Israëlische soldaten lanceren een drone nabij de grens tussen Israël en Gaza. Beeld: Ohad Zwigenberg
Column

Journalist in Gaza: ‘Israëlische drones volgen ons waar we ook gaan’

Israël maakt er geen geheim van Palestijnen in Gaza altijd te volgen, want juist de angst is onderdeel van de controle. Journalist Malak Hijazi vertelt hoe het is om te leven en te werken onder voortdurende surveillance. ‘Toen ze ons huis binnenvielen scanden ze onze gezichten.’

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee

Het Israëlische leger is dol op pamfletten. Pamfletten die mensen bevelen om naar het zuiden te trekken, of waarop staat dat de wereldkaart niet verandert als alle mensen in Gaza verdwijnen. Tijdens de vrijlating van Palestijnse gevangenen als onderdeel van een staakt-het-vuren in oktober 2025, lieten Israëlische drones pamfletten vallen op de Westelijke Jordaanoever met de tekst: ‘We houden jullie in de gaten. Als jullie op enige manier steun geven aan de terroristen, worden jullie gearresteerd.’ Recent waarschuwden pamfletten met daarop een getekend oog dat ook online kritiek wordt gemonitord.

 

Een velletje papier uit de lucht – waar veel Palestijnen geloven dat God woont – daarvan is de belangrijkste boodschap: ik zie wat je doet. Ik controleer je leven en ik kan het van je afnemen.

 

Controle begint met zorgen dat het lichaam altijd bang is. Israël bespioneert ons niet in het geheim: verschillende soorten drones hangen voortdurend in de lucht. Ze zoemen of brommen als insecten of het geruis van de zee. Ze observeren onze bewegingen en volgen ons waar we ook gaan. Ook wordt Gaza omringd door observatietorens langs de grens met Israël. Samen vormen ze een netwerk dat straten, ramen en lichamen in de gaten houdt. We praten erover met een mengeling van schrik en zwarte humor, ons intussen afvragend hoe het mogelijk is dat er zoveel ogen gericht zijn op een lap grond van 365 vierkante kilometer.

 

Deel dit

De angst voor controle woont in mijn lichaam

‘Op de grond hebben muren oren.’ Dat is een bekende uitdrukking in Palestina. We leren al vroeg om stil te zijn. Deel geen persoonlijke informatie met vreemden die je niet vertrouwt. Plaats je meningen niet online. Denk twee keer na voordat je je telefoon bij je draagt. Denk drie keer na voordat je hem aanzet.

Pas toen ik ouder werd, besefte ik dat angst continu in mijn lichaam woont, zelfs als ik reis of van plek verander. Ik herinner me dat ik in Qatar was, toen een Jordaanse vriendin zei dat ik de locatievoorziening van mijn telefoon moest aanzetten. Ik raakte in paniek, keek haar met grote ogen aan en vroeg waarom. Ze lachte, maar stopte daar ook direct mee. “Je maakt me bang”, zei ze. “Hoe moet de Uber anders weten waar je bent, sukkel?”

 

In Gaza is er geen Uber. We nemen taxi’s. We gebruiken geen Google Maps of GPS. Tijdens onrusten vertellen we nooit waar we zijn. We proberen geen digitale sporen achter te laten. Sommige mensen nemen extra maatregelen om onzichtbaar te blijven. Ze gebruiken Telegram in plaats van WhatsApp. Ze vermijden roken op balkons. Op de Westelijke Jordaanoever gebruiken Palestijnen bijnamen voor locaties en dingen. Sommigen maken nepaccounts online om vrijuit hun mening te delen. Dat soort voorzorgsmaatregelen maken deel uit van het dagelijks leven.

 

Vermoorde journalisten

Als journalist gebruik ik X niet. Er zijn daar accounts die bedoeld zijn om op te hitsen, en andere die simpelweg in de gaten houden wat Palestijnen posten. Ik zet locatie-instellingen uit en denk twee keer na over elke foto die ik maak of deel. Ik zoek altijd uit altijd wie ik voor me heb voordat ik een interview doe.

 

Op een dag werd mij gevraagd of ik een video-interview wilde geven over de moeilijkheden   die journalisten in Gaza ervaren tijdens het genocidaal geweld. Mijn familie smeekte me om het niet te doen. Ze waren doodsbang dat ik te zichtbaar zou worden. En ze hadden reden om bang te zijn. Veel journalisten die erg zichtbaar zijn op social media, en wier namen en gezichten wijdverspreid zijn, zoals Anas Alsharif, zijn door Israël vermoord.

 

Dat voortdurende risico, het gevoel dat er altijd iemand meekijkt, maakt mijn werk als journalist moeilijker. Wanneer ik een interviewverzoek stuur, antwoorden mensen zelden meteen. Ze onderzoeken mij eerst. Wie heeft je gestuurd? Voor welk platform werk je? Waar is het gevestigd?

