa, en tijdens gesprekken zeggen jonge vissers soms een vertrek te overwegen omdat ze hier maar amper kunnen overleven.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Journalismfund.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
670

Kolawole Talabi

Profielpagina
fvbl90Xt_400x400

Arthur Debruyne

Arthur Debruyne (1986) schrijft voornamelijk over mensenrechten en migratie. De afgelopen tijd heeft hij hierover bericht vanuit de VS, …
Profielpagina