‘Mensen moeten beter eten'

10-06-2007
Door: Eline van Aggelen

42_opleiding_pt2
Wageningen International          

Als Fannie de Boer, groepscoördinator bij de cursus Food and Nutrition Security, met 'a very goedemorgen' binnenkomt, is het meteen stil. De groep studenten uit ontwikkelingslanden, thuis werkzaam in de agrarische of de gezondheidssector, leert hier in Wageningen over voeding 'in een breder perspectief'. Van De Boer krijgen ze vandaag een college over het Nederlandse Voedingscentrum. Ze vertelt onder andere over een telefoonlijn waar mensen de hele dag met vragen over voedsel terecht kunnen.

Victoria Tsepko-Adabayeri - gevraagd naar haar leeftijd zegt ze geheimzinnig: '40-plus' - werkt bij het ministerie van Voedsel en Landbouw in Ghana en is benieuwd of De Boer in de toekomst kan helpen het soort programma's dat tijdens de cursus aan bod komt in haar geboorteland op te zetten. 'Ik wil graag een bijdrage leveren door beter beleid te creëren. In Ghana is de toegang tot goed voedsel slecht', zegt ze. Voorbeelden van programma's in Nederland inspireren haar.

Sleutelconcepten
Tabley Bakyaita, ook 40-plus, werkt op het Oegandese ministerie van Gezondheid in Oeganda als 'senior health educationist'. Het is zijn taak om radioberichten en posters te ontwikkelen om het grote publiek voor te lichten. Nuffic heeft voor hem, zoals voor de meeste studenten, de kosten van scholing en verblijf betaald. De enige voorwaarde die Nuffic stelt, is dat de werkgever de baan vrijhoudt en salaris doorbetaalt.

Opleiding:
Food and Nutrition Security I

Instelling:
Wageningen universiteit

Duur:
Drie maanden fulltime

Voorwaarden:
minimaal Bacheloropleiding (of vergelijkbaar) in een sector gerelateerd aan voeding. Drie jaar werkervaring en een werkpositie met taken gerelateerd aan de thema's van de cursus. Cursisten moeten de Engelse taal machtig zijn.

Kosten:
5.150 euro

Website: www.wi.wur.nl/UK/services

Bakyaita vertelt dat hij een paar jaar geleden toevallig in de voedingssector terecht is gekomen. 'Ik weet er dus niet veel vanaf. Door deze cursus krijg ik een helder begrip van de problematiek en leer ik de sleutelconcepten rondom voeding. Ik kom nu in aanraking met het academische gedeelte van het onderwerp. Straks kan ik eindelijk zelfverzekerd met mijn collega's over de inhoud debatteren', zegt hij.

Of hij voor grote veranderingen zal kunnen zorgen weet hij nog niet. 'De cursus is zo intensief dat ik geen tijd heb om na te denken over mijn werk. Het is in ieder geval zo dat ik probeer het beleid te beïnvloeden. Ons ministerie heeft helaas weinig financiële armslag. Het publiek bewust maken van aan voeding gerelateerde onderwerpen is vrij prijzig en voor onze regering is het probleem niet groot genoeg.'

Docent Fannie de Boer herkent deze situatie, maar wijst op het bewustwordingsproces dat plaatsvindt bij de cursisten. 'Na de cursus wisselen veel studenten van baan. Ze komen terecht op hogere functies binnen ministeries of gaan bij niet-gouvernementele organisaties werken. Ze hebben daar meer invloed en ontwikkelen bijvoorbeeld betere voedingsprogramma's.'

Op cursus krijgen de studenten eerst drie weken basiskennis gedoceerd. Omdat ze uit erg verschillende sectoren komen, zijn ze niet allemaal eerder al in aanraking gekomen met de verschillende facetten van de voedingsproblematiek. Na deze drie weken komen meer specifieke onderwerpen aan bod, zoals voeding gerelateerd aan hiv/aids, monitoring en evaluatie van voedingsprojecten, de 'recht-op-voedselaanpak' en voedingsvoorlichting.

In ontwikkelingslanden zijn meer dan 800 miljoen mensen ondervoed. 'Ondervoeding bestrijden is dan ook niet alleen een kwestie van boeren meer eten laten verbouwen. Mensen moeten beter eten en een voedingsprogramma helpt bij een verbetering van het eetpatroon voor het hele huishouden', vertelt De Boer.

Onbetaalbaar

Student Eliza Kazi (41) maakt voor Save the Children UK voedselprogramma's in Bangladesh. De meeste kennis die bij de cursus aan bod komt heeft ze al tijdens haar studie opgedaan. Toch is ze tevreden. 'Sinds drie jaar wil de organisatie waar ik werk de oorzaken van slechte voeding in plattelandsgebieden behandelen. Tijdens de cursus heb ik nieuwe informatie gekregen over voedselzekerheid en vooral de websites die we hebben bestudeerd zullen me in de toekomst nog van pas komen', zegt ze.

De communicatie over en weer met medestudenten wordt erg gewaardeerd. Tabley Bakyaita is druk bezig zijn netwerk uit te breiden. 'De interactie met mijn studiecollega's is echt onbetaalbaar!' Dat onderschrijft De Boer. 'De uitwisseling tussen studenten uit allerlei verschillende landen is een groot pluspunt. Sinds enige jaren is er ook een deel van de cursus waar onze buitenlandse studenten worden gemengd met Nederlandse MSc-studenten. Beide groepen hebben hier veel plezier aan beleefd.'

Reacties