Millenniumdoel 1

07-09-2015 Bron: OneWorld
De armoede halveren en minder mensen honger.
Millenniumdoelen – 

Halvering percentage extreme armoede
Het percentage mensen dat in extreme armoede leeft, moet in 2015 ten minste voor de helft zijn teruggebracht ten opzichte van 1990. Extreme armoede betekent dat iemand minder dan 1,25 dollar per dag te besteden heeft. In 1990 leefden 2 miljard mensen in extreme armoede, oftewel 47 procent van de wereldbevolking.

Iedereen fatsoenlijk werk
Minder armoede kan alleen worden bereikt als meer mensen aan een fatsoenlijke baan worden geholpen. Fatsoenlijk werk is productief werk dat wordt uitgevoerd uit vrije wil onder gelijke, veilige en waardige omstandigheden. Juist in arme landen hebben mensen vaak slechtbetaald, tijdelijk of onveilig werk. Dit probleem doet zich vooral voor onder vrouwen en jongeren.

Halvering percentage mensen met honger
In 2015 moet ook het percentage mensen dat honger lijdt zijn gehalveerd. In 1990 was dat percentage 20 procent. En bijna eenderde van alle kinderen onder de vijf was toen ondervoed.


Beyond Borders Media maakte in 2013 acht videoreportages over de milleniumdoelen. Voor milleniumdoel 1 bezoeken de filmmakers het project The Hunger Project in Benin.

Voortgang

(laatste update: september 2015)

Vooruitgang, maar vooral in China en India
De voortdurende stijging van voedsel- en energieprijzen hebben grote invloed op de economische situatie van mensen wereldwijd. Toch is millenniumdoel 1 al vijf jaar voor de eindstreep behaald en sindsdien is de situatie nog verbeterd. Volgens prognoses is tussen 1990 en 2015 het deel van de bevolking dat leeft van minder dan 1,25 dollar per dag gedaald van 36 naar 14 procent. Hiermee is het percentage mensen dat in armoede leeft meer dan gehalveerd ten opzichte van 1990 (millenniumdoel 1). Het absolute aantal mensen dat in extreme armoede leeft is gedaald van bijna twee miljard in 1990 naar een geschatte 836 miljoen in 2015.

Vooral in China is de armoede in een rap tempo afgenomen: leefde in 1990 nog 6 procent van de bevolking van minder dan 1,25 dollar per dag, in 2015 is dit waarschijnlijk nog maar 4 procent van de Chinese bevolking. De voortgang in Zuid Azië is bijna net zo indrukwekkend: van 52 procent naar 17 procent in dezelfde periode.

Gaten in de data
Bij deze cijfers is wel een kanttekening nodig: er is van veel landen geen betrouwbare data beschikbaar. De Verenigde Naties berekenen de armoedepercentages hiernaast op basis van nationale vragenlijsten onder huishoudens. Maar veel landen in sub-Sahara Afrika hebben bijvoorbeeld geen goede bevolkingsregisters. Geschat wordt dat 230 miljoen kinderen onder de vijf jaar (een op de drie) nooit geregistreerd zijn, en dus niet meegeteld.

Er is sprake van een grote wereldwijde ongelijkheid. Zo blijft de extreme armoede in zuidelijk Azië en in Afrika ten zuiden van de Sahara wijdverspreid in vergelijking met andere werelddelen. Tachtig procent van de mensen die onder de internationale armoedegrens van 1,25 dollar per dag leeft, woont in deze twee regio’s. Millenniumdoel 1 wordt ook niet behaald in sub-Sahara Afrika. Tussen 1990 en 2015 nam in dit deel van de wereld het percentage van de bevolking dat in extreme armoede leeft met 16 procent af: van 57 naar 41 procent. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat vrouwen (met name gescheiden vrouwen, weduwen en alleenstaande moeders) een groter risico lopen om onder de extreme armoedegrens te leven.

