Met je hoofd in de modder zie je niet veel

01-11-2005
Door: Tekst: Hans van de Veen


Op aandrang van de overheid verhuisden drie jaar geleden 58 gezinnen uit het bergdorpje Ban Pakayom in Laos van hun oude woonplaats naar een nieuwe, veel lager gelegen 'settlement'. De dorpsbewoners behoren tot de Alak, een van de vele etnische groepen die samen de helft van de Laotiaanse bevolking uitmaken. De Alak zijn arm, wonen op de meest geïsoleerde plekken en voorzien sinds mensenheugenis in hun onderhoud door zwerflandbouw.

De communistische Laotiaanse overheid ziet in grootschalige herhuisvesting de beste optie voor verbetering van de leefomstandigheden van etnische minderheden. In ruil voor grond - en soms een kliniek of een schooltje - worden complete dorpen verplaatst naar beter toegankelijke plaatsen in het laagland. Het verbod op zwerflandbouw geeft de aarzelende dorpsbewoners een stevige zet in de rug.

Ook de bewoners van Ban Pakayom gingen uiteindelijk akkoord met het voorstel van de autoriteiten. Maar niet voor zij hun overleden dorpsgenoten om toestemming hadden gevraagd. Voorouderverering is een belangrijk aspect van de cultuur van de Alak. 'We hebben lang gebeden en twee buffels geofferd. Pas toen durfden we het besluit aan', zegt dorpsoudste Katong. Nog ieder jaar trekken de dorpsbewoners naar het ruim dertig kilometer stroomopwaarts gelegen oude dorp om eer te bewijzen aan de overledenen.

Katong vreest dat deze rituele bezoeken binnenkort tot het verleden zullen behoren. Onlangs hoorde hij namelijk van de plannen om in het gebied rondom het oude dorp een waterkrachtcentrale te bouwen. De voorouderlijke graven van Ban Pakayom zullen daardoor onder water verdwijnen. 'Als we dat hadden geweten, waren we zeker niet weggegaan', zegt de dorpsoudste. 'We zijn bang dat we ziek worden, omdat onze voorouders kwaad zullen zijn als we hun graven niet meer bezoeken.'

Daar komt bij dat de hele verhuizing niet veel heeft opgeleverd. Het leven in het oude dorp was beter, zeggen de dorpsbewoners nostalgisch. Daar konden ze vruchten in het bos verzamelen en op wild jagen. Nu moeten ze leven van de rijstveldjes op de rivieroevers. De opbrengst is gering, mede omdat de voormalige bergbewoners weinig verstand hebben van de rijstteelt.

Ecologische ramp

Onduidelijk is of het stuwdamplan de verborgen agenda was achter de verplaatsing van het dorp. Wel is duidelijk dat de Laotiaanse overheid de aanleg van stuwdammen beschouwt als de belangrijkste peiler onder de toekomstige economische ontwikkeling. De kapitaalkrachtige buurlanden Thailand, Vietnam en China werpen gretige blikken op het potentieel aan waterkracht in het bergachtige en waterrijke Laos. Bedrijven uit deze landen betalen grif voor concessies in regio's waar in de toekomst elektriciteit kan worden gewonnen. In de tussentijd verdienen zij hun aanbetaling ruimschoots terug door alvast de bossen te kappen in de gebieden die mogelijk onder water komen te staan.

Behalve met de aanleg van stuwdammen en de ongecontroleerde houtkap wordt de lokale bevolking in dit deel van Laos ook geconfronteerd met vissers uit de buurlanden, die de Xe Kong afstropen en veelal niet terugdeinzen voor illegale vismethodes als het gebruik van dynamiet of het afdammen van complete rivierarmen. Gevoegd bij de toenemende bevolkingsdruk heeft dit geleid tot een drastische verslechtering van de levenssituatie van de bewoners van het Xe Kong-stroomgebied. Vooral de sterk teruggelopen visstand treft de mensen hard.

Kirsten Schuyt:

'Bevolking profiteert van beter beheer zoetwaterbronnen'

Kirsten Schuyt is coördinator bossen bij het Nederlandse Wereld Natuur Fonds. Zij schreef een rapport over de relatie natuurbeheer-armoedebestrijding. Conclusie is dat de arme lokale bevolking sterk profiteert van een beter beheer van de zoetwaterbronnen in de leefomgeving. Lees verder...

WWF International heeft een goede werkrelatie met de Laotiaanse overheid opgebouwd. 'Als alle bestaande plannen voor stuwdammen worden uitgevoerd, staat dit land een ecologische ramp te wachten', zegt Roger Mollot op het WWF-kantoor in de hoofdstad Vientiane. 'We gaan de overheid niet vertellen dat ze geen stuwdammen moeten bouwen. Maar we doen er alles aan om de besluitvorming in een meer duurzame richting te sturen. We organiseren bijvoorbeeld cursussen voor ambtenaren op centraal niveau. De kennis van milieu is daar nog heel gering en men maakt gretig gebruik van ons aanbod. We trainen ook lokale ambtenaren en boswachters en nemen ze mee het veld in. En met de lokale bevolking ontwikkelen we alternatieven, zoals kleinere dammen die minder schadelijk zijn.'

