Milieudefensie: 'Stop financiering van mijnbouw- en olieprojecten'

14-09-2001
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld/onzeWereld

Milieudefensie, samen met Friends of the Earth International, heeft de impact bekeken van projecten die de Wereldbank financieren. De conclusies zijn vernietigend. In tegenstelling tot waar de Wereldbank beweert voor te staan, namelijk het bestrijden van armoede, draagt de exploitatie van de ruwe grondstoffen juist bij aan de verslechtering van de situatie van de armsten.

Het milieu wordt aangetast door olievervuiling, wegen leggen kwetsbare gebieden open voor verdere exploitatie, de uitstoot van CO2 stijgt, koraalriffen die worden aangetast. De inheemse bevolking wordt verplicht te verhuizen, ze verliezen controle over hun traditionele levenswijze en hun levensstandaard verslechtert.

Kwalijk vindt Milieudefensie ook dat mijnbouw- en olieprojecten corruptie, mensenrechtenschendingen en conflicten in de hand werken. En uit de praktijk blijkt dat dictators hun zakken met de winsten hebben gevuld.

Economisch helpt het ook al niet, zei Paul de Clerck, campagneleider van Milieudefensie. 'Landen die al veertig jaar fossiele brandstoffen en mineralen uit de bodem halen, staan zeer laag op de BNP- en Human Development Index.'

De Wereldbank verdedigde zich woensdag op een bijeenkomst 'Grondstoffen tegen Armoede'. John Strongman, adviseur voor mijnbouwprojecten bij de Brettonwoodsinstelling, meent dat de milieuorganisatie geen onderscheid maakt tussen een paar projecten die moeizaam lopen en de talloze andere projecten die wel goed zijn voor mens, milieu en economie.

Ook minister Herfkens vond de kritiek niet terecht. Ze gaf toe dat het evalueren en controleren door de Wereldbank van bijvoorbeeld de impact op het milieu nog lang niet ideaal gebeurt. 'Veel van deze grote projecten zouden toch wel plaatsvinden, maar dan louter met private investeerders. Als de Wereldbank zich er uit terugtrekt, is er helemaal geen invloed en controle meer uit te oefenen.'

Daarnaast vraagt Herfkens zich af of wie dan ook in het Westen het recht heeft om te stellen dat een ontwikkelingsland als Tjaad - 'dat geen nagel heeft om zijn gat te krabben' - zijn natuurlijke rijdommen niet mag exploiteren. 'Vergeet niet de meeste olie hier wordt geconsumeerd'.

Kleptocratie
Volgens Herfkens is het wel degelijk mogelijk is om een verantwoorde manier mineralen te winnen die het land en haar bewoners ten goede komen. Het enige voorbeeld uit het Zuiden was Botswana, waar het delven van diamanten heeft gezorgd voor een beduidend hoger inkomen per hoofd van de bevolking dan in de meeste andere Afrikaanse landen.

Toch bevestigde de Amerikaanse hoogleraar Terry Karl, politiek wetenschapper aan de Stanford University, de bevindingen van Milieudefensie in het geval van olie. Volgens Karl is olie voor veel landen geen zegen, maar een vloek.

De auteur van het boek The Paradox of Plenty doet al jaren onderzoek naar die landen en concludeert dat ondanks een overvloed aan het zwarte goud de economische groei in olie-exporterende landen lager dan in niet-olie-exporterende landen. Bovendien daalde het inkomen per hoofd van de bevolking in veel olie-exporterende landen. 'Die was in 1997 lager dan in 1975,' aldus de hoogleraar.

Karl: 'In alle olie-exporterende landen zie je zowel de overheidsuitgaven als de overheidsschulden omhoogschieten als er olie wordt geëxploiteerd. Die regeringen leven allemaal op te grote voet. Ze houden er een kleptocratische bureaucratie op na en geven veel geld uit aan defensie.'

Met als gevolg dat Algerije bijvoorbeeld 80 procent van zijn olie-inkomsten uiteindelijk opzij moet zetten om zijn schulden af te betalen.

De oliewinning in Tsjaad en Kameroen - waarbij de Wereldbank ook betrokken is - moet een belangrijke testcase worden. 'Als de regeringen zich daar niet aan de gemaakte afspraken houden, dan weten wij het eerlijk gezegd ook niet meer,' stelde Strongman in de discussie.

De overheid beloofde de olieinkomsten vanaf 2003 te gebruiken voor onderwijs en gezondheidszorg, er moeten herstelbetalingen komen voor de lokale bevolking, er moet een overheidsapparaat worden opgebouwd dat dit soort beleid zelf kan uitstippelen en de mensenrechten moeten worden nageleefd.

Karl is minder enthousiast. 'Olie geeft de armen in Tsjaad en Kameroen geen hoop. Het is op de korte termijn van belang voor de machtigen en op lange termijn slecht voor de armen.'

Niet alleen leidt olie niet tot armoedebestrijding, concludeert Karl, olie destabiliseert ook landen. Politici kopen stemmen met de oliewinsten, de corruptie tiert welig en de militaire uitgaven gaan omhoog. 'De hoogte defensie-uitgaven vind je in olie-exporterende landen, vaak tien keer hoger dan in niet-olie landen.'

Ook bestaat er een 'zeer belangrijke relatie tussen olie en oorlog'. 'Olie is de oorzaak van conflicten en verergert ze,' aldus Karl. 'Jaren geleden sprak ik de inmiddels overleden oprichter van Opec en zei hem dat wij olie het ''zwarte goud'' noemen. Hij antwoorde me: ''Ik noem het de uitwerpselen van de duivel''.'

Reacties