OneWorld presenteert:

Word vriend van OneWorld

Verandering begint bij bewustwording! Daarom zetten wij ons dagelijks in voor onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld. Soms onderzoekend, soms activerend maar altijd constructief en oplossingsgericht.

Steun onze missie, draag bij aan een eerlijke en duurzame wereld!

  • Verhalen die ertoe doen, van mensenrechten tot duurzaamheid
  • Ontvang het magazine: print en/of digitaal
  • Word onderdeel van de grootste eerlijke, duurzame community van Nederland
Ja, ik word vriend (€4 per maand)

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Vluchtelingen die om economische redenen zijn gemigreerd, ‘moeten zo snel mogelijk worden uitgezet’, zei eurocommissaris Frans Timmermans. Donald Tusk, toen nog voorzitter van de Europese Raad, drukte economische migranten op het hart ‘zich de moeite te besparen en thuis te blijven’.

Vluchteling versus migrant

Het waren ooit twee verschillende concepten: economische migrant en economische vluchtelingen. Niet iedere migrant die om economische redenen vertrekt, is immers ook een vluchteling. Maar het onderscheid tussen de twee is de afgelopen jaren steeds meer vervaagd. Niet alleen in uitspraken van politici – zie Tusk en Timmermans – maar ook in officieel beleid.

Het departement van Migratie en Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie (DG HOME) omschrijft een economische migrant als ‘iemand die zijn thuisland verlaat puur om economische redenen die op geen enkele manier gerelateerd zijn aan de vluchtelingendefinitie, om materiële verbetering in zijn leven te zoeken’. DG Home stelt economische vluchtelingen zo letterlijk gelijk aan economische migranten. En de Europese lidstaten stellen beleid op om ‘nepvluchtelingen’, waarmee uitgeprocedeerde economische migranten worden bedoeld, uit te zetten.

Nederlandse politieke partijen – minus de PVV – zijn het erover eens dat we vluchtelingen moeten opnemen, maar kibbelen over de aantallen, en willen dientengevolge graag iemands status bepalen. Vluchtelingen zijn dan migranten die geen andere keuze hadden dan te vluchten. Dat betekent niet dat economische motieven nooit een rol spelen, maar wij kijken slechts naar de politieke achtergrond.

Economische vluchtelingen gelijkstellen aan economische migranten is op deze manier een middel om sommigen toe te laten terwijl anderen geweerd kunnen worden. Als alleen politieke vluchtelingen nog legitiem zijn, de enigen die ‘werkelijk’ geen keuze hadden, dan bestaat de rest immers per definitie uit nepvluchtelingen. Economische motieven worden gezien als illegitiem en egoïstisch. Aan economische migranten hangen zodoende negatieve connotaties van eigenbelang en overlast.

Ondertussen kun je met weinig moeite een grote groep migranten aanwijzen die zuiver uit economische motieven naar Europa komen, maar die juist welkom wordt geheten: de expats, mensen die hun geboorteland hebben verlaten om elders te wonen en werken.

Is een expat echt iets anders dan een ‘economische migrant’? Schoonmaaksters uit andere landen zijn net zo goed expats als hedge fund managers. Maar de praktijk leert anders: alleen rijke, hoogopgeleide ontwikkelde elites scharen we onder de expats. Behoor je niet tot die groep, maar kom je uit een ander land om hier jezelf via arbeid te verrijken? Dan beschouwen we je als een economische migrant, een economische vluchteling, of erger; een gelukszoeker. De terminologie weerspiegelt de hiërarchieën tussen groepen mensen. De ene groep is meestal, intelligent, rijker en mobieler, de andere groep is egoïstisch, arm en lui.

Vaak komen expats hier voor het werk. Maar hun motivatie omvat vaak meer, waarop expatbureaus in hun promotieteksten ook handig op inspelen: ‘Van mogelijkheden voor werk, tot dromen van een beter leven op je nieuwe bestemming. Waar sommigen enkel gaan om hun carrière te boosten, zijn er anderen die gewoon hun tas pakken, het vliegtuig boarden en nooit terugkijken. Voor hen is deze verhuizing niets minder dan een extravagant avontuur, een uitgekomen droom in de zonovergoten straten van een Toscaans dorp of binnen de skyline van een Aziatische boomtown.’ The sky is the limit.

Tegenover de welvarende expat die zijn vestiging kan bekostigen en daarom mag komen, staat een migrant die een smokkelaar heeft kunnen bekostigen en zodoende bewijst geen ‘echte’ vluchteling te zijn, maar een economische migrant met opties, met keuzes en (relatieve) rijkdom. De eerste migrant heeft gekozen om te vertrekken en wordt, welvarend als hij is, verwelkomd; de ander is, omdat hij ternauwernood een keuze had, illegaal en wordt gezien als gelukszoeker. Dromen over de toekomst en de hoop je leven te verbeteren, zijn voorbehouden aan de expat.

