Millenniumdoel 5

07-09-2015 Bron: OneWorld
Verbetering van de gezondheid van moeders.
Millenniumdoelen – 

Jaarlijks overlijden honderdduizenden vrouwen aan de gevolgen van hun zwangerschap. Bloedingen, infecties en een hoge bloeddruk zijn veel voorkomende doodsoorzaken die met goede medische hulp en kraamzorg voorkomen kunnen worden. Als vijfde millenniumdoel is bepaald dat moedersterfte in 2015 met driekwart moet zijn teruggebracht ten opzichte van 1990.

Toegang tot reproductieve gezondheid
Vaak is moedersterfte het gevolg van illegale en gevaarlijke abortussen. Beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen en toegang tot veilig uitgevoerde abortus is daarom van levensbelang. Net als het recht van de vrouw om zelf te beslissen over haar eigen seksualiteit en het al dan niet krijgen van kinderen. Dit wordt reproductieve gezondheid genoemd. Uiterlijk in 2015 moeten alle vrouwen hier toegang toe hebben.


Beyond Borders Media maakte in 2013 acht videoreportages over de milleniumdoelen. Voor milleniumdoel 5 bezoeken de filmmakers de organisatie Text to Change in Tanzania.

Voortgang

(laatste update: september 2015)

Vooruitgang, maar nog niet genoeg
In de periode 1990-2013 is de moedersterfte in ontwikkelingslanden bijna gehalveerd. Deze daling is vooral na 2000 gerealiseerd . In 1990 overleden 380 per 100.000 vrouwen aan complicaties tijdens hun zwangerschap of bevalling. In 2013 was dat cijfer teruggebracht naar 210 per 100.000 vrouwen. Dit is weliswaar een daling, maar de doelstelling om moedersterfte met drie kwart te verminderen is daarmee niet behaald. In het jaar 2013 stierven 289.000 vrouwen gedurende hun zwangerschap, bevalling of in de 42 dagen daarna.

Alle regio’s in de wereld hebben vooruitgang geboekt. Dat laat onverlet dat de moedersterfte in ontwikkelingslanden ongeveer 14 keer hoger is dan in ontwikkelde landen. In sub-Sahara Afrika sterven de meeste vrouwen tijdens hun zwangerschap of bevalling. In deze regio overleden in 2013 510 per 100.000 vrouwen; dat is 62 procent van de moedersterfte wereldwijd. 

Wel nam de moedersterfte in sub-Sahara Afrika af; in 1990 stierven er nog 990 per 100.000 vrouwen en in 2013 stierven er 510 vrouwen op de 100.000. Sub-Sahara Afrika wordt gevolgd door Zuid-Azië en Oceanië en de Caraïben met 190 doden per 100.000 en daarna Zuid-Oost Azië met 140 doden per 100.000 vrouwen. In andere regio’s is dit aantal minder dan 100 doden per 100.000 vrouwen. De meeste van deze sterfgevallen zijn te voorkomen: de belangrijkste oorzaak van het overlijden zijn bloedingen (in 27 procent van de sterfgevallen in ontwikkelingslanden). Met betere zorg kan het percentage sterfgevallen drastisch omlaag.

Deskundige begeleiding bij bevallingen
Eén van de cruciale stappen bij het verlagen van moedersterfte is om bevallingen onder deskundige begeleiding plaats te laten vinden. De beoogde doelstelling was dat in 2015 meer dan twee derde van de baby’s in ontwikkelingslanden onder deskundige begeleiding geboren moet worden.

In ontwikkelingslanden is het percentage vrouwen dat met deskundige hulp bevalt gestegen van 59 procent in 1990 tot 71 procent in 2014. Dat betekent overigens wel dat nog steeds één op de vier baby’s wordt geboren zonder cruciale medische zorg. Hoewel er zeker voortgang is geboekt in het bereiken van het doel zijn er grote verschillen tussen de stedelijke en plattelandsgebieden. In 2014 beviel 87 procent van de vrouwen in stedelijke gebieden van ontwikkelingslanden onder begeleiding, op het platteland is dat slechts 56 procent.  Van de 40 miljoen geboorten die niet onder deskundige begeleiding plaats vonden, werden 32 miljoen baby’s op het platteland geboren. Daarnaast bestaan er grote verschillen tussen regio’s in de wereld. In Oost-Azië begeleidt deskundig personeel nu alle bevallingen, net als vrouwen in de westerse wereld. Maar in sub-Sahara Afrika en Zuid-Azië, waar moedersterfte het hoogst is, bevalt ongeveer de helft van de vrouwen zonder de aanwezigheid van een arts of verpleegkundige.

