Migratieconferentie VN krijgt geen steun

15-08-2001
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

De migratieconferentie moet onder andere de rechten vastleggen van arbeidsmigranten. Het zou waarschijnlijk onderwerpen hebben aangesneden die door veel landen gevoelig worden bevonden, zoals vreemdelingenhaat, illegale werkateliers, (seksueel) geweld tegen vrouwelijke arbeiders, het recht op familiereünie en minimumloon.

Annan heeft sinds 1995 al drie verzoeken om steun voor de conferentie bij de lidstaten neergelegd. Maar 78 van de 189 lidstaten hebben tot nu toe hierop gereageerd.

Van de 78, zegt Annan, waren er 47 ‘over het algemeen voor’, terwijl 26 landen tegen de conferentie waren. Vijf lidstaten willen de conferentie gedeeltelijk steunen. Deze uitkomsten betekenen ‘dat Annan waarschijnlijk de conferentie zal opgeven’, zeggen VN-functionarissen.

Hoewel geen van de landen bij naam genoemd worden, staan de meeste landen die van migrantenarbeid afhankelijk zijn negatief tegenover de conferentie. Volgens een VN-secretaris-generaal is dat ‘puur uit eigenbelang’.

Annan: ‘Eerlijk, omdat er gesproken gaat worden over migrantenarbeiders en over de rechten van deze arbeiders zien zij de conferentie graag afgeblazen.’

Landen die zwaar steunen op migrantenarbeid zijn Duitsland, de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië, Koeweit, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Jordanië, Maleisië en Singapore. De belangrijkste landen die arbeiders leveren zijn Mexico, de Filipijnen, India, Bangladesh, Nepal, Sri Lanka, Marokko, Egypte en Turkije.

Volgens Annan hebben ‘verschillende landen twijfels geuit over het houden van een conferentie gezien de huidige financiële beperkingen van de VN’.

De VN hebben sinds 1990 zeven grote wereldconferenties gehouden, die per conferentie tussen de 1,8 en 3,4 miljoen dollar hebben gekost. De enige uitzondering was de VN-Milieuconferentie van Rio in 1992, die ruim 10 miljoen dollar kostte. Het gastland draait meestal op voor het grootste deel van de kosten.

Annan verdedigt de noodzaak van een vergadering over (arbeids)migratie met het argument dat de mobiliteit het afgelopen decennium enorm in omvang is toegenomen en steeds meer landen te maken hebben met internationale migratie.

Ook de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) meent dat nieuw beleid nodig is voor de veranderende migratie en voor de schendingen van arbeids- en mensenrechten. Vorige pogingen om de rechten van arbeiders veilig te stellen zijn niet gelukt.

Sinds de VN het aannam in 1990 hebben 16 landen de ‘Internationale Conventie voor de Bescherming en Rechten van alle Migrantenarbeiders en leden van hun families’ goedgekeurd. Hieronder vallen Azerbeidzjan, Bolivia, Bosnië-Herzegovina, Kaapverdische Eilanden, Colombia, Egypte, Ghana, Guinee, Mexico, Marokko, de Filippijnen, Senegal, Seychellen, Sri Lanka, Oeganda en Uruguay. Opmerkelijk genoeg zijn dit allemaal ontwikkelingslanden.

Om rechtsgeldig te worden moeten twintig landen de conventie ondertekenen.

Internationale Arbeidsorganisatie (ILO)
December18 website

Reacties