Naast deze pogingen tot beleidsbeïnvloeding wordt ook rechtstreeks met de lokale bevolking gewerkt. Dat gebeurt in de vorm van co-managementcontracten: dorpsbewoners en lokale autoriteiten maken afspraken over het gebruik van de rivier en de omliggende bossen. Projectleider Mollot wil binnen vier jaar minstens dertig contracten helpen afsluiten, voor een belangrijk deel met geherhuisveste gemeenschappen zoals die van Ban Pakayom. Hij wacht nog op toestemming om ook aan de slag te kunnen in dorpen die op de nominatie staan voor verplaatsing. Mollot: 'Dan kunnen we laten zien dat een duurzame wijze van omgaan met de natuur deze mensen meer perspectief biedt dan herhuisvesting.'

Leren van elkaar

De activiteiten in Laos behoren tot drie nieuwe projecten die begin dit jaar van start gingen in het kader van de samenwerking tussen de Nederlandse overheid en WWF International. Duurzaam rivierbeheer staat steeds centraal. Naast de Xe Kong gaat het om de Kafue-rivier in de Copperbelt-regio in Zambia en om de Pastaza in het grensgebied van Peru en Ecuador, dat in korte tijd uitgroeide tot een slagveld tussen de lokale, indiaanse bevolking en enkele oliemaatschappijen. De activiteiten in deze gebieden worden voor vier jaar gefinancierd met 3,2 miljoen euro uit het Nederlandse ontwikkelingsbudget.

De projecten worden uitgevoerd door WWF International en gecoördineerd door de Amerikaan Thomas McShane. De bedoeling van het clusteren van de projecten was een antwoord te vinden op de vraag hoe armoedebestrijding en natuurbescherming het beste samen kunnen gaan. Werkt deze aanpak? McShane: 'Ja. Zowel in het veld als hier bij het WWF, en hopelijk ook in Den Haag, hebben we veel geleerd, van de successen maar nog meer van de mislukkingen. We hebben die lessen in workshops gedeeld met de projectmedewerkers, bijna allemaal lokale mensen. Waar nodig stuurden we de activiteiten bij.'

Lessen

Naast de lessen die Thomas McShane noemt - meer nadruk op de omgeving, verbinden van veldwerk met politieke lobby en werken met kwantificeerbare doelen - zijn er nog een aantal cruciale punten voor het slagen van geïntegreerde natuur- en ontwikkelingsprojecten: lees ze hier...

Eén les was dat er meer aandacht moest komen voor omgevingsfactoren. 'Met je hoofd in de modder zie je weinig', zegt McShane. Oftewel: het heeft niet veel zin je 24 uur per dag bezig te houden met het managen van een beschermd natuurgebied, terwijl de boskappers oprukken die het tot een zinloos, geïsoleerd eilandje dreigen te degraderen. Dat was bijvoorbeeld het geval in het Minkébé-oerwoud in Gabon. Tussentijdse bijstelling leidde ertoe dat de projectmedewerkers een lobby opzetten bij de nationale overheid. Bovendien slaagden zij erin met boskapbedrijven afspraken te maken over een meer duurzame houtwinning. Een andere les is dat meteen duidelijk moet zijn wat het project wil bereiken. McShane: 'Te vaak wordt uitgegaan van veronderstellingen. Daardoor kun je nooit aangeven welke veranderingen te danken zijn aan jouw interventies. Natuurbeschermers slagen er maar zelden in te kwantificeren hoe belangrijk een gezonde natuur is voor de lokale bevolking. Bij de drie nieuwe projecten hebben we eerst een baselinestudie gedaan, die ons in staat stelt over vier jaar de resultaten te meten. Alle drie projecten werken met heldere, concrete doelstellingen.'

Hoe zinvol is het om in de drie projecten te werken met een vergelijkbare aanpak, gezien de grote onderlinge afstand? 'In alle drie rivierbassins leidt aantasting van de waterkwaliteit tot zichtbare verslechtering van de situatie van de lokale bevolking. Het gaat om industriële activiteiten, verstorende visserij, boskap op kwetsbare rivieroevers en de aanleg van stuwdammen. In meer of mindere mate spelen die zaken in alle situaties, dus er is volop gelegenheid om van elkaars ervaringen te leren. We zoeken niet naar uniforme oplossingen; iedere situatie vraagt om een eigen aanpak. Maar het is zinvol te zoeken naar algemene lessen en ervaringen.'

 



Reacties