Met geweld overleven

22-07-2008
Door: Peter Rhebergen

38_01120034

Bendeleden van de Mara Salvatrucha maken het teken van
de bende. Gevangenissen in El Salvador en andere Midden-
Amerikaanse landen zitten overvol met leden van gangs
Foto: Piet den Blanken / HH

'Ben je eenmaal lid van de een bende, dan is het bijna uitgesloten dat je daar nog uit kunt stappen', zegt Julio. 'Je wordt dan vogelvrij verklaard.' Julio weet waarover hij praat. Hij is voormalig bendeleider van de Mara Salvatrucha (MS of Mara 13) in San Salvador, hoofdstad van El Salvador. Mara is een afkorting van Marabunta, een mierensoort die met geweld een gebied inneemt, Salva verwijst naar El Salvador en trucha betekent in straattaal 'iemand die slim en waakzaam is'.

Julio kwam op vijftienjarige leeftijd in contact met de MS, toen hij op zoek naar werk illegaal vanuit El Salvador naar Los Angeles vertrok. Daar in Californië, waar veel 'kinderen van de burgeroorlogen' vanuit Midden-Amerika naartoe emigreerden, vinden twee grote jeugdbendes hun oorsprong. In de jaren tachtig ontstonden hier Mara 18 (kortweg '18', een verwijzing naar de 18th Street in Los Angeles) en MS 13.

In Los Angeles kwam Julio snel in contact met jonge bendeleden. Zij bleken niet alleen te opereren als strak georganiseerde gang, maar boden ook opvang en zorg. Julio wilde graag bij hen horen. 'Ik zat in een moeilijke periode', zegt hij. 'Voor mij waren zij als familie.' De initiatierituelen die hij moest ondergaan, waren zwaar. 'Ik kreeg als opdracht een roofoverval uit te voeren. Bovendien moet je dertien seconden zonder verweer het slaan en schoppen van je vrienden ondergaan om te laten zien dat je tegen pijn kunt. Ben je eenmaal lid, dan krijg je een tatoeage en soms een nieuwe roepnaam.'

In El Salvador is men niet overtuigd van het nut van preventie  

De politie pakte Julio op. Zoals veel andere bendeleden werd hij teruggestuurd naar El Salvador. Deze deportaties vanuit de Verenigde Staten vormden de basis voor het ontstaan van bendes in Midden-Amerika, vooral in El Salvador, Guatemala en Honduras. Volgens officiële schattingen zijn er nu zo'n 100.000 jongeren bij betrokken.

Terug in San Salvador werkte Julio zich op tot leider van een van de clicas - een groep van tien tot zeventig leden, die een afgebakend territorium controleert. Net als Mara 18 kent MS 13 een sterke organisatie die is opgebouwd vanaf wijkniveau en internationale vertakkingen heeft. Beide jeugdbendes bestrijden elkaar onderling op leven en dood.

Julio is geen actief lid meer van MS. Na een veroordeling tot 21 jaar gevangenisstraf, waarvan hij er dertien heeft uitgezeten, kreeg hij van de leiding van MS toestemming voor een 'kalmeringsperiode'. Met het vervoeren van vracht verdient hij nu zijn brood. Doordat hij ook optreedt als 'pastor' van een evangelische groep, ziet MS hem niet als een gevaar voor verraad. Samen met de stichting San Andrés ondersteunt Julio families van bendeleden die in de gevangenis zitten. Ook geeft hij voorlichting aan scholieren. Hij vertelt ze hoe ze buiten het geweld en de criminaliteit kunnen blijven.  

Harde hand
De overheid heeft steeds met repressieve maatregelen gereageerd op het bendegeweld. Onder de noemer 'Mano Duro' ('Harde hand') worden bendeleden zonder rechtsgeldige redenen of simpelweg vanwege hun tatoeages gearresteerd. In 2007 werden in El Salvador zo meer dan 7.000 verdachte bendeleden gearresteerd.

