Millenniumdoel 8

23-05-2014 Bron: OneWorld
Mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling.
Millenniumdoelen – 

Ontwikkelingshulp, schulden en handelsbarrières
Het achtste millenniumdoel gaat over de manier waarop de rijke landen ontwikkelingslanden kunnen helpen met het behalen van de andere millenniumdoelen. Bijvoorbeeld door meer ontwikkelingshulp te geven, schulden te verlichten en door het wegnemen van handelsbarrières. Hierdoor krijgen de arme landen meer mogelijkheden om hun producten te exporteren naar de rijke landen.

Meer internetaansluitingen en mobiele telefoons
Moderne communicatiemiddelen als mobiele telefonie en internet zijn van groot belang voor de ontwikkeling in arme landen. Hiermee kunnen mensen eenvoudiger aansluiting vinden op de wereldeconomie. In samenwerking met het bedrijfsleven moet dan ook worden gewerkt aan een betere beschikbaarheid van deze middelen.


Beyond Borders Media maakte in 2013 acht videoreportages over de milleniumdoelen. Voor milleniumdoel 8 bezoeken de filmmakers de organisatie Text to Change in Bolivia.

Voortgang

(laatste update: september 2015)

Agenda ontwikkelingshulp
De omvang van de officiële ontwikkelingshulp (in vaktaal: ODA) steeg door de jaren heen tot 133,5 miljard dollar begin 2011. In 2011 leek er een einde te komen aan deze trend en daalde het ODA-budget. In het Westen werd door verschillende overheden het budget verlaagd met als belangrijkste argumenten de economische crisis en toenemende belastingschulden. In 2011 nam de omvang van de officiële ontwikkelingshulp met 2,7 procent af. In 2012 is het budget met nog eens 4 procent verder afgenomen naar 125,6 miljard dollar. Na twee jaar van daling steeg het totale budget in 2013 met 6,1 procent naar 134,8 miljard dollar. In 2014 lag het totale budget op 135,2 miljard dollar.

Dit is een beperkte stijging in licht van de afspraken gemaakt tijdens  de OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development) bijeenkomst eind november 2011 in Busan, waar de rijke landen (de landen die aangesloten zijn bij de Development Assistance Committee) herhaaldelijk hebben beloofd tenminste 0,7 procent van het Bruto Nationaal Product (BNP) uit te geven aan ontwikkelingshulp. In 2014 lag de gemiddelde uitgave aan ontwikkelingshulp hier ver onder; namelijk op 0,29 procent van het BNP. De top vijf donorlanden qua volume zijn de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Japan. 

Opkomende economieën
Opkomende landen als China, India, Brazilië en Zuid-Afrika spelen een steeds grotere rol in het werkveld van internationale samenwerking. Ook het budget dat Hongarije, Estland en Turkije aan ontwikkelingssamenwerking uitgaven, nam respectievelijk met 24.4, 19.2 en 8.2 procent toe vergeleken met het jaar ervoor. Het budget van de Verenigde Arabische Emiraten bereikte 1,17 procent van het bruto nationaal product in 2014; een wereldrecord. De opkomende landen volgen vaak niet direct de ODA-richtlijnen en agenda van de Verenigde Naties, zij hebben veelal een andere kijk op internationale samenwerking.

Minder hulp voor de armste landen
Naast veranderingen in de omvang van het hulpbudget, is de ontwikkelingshulp de laatste jaren minder gericht op de allerarmste landen, maar steeds meer op de arme bevolking in middeninkomenslanden. In 2014 daalde de bilaterale hulp aan de allerarmste landen met 16 procent. Een groot deel van deze daling kan worden toegeschreven aan een relatief hoog niveau van schuldverlichting aan Myanmar in 2013. In 2014 werd er vijf procent minder ontwikkelingshulp besteedt aan sub-Sahara Afrika, vergeleken met het jaar ervoor.  

Voorlopige resultaten van de 2015 survey onder de westerse landen aangesloten bij de Development Assistance Committee (DAC) duiden op een lichte toename van ontwikkelingshulp aan de allerarmste landen (2,5 procent in 2015 en 5,7 procent in de komende jaren). 

