Luisteren naar de stem van de civil society

01-01-2006
Door: Tekst: Frans Bieckmann


U leidt een koepelorganisatie van zo'n duizend civil society-organisaties, met een achterban van vele miljoenen mensen in de hele wereld. In theorie geeft u dat een enorme macht. Voelt dat ook zo?

'Nee, niet echt. Toen in de VS overal werd gedemonstreerd tegen de oorlog in Irak, stond er een redactioneel in de New York Times waarin "de mondiale civil society" 's werelds tweede supermacht werd genoemd. Ik zou het graag willen, maar het is nogal voortijdig triomfalisme. Het is beter om je bescheiden op te stellen. Zelfs in het afgelopen jaar 2005, dat zo ambitieus en optimistisch begon, is er maar heel weinig vooruitgang geboekt. De oorlog is niet gestopt en de G8 heeft niet alle schulden kwijtgescholden, maar slechts een kleine stap gezet met de schuldkwijtschelding voor achttien landen. Dat was overigens niet gebeurd zonder mobilisatie van de civil society. Onze prioriteit is nu vooral ervoor te zorgen dat het beleid niet de verkeerde kant opgaat.'

Waarom zo in het defensief?

'De agenda van CIVICUS is in eerste instantie het verbreden en verdiepen van de democratie. Het gaat om een bredere participatie van burgers in het politieke bedrijf - niet alleen eens in de vier jaar naar de stembus gaan. Maar nu moeten we alle zeilen bijzetten om nog een voet aan de grond te houden tegenover het oprukkende militarisme. In de wereld heerst momenteel een zeer beperkte interpretatie van het begrip veiligheid. Veiligheid wordt technocratisch gedefinieerd als nationale veiligheid in militaire termen. Wij pleiten voor menselijke veiligheid in holistische termen. We benadrukken dat er voor miljarden mensen in de wereld voedselonveiligheid heerst, economische onveiligheid, en ziektes als HIV/aids en malaria die door de wurggreep van de farmaceutische industrie niet kunnen worden bestreden.

Het is op dit moment moeilijk voor organisaties als CIVICUS. Door de "War on Terrorism" zie je overal een afname van burgerlijke vrijheden en minder ruimte voor kritiek en andersdenkenden. Je bent vóór of tegen. Wij zijn heel erg tegen terrorisme, door individuen, door organisaties en door staten. Ook regeringen voeren veel onrechtmatige acties uit. Wij zijn tegen terrorisme én tegen de reactie daarop. De Amerikaanse "Patriot Act" bijvoorbeeld is grotendeels onwettig en ondemocratisch. Dat ondermijnt fundamentele leerstukken van de democratie. Daarmee steun je uiteindelijk het terrorisme. Ook de "War on Terrorism" is strategisch, tactisch en ethisch gezien op drijfzand gebaseerd.'

CV: Kumi Naidoo

Kumi Naidoo is sinds 1998 secretaris-generaal van CIVICUS. Daarnaast is de Zuid-Afrikaan ook voorzitter van de Global Call to Action Against Poverty (GCAP). Naidoo studeerde politicologie en rechten in Zuid-Afrika en werkte daarna als onderzoeker, journalist, universitair docent en jeugdwerker. Lees meer...

CIVICUS verenigt civil society-organisaties - cso's. De participatie van de civil society is een vaak terugkerend 'buzzword' in het internationale ontwikkelingsdebat, maar tegelijkertijd het minst concreet en meest genegeerd, met name in vergelijking met de staat of internationale instituties. Nog abstracter is het concept van de mondiale civil society. Hoe kan mijn Amsterdamse buurvrouw nou deel uitmaken van dezelfde mondiale burgermaatschappij als een arme boer in Zambia?

'Zet twintig intellectuelen bij elkaar en je krijgt twintig definities van het begrip civil society. Het huidige gebruik van de term is ironisch genoeg beïnvloed door twee tegengestelde trends: in de jaren tachtig kwam het begrip op in Latijns Amerika, vooral gestimuleerd door marxisten. In Centraal- en Oost-Europa ontstond juist een zeer antimarxistische manier van denken over de burgermaatschappij. Ik zou zeggen dat er mondiaal veel overeenstemming bestaat over de civil society als de ruimte tussen de staat, de markt en de familie. Maar Kofi Annan bijvoorbeeld vindt dat ook de private sector bij de civil society hoort. Ik denk van niet. Bill Gates als burger is wel onderdeel. Mét zijn stichting, want die is non-profit. Maar Microsoft is geen cso, want het doel is aandeelhouderswaarde. Cso's zijn organisaties die specifieke belangen dienen van individuele personen in verschillende hoedanigheden: als werknemer, als dorpsbewoner, als burger, als mens. Daaronder vallen bijvoorbeeld vakbonden, ngo's, professionele organisaties, organisaties die een specifiek geloof of een bepaalde levensovertuiging aanhangen, mensenrechtenorganisaties.'

