Met de Zapatistas begon het cyberactivisme

23-12-2003
Door: Da Root
Bron: OneWorld/Marc Doodeman

De andersglobalisten in Nederland vieren feest. De eerste succesvolle (digitale) opstand tegen de 'globalisering van bovenaf' startte op 1 januari 1994, tien jaar geleden. Reden genoeg voor een feest, aldus andersglobalist Kees Hudig van het solidariteitsfonds XminY. 'We gaan dat vieren, onder meer met een feest in de Melkweg op 2 januari.'

In Mexico is het al feest. Op 17 november 2003 was het 20 jaar geleden dat het EZLN - de legertak van de Zapatistas - in het leven werd geroepen in de Lacandon-jungle in het zuiden van Mexico. Onder de noemer '10 en 20' lopen de feestelijkheden door tot in januari. Een Mexicaanse journaliste publiceert een boek en een video waarin zij het verhaal van de Zapatistas zelf vertelt.

Tien jaar geleden, in de nacht van Oud en Nieuw 1994, nam een groep indianen San Christobal de las Casas in en bevrijdden 178 gevangenen. Na het bloedbad van de eerste dagen - 57 doden, waaronder 6 regeringssoldaten - trokken de rebellerende boeren zich, gewapend met laptops, een fax en enkele pistolen terug in het ontoegankelijke regenwoud.

Laptops en laserprinters

De opstandelingen werden de eerste aansprekende beweging voor wie internet essentieel was in hun strijd tegen het onrecht c.q. de Mexicaanse regering.

Hoe ging dat in zijn werk? Gebruikte Marcos, het brein van de beweging, zelf internet vanuit de zeer ontoegankelijke jungle? Bezaten de indianen in Chiapas, de armste bevolkingsgroep van Mexico, computers en modems?

Gemma van der Haar van het Centrum voor Conflict Studies in Utrecht acht het onwaarschijnlijk dat de indianen zelf e-mailden. 'Het was en is bij mijn weten nog steeds niet mogelijk om vanachter je PC direct met een Zapatista in de bush te chatten. In heel veel dorpen is geen of slechts heel onregelmatig elektriciteit en telefoonlijnen zijn er ook weinig.'

Volgens cultureel antropoloog Arnout Ponsioen waren de rebellen, eenmaal omsingeld in het oerwoud, wel voorzien van computers en printers. De pamfletten die de eerste dagen werden verspreid kunnen niet anders dan op een PC of laptop zijn gemaakt en met laserprinters afgedrukt. Ponsioen deed eind jaren 90 een studie naar de Zapatista-revolutie. De indianen hadden volgens hem wel alternatieve stroomvoorziening, zoals benzinemotoren, hydro-elektriciteit en zonne-energie. Maar een internetverbinding was waarschijnlijk voor hen nog te hoog gegrepen.

Floppy-diskettes

Uit de studie van Ponsioen blijkt dat geprinte pamfletten en floppy-diskettes in de eerste dagen van de opstand het bos uit zijn gesmokkeld naar het stadje San Cristóbal de las Casas, langs de barricades van regeringssoldaten. Om het risico van onderschepping te vermijden, werd ook een koerier - meestal te voet of te paard - naar het stadje La Realidad gestuurd. Vooral het Mexicaanse dagblad El Tiempo speelde in die begindagen een belangrijke rol door de Zapatista-pamfletten te publiceren.

Via het internet liep de communicatie volgens Van der Haar indirect, via onder meer regionale en internationale mensenrechtenorganisaties en waarnemersmissies. 'Zij zetten veel zaken op het net en gaven er ruchtbaarheid aan. De nieuwsgroepen in Mexico, de Verenigde Staten en Europa signaleerden de gebeurtenissen en publiceerden aanklachten. Dat was een enorm belangrijke bron van informatie.'

Een netwerk van sympathisanten, academici, journalisten en politici stuurde vervolgens de berichten over de situatie naar diverse nieuwsgroepen en digitale conferenties op het internet.

De opstand kreeg zo mondiale aandacht. Daardoor kon de regering weinig doen zonder gezichtverlies en wereldwijde veroordeling, zegt Van der Haar. 'Er hard op inhakken kon dus niet, daarvoor genoten de Zapatistas veel te veel sympathie en legitimiteit.'

