Melkerts baan

01-05-2005
Door: Tekst: Pieter van Os


Direct na de puinhopen van Pim en Paars bleek dat bewindvoerderschap ideaal: een baan met rust én aanzien, vrij uniek in de wereld van de publieke topfuncties. En dus nam Melkert zitting in de 'board of executive directors', het hoogste orgaan van de Wereldbankgroep. Hij kreeg daarin het stemrecht voor twaalf landen: Nederland, Armenië, Georgië, Oekraïne, Moldavië, Roemenië, Bulgarije, Macedonië, Kroatië, Cyprus en - iets saillanter - Bosnië en Israël. Die landen staan voor vier procent van het totaal aantal stemmen in de board.

En inderdaad: anders dan in de maanden voor zijn vertrek uit Nederland was er nauwelijks een journalist geïnteresseerd in Melkerts doen en laten. In tweeëneenhalf jaar is zijn naam niet één keer opgedoken in de New York Times of de Washington Post, kranten met meer dan honderd pagina's per dag. En zelfs al hadden de journalisten het gewild: pottenkijkers zijn niet welkom bij de vergaderingen van de 24 boardleden. Die spelen zich tot ten minste 1 april van dit jaar achter gesloten deuren af. Daarna worden de notulen voor iedereen opvraagbaar - een beslissing waar Melkert zich voor heeft ingespannen.

Donkere wolken

Het gedwongen vertrek van Lubbers bij de UNHCR leek Melkerts kans op de prestigieuze VN-post aanzienlijk te vergroten. Toch werd het opeens nog allemaal vrij donker. Op 16 maart maakte president Bush bekend dat hij staatssecretaris van Defensie Paul Wolfowitz voor zou dragen als opvolger van James Wolfensohn. In zijn onnavolgbare accent noemde Bush de 61-jarige Wolfowitz 'a decent man' die 'de Wereldbank uitstekend zou kunnen leiden'. Bovendien heeft hij 'ervaring met het leiden van grote organisaties' en gaan 'ontwikkelingskwesties' hem aan het hart, zoals Wolfowitz bewezen heeft als ambassadeur in Indonesië.

Critici dachten daar anders over. Sommige Amerikanen merkten gekscherend op dat de keuze voor Wolfowitz na Wolfensohn waarschijnlijk alleen door het alfabet was ingegeven. Hoe kon Bush anders met zo'n kandidaat aankomen - een man die de kosten van de wederopbouw van Irak volkomen verkeerd had ingeschat, de Wereldbank daarin nauwelijks een rol gunde en altijd het Amerikaanse belang vooropstelde? Een man bovendien die door de Europeanen als de architect wordt gezien van de desastreus verlopende oorlog in Irak. 'Het enige wat je de man kunt nageven,' merkte topeconoom Paul Krugman cynisch op, 'is dat hij "ervaring" heeft met de duurste wederopbouwcampagne met Amerikaans belastinggeld sinds de Marshallhulp.'

In Europa was de kritiek helemaal fors. Ngo's schreeuwden moord en brand, maar ook de Duitse minister voor Ontwikkelingshulp morde: 'Hier in oud-Europa loopt men nu niet bepaald over van enthousiasme.' In Nederland werden Kamervragen gesteld door PvdA-Kamerlid Bert Koenders. Een ervan luidde: 'Is de Nederlandse regering bereid om per direct te pleiten voor een meer open selectieproces waarbij verschillende kandidaten worden voorgesteld en selectie plaatsvindt op basis van expertise en ervaring op het terrein van ontwikkeling, governance en engagement op het terrein van armoedebestrijding en niet alleen op basis van nationaliteit?'

Melkert versus Wolfowitz?

Dat was waarschijnlijk even schrikken voor Melkert, want hij is natuurlijk de persoon die 'per direct' zou hebben moeten pleiten. Ook al omdat hij zich net als Koenders een groot pleitbezorger had getoond voor 'democratisering van internationale organisaties'. In de schaarse interviews die Melkert de afgelopen jaren gaf, onder meer aan Vice Versa, sprak hij over zijn steun voor een gelijkwaardiger participatie van landen binnen instellingen zoals IMF en Wereldbank. Kortom, als Europa, en vooral de door Melkert vertegenwoordigde groep landen in het bestuur van de Wereldbank, werkelijk een probleem zou hebben gehad met Wolfowitz als president, dan had hij daar iets van moeten zeggen in de boardvergadering. Het bestuur verleent immers formeel toestemming voor de benoeming van een nieuwe president. Sterker nog: het 24-koppige bestuur heeft al een zeer ongebruikelijke stap gezet door gesprekken te eisen met Paul Wolfowitz. Dus dan had Ad Melkert de bezwaren van zijn kiesgroep in het openbaar tegen Wolfowitz moeten uiten.

Ook Zalm hielp niet direct mee. In Brussel liet hij zich drie dagen na de vragen van Koenders tegenover enkele verslaggevers ontvallen: 'Het is altijd beter om meer dan één kandidaat te hebben.' Het was voor het eerst dat een Europese minister - en nog wel van Financiën - meer deed dan een beetje morren. De Financial Times, die ook in Washington wordt gelezen, zette het direct op de voorpagina onder de kop 'Dutch hint at doubts on naming of Wolfowitz'. Dat is geen druk vanuit de achterban, dat is openlijke vijandigheid van de Nederlandse regering. Of Zalms woorden nu uit hun verband waren gerukt of niet, de toon was gezet. In de gangen van de Nederlandse permanente vertegenwoordiging bij de VN in New York klonken enkele forse vloeken.