Maar ondanks de maatregelen daalt de criminaliteit niet. Eind april stond de teller voor dit jaar in El Salvador al op 1.023 moorden. Onlangs is op initiatief van Zweden, het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP en de Centraal-Amerikaanse Bank voor Economische Integratie een onderzoek uitgevoerd onder bendeleden, hun familie, politieagenten en slachtoffers. Hieruit blijkt dat de mara's steeds vaker werken als onderaannemers voor de georganiseerde misdaad. Vaak wordt daarbij smeergeld betaald aan de politie. De jeugdbendes lijken bovendien hun herkenbaarheid te verminderen: voor nieuwe leden is het steeds minder toegestaan zichtbare tatoeages te zetten. Een tot nog toe onbekend en opmerkelijk onderzoeksresultaat is de conclusie dat veertig procent van de bendeleden bestaat uit (jonge) vrouwen en dat ook steeds meer kinderen worden geworven. Soms kinderen van pas tien jaar oud.

Repressieve maatregelen lossen niets op, zeggen Salvadoraanse mensenrechtenorganisaties. 'De gevangenissen in El Salvador zijn een kweekplaats voor criminaliteit. Ze hebben een capaciteit voor 7.500 personen maar er zitten er 18.000 in', zegt Gustavo Pineda van de Salvadoraanse organisatie FESPAD (Fundación de Estudios para la Aplicación del Derecho), die onderzoek verricht naar de toepassing van mensenrechten.  

Veiligheid
Ralph Sprenkels is namens de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie ICCO coördinator van het Programa Seguridad Juvenil en Centro América (PSJ). Hij meent dat door operatie Mano Duro de rechten en de veiligheid van jongeren in gevaar zijn. 'Het beleid van de overheid moet minder repressief en meer preventief worden. Maar in El Salvador is men niet overtuigd van het nut van preventie. Zakenmensen hebben ter bestrijding van de mara's doodseskaders gevormd, met verbindingen naar politie en militairen of ex-militairen. Het hoofdprobleem van de jongeren is hun sociale uitsluiting. Dat is meer dan alleen het armoedevraagstuk. De overheid investeert niet in jongeren.'

PSJ is een regionaal jongerenprogramma waarbij achttien organisaties uit El Salvador, Guatemala, Honduras en Nicaragua betrokken zijn. 'Met elkaar zijn we tot de conclusie gekomen dat het niet zozeer gaat om het vraagstuk jongeren en criminaliteit, maar juist om veiligheid', zegt Sprenkels. 'Ook jongeren in de criminaliteit hebben recht op veiligheid. Bij de vraag hoe jongerengeweld ontstaat en wat daartegen te doen valt, hoort allereerst de vraag hoe het met de veiligheid van jongeren gesteld is.' In regionale bijeenkomsten heeft het PSJ hiervan een analyse gemaakt.

De organisaties houden zich, vanuit verschillende invalshoeken, bezig met mensenrechten, jongerenwerk, lokale sociaal-economische ontwikkeling, onderzoek, culturele activiteiten, justitie en politie. Sprenkels: 'Het PSJ is ontstaan vanuit de noodzaak meer programmatisch te werken. De organisaties werken aanvullend op elkaar, want in het PSJ worden hun kennis en ervaringen op verschillende terreinen samengebracht en omgezet in het gezamenlijke programma "Jeugd en veiligheid". Bovendien vormen ze een netwerk.'

Kerndoelen van het PSJ zijn het uitwisselen van informatie (ondersteund door een website), de methodologische vernieuwing van het jongerenwerk, het ontwikkelen van een regionale alternatieve agenda voor preventie van jongerengeweld en beleidsbeïnvloeding.  