De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) schrijft tenminste vier prenatale controles tijdens de zwangerschap voor. Wereldwijd ontvingen iets meer dan de helft van de zwangere vrouwen in ontwikkelingslanden de vier aanbevolen controles in 2014. In Zuid-Azië werd in 2014 maar 36 procent van de zwangere vrouwen vier keer gecontroleerd tijdens hun zwangerschap; In sub-Sahara lag dat cijfer hoger (49%), maar opvallend is dat er sinds 1990 nauwelijks vooruitgang werd geboekt in deze regio (toen lag dat cijfer op 47 procent).

Tienermoeders
Ook het geboortecijfer van tienermoeders (vrouwen tussen de 15 en 19 jaar) was hoger in sub-Sahara Afrika dan in andere regio’s. In ontwikkelingslanden daalde het aantal tienerzwangerschappen van 64 geboorten per 1000 vrouwen in 1990 naar een schatting van 56 per 1000 in 2015. In sub-Sahara Afrika liggen deze cijfers een stuk hoger en daalden ze in geringe mate; van 123 naar 116 per 1000 vrouwen in 2015. Ook in Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied ligt het aantal tienerzwangerschappen in 2015 hoger dan gemiddeld, namelijk 73 per 1000 vrouwen. In Zuid-Azië werd de meeste vooruitgang geboekt; daar daalde het aantal van 88 naar 47 geboorten onder jonge vrouwen in 2015. Het terugbrengen van het aantal zwangerschappen onder tienermeisjes draagt bij aan een verlaging van zowel moeder- als kindersterfte.

Toegang tot reproductieve gezondheid
Naast deskundige zorg tijdens de bevalling verhoogt het gebruik van anticonceptiemiddelen de gezondheid van moeders. Moedersterfte is vaak lager in gebieden waar anticonceptie gebruikt wordt en er meer deskundige zorg tijdens de zwangerschap en bevalling aanwezig is. In de meeste ontwikkelingslanden gebruikt meer dan de helft van getrouwde vrouwen of vrouwen met een relatie een vorm van familieplanning. Familieplanning wordt gedefinieerd als het percentage vrouwen tussen de 15 en 49 jaar die hun zwangerschap willen uitstellen of voorkomen door middel van anticonceptie.

Sub-Sahara Afrika heeft een anticonceptiegebruik van maar 28 procent in 2015. Veel van de vrouwen in deze regio geeft aan wel gebruik te willen maken van een vorm van familieplanning, maar hier geen toegang tot te hebben (24 procent). Er is ook goed nieuws: het gebruik van anticonceptiemiddelen is sinds 1990 meer dan verdubbeld in sub-Sahara Afrika. Wereldwijd steeg het aantal vrouwen dat anticonceptie gebruikte van 55 naar 64 procent.

Conclusie
Na 15 jaar millenniumdoelen sterven nog steeds teveel vrouwen in het kraambed. Het doel om moedersterfte met driekwart te verminderen is niet gehaald. Het percentage moedersterfte is weliswaar gehalveerd, maar deze cijfers maskeren dat nog steeds grote groepen vrouwen niet bereikt worden met de zo noodzakelijke gezondheidszorg op dit vlak. Snellere interventies en betere toegang tot medische zorg, steun van opgeleid medisch personeel en beschikbaarheid van anticonceptiemiddelen zijn nog steeds nodig. 

Meer informatie

Officiële omschrijving van millenniumdoel, subdoelen en indicatoren

Goal 5: Improve maternal health

Target 5.A: Reduce by three quarters, between 1990 and 2015, the maternal mortality ratio

5.1 Maternal mortality ratio
5.2 Proportion of births attended by skilled health personnel

Target 5.B: Achieve, by 2015, universal access to reproductive health

5.3 Contraceptive prevalence rate
5.4 Adolescent birth rate
5.5 Antenatal care coverage (at least one visit and at least four visits)
5.6 Unmet need for family planning

Michelle van Geffen

Michelle van Geffen werkt als onderzoeker bij het NCDO en richt zich vooral...

Lees meer van deze auteur >
Edith van Ewijk

Edith van Ewijk is senior onderzoeker bij Kaleidos Research, onderdeel van...

Lees meer van deze auteur >
Marije van Gent

Marije van Gent is onderzoeker bij Kaleidos Research. Ze is gespecialiseerd...

Lees meer van deze auteur >

Reacties