OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De opvang en behandeling van Molukkers is bepaald niet de fraaiste bladzijde uit de Nederlandse migratiegeschiedenis. En dat werkt door tot de dag van vandaag, zegt theatermaker Fiona Kelatow (27). Zij maakte samen met acteur en muzikant Joenoes Polnaija (28) hierover de voorstelling Dengar.

“Bij Molukkers denken mensen aan treinkapers of leden van een motorbende.” Niet veel goeds in elk geval, maar wat is precies het verhaal van de Molukse Nederlanders en wat heeft dat met andere Nederlanders te maken? In Dengar probeert Polnaija te begrijpen wat voor geschiedenis hij met zich meedraagt en hoe dit doorwerkt in zijn leven. Maar wat is het hele verhaal van de Molukse Nederlanders?

OneWorld onderzoekt: iedereen migrant
In het debat over de multiculturele samenleving valt vaak het begrip ‘Nederlandse identiteit’, waar nieuwkomers zich naar zouden moeten voegen. Maar die onveranderlijke Nederlandse identiteit, zoals  historici als  Leo Lucassen en Lex Heerma van Voss betogen, bestaat niet. Juist invloeden van buiten en de voortdurende immigratie hebben ons gevormd. Maar liefst 98 procent van de Nederlanders heeft buitenlandse voorouders. OneWorld licht in deze reeks vijf migrantengroepen uit, van 1700 tot nu, en bespreekt aan de hand van een individuele familiegeschiedenis achtereenvolgens de Hugenoten, Joden, Molukkers, Italianen en Chinezen.

DENGAR-flyer-2018

Bad guy

Die nieuwsgierigheid dreef bedenker en regisseur van Dengar, Fiona Kelatow. “Mijn vader is ook Moluks, mijn moeder Nederlands. Ik zie er niet uit als een Molukse, noch als een witte Nederlandse en hoor bij geen van beide écht. Toen ik in Zwolle de opleiding tot theaterdocent ging doen, met alleen maar witte mensen om me heen, werd ik me daarvan nog meer bewust. Wie ben ik, waar kom ik vandaan? Als theatermaker ga je automatisch reflecteren over jezelf in relatie tot de ander. Als Molukker ben je gewend alles in te slikken en voor jezelf te houden. Dat deed ik tot voor kort ook. Maar net als andere theatermakers met een migratie-achtergrond besloot ik dat uiteindelijk juist tot onderwerp van theater te maken.”

Acteur Polnaija werd vanwege zijn Molukse uiterlijk voortdurend als ‘bad guy’ gecast

Kelatow zag een filmpje van acteur Polnaija waarin hij vertelde dat hij vanwege zijn Molukse uiterlijk voortdurend als bad guy werd gecast. “Deze jongen moet ik hebben, dacht ik meteen. Ik ging met hem praten en hij bleek de zoon van een gijzelnemer (bij de basisschool in Bovensmilde in mei 1977, red.). Als maker kun je je een beter conflict niet wensen.”

Kelatow staat niet achter de Molukse acties van de jaren zeventig (onder andere twee treinkapingen, een ambassadebezetting en twee schoolbezettingen). Maar ze zijn voor haar goed te begrijpen vanuit de behandeling die de Molukkers door de geschiedenis heen ten deel viel. Polnaija verhaalt daar in Dengar dan ook over. In de zeventiende eeuw leerde de Indonesische eilandengroep de Molukken met VOC-voorman Jan Pieterszoon Coen kennen. De ‘slachter van Banda’ joeg duizenden inwoners van de Banda-eilanden over de kling om een handelsmonopolie af te dwingen, onder het motto: ‘Ontziet uw vijanden niet, God is met ons.’

Molukse bevolking
De Molukken is een eilandengroep die valt onder Indonesisch bestuur. Tijdens de Gouden Eeuw streed Nederland met succes met Spanje en Portugal om een handelsmonopolie met het gebied. De Molukse bevolking zelf werd met geweld gedwongen mee te werken. Op het hoofdeiland Ambon bekeerde uiteindelijk meer dan de helft van de bevolking zich tot het christendom en velen sloten zich aan bij het Koninklijk Nederlandsch-Indische Leger (KNIL). Ze moesten het na de Tweede Wereldoorlog opnemen tegen de Indonesiërs die onder aanvoering van Soekarno de onafhankelijkheid hadden uitgeroepen. Daarna liet de Nederlandse regering de Molukse soldaten in de steek. Het ideaal van een eigen staat is inmiddels vervlogen, maar veel Molukse Nederlanders wonen nog in aparte wijken in steden als Assen, Culemborg, Smilde en Capelle aan den IJssel. Nederland telt nu zo’n 45.000 inwoners met een Molukse achtergrond.

Tweederangs burgers

Later, in de negentiende eeuw, werden veel Molukkers juist geronseld voor het koloniale KNIL-leger vanwege hun onverschrokkenheid en loyaliteit aan de Nederlandse staat. Die loyaliteit zou ze duur komen staan. Kelatow: “Ze vochten voor een koningin die ze niet kenden, en belandden daarvoor zelfs in Jappenkampen, voor velen een traumatische ervaring.”

molukken
Eilandengroep De Molukken

Na de Tweede Wereldoorlog probeerden de Molukkers een eigen staat te stichten, wat door het Indonesische leger onmiddellijk de kop werd in gedrukt. Vierduizend Molukse KNIL-soldaten werden in 1951 met hun gezinnen op transport naar Nederland gezet.

“Daar kwamen ze terecht in vreselijke oorden, zoals het voormalige Kamp Westerbork en Kamp Vught. Ze waren hier toch maar tijdelijk, was de redenering, tot ze weer terug naar hun eilanden konden verhuizen.” Die – volgens veel Molukkers beloofde – Republik Maluku Selatan (RMS) kwam er nooit, ook omdat de Nederlandse regering geen trek had in een conflict met Indonesië.

