‘We hebben een te positief zelfbeeld van onze emancipatie’

14-12-2016
Door: Sahar Jahish
Bron: OneWorld
Renée Römkens, Directeur Atria en bijzonder hoogleraar GBV UvA
Renée Römkens Fotograaf: Claudia Kamergorodski
De Nederlandse man is geëmancipeerd, beschaafd en weet zijn handen thuis te houden. Dit is het algemene credo. Hij wordt geenszins in verband gebracht met gendergerelateerd geweld, maar de cijfers liegen er niet om.
Interview – 

Ongeveer de helft van alle Nederlandse vrouwen vanaf 15 jaar heeft wel eens te maken gehad met fysiek en of seksueel geweld in hun leven. Hoe komt het dat de cijfers zo ver weg liggen van de perceptie? Sahar Jahish sprak met Renée Römkens, directeur van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis en bijzonder hoogleraar Gender Based Violence aan de Universiteit van Amsterdam. 

Hoe schrijnend de cijfers ook zijn, we horen niet veel over geweld tegen vrouwen in Nederland. Hoe komt het volgens u?

atria-fyiek-sexueel-geweldBron: Atria

 

“In Nederland rekenen we ons in veel opzichten rijk. Ons zelfbeeld is dat we het op het terrein van emancipatie goed doen, wat slechts voor een deel zo is. Want geweld tegen vrouwen is niet iets van de laatste tijd. Sinds lang zijn hoge omvangscijfers van geweld tegen vrouwen bekend , sinds eind jaren ’80 ook wetenschappelijk gemeten. Helaas is dit maatschappelijk niet doorgedrongen, de verbijstering is nog steeds hoog wat laat zien dat we het verdringen. Bovendien willen mensen slecht nieuws buiten de deur houden.”

Tegen welke problemen lopen vrouwen aan wanneer ze geweld melden?

“Vrouwen hebben nog vaak met hulpverleners te maken die niet goed weten hoe ze met gendergerelateerd geweld om moeten gaan. Huisartsen komen bijvoorbeeld als een van de eersten in aanraking met slachtoffers, maar ook de politie. De signalen en de ernst van de dreiging worden echter niet altijd herkend. Zo wordt een vrouw die bij een huisarts komt met ernstige verwondingen niet altijd doorverwezen naar de maatschappelijk hulp. Ook de politie weet niet altijd de juiste instanties in te schakelen om de vrouw de hulp en nazorg te geven die ze nodig heeft. Dit kan naast het verzorgen van de verwondingen ook psychologische zorg of traumahulpverlening zijn. Door een adequate handeling, dus het doorverwijzen naar een instantie zoals Veilig Thuis, kan een slachtoffer gered worden en de daders kunnen opgespoord en berecht worden.”

Cijfer verkrachtingBron: Atria

Wat kan de overheid doen om de rechten van deze vrouwen te beschermen? “Gelukkig hebben we goede wetten in Nederland die de rechten van slachtoffers beschermen. Maar het lukt niet altijd om deze wetten goed toe te passen omdat de professionele kennis van de problematiek bij politie en justitie vaak nog beperkt is. Het lukt politie en justitie niet altijd om gendergerelateerd geweld te herkennen en als dat wel gebeurt, dan is er nog het onwetendheid over bestaande instanties die slachtoffers van genedergerelateerd geweld opvangen. Op dit terrein valt winst te behalen. Daarnaast kan de overheid ervoor zorgen dat professionals op dit gebied beter getraind worden. Bijvoorbeeld huisartsen kunnen beter getraind worden in het voeren van een gesprek met een slachtoffer. Ook binnen de onderwijsinstellingen moet er meer aandacht voor gendergerelateerd geweld komen. Een slachtoffer moet niet het idee krijgen dat zij een uitzondering is en op die manier zich geïsoleerd voelen en uit schaamte zwijgen. Dus de overheid kan op verschillende gebieden debewustwording van gendergerelateerd geweld stimuleren.”

Wat zijn de meest voorkomende soorten geweld?

cybergeweld Bron: Atria

 

“Het meest voorkomend is relationeel geweld: de intieme partner (of de ex-partner) die de vrouw op verschillende manieren misbruikt door seksueel en fysiek geweld. En in dit tijdperk van social media is cybergeweld ook een veel voorkomend fenomeen.”

 

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit meer onder de aandacht komt?

“Geweld in het algemeen stuit op afweer, ontkenning en ongeloof. Gendergerelateerd geweld is hier een treffend voorbeeld van. Daarom duurt het even voordat mensen het kunnen accepteren. De media kunnen een rol spelen door er meer over te berichten. We kunnen dit probleem onder de aandacht brengen door er meer over te praten, informatie uit te wisselen en bewustwording te creëren dat het onder onze eigen neus gebeurt. Instanties moeten ook niet terughoudend zijn met het identificeren en het benoemen van het probleem. Nu rust er nog vaak een maatschappelijke stigma op deze problematiek.”

Reacties