Handelsbarrières
Voor 1995 werden er nog veel invoerrechten (een soort belasting) geheven in Westerse landen over producten uit ontwikkelingslanden. Door deze invoerrechten worden de producten uit deze landen duurder en dus minder aantrekkelijk. Hiermee beschermen deze landen binnenlandse bedrijven tegen concurrentie maar beperken ze ook de handelsmogelijkheden van ontwikkelingslanden (protectionisme). Veel ontwikkelingslanden hebben vanaf het midden van de jaren '90 een betere toegang tot de westerse markten gekregen. In 1996 kwam ongeveer de helft van hun export belastingvrij de westerse landen binnen. In 2014 lag dit percentage belastingvrije export ten opzichte van de totale export op 84 procent voor de minst ontwikkelde landen en op 79 procent voor ontwikkelingslanden. Van deze 84 procent is naar schatting 60 procent het resultaat van een ‘voorkeursbehandeling’.

Toch zijn er de laatste jaren weinig nieuwe vrij handelsinitiatieven genomen. Dit komt mede door de patstelling tijdens de onderhandelingen die bedoeld waren om handelsbarrières voor ontwikkelingslanden te verlagen. In 2001 zijn deze onderhandelingen gestart in Doha, negen WTO ministeriële onderhandelingsrondes verder is er in 2013 in Bali de eerste overeenkomst gesloten. De afspraken beperken zich tot handelsbevordering, meer omstreden onderwerpen zijn vermeden. De overeenkomst wordt dit jaar uitgewerkt, de hoop is dat dit de start is voor nieuwe vergaande onderhandelingen. De huidige slechtere economische situatie in Westerse landen, lijkt overheden bovendien weer terug te lokken tot protectionistisch handelsbeleid.

Schulden
Veel ontwikkelingslanden hebben nog steeds hoge en soms uitzichtloze financiële verplichtingen ten opzichte van de Westerse landen. Hoge buitenlandse schuldlasten zorgen er bovendien voor dat een land kwetsbaar is voor economische schokken en het beïnvloed bovendien de kredietwaardigheid van een land (lage kredietwaardigheid leidt vaak tot hoge rentes).  Tussen 2000 en 2010 nam de gemiddelde schuldenlast van ontwikkelingslanden als percentage van hun exportinkomsten af van 12 procent tot 3 procent. Dit komt door beter schuldenmanagement, een toename van hun handel en aanzienlijke schuldenkwijtschelding voor vooral de armste landen. Deze afname zette na 2010 niet door, in 2013 was de gemiddelde schuldenlast nog 3,1 procent.

ICT
Moderne communicatiemiddelen als mobiele telefonie en internet zijn van groot belang voor economische ontwikkeling. Het aantal mobiele telefoons en internetaansluitingen is de laatste jaren ook in ontwikkelingslanden flink gestegen. Zo is het aantal abonnementen dat wordt afgesloten voor mobiele telefoons bijna vertienvoudigd in de afgelopen vijftien jaar, van 738 miljoen in 2000 naar meer dan zeven miljard in 2015. Overigens betekent dit niet dat zeven miljard mensen een mobiele telefoon hebben; veel mensen hebben meerdere telefoonaansluitingen/ abonnementen. Sinds 2002 overtreft het aantal mobiele abonnementen het aantal vaste telefoonaansluitingen. Naar verwachting zullen ook in ontwikkelingslanden de mobiele telefoonaansluitingen verder groeien.

Daarnaast maken 3.2 miljard mensen gebruik van internet en zijn zogezegd ‘online’. Dat komt overeen met 43 procent van de wereldbevolking. Door het toegenomen internetgebruik in armere landen is de digitale kloof tussen ontwikkelingslanden en de ontwikkelde landen afgenomen. Desondanks is deze kloof nog altijd groot. In ontwikkelingslanden is iets meer dan één derde van de bevolking online, in vergelijking met 82 procent van de mensen in de ontwikkelde landen. In sub-Sahara Afrika is het internetgebruik nog altijd het laagst, waar minder dan 21 procent van de bevolking internet gebruikt. In de allerarmste landen ligt dit percentage zelfs op minder dan tien procent. Het aanbieden van goedkope basis mobiele telefoonabonnementen met internettoegang is één strategie die ervoor zou kunnen zorgen dat meer mensen in ontwikkelingslanden toegang tot internet krijgen.