Welke rol kunnen deze organisaties spelen in ontwikkeling?

'Wij onderscheiden drie niveaus: micro, meso en macro. Op microniveau gaat het om uitvoerende taken en dienstverlening. Dat is bij regeringen het minst omstreden, behalve als het gaat om bijvoorbeeld het uitdelen van condooms. Voor CIVICUS is op dit microniveau vooral de dienstverlening aan de meest kwetsbaren - via gemeenschapsorganisaties - van belang.

Op mesoniveau gaat het om de invloed van burgers, eventueel via ngo's, op specifiek beleid. Bijvoorbeeld onderwijs. Vaak is die inbreng gebaseerd op jaren ervaring, waardoor mensen precies weten waar de gaten zitten, en hoe het beleid moet worden verbeterd op lokaal én nationaal niveau. Daarvoor wordt gelobbyd of met overheidsdiensten overlegd in werkgroepen. Daar zie je ook het verband tussen verdieping van de democratie en ontwikkeling. Het is naïef om te denken dat alle beleidswijsheid bij politici en ambtenaren zit. Er is een groot reservoir aan gratis beleidsadvies binnen de civil society. De regering hoeft niet per se te doen wat de civil society zegt, want die is heel divers. Maar je moet die stemmen op zijn minst horen.

Vaak staan overheden niet open voor dit soort inspraak. Daarom organiseren burgers petities of marsen. Soms mondt dat uit in geweld. Kijk naar de rellen in Parijs. Ik ben daar geen voorstander van. Maar jarenlange vreedzame pogingen tot beleidsbeïnvloeding hebben niets opgeleverd, terwijl nu misschien wel serieuzer naar de problemen wordt gekeken.

Op macroniveau gaat het om "governance": om de macht en de overheidsstructuren, zowel nationaal als mondiaal. Een nationaal voorbeeld is de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Die werd op drie niveaus gevoerd. Aan de basis werd bijvoorbeeld geprobeerd binnen scholen het Afrikaans als lestaal gewijzigd te krijgen. Daarnaast werd er gelobbyd bij het onderwijsministerie. Maar het Afrikaans was ook een symbool, dus onderdeel van de algemene strijd tegen de apartheidsstructuren.

Als mondiaal voorbeeld noem ik de Wereldbank. Veel ngo's hebben jarenlang geprobeerd het Wereldbankbeleid te beïnvloeden. Tot het punt dat voormalig Wereldbankpresident Wolfensohn zei: ik vind jullie inbreng heel positief, maar ik krijg het niet door de "board of directors" van de Bank. In die "board" heeft de VS het in de praktijk voor het zeggen. Met lobby kom je dus niet ver als de beleidsbeslissingen op een heel ander niveau worden genomen. Er is een specifieke machtsverhouding, en de beslissingen zijn in het belang van de machtigen. Daarom is gekozen voor een strategie die zich richt op verandering van die "governance"-structuur, op een ander mondiaal kader, op democratisering van de internationale verhoudingen.

En dan zijn we weer terug bij het streven van CIVICUS naar verdieping en verbreding van de nationale en mondiale democratie.'

CIVICUS

CIVICUS (World Alliance for Citizen Participation, www.civicus.org) werd in 1993 opgericht en heeft ruim duizend lidorganisaties in 110 landen. Het hoofdkantoor was oorspronkelijk gehuisvest in Washington, maar verhuisde later naar Johannesburg. Lees meer...

Zijn begrippen als 'democratie' en 'burgerschap' traditioneel niet vooral verbonden aan de middenklasse, die de elite uitdaagt, terwijl de armen het te druk hebben met overleven? Jan Pronk beschrijft in een recent boek de opkomst van een mondiale middenklasse, die de armen in hun landen buitensluit om de eigen welvaart te beschermen. Herkent u die analyse?