Kelatow: “Er zat bij de eerste generatie heel veel pijn daarover. Ze waren nog steeds in afwachting van hun terugkeer. In Nederland voelden ze zich bovendien tweederangs burgers.” Ze waren uit militaire dienst ontslagen, en mochten niet werken omdat ze daarmee de Nederlandse arbeidsmarkt zouden verstoren. Pas in 1954 mochten ze aan de slag. “Die frustraties droegen ze over op de tweede generatie. Die voelde zich wel Moluks, maar had ook heel veel vragen die ze niet beantwoord kregen.”

Ook de derde generatie, waartoe Kelatow en Polnaija horen, zit met ‘vet veel vragen’, maar stuit vaak op de typisch Molukse zwijgzaamheid. “Mijn vader groeide op in een Molukse wijk in Wormerveer in een gezin van tien kinderen. Hij praat als een Zaankanter (bewoner van de Zaanstreek, red). Over het Molukse ideaal heeft hij het liever niet. Mijn opa wilde niet dat zijn kinderen iets met de onafhankelijkheidsbeweging RMS te maken hadden.”

Molukkers werden bij aankomst in Nederland gehuisvest in barakken

Gezamenlijke geschiedenis

Er gebeurde eind jaren zeventig, na de Molukse acties, wel iets opmerkelijks, melden de broers Jan en Leo Lucassen in hun boek Vijf Eeuwen Migratie: ’De reactie van de overheid op het Molukse terrorisme is, zeker in het licht van de huidige discussie over (terugkerende) Syriëgangers, hoogst interessant.’ Hoewel het Nederlandse leger keihard ingreep bij de kapingen en bezettingen, besloot de Nederlandse regering daarna beleid te ontwikkelen om de marginale positie van de Molukkers (met massale jeugdwerkloosheid en verslavingsproblemen) te verbeteren en integratie te bevorderen. “In plaats van een ronkende oorlogsverklaring volgde de erkenning van het onrecht dat Molukkers was aangedaan en kwam er ruimte voor bicultureel onderwijs, nota bene door een VVD-minister (Arie Pais).”

De derde generatie lijkt inderdaad beter geïntegreerd dan de eerdere generaties, merkt ook Kelatow. “Maar veel Molukse jongeren hebben nog steeds niet het gevoel dat ze gehoord worden. Ze zoeken naar erkenning voor wat de Molukkers voor Nederland hebben betekend. En vooral naar wat onze gezamenlijke geschiedenis is.”

Bami en spekkoek

Door de theatervoorstelling kwam ze in contact met derdegeneratie-jongeren die hun pasfoto’s aan haar gaven om in het stuk te gebruiken. Voornamelijk Amsterdammers, met roots in de speciale Molukse wijken die Nederland nog steeds telt. “Ze zijn allemaal supertrots dat hun verhaal nu wordt verteld. Hun Nederlandse vrienden die ze meenemen naar het theater, begrijpen hen nu ook beter.”

Samen hebben de Molukse jongeren een besef van anders-zijn, en ook van achterstelling en discriminatie. “Je moet meer je best doen dan witte Nederlanders. Als je in Nederland bruin bent, en een anders klinkende achternaam hebt, overkomt je dat.” En dat geeft ze weer verwantschap met Nederlands-Turkse en Marokkaanse jongeren. “Alleen vinden oudere witte Nederlanders een Indische of Molukse achtergrond minder eng omdat ze dan denken aan bami goreng en spekkoek.”

Familie-Kelatow
De familie Kelatow met jongste zoon Robert – de vader van Fiona – hurkend in het midden

Menselijker

Autochtone jongeren van nu weten niets over het Molukse verleden, is Kelatows ervaring. “In de schoolcurricula is daar geen aandacht meer voor. Langzamerhand begint er wel iets te veranderen, en komen er programma’s over zwarte bladzijdes en het slavernijverleden. Maar dat heeft dan betrekking op de Wést-Indische Compagnie, niet op de VOC.”

Jij bent niet per se verantwoordelijk voor wat er met de Molukkers is gebeurd, maar het gaat je wel aan

Bovendien raakt de Indonesische onafhankelijkheid en het Nederlandse oorlogsgeweld dat daaraan voorafging nog steeds een open zenuw. “De jaarlijkse herdenking bij het Indië-monument wordt weggemoffeld. Ik heb deze voorstelling gemaakt om te laten zien dat het om gedeeld verleden gaat, niet alleen de Molukse geschiedenis. Jij bent niet per se verantwoordelijk voor wat er met de Molukkers is gebeurd, maar het gaat je wel aan. We zijn hoe dan ook met elkaar verbonden. Voor mij is die verbondenheid ook iets moois.”

Het zou goed zijn als we meer aandacht hebben voor elkaars verhaal, denkt Fiona Kelatow. “Deze voorstelling zou even goed kunnen gaan over je Turkse of Marokkaanse buurjongen. Vraag je eens af waar de ander vandaan komt en luister naar hem. Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn. Maar begrijpen hoe iemand gevormd is, maakt je menselijker.”

En haar vader? “Hij heeft de voorstelling gezien, en ik geloof dat hij het wel goed vindt, wat ik doe. Maar hij kan het niet uiten.”

Dengar is op 12 oktober te zien in Podium Mozaïek

Amsterdam – Portugese Synagoge

Iedereen migrant #2: de joden

Wat is de geschiedenis van de joodse migratie naar Nederland?

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bewlg3-0515

Hans Ariëns

Redacteur

Hans Ariëns (1960) was de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld sinds 2015. Daarvoor oefende hij met frisse tegenzin het hoofdredacteurschap …
Profielpagina