‘Meer samenwerken met diaspora’

31-03-2008
Door: Marusja Aangeenbrug

04_NedD1781

Dorothé Appels: 'Vaak weten
migranten niet dat je fondsen
in Nederland kunt verdubbelen'

Foto: Roel Burgler

Toen Appels in februari begon aan haar loopbaan als directeur, heeft ze eerst een kennismakingstour gemaakt. De regionale COSsen zijn in principe autonoom: zij adviseren en begeleiden lokale initiatieven en kleinschalige ontwikkelingsprojecten die door particulieren zijn opgezet. 'Ik ben erg onder de indruk van het fijnmazige netwerk dat de COSsen hebben richting de lokale politiek en de burgers. Dat is een grote meerwaarde ten opzichte van andere organisaties.'

Ook het landelijk bureau kan nooit zo'n fijnmazig netwerk tot stand brengen, realiseert Appels zich. 'Dat hoeft ook niet. Wij kijken waar de regionale COSsen mee bezig zijn; daar kunnen we activiteiten en een lobbyagenda aan koppelen. We kunnen met elkaar praten over hoe je je draagvlak versterkt en hoe je omgaat met particulier initiatief.'

En eigenlijk, vindt Appels, zouden alle neuzen meer dezelfde kant uit moeten wijzen. 'We zouden een gezamenlijke paraplu moeten kiezen voor onze activiteiten, de millenniumdoelen bijvoorbeeld. De regionale COSsen ondersteunen en organiseren al veel activiteiten die met de millenniumdoelen te maken hebben, maar in de communicatie gebruiken we dat niet. Dat is jammer, want de millenniumdoelen zijn inmiddels heel herkenbaar voor de burgers, dus daarmee zouden we eenheid naar buiten toe kunnen creëren.'

Ook met de NCDO moet een 'open gesprek' worden gevoerd over draagvlakversterking. Tenslotte is dat een doelstelling van beide organisaties. 'Alle regionale COSsen hebben al een relatie met de NCDO omdat ze voor subsidies elk apart mee moeten draaien in de aanbestedingsprocedures. Maar we zouden misschien meer aan elkaar kunnen hebben. Op welke manier weet ik nog niet precies, maar het kan vast efficiënter.'

Meer samenwerking is ook nodig met de diasporagroepen in Nederland, vindt Appels. Na jaren ontwikkelingswerk in Ethiopië, Bolivia en Pakistan en bij Oxfam Novib, kwam ze de laatste jaren als zelfstandig consultant regelmatig in aanraking met groepen mensen uit bijvoorbeeld Ghana en Somalië. 'Deze mensen hebben een nauwe band met het land van herkomst. Ze willen niet alleen geld naar hun familie sturen, maar ze willen bijvoorbeeld ook een bedrijf of het onderwijs in hun land steunen. Ze hebben goede ideeën, maar vaak weten ze niet bij wie ze daarmee terecht moeten. Hoe werf je fondsen, hoe lobby je? Vaak weten ze helemaal niet dat er in Nederland voorzieningen zijn waarbij je fondsen kunt verdubbelen.'

Diverse regionale COSsen hebben al contacten met diasporagroepen, maar volgens Appels is er in de praktijk maar weinig tijd om ze echt te begeleiden. 'Ik wil graag stimuleren dat aan diasporagroepen meer aandacht wordt besteedt.' 

Reacties