'Ja en nee. Wij pleiten voor democratie en participatie van de meest kwetsbaren en van degenen die buitengesloten worden. Het klopt wel dat de macht in veel natiestaten wordt overgenomen door een aantal kleine middenklassegroepen: de gesalarieerde groepen bij grote bedrijven. Maar "middenklasse" is een veranderlijk begrip. Vroeger werden ook de verpleegsters en leraren ertoe gerekend. Nu liggen hun status en salaris onder vuur, en horen ze er niet meer bij.'

Er zijn ook mensen die zeggen dat ngo's ook niet democratisch zijn. Namens wie spreken de ngo's?

'Er is sprake van een eensgezinde aanval op de cso's. Drie jaar geleden organiseerde het American Enterprise Institute, dat dicht bij Bush en Cheney staat, een conferentie onder de noemer "Holding the unelected few accountable". Het discours daar hoor je nu vaak terug: "Wij, de politici, zijn gekozen door het volk, dus wij hebben het recht te doen wat ons goeddunkt. Jullie van de cso's zijn slechts zelfaangewezen 'do-gooders'. Waar halen jullie de legitimiteit vandaan?" Deze kritiek zou overtuigender zijn geweest als er niet zo'n groot democratisch tekort was bij degenen die dat zeggen, in het bijzonder bij de VS, die zichzelf neerzetten als de wereldwijde verdediger en promotor van de democratie.

Ik denk dat je het heel goed kunt omkeren. De VS zijn zélf geen democratie. Op zijn best een liberale oligarchie. Veel democratieën hebben de vorm, maar niet de substantie van democratie. Als er maar verkiezingen zijn, is het goed. Ik wil die stelling onderbouwen met vijf punten.

Ten eerste: er zijn drie soorten mensen die zich met succes kunnen kandideren voor een nationale politieke functie - de rijken, de zeer rijken en de extreem rijken. Voor de rest is de toegang afgesloten. Ook voor vrouwen. Terwijl democratie voor mij betekent dat álle burgers een kans moeten krijgen.

Twee: als politieke partijen het fundament vormen van de democratische systemen, dan moeten we ons ernstig zorgen gaan maken over het toenemende gebrek aan interne democratie. Niet alleen in de VS, ook in de rest van de wereld. Dertig jaar geleden had je één optie als je wilde bijdragen aan het politieke leven: lid worden van een politieke partij. Nu maken nog maar heel weinig mensen die keuze. Overal in de wereld lopen de ledentallen van politieke partijen terug. De partijen representeren de mensen niet meer. De VS kennen geen tweepartijensysteem, maar een anderhalfpartijensysteem. Er is een enorme overlap tussen de Democraten en de Republikeinen. Een land met zo'n diverse samenleving kan niet worden vertegenwoordigd door anderhalve partij.

Ten derde: de media. In de aanloop naar de Irak-oorlog was ik in de VS. Toen ik later in Europa kwam, werd me door cso's van CIVICUS gevraagd waarom er zo weinig protest was in de VS. Mijn antwoord was dat ik nog versteld stond van de omvang van de protestbeweging. Je moest eens weten wat de mensen voorgeschoteld krijgen door de mainstream media. Wij zien hier CNN International en ervaren dat niet bepaald als een linkse tv-zender. Maar in de VS wordt de nationale tak van CNN - een verwaterde versie - beschouwd als de meest linkse omroep! Een democratie is alleen gezond als de media verschillende meningen weergeven.

Een vierde punt is het publiek vertrouwen. Alle onderzoeken, ook van het Wereld Economisch Forum in Davos, tonen aan dat het burgervertrouwen in bedrijfsleven en regering omlaag gaat, ten gunste van de cso's. Mensen gaan nog wel stemmen, maar voor de minst slechte kandidaat. In Groot-Brittannië zijn veel mensen ongelukkig met Labour, maar de rest is nog erger.

Tot slot: wiens belangen dient de democratie? Daar ligt de connectie met menselijke ontwikkeling. Geen democratisch land heeft hongersnood gekend. Maar door de gebrekkige mondiale democratie is er in alle landen - en tussen delen van de wereld - een groeiend gat tussen arm en rijk. Dat is beangstigend. Zelfs het rijkste land van de wereld bleek niet in staat een waardig niveau van hulp te verlenen aan zijn arme burgers die het slachtoffer waren van de orkaan Katrina. Op eenzelfde manier worden ook mondiale verantwoordelijkheden niet nagekomen: armoede, milieu, eerlijke handel, nucleaire ontwapening.'