'Niet erg realistisch'

Van een voorgekookte communicatiestrategie was geen sprake. Volgens Van der Haar hadden de Zapatistas geen duidelijk beeld van wat ze ná de opstand op 1 januari gingen doen. 'De ideeën die ze aanvankelijk hadden waren niet erg realistisch en moesten direct bijgesteld worden. De eerste communiqués gaan uit van een traditionelere guerrilla-oorlog met bevrijde gebieden die zich steeds verder uitbreiden tot ze het gezag in Mexico-Stad omver zouden werpen.'

Toch was 1 januari een tactisch goed gekozen datum. Het was de eerste dag van de vrijhandelzone (Nafta) tussen de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Dit handelsakkoord zou desastreus zijn voor de prijs van de koffiebonen en daarmee rampzalig voor de Mexicaanse boeren in armste provincie Chiapas, veelal Maya-indianen.

Voor Ponsioen stond vast dat de Zapatistas de gewapende strijd zouden verliezen. 'De Zapatistas moeten, zeker gezien hun minimale wapenbezit, van te voren al rekening gehouden hebben met een vredesdialoog want een confrontatie met het Mexicaanse leger zou voor hen maar één uitslag hebben: verliezen. De Zapatistas hebben later openlijk toegegeven dat de oorlogsverklaring bedoeld was om de aandacht van de regering en de wereld te krijgen voor de problemen in Chiapas. Het was een oorlog om "gehoord te worden".'

En ze werden gehoord. 'Ze bleken al snel het symbool van protest tegen de globalisering die op neoliberale leest was geschoeid,' aldus van der Haar.

De Zapatistas en hun sympathisanten begrepen dat de strijd moest worden gestreden via de media, en dan met name via internet. Want dat was het ultieme, grensoverstijgende medium. Een paar dagen na de invasie doken in cyberspace de eerste getuigenverklaringen op. De Zapatistas beschuldigden de regering van kindermoord, verkrachting en wrede bombardementen. Het vuurtje verspreidde zich snel via e-mail, krant en televisie.

Communicatiedeskundigen

De berichten hadden effect: onder druk van bezorgde buitenlandse mensenrechtenorganisaties en burgers met een fax staakte de Mexicaanse president het offensief en liet journalisten tot het Lacondona-woud toe. De verslaggevers vonden nagenoeg geen bewijs voor de aantijgingen van de Zapatistas. Maar de legeraanval was afgewend en de rebellen zetten hun strijd voort, met woorden als hun beste wapens. Marcos verklaarde later: 'Van wie regeringen het meest te vrezen hebben? Van communicatiedeskundigen'.

De opstand kreeg veel bijval van progressieve wereldburgers. Activistische sympathisanten togen begin januari 1994 zelfs naar het Mexicaanse woud om de rebellen te steunen. Zij werden toegesproken door subcommandante Marcos, getooid met de eeuwige bivakmuts en pijp.

'El Sub' had de regionale strijd uit noodweer over de landsgrenzen heengetrokken.'De strijd van de Zapatistas is altijd een lokale strijd geweest, ingebed in een mondiaal verzet tegen de globalisering,' aldus Marcos later.

Wake up call

Hoewel de indianen er zelf nog altijd niet veel wijzer van zijn geworden (zie kader 1), was de revolutie van de Mexicaanse boeren een enorme stimulans voor de huidige andersglobalistische beweging. 'Zonder de Zapatistas zou de hele globaliseringsbeweging er waarschijnlijk nooit zijn geweest. In ieder geval niet zo snel en zo omvangrijk,' zegt Kees Hudig van XminY.

Ook Gemma van der Haar denkt dat de Zapatistas belangrijk zijn geweest voor de andersglobalisten. 'Ze waren een wake up call op allerlei manieren en hebben in die zin wel de anti-globalisten een impuls gegeven.'

Na 'Chiapas' wisten de activisten in de wereld elkaar, met het internet als stuwende kracht, te vinden. Er ontstond een via internet georganiseerde mondiale strijd, met als belangrijke mijlpaal het protest bij de onderhandelingen van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 1999 in Seattle. De mondiale activisten werden toen bekend als de antiglobalisten.

Door de indianenrevolutie van 1994 kregen - bedoeld of onbedoeld - de progressieve strijders in de wereld een krachtig bindmiddel en strijdwapen in handen: cyberspace.



KADER 1
Wat heeft de Mexicaanse revolutie tien jaar na de opstand per saldo voor de indianen opgeleverd?