Straffeloosheid
Wim Savenije, werkzaam als sociaal wetenschapper bij onderzoeksinstituut FLACSO (Facultad Latinoamericana de Ciencias Sociales) en bij ICCO, is participant van het PSJ. 'In de plattelandsgebieden', zegt hij, 'is nauwelijks sprake van gewelddadige jeugdcriminaliteit. Daar is nog sociale cohesie. In de overbevolkte stedelijke gebieden is letterlijk geen leefruimte. De krotten zijn tegen elkaar aangeplakt. Erg veel gezinnen zijn ontwricht, de armoede is groot. Iemand die jonger dan 25 jaar is, heeft nauwelijks kans werk te vinden. Gezondheidszorg en goed onderwijs zijn er onvoldoende aanwezig. Juist daar zien we de jeugdbendes. De reorganisatie van het politieapparaat, zoals in 1992 vastgelegd in de vredesakkoorden aan het eind van de burgeroorlog, leidde tot een jarenlange afwezigheid van de politie in deze wijken. Van rechtsordehandhaving was geen enkele sprake meer'. Savenije noemt verder het gebrek aan capaciteit bij het rechtssysteem en de politie en daardoor de toename van straffeloosheid.

Edgardo Amaya, adviseur van de nationale ombudsman van El Salvador, richt zich binnen het PSJ vooral op de rechten van jongeren. 'De politie heeft problemen met de uitleg van Mano Duro', constateert hij. 'De top van het openbaar ministerie wordt door politieke benoemingen bepaald en is daardoor niet onafhankelijk. Bovendien is de wetgeving ambigu. Bij arrestaties van jongeren gaat de politie vaak willekeurig te werk omdat ze een bepaald aantal arrestaties per week moet uitvoeren. Aan deze jongeren moet juist extra veiligheid worden geboden.'

Bij het zoeken naar alternatieven voor jongeren in marginale situaties leggen de samenwerkende ngo's wél nadruk op preventie. Zo richt de organisatie SACDEL zich in El Salvador bijvoorbeeld op kleinschalige economische ontwikkeling door het opzetten van kleine bedrijfjes en het organiseren van scholing voor jongeren. Ook worden jongeren gestimuleerd in gesprek te gaan met de lokale politiek om hun leefomgeving te verbeteren. 'We moeten jongeren een stem geven. Dat geeft hen zelfvertrouwen', zegt Yuri Reyes, projectcoördinator bij SACDEL.  

Families
Met de ervaringen op het gebied van cultuureducatie levert het Hondurese Arte Acción binnen PSJ een bijdrage aan de methodische vernieuwing van het jongerenwerk. Arte Acción maakt deel uit van een netwerk van vergelijkbare organisaties in Guatemala, El Salvador en Honduras. Ook andere organisaties brengen door hun regionale netwerken belangrijke informatie in. De Guatemalteekse mensenrechtenorganisatie ICCPG bundelt ervaringen op het gebied van verbetering van rechtspraak en training van politie en justitie. FLACSO doet dat in verschillende Midden-Amerikaanse landen door sociaal onderzoek en de Salvadoraanse organisaties FESPAD en IDHUCA richten zich op juridisch-politieke aspecten. PSJ is een netwerk van netwerken.

Een heel klein onderdeel van PSJ is de stichting San Andrés, waarvoor ex-bendeleider Julio werkt. Het PSJ kan de inbreng van zo'n kleine stichting niet missen, want er zijn maar weinig organisaties die zo direct met (ex-)bendeleden en hun families werken.

Veertig procent van de ongeveer 150 miljoen jongeren in Latijns-Amerika verkeert door gebrek aan werk en onderwijs in een marginale positie en wordt ernstig bedreigd door onveiligheid en geweld, concludeerden afgevaardigden uit 22 landen in april tijdens het seminar 'Jeugd en Ontwikkeling' van de intergouvernementele Organización Iberoamericana de la Juventud (OIJ). De aanbevelingen van dit seminar vormen een belangrijke basis voor de bijeenkomst van regeringsleiders van Latijns Amerika eind oktober. PSJ wil in overleg met de OIJ proberen haar alternatieve agenda in te brengen in dit overleg. Het zal een pleidooi zijn voor permanente vertegenwoordiging van jongeren bij het analyseren van het geweld en het ontwikkelen van alternatieven voor hun sociale uitsluiting. Meer preventie en minder Mano Duro. Maar daarvoor is politieke wil noodzakelijk.  

Website PSJ: www.centroamericajoven.org 

Reacties