Fatsoenlijk werk
Minder armoede kan alleen worden bereikt als meer mensen kans krijgen op een fatsoenlijke baan. Tussen 1990 en 2015 daalde het aandeel van de beroepsbevolking met een betaalde baan wereldwijd van 62 naar 60 procent. In ontwikkelingslanden daalde het aandeel van de beroepsbevolking met een betaalde baan met gemiddeld 3,3 procentpunten, met de grootste afname in Zuid- en Oost-Azië. Wereldwijd worden vooral jongeren geraakt door beperkte kansen op de arbeidsmarkt. Dit probleem lijkt alleen maar groter te worden. Hadden in 1991 nog 5 op de 10 jongeren een betaalde baan, in 2015 is dit gedaald naar 4 op de 10 jongeren. De jeugdwerkeloosheid wereldwijd is bijna drie keer hoger dan voor volwassenen. Dit probleem is het grootst in Noord-Afrika en West-Azië.

Ondanks dat het slecht gaat met de economie schat de International Labour Organization (ILO) dat het aandeel ‘working poor’ (werknemers die minder dan 1,25 dollar per dag verdienen) enorm gedaald is. In 1991 vertegenwoordigden de ‘working poor’ 48,2 procent van de werkzame beroepsbevolking, in 2001 was dit 32,3 procent en voor 2015 wordt dit aandeel op 11 procent geschat.

Een grote daling, maar cijfers van het ILO uit 2012 laten ook zien dat 16 procent van de werknemers in ontwikkelingslanden nog moet rondkomen van 1,25 dollar tot 2 dollar per dag (dit zijn de ‘moderate working poor’), en 25 procent van 2 dollar tot 4 dollar per dag (‘near poor workers’). In totaal leeft 52 procent van de beroepsbevolking in ontwikkelingslanden dus nog altijd van minder dan 4 dollar per dag.

Hoewel wereldwijd het percentage werknemers dat is aangewezen op kwetsbare banen sinds 1991 is gedaald van 56 procent naar 45 procent in 2015, leeft nog steeds een substantieel deel in kwetsbare omstandigheden. Denk hierbij aan onbetaald familiewerk, mensen die een klein eigen bedrijfje runnen, maar ook informele arbeid (zonder contract). Vaak hebben werknemers in deze situatie lage lonen, krijgen ze geen vergoeding als ze ziek of arbeidsongeschikt worden en moeten ze werken in slechte omstandigheden. Vooral in sub-Sahara Afrika en Zuid-Azië is het aantal mensen dat afhankelijk is van kwetsbare banen hoog: drie op de vier werkenden heeft een kwetsbare baan.

Minder honger
Volgens de FAO (Food and Agriculture Organization) is het aantal mensen met chronische honger sinds 1990 afgenomen. In ontwikkelingslanden daalde het percentage van 23,3 procent naar 12,9 procent van de bevolking nu. Dit cijfer ligt heel dicht bij de beoogde millenniumdoelstelling, namelijk dat het percentage mensen dat honger lijdt in 2015 gehalveerd moet zijn. Het aantal mensen dat honger lijdt daalde de laatste jaren echter minder spectaculair dan gehoopt. Volgens schattingen leven momenteel nog steeds 780 miljoen mensen, ofwel één op de negen mensen wereldwijd, met chronische honger. De daling van het aandeel mensen met chronische honger ligt lager in Oceanië, Zuid-Azië en sub-Sahara Afrika. In deze delen van de wereld is de doelstelling van de vermindering van chronische honger niet gehaald. En hoewel het percentage mensen met chronische honger is gedaald, is het aantal mensen met chronische honger wel gestegen in bijvoorbeeld sub-Sahara Afrika door de hoge bevolkingsgroei daar.