De rebellie leidde tot gesprekken met de Mexicaanse regering en die mondden uit in akkoorden, hoewel die nog steeds op uitvoering wachten. De Zapatistas stelden drie condities: erkenning van de indiaanse rechten en cultuur, demilitarisering van de zone en vrijlating van politieke gevangenen. Aan de eerste twee is nog niet voldaan, aan de derde slechts ten dele. In 1995/1996 lag er volgens Gemma van der Haar van het Centrum voor Conflict Studies in Utrecht een prachtige kans om een constructief vredesproces in te gaan. Maar de regering weigerde het bereikte akkoord rondom indiaanse rechten en cultuur om te zetten in wetswijzigingen. Daarna zijn de posities verhard.

De vraag naar een volwaardige erkenning van de indiaanse identiteit vond bij het Mexicaanse Congres in juli 2001 opnieuw geen gehoor. 'De inzet van de huidige regering lijkt te zijn: gewoon maar negeren, dan bloedt het wel dood,' aldus Van der Haar.

Wat de Zapatistas niet helpt is dat hun populariteit tanende is. Zij lijken ook hun voortrekkersrol binnen de andersglobalistenbeweging verloren te hebben. Van der Haar: 'Inmiddels zijn ze in de strijd tegen het neoliberalisme één tussen vele spelers en veel minder agendazettend. Bij de onderhandelingen van de Wereldhandelsorganisatie in september in Cancún bijvoorbeeld waren ze wel aanwezig, maar zelfs in Mexico raakten ze in de berichtgeving helemaal op de achtergrond na die zelfmoordactie van de Koreaan.'

Als antwoord op de weigering van de regering om de indiaanse identiteit te erkennen, besloten de Zapatistas zich in augustus 2003 te organiseren in autonome gemeenten, verenigd in zogenaamde 'caracoles'. Ook die autonomie erkent de overheid niet officieel.

Van der Haar is enthousiast over de autonome gemeenten: 'Ik krijg de indruk dat de autonome besturen in Chiapas alive and kicking zijn. Ze zijn er, ze functioneren en ze doen het op vele punten beter dan de overheidsbesturen. Op lokaal niveau kun je absoluut niet om ze heen.'

In economisch opzicht zijn de Zapatistas in tien jaar tijd niets wijzer geworden. Volgens de wetenschapper is de armoede in Chiapas niet structureel verbeterd, eerder verslechterd. 'Er is wel geïnvesteerd in wegen en openbare voorzieningen, maar dat levert nog geen betere economische vooruitzichten op. De koffie en maïsprijzen blijven laag, er is weinig werk buiten de landbouw. De investeringen van de overheid lijken een druppel op de gloeiende plaat zolang de neoliberale politiek de bestaansonzekerheid van mensen alleen maar vergroot.'

De opstand heeft de verdeeldheid tussen de bevolkingsgroepen van Chiapas vergroot en daarmee het dagelijkse geweld. Van der Haar: 'Deze situatie is echter in sterke mate het gevolg van het gestokte vredesproces en de onwil van de Mexicaanse regering om echte concessies te doen en de indiaanse zaak serieus te nemen.'

Hoewel er officieel een bestand geldt, is Chiapas vergeven van de regeringssoldaten. Ook zijn er anti-Zapatistische paramilitaire groepen ontstaan die onder meer de massaslachting bij Acteal op hun geweten hebben. Daar werden op 22 december 1997 45 indianen doodgeschoten. Duizenden mensen zijn nog op de vlucht voor het geweld dat zij vrezen.

Van der Haar is somber: 'Een oplossing lijkt steeds verder weg. In april 2001 is er wel een wet over indiaanse rechten aangenomen maar dat stelt concreet weinig voor. Indiaanse bewegingen in Mexico en het ELZN hebben de wet veroordeeld als een aanfluiting.'

KADER 2
Zapata: 'De grond is van wie hem bewerkt'

De landloze Zapatistas-indianen werden bij naam en daad geïnspireerd door de legendarische Emiliano Zapata. La tierra es de quien la trabaja, 'de grond is van wie hem bewerkt', was de leus van de lieveling van de Mexicaanse revolutie van 1911.

Emiliano Zapata leidde een leger van boeren tijdens de Mexicaanse revolutie van 1910. Hij veroverde land dat was afgenomen door rijke boeren. De populaire Zapata werd in 1919 vermoord door regeringshandlangers om zijn voorstel voor landhervormingen.

Nog dagelijks wordt zijn afbeelding door miljoenen Mexicanen gestreeld. Op bankbiljetten, op pleinen en kruispunten, overal in het land is de indianenleider met zijn grote snor en zijn droevige ogen te bewonderen. Alleen al in Mexico-Stad heten 179 straten 'Calle Emilio Zapata'.

REAGEER OP DIT ARTIKEL

Reacties