Maar dat is nu water onder de brug. Aangezien de Europese ministers uiteindelijk geen bezwaar hebben gemaakt tegen Wolfowitz' kandidatuur is deze hobbel inmiddels genomen.

Goede reputatie

Dus is het nu goed mogelijk dat Melkert zich helemaal geen zorgen hoeft te maken. Zeker als de 'betrokkenen in Den Haag' gelijk hebben die op 14 maart aan een verslaggever van de Volkskrant meldden dat Melkert 'zichzelf in de kijker heeft gespeeld' door zijn 'uitstekende' werk bij de Wereldbank. 'Dat lijkt me stug', zegt Wereldbankmedewerker Luís de la Plaza, een Spanjaard. 'Het is heel moeilijk te zeggen wat de individuele prestaties zijn van een executive director; hij is meer iemand die verantwoordelijkheid draagt voor het proces. Die zijn toestemming geeft aan de grote lijn. Alleen als je het heel erg verkloot, valt dat werk op.'

Maar in de wandelgangen worden toch wel meningen geuit? De La Plaza: 'Doordat mensen hier meestal niet lang zitten, heerst er ook niet echt een cultuur om boardleden direct te bejubelen of te verguizen. Bovendien komen maar weinigen hier ooit in contact met een executive director.' Ook andere Wereldbankmedewerkers tonen bij de naam Melkert vooral blanke gezichten en geven holle antwoorden. De Amerikaanse stafmedewerker Indu Abraham legt uit: 'De board van de Wereldbank krijgt van het management stukken over de genomen besluiten. Alleen over grote overkoepelende zaken praten ze mee voordat er een definitieve beslissing valt.' Toen Melkerts voorganger eens gerichte kritiek kreeg, benadrukte hij dat de board, ondanks de aanwezigheid in het gebouw en de tweewekelijkse vergaderingen, zich toch vooral opstelt als een raad van commissarissen. Navraag leert dat zelfs de verslaggever van de Volkskrant het oordeel van die 'betrokkenen in Den Haag' wantrouwt. 'Ik vraag me ook af hoe ze dat kunnen weten.'

Wellicht van Ben Eijbergen, sinds 2000 werkzaam bij de bank als 'senior transport specialist' en uitgesproken lovend over de ex-partijleider. 'Ik hoor alleen maar goede dingen over Melkert. Ik heb natuurlijk niet dagelijks met de board te maken, maar wel met de landen waarvan hij de belangen behartigt. (Eijbergen heeft Oost-Europa en Centraal-Azië als sector, PvO). Ik kan je verzekeren dat hij daar een betrouwbare en goede reputatie geniet. Voor zijn werk helpt het ook dat hij over grote politieke gaven beschikt. Dat is veel belangrijker dan kennis van ontwikkelingsbeleid. Ik zou het wel mooi vinden als Melkert die baan krijgt. Partijgenoten Herfkens en Pronk zullen vast flink jaloers zijn. Zij hebben immers al jarenlang hun ogen op die functie gericht. Het is wonderlijk dat nu hun partij niét in de regering zit, het misschien alsnog een PvdA'er lukt. Maar vergeet niet: de concurrentie is niet mis. Het is lang niet zeker dat Melkert de baan krijgt.'

Politiek manoeuvreren

Melkert's tegenkandidaten:

  • Fawzi al Sultan uit Koeweit
  • Valerie Amos uit Groot Brittannië
  • Kemal Dervis uit Turkije
  • Kaoru Ishikawa uit Japan
  • Hilde Johnson uit Noorwegen

www.undp.org

Melkert zelf zegt dat hij zich in de afgelopen tweeëneenhalf jaar vooral hard heeft gemaakt voor een grotere openbaarheid van bestuur en voor een betere afstemming van verantwoordelijkheden en inspraakmogelijkheden van de lidstaten. In de wandelgangen zei hij onlangs ook nog tegen een Nederlander dat hij de macht van de board zou willen vergroten. Momenteel is de Wereldbank, anders dan het IMF, een erg presidentiële organisatie, waarvan de macht geconcentreerd is bij het management. Geen schokkend voornemen van een executive director, want hij maakt zelf onderdeel uit van die board. En het is ook iets wat 'zijn' landen graag horen, want de uitspraak houdt de belofte in van meer Europese zeggenschap.

Waarschijnlijk zal Melkert het in het sollicitatieproces vooral moeten hebben van de goede reputatie van Nederland in internationale organisaties - veel geld geven en weinig zeuren - en van behendig politiek manoeuvreren. En is Melkert in zijn Nederlandse verleden daar nu niet juist altijd een meester in gebleken? De liefde van het kiesvolk heeft hij nooit veroverd, maar zolang zijn beleidsdoelen, paradoxaal genoeg, nog niet zijn gerealiseerd en grote internationale instellingen als Wereldbank en Verenigde Naties net zo ondoorzichtig blijven werken als onze Nederlandse politieke partijen, kan Melkerts grote talent voor machtspolitiek hem in april en mei nog goed van pas komen.



Reacties