 

Deel dit

​Ook over de VS durven mensen niet te praten

Wanneer ik de Verenigde Staten noem, worden ze voorzichtig. Soms weigeren ze überhaupt iets te delen, zelfs als de vraag alleen gaat over wat ze vinden van Trumps zogenaamde vredesplan. Andere keren willen ze wel praten, maar op voorwaarde dat ik beloof hun namen niet te noemen. Wantrouwen keert zich vaak naar buiten. Sommigen vervloeken de Verenigde Staten en hun banden met Israël. “Amerika is de kop van de slang”, zeggen ze.

 

Dat wantrouwen is niet ongegrond. Verregaand toezicht op het Palestijnse leven is afhankelijk van Amerikaanse technologie, financiering en politieke bescherming. Israëls Unit 8200 gebruikte Amerikaanse cloudsystemen om telefoongesprekken en berichten op te slaan en te analyseren. Bedrijven zoals NSO, dat sinds oktober in Amerikaanse handen is, hebben privélevens omgezet naar data. Als je dat weet, voelt elk bericht alsof vreemden meelezen.

 

Zelfs wanneer ik niet in gesprek ben of vragen stel, heb ik het gevoel dat ik word gecontroleerd. Maak je een foto op straat, dan kan iemand je tegenhouden en vragen waarom, en voor wie. In Gaza heeft elke afbeelding een denkbeeldig publiek.

 

De gele lijn

Toen ik eens verslag deed vanaf de gele lijn – de tijdelijke grens waarmee het Israëlische leger gebieden aanduidt die burgers tijdens het staakt-het-vuren niet mogen betreden – stemde een vrouw ermee in mijn vragen te beantwoorden. Ze beschreef hoe ze werd verhinderd om naar haar huis terug te keren. Haar familie, zei ze, werd door Israëlische soldaten toegeschreeuwd en gedwongen het gebied te verlaten, ook al lag het technisch gezien buiten de gele lijn. Ik noteerde alles zorgvuldig, maar net voor ik het artikel indiende, stuurde ze me een bericht: “Je mag de details die ik je gaf niet in het artikel verwerken.” Ze had zich niet gerealiseerd welke veiligheidsrisico’s ze nam, en haar familie was boos geworden toen ze hoorden wat ze had verteld. Ik neem het haar niet kwalijk dat ze zich terugtrok, want ik zou hetzelfde doen.

 

Deel dit

Ons bestaan werd voor ons neus in data omgezet

Hoewel ik het grootste deel van mijn leven onder druk van dit surveillancesysteem heb geleefd, realiseerde ik me niet hoezeer mijn hart telkens zou stilstaan zodra een soldaat mijn naam zou roepen, en ik besefte niet dat zelfs mijn gezichtskenmerken al lang waren vastgelegd. Israël zette al jaren gezichtsherkenningssystemen in in de gebieden die het controleerde, waarbij gezichten werden gescand en gekoppeld aan enorme databases. Ons bestaan werd voor onze neus in data omgezet.

 

Toen het Israëlische leger mijn huis binnenviel in december 2023, dacht ik dat ik voorbereid was. Ik had een identiteitsbewijs in handen dat was uitgegeven via een register dat door Israël wordt gecontroleerd, geschreven in het Arabisch en Hebreeuws, zo ontworpen dat het onmiddellijk leesbaar is voor soldaten bij elke grens, elke controlepost en elk meldpunt.

 

Ik controleerde mijn telefoon en laptop nog eens en keek of ik alleen persoonlijke foto’s erop had staan. Tot mijn schrik kwam ik ook een afbeelding van een gemaskerde vrijheidsstrijder tegen. De paniek sloeg toe. Ik verwijderde alles wat ik had gedownload van nieuwszenders. We vroegen ons steeds opnieuw af of er iets was dat tegen ons gebruikt kon worden. Dat was er niet, maar misschien wisten zij dingen over ons die wij zelf niet eens wisten. Mijn vader zei dat ik me geen zorgen moest maken. Vrouwen worden niet meegenomen voor verhoor, zei hij. Maar dat stelde me niet gerust.

 

Gezichten scannen

Uiteindelijk namen ze al onze telefoons af. Op dat moment ging het enige licht uit dat we nog hadden, dat was aangesloten op zonnepanelen. Een soldaat kwam aanzetten met een apparaat dat eruitzag als een lens. Rode flitsen gleden over onze gezichten. Ik wist niet wat het precies deed. Ik wist alleen dat wij werden gelezen.

Mijn familie vroeg of ik namens hen wilde spreken in een vreemde taal, in de overtuiging dat soldaten mensen die Engels spreken beter behandelen dan degenen die Arabisch spreken. Maar op het moment suprème verloor ik het vermogen om normale zinnen te vormen. De angst nam het over.

 

Ik slaagde erin slechts drie zinnen uit te brengen:

“Wij zijn burgers.”

“Ik weet het niet.”

“Wij steunen Hamas niet.”

 

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —   8,80 / maand
  • Alleen digitaal  —   6,60 / maand
Heb je een waardebon?

Factuurgegevens

Nieuwsbrieven

Je bestelling

Product
Aantal
Totaal
Subtotaal in winkelwagen  0,00
Besteltotaal  0,00
  •  0,00 iDit is het bedrag dat automatisch van je rekening wordt afgeschreven.

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Je inschrijving kon niet opgeslagen worden. Probeer het nogmaals.
Je inschrijving is geslaagd

Volg ons