Mexicaanse president geeft openheid over 'vuile oorlog'

24-07-2001
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

Volgens José Luis Soberanes, voorzitter van de CNDH, geven de overheidsarchieven niet alle antwoorden. 'Er zitten heel wat lacunes in, maar als je de dossiers vergelijkt met de informatie van de nabestaanden van de slachtoffers en andere documenten, kan je afleiden wat er gebeurd is.'

Fox is de eerste president die geen lid van de Institutionele Revolutionaire Partij (PRI). De PRI regeerde 71 jaar.

Fox moet zijn verkiezingsbelofte nog waarmaken voor het opzetten een Waarheidscommissie die de schuldigen kan veroordelen. De verhalen van moorden, verdwijningen en martelingen maken deel uit van de aanklachten tegen voormalige PRI-presidenten.

Toen de PRI vorig jaar de presidentsverkiezingen verloor, begon het brede publiek de verschrikkingen uit het verleden openlijk te veroordelen. Voor linkse politici en guerrillastrijders die werden vervolgd in het buitenland, was de PRI altijd zeer gastvrij. Maar leden van de eigen linkse politieke partijen en guerrillabewegingen waren hun leven niet zeker.

De klachten over de verdwijningen vonden internationaal geen gehoor omdat Mexico ogenschijnlijk geen politiek repressief systeem had zoals in Zuid-Amerikaanse landen met een dictatuur.

Over de meest flagrante mensenrechtenschendingen in de Mexicaanse geschiedenis is weinig discussie. Verschillende studies bevestigen dat de 'vuile oorlog' in Mexico begon in 1965, toen een groep gewapende boeren de militaire basis in de noordelijke staat Chihuahua aanviel.

In 1968 werd een onbekend aantal studenten vermoord op het Tlatelolco-plein in Mexico-Stad toen ze demonstreerden voor democratische vernieuwing. Na het bloedbad van Tlatelolco verhevigden de schendingen van de mensenrechten.

Historicus Enrique Krauze stelt dat toenmalig president Gustavo Dias Ordaz (1964-1970) de militaire en politieacties gerechtvaardigd vond. 'De sociale bewegingen die het politieke systeem in twijfel trokken waren volgens hem onderdeel van een plan van extremistische marxistische groepen om de regering omver te werpen.'

In de jaren zeventig ontwikkelde de regering ‘spionagesystemen, infiltreerde in de guerrilla, trad brutaal op, martelde, moordde en liet mensen verdwijnen,' zegt historicus Jose Agustin.

De PRI breidde haar greep op de Mexicaanse samenleving uit tot ze bijna alle media en sociale- en arbeidersorganisaties controleerde.

Nationale Mensenrechtencommissie van Mexico

Reacties