Wat is het nut van ontwikkelingssamenwerking voor zo'n democratiseringsbeweging?

'Het gaat om beter beleid, maar ook om het nakomen van gedane beloften. De VN-top heeft minimale resultaten opgeleverd. Maar zelfs die toezeggingen vergeten de wereldleiders als ze weer in hun hoofdsteden landen. Het is daarom van fundamenteel belang om die leiders onder druk te blijven zetten. Ontwikkelingshulp kan naar zulke burgerorganisaties gaan. Veel zuidelijke organisaties willen behalve geld voor de directe dienstverlening ook meer steun voor het lobbywerk, om beter beleid af te dwingen. Dat gebeurt ook vaker, bijvoorbeeld door Nederlandse medefinancieringsorganisaties.

De bilaterale hulp is meestal nog gebonden. Dat doet vaak meer kwaad dan goed, omdat het de beleidsruimte van zuidelijke regeringen wegneemt. Er worden allerlei voorwaarden gesteld: gebruik onze adviseurs, vlieg met onze luchtvaartmaatschappijen (een eis van USAID). Serieuzer nog is de voorwaarde om de markten te openen voor westerse producenten. Of: koop wapens bij ons.

In de aanloop naar de Irak-oorlog moest er in de Veiligheidsraad worden gestemd. Colin Powell vloog met hulppakketten rond om stemmen te kopen. Zoiets ondermijnt de democratie en wordt in veel landen als corruptie aangemerkt.'

U bent ook voorzitter van de Global Coalition for Action against Poverty (GCAP). Dat initiatief werd formeel gelanceerd tijdens het Wereld Sociaal Forum (WSF) in Porto Alegre, in januari 2005. Wat vindt u van het WSF?

'Het WSF is een heel belangrijke uiting van de toenemende mobilisatie van burgers en van de groeiende eenheid van burgerbewegingen in de hele wereld. Het creëert de ruimte om samen ervaringen te delen en gemeenschappelijke strategieën te bespreken. Ten onrechte wordt het WSF antiglobalistisch genoemd. Ik noem het een mondiale beweging voor sociale, economische en politieke rechtvaardigheid. Er zitten ook nationalistische trekjes aan, maar dat is vaak om religieuze gewoontes, taal en inheemse erfenissen te beschermen, die door de globalisering dreigen te verdwijnen. En soms wordt antiglobalistische retoriek ook erg hypocriet gebruikt, bijvoorbeeld door de Franse president Chirac.

GCAP

Kumi Naidoo is voorzitter van de Global Call to Action Against Poverty (GCAP), de campagne die het afgelopen jaar onder meer van zich deed horen door 'Make Poverty History' (rond de G8 in Groot-Brittannië) en de witte armbanden. GCAP, dat zijn oorsprong vindt in CIVICUS, werd in januari 2005 gelanceerd op het Wereld Sociaal Forum in Porto Alegre, in het bijzijn van de Braziliaanse president Lula.Lees meer...

Wat betreft de economische globalisering: het is de realiteit dat het kapitalisme de komende decennia dominant blijft. Maar dat wil niet zeggen dat we alle elementen van het marktsysteem moeten accepteren. Door de globalisering is er een groeiende ongelijkheid. De beurswaarde van grote bedrijven stijgt bij massaontslagen, dus dit systeem beloont werkloosheid. Daartegenover staat de beweging voor een andere globalisering, die zegt: creëer een wereld waarin mensen fatsoenlijk en duurzaam werk kunnen verrichten. Daarnaast is er het probleem van de overconsumptie en het milieu. Dit jaar dringt de ernst van de klimaatverandering hopelijk definitief door. Ik denk dat de mondiale civil society nu echt moet opstaan en serieuze maatregelen moet afdwingen. Er wordt al decennia over gepraat. Burgers worden niet beperkt door partijstandpunten of nationale belangen, en kunnen dus dingen zeggen die anderen niet durven.

Er is gebrek aan mondiaal leiderschap, geen gevoel van urgentie. Het lijkt wel een zondagspicknick. We proberen met volstrekt onvoldoende stapjes wat te doen, terwijl Rome in brand staat. Als het zo verdergaat met de wereld, hebben we over twintig jaar een echte catastrofe.

We zitten nu in een erg gevaarlijk moment van grote onzekerheid, waarin alles snel beweegt. Een moment als dit biedt echter ook grote mogelijkheden. Wij zouden de wereld veel brutaler tegemoet moeten treden.'



Reacties