Matt Herben: ‘Hevel 0,1 procent van hulpbudget over naar Defensie’

07-08-2003
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

‘Wie ontwikkelingssamenwerking echt een warm hart toedraagt, zorgt voor een volwaardige krijgsmacht die “falende staten” kan helpen,’ schrijft Herben.

Herben wil 0,1 procent (500 miljoen euro) van de 0,8 die Ontwikkelingssamenwerking van het nationale inkomen (BNP) krijgt, ten goede laten komen aan Defensie. De helft moet direct op de rekening van Defensie worden gestort, de andere helft kan in het potje ‘waaruit nu ook al vredesoperaties en de contributie aan de Verenigde Naties worden betaald’, stelt Herben.

‘Een win-win-situatie’ volgens de LPF-fractieleider. Nederland behoudt de internationale doelstelling om 0,7 procent van het BNP te besteden aan officiële ontwikkelingshulp. De krijgsmacht, ‘getroffen door ongekende bezuinigingen’, krijgt extra geld.

’Sterke arm van Ontwikkelingssamenwerking’

Herben hekelt de groeiende onevenwichtigheid tussen de bedragen die uitgegeven worden aan beide ministeries. Terwijl Nederland internationaal koploper is op gebied van ontwikkelingshulp – ver boven het Europese gemiddelde – is het budget van zijn voormalige werkgever Defensie in 12 jaar tijd gezakt van 3,7 naar 1,5 procent. Nederland ligt hiermee onder het Europese gemiddelde, en ver onder het gemiddelde van de Navo.

Defensie heeft zich sinds de val van de Berlijnse Muur omgevormd tot een krijgsmacht die snel ingezet kan worden voor vredesmissies. Herben: ‘In de praktijk heeft Defensie zich getransformeerd tot de ‘sterke’ arm van Ontwikkelingssamenwerking. Juist voor die landen die (nog) niet over een stabiele en betrouwbare overheid beschikken, en die dus volgens het huidige beleid buiten de boot vallen [alleen landen met een goed betuur krijgen officiële ontwikkelingshulp, red.] kan Defensie met haar vredesmissie heel veel betekenen.’

Sjoera Dikkers, directeur van de Evert Vermeer Stichting, en publicist Roeland Muskens, onderschrijven het idee van Matt Herben, defensie is (soms) een vorm van ontwikkelingshulp. ‘Daarom is het nodig dat het defensieapparaat wordt toegerust om deze nieuwe taak uit te voeren. Een defensiemacht die ontwikkeling als hoofdtaak ziet, zal eerder troepen sturen naar Congo dan naar Irak.’

"Goede bijdrage van LPF-fractievoorzitter Mat Herben in de Volkskrant van 7 augustus. Militair ingrijpen is in sommige gevallen inderdaad de beste manier van ontwikkelingshulp. Ontwikkeling is immers alleen mogelijk in een stabiele situatie. Wanneer, zoals in Liberia en grote delen van Congo, gewapende bendes het voor het zeggen hebben zullen boeren niet zaaien, kunnen kinderen niet naar school, vullen winkeliers hun voorraden niet aan, doen bedrijven geen investeringen. Defensie ís 'in bepaalde omstandigheden' ontwikkelingshulp en daar zouden het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, maar ook Defensie terdege rekening mee moeten houden.
Vervolgens pleit Herben slechts voor een budgettaire verschuiving. Hij zegt: als defensie een taak heeft op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, dan moet minister Van Ardenne ook maar een deel van het budget van Defensie betalen. En verder ‘business as usual’. Herben noemt dat een ‘win-win situatie’. Enige meerwaarde is dat misschien vliegbasis Twente open kan blijven. (Heeft Herbens hobby van het vliegtuigspotten misschien iets te maken met zijn plotselinge interesse in ontwikkelingssamenwerking?).
Herben vreest dat ‘linkse partijen’ hier niet aan willen. Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben. Immers, de linkerzijde van het politieke spectrum pleit (met reden!) meestal voor een verhoging van het budget voor armoede bestrijding en niet voor een verlaging. Als Herben zijn argumentatie verder door zou voeren, dan zou hij wellicht ook steun van links voor zijn voorstel kunnen verwachten. We doen een voorzetje.

Inderdaad is ‘de vredesmissie’ een nieuwe taak van Defensie. Je zou zelfs kunnen volhouden dat het in het huidige tijdsgewricht de enige serieuze taak is van Defensie. Wij vinden daarom dat Herbens voorstel niet ver genoeg gaat. Nodig is een verregaande hervorming van het defensieapparaat zodat het optimaal en maximaal ingezet kan worden voor vredesmissies in onrustgebieden. Vredesmissies zijn in de praktijk nogal eens gemotiveerd door geopolitieke redenen (Afghanistan, Irak). Met ontwikkelingshulp heeft dat weinig van doen. Wij pleiten daarom voor meer invloed van Ontwikkelingssamenwerking bij het besluit tot deelname. Dat wil zeggen dat Ontwikkelingssamenwerking vooral het initiatief zal moeten nemen tot de inzet van troepen. Herben noemt dat ‘trekkingsrechten’ en zolang hij daar hetzelfde mee bedoelt is dat wat ons betreft akkoord. Het betekent in ieder geval dat de minister van Ontwikkelingssamenwerking kan zeggen: ‘onze jongens’ gaan naar Kongo in plaats van Irak.
Er liggen meer aanpassingen van Defensie voor de hand:
- Het defensieapparaat dient gevoelig gemaakt te worden voor de nieuwe taak. Dat betekent in z’n simpelste vorm dat soldaten benul moeten hebben van de culturele omstandigheden en gebruiken de landen waar de ze ingezet worden. Het betekent ook dat de inzet van krijgsonderdelen ondergeschikt wordt gemaakt aan de ontwikkelingsmogelijkheden van landen waar ze opereren. Wat voor mentale omslag dit vereist in de top van het defensieapparaat, daar valt alleen maar naar te gissen.
- Soms is snel optreden van levensbelang. Daarom is het inrichten van een parate ‘rapid deployment’ brigade, gericht op het snel uitvoeren van vredesmissies in moeilijke gebieden aan te bevelen.
- Keuze van het materieel en het gewicht van de

LPF

Reacties