Conclusie en vooruitblik op de nieuwe werelddoelen
De opvolgers van de millenniumdoelen (werelddoelen), zijn in de maak en worden spoedig gelanceerd. Voor de nieuwe doelen is voldoende financiering van groot belang. Ontwikkelingshulp (ODA) blijft van belang voor landen met beperkte capaciteit om belasting te innen. Daarnaast is het van belang om meer aandacht te besteden aan de mogelijkheden van ODA als hefboom voor andere financiële stromen. Het veranderende handelslandschap vraagt ook om innovatieve manieren om de toegang tot de markt te verbeteren en handelsbelemmeringen te adresseren. Daarnaast is het cruciaal om de integratie van ontwikkelingslanden in het multilaterale handelssysteem te bevorderen. Ook is het essentieel om de toenemende digitale kloof te verkleinen.  

Meer informatie

Officiële omschrijving van millenniumdoel, subdoelen en indicatoren

Goal 8: Develop a global partnership for development

Target 8.A: Develop further an open, rule-based, predictable, non-discriminatory trading and financial system.

Includes a commitment to good governance, development and poverty reduction - both nationally and internationally

Target 8.B: Address the special needs of the least developed countries

Includes: tariff and quota free access for the least developed countries' exports; enhanced programme of debt relief for heavily indebted poor countries (HIPC) and cancellation of official bilateral debt; and more generous ODA for countries committed to poverty reduction

Target 8.C: Address the special needs of landlocked developing countries and small island developing States (through the Programme of Action for the Sustainable Development of Small Island Developing States and the outcome of the twenty-second special session of the General Assembly)

Target 8.D: Deal comprehensively with the debt problems of developing countries through national and international measures in order to make debt sustainable in the long term

Some of the indicators listed below are monitored separately for the least developed countries (LDCs), Africa, landlocked developing countries and small island developing States.
 
Official development assistance (ODA)
8.1 Net ODA, total and to the least developed countries, as percentage of OECD/DAC donors' gross national income
8.2 Proportion of total bilateral, sector-allocable ODA of OECD/DAC donors to basic social services (basic education, primary health care, nutrition, safe water and sanitation)
8.3 Proportion of bilateral official development assistance of OECD/DAC donors that is untied
8.4 ODA received in landlocked developing countries as a proportion of their gross national incomes
8.5 ODA received in small island developing States as a proportion of their gross national incomes

Market access
8.6 Proportion of total developed country imports (by value and excluding arms) from developing countries and least developed countries, admitted free of duty
8.7 Average tariffs imposed by developed countries on agricultural products and textiles and clothing from developing countries
8.8 Agricultural support estimate for OECD countries as a percentage of their gross domestic product
8.9 Proportion of ODA provided to help build trade capacity

Debt sustainability
8.10 Total number of countries that have reached their HIPC decision points and number that have reached their HIPC completion points (cumulative)
8.11 Debt relief committed under HIPC and MDRI Initiatives
8.12 Debt service as a percentage of exports of goods and services

Target 8.E: In cooperation with pharmaceutical companies, provide access to affordable essential drugs in developing countries

8.13 Proportion of population with access to affordable essential drugs on a sustainable basis

Target 8.F: In cooperation with the private sector, make available the benefits of new technologies, especially information and communications

8.14 Telephone lines per 100 population
8.15 Cellular subscribers per 100 population
8.16 Internet users per 100 population

Rosalie de Bruijn

Rosalie de Bruijn is programmamaker bij OneWorld. Ze houdt zich bezig met het...

Lees meer van deze auteur >

Reacties