Mede door de financiële crisis en de sterke stijging van de voedselprijzen is de vooruitgang in het aantal ondervoede mensen sinds 2007 beperkt. Vooral kleine landen in sub-Sahara Afrika die afhankelijk zijn van voedsel uit het buitenland, zijn hard geraakt door de stijgende voedselprijzen. Door de hogere prijzen kunnen mensen niet alleen minder maar ook minder gevarieerd voedsel kopen. Ondervoeding hangt niet alleen samen met de beschikbaarheid van voedsel. Ook slechte gezondheidsomstandigheden en slechte sanitaire voorzieningen (denk aan ziektes als diarree, malaria, TBC etc.) kan leiden tot ondervoeding. De millenniumdoelen hebben dus directe invloed op elkaar.

25 procent van de kinderen jonger dan vijf jaar was in 1990 ondervoed en volgens prognoses daalt dit  naar 14 procent in 2015. De millenniumdoelstelling lijkt daarmee bijna te zijn behaald. Toch zijn nog steeds meer dan 90 miljoen kinderen ondervoed, ofwel 1 op de 7 kinderen. Negentig procent van alle ondervoede kinderen leven in Zuid-Azië en sub-Sahara Afrika. Sub-Sahara Afrika laat over dezelfde periode een minder grote daling zien dan andere regio’s; van 29 naar 20 procent. In Zuid-Azië (met name in India), waar veruit de meeste ondervoede kinderen leven, daalde het percentage van 50 naar 28 procent in 2015.

Conflict hangt nauw samen met de stijging van armoede en honger. In 2014 vonden verschillende vluchtelingencrisissen plaats.  Het aantal mensen dat in 2014 hun huizen is ontvlucht door conflict, vervolging, mensenrechtenschendingen en geweld is ongekend hoog en sinds 2012 stijgend. Eind 2014 voelden 60 miljoen mensen zich gedwongen om hun huis te verlaten. De top 3 herkomstlanden van vluchtelingen aan het einde van 2014 waren Syrië (3,9 miljoen) Afghanistan (2,6 miljoen) en Somalië (1,1 miljoen).

Conclusie
Hoewel de millenniumdoelstellingen van het halveren van het aantal mensen die in extreme armoede en honger leven grotendeels zijn bereikt, zijn we er nog lang niet. Naar schatting leven in 2015 nog steeds 825 miljoen mensen in extreme armoede en 800 miljoen mensen met chronische honger. Het bestrijden van armoede en honger zal daarom nog steeds centraal staan in de nieuwe werelddoelen. Dit zal niet makkelijk zijn. Veel van deze mensen leven in kwetsbare omstandigheden en afgelegen gebieden. Toegang tot goed onderwijs, gezondheidszorg, elektriciteit en schoon water blijven buiten bereik voor veel mensen. En als het lukt om uit armoede te klimmen, dan blijft de situatie van veel mensen kwetsbaar en tijdelijk: economische schokken, voedselonzekerheid en klimaatverandering dreigen mensen weer te beroven van hun met moeite gewonnen vooruitgang.

Meer informatie

Officiële omschrijving van millenniumdoel, subdoelen (targets) en indicatoren

Goal 1: Eradicate extreme poverty and hunger

Target 1.A: Halve, between 1990 and 2015, the proportion of people whose income is less than one dollar a day

1.1 Proportion of population below $1 (PPP) per day
1.2 Poverty gap ratio
1.3 Share of poorest quintile in national consumption

Target 1.B: Achieve full and productive employment and decent work for all, including women and young people

1.4 Growth rate of GDP per person employed
1.5 Employment-to-population ratio
1.6 Proportion of employed people living below $1 (PPP) per day
1.7 Proportion of own-account and contributing family workers in total employment

Target 1.C: Halve, between 1990 and 2015, the proportion of people who suffer from hunger

1.8 Prevalence of underweight children under-five years of age
1.9 Proportion of population below minimum level of dietary energy consumption

Marije van Gent

Marije van Gent is onderzoeker bij Kaleidos Research. Ze is gespecialiseerd...

Lees meer van deze auteur >

Reacties