De sprong naar Nederland

Op 9 maart dreigde premier Rutte opnieuw: nieuwkomers moeten integreren, op straffe van een boete – te weten, een korting op de bijstandsuitkering. Onder integreren wordt verstaan: het halen van examens van taal, cultuur en kennis, en het tekenen van een participatieverklaring met de kernwaarden van de maatschappij.

Een expat hoeft dat allemaal niet. Klaarblijkelijk hecht niemand eraan of een expat Nederlands leert, instituties als de gemeente leert kennen, of de waarden van de samenleving onderschrijft. De achterliggende gedachte zal wel zijn: zo’n expat, daar hebben we fijn voordeel van, maar elke andere migrant die de taal niet spreekt of geen formuliertjes heeft ondertekend, is een nationaal probleem. In onze maatschappelijke discussie over nationale identiteit wordt zo een grote groep migranten op voorhand vrijgesteld van integratie. Is dat niet vreemd?

De voordelen en vrijstellingen die we expats toekennen, zijn riant. De overheid subsidieert internationale scholen om expatkinderen in hun eigen taal les te kunnen geven; expats kunnen in de eerste acht jaar dat ze hier wonen 30% minder belasting te betalen; aan expats worden lagere eisen gesteld bij gezinshereniging, en ze krijgen gemakkelijker sociale bescherming voor hun gezin binnen de EU; een aspirant-expat in de EU kan gedurende een half jaar een uitkering ‘meenemen’ uit het land van herkomst om in een ander Europees land werk te zoeken; Amsterdam heeft een specifiek expatbureau opgetuigd voor alle info over zorg, woningen, bijstand, aanmelden van kinderen, enzovoort, , terwijl het Rijk bovendien onderzoek naar de wensen van expats financiert ; en in “de Battle for Talent” onderzoekt Eindhoven hoe de regio aantrekkelijker kan worden gemaakt voor expats.

Expats ervaren zichzelf al evenzeer als een aparte categorie. ‘Ik ben geen immigrant, omdat ik geen moeite heb gedaan om Duits te worden’, zei een expat in Duitsland trots in een Amerikaans onderzoek. Expats mogen zich in veel landen vestigen zonder dat er enige druk op hen wordt uitgeoefend om zich aan te passen. Dat is het privilege dat de staat hun heeft verschaft: want anders dan vluchtelingen, zijn expats een wenselijke categorie.

Een systeem van macht en privilege

Dit beleid van de Nederlandse staat is geen ‘natuurlijk’ gevolg van de keuzes die een migrant heeft gemaakt; het is uitsluitend gestoeld op de voorkeuren van de staat zelf. De termen ‘economische migrant’ en ‘expat’ passen in de drang van natiestaten om te bepalen wie er op hun grondgebied mogen verkeren, en vooral: wie niet. Migratie is zodoende onderhevig aan managementstrategieën.

Dit managen van migratie gebeurt op basis van de categorieën die in het beleid zijn verankerd. Vluchtelingen onderscheid je in groepen met een politieke of een economische motivatie, waarna we ‘echte’ vluchtelingen mondjesmaat toelaten en alle economische migranten uitzetten. Als we deze procedures nu maar netjes volgen, hoef je niet na te denken of het onderscheid tussen politieke en economische motieven wel zo sterk is. Expats, die zeer zeker economische motieven hebben, vallen immers volledig buiten deze categorieën. En precies dat toont de grilligheid van het beleid aan.

Dit is geen stuk tegen expats: het is een betoog tegen de dubbele standaard die we hanteren rond economische migratie. Tegen de ene groep zeggen we dat ons land ‘te vol’ is, terwijl we de andere groep met een bataljon aan regels en wetten verleiden hier te komen, waarbij die laatsten bovendien gevrijwaard zijn van enigerlei integratieplicht.

Wij, met ons paspoort, nationaliteit en inkomen, die in grote mate de macht hebben om te doen wat we willen en ons persoonlijk succes na te jagen – ook wij behoren tot de buitencategorie. Het beleid en de taal geven ons macht en privileges, terwijl anderen geketend zijn door het gebrek daaraan. Die laatsten: die noemen we economische migranten, of gelukszoekers. Geluk is enkel voor de geprivilegieerden een geaccepteerd doel om na te streven.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
670

Pim de Vleeschhouwer

Pim de Vleeschhouwer is sociaal wetenschapper en neemt het huidige Nederlandse en Europese migratiebeleid onder de loep. Voor het migratie …
Profielpagina