Uit de feministische kast

25-11-2016
Door: Süheyla Yalcin
Bron: OneWorld
Bron: harvardpolitics.com
Süheyla Yalcin van het Belgisch-Nederlandse initiatief IamSHERO was vorige week te gast bij OneWorlds’ Mediacafé over nieuw feminisme waar werd gesproken over de gelaagde identiteit van vrouwen. Een van de vragen die deze avond gesteld werden: waarom zijn we zo bang voor het vieze F-woord?
Column – 

De zaal is klein, compact en gezellig. Ik hang mijn fake bontjas over een van de stoeltjes en neem vol gezonde spanning plaats. Het is iets over achten, de zaal zit vol! Er is geen plek onbezet, dit beloofd wat. Milouska begint de avond met een anekdote over haar eigen persoonlijke reis naar het feminisme. 

OneWorld organiseerde een mediacafé over nieuw feminisme. De avond werd gepresenteerd door Milouska Meulens en het panel bestond uit Justine van de Beek, Linda Duits, Mounir Samuel en Christella Munganyende, oprichtster van IamSHERO.

Ik merk gedurende de avond dat ik die reis nog moet maken, dat ik mijn
koffer aan het inpakken ben. Kort na haar anekdote stelt Milouska, de misschien vanzelfsprekende, maar toch hele
belangrijke vraag: “Wie hier in de zaal noemt zichzelf feminist?”

Wie hier in de zaal noemt zichzelf feminist?

Ik denk dat er welgeteld vijf personen waren die hun hand niet opstaken.
Op een avond waar het nieuwe feminisme centraal staat is het toch logisch dat iedereen
zich feminist noemt, hoor ik u denken. Ik was zelf één van die vijf personen. Ik schrok
van mijn eigen actie, ik schrok ervan dat ik mijn hand niet opstak. Als
mensenrechtenactivist, als vluchtelingenactivist, als minderheden activist, als
bestuurslid en content schrijver voor IamSHERO, steek ik mijn vinger niet op. Het is in
dat moment dat ik het bewustzijn creëer; de vraag overviel me.


Süheyla Yalcin

Waarom overvalt dit me?
Ik erken dat ik geïndoctrineerd ben met het idee dat het woord ‘feminist’ een negatieve
inhoud heeft. Dat het woord gelijk staat aan een hekel aan mannen hebben. Stel mij de vraag of ik voor gelijke rechten ben van de man en vrouw en ik verklaar je voor gek die vraag überhaupt te stellen. Ik ga hier figuurlijk met de billen bloot, daar ik erken dat ik schijnbaar meer waarde hecht aan de lading die het woord feminist van onze
maatschappij gekregen heeft, dan de daadwerkelijke inhoud ervan.

Ik verhoud mij op dit moment in een zogenaamde ‘coming out’. Mijn omgeving speelt
hierin een grotere rol dan ik me ooit bewust ervaren heb. Ik vind het problematisch dat
mijn associatie met het woord een negatieve is. De angst om gezien te worden als 'die
boze vrouw die te kritisch is in de zoektocht naar haar toekomstige vriend, die niet
zonder reden die man nog niet is tegen gekomen'. De dates met mannen waarin zij mij
complimenteren omdat ik ‘anders’ zou zijn dan de meisjes waar zij normaal mee daten,
die zij onbewust in het hokje gestopt hebben waar zij het minst respect voor hebben.
Het komt misschien door mijn losse houding, praatgrage eigenschap en nieuwsgierige
levensinstelling dat ik door hen gecategoriseerd wordt in het hokje ‘trouwmateriaal’.

Ik vind het problematisch dat
mijn associatie met het woord een negatieve is

Dat ik deze opmerking als een compliment moet opvatten, omdat ik van de twee hokjes die er zijn (in meer of mindere mate ‘one night stand’ of ‘marriage material’) dus in de
laatstgenoemde val, moge duidelijk zijn. Dat dit een aanslag is op mij als persoon en het
hele vrouw zijn én hun hele man zijn is hen onbekend. De intentie van deze opmerking
doet er in principe niet toe. Dat ik dit altijd als een compliment ervaren heb en dat deze
in de meeste gevallen ook zo bedoeld is, is problematisch. Het is lastig om dit te
begrijpen, daar je je als individu nou eenmaal graag onderscheidt van anderen. Daar ik
het als jonge vrouw, geboren in een multicultureel gezin in het zuidelijke Eindhoven,
belangrijk vind hoe de omgeving over mij denkt.

Een ander aspect wat het lastig maakt voor mij om dit met de buitenwereld te delen is; wanneer ik bovenstaande opschrijf ontkom ik er niet aan het gevoel "mijn mannen" af te vallen. Ik als Turks, Nederlands, Armeens meisje in Nederland bevindt mij sowieso in een unieke positie die ik in de meeste situaties omarm. Ik voel mij een rijk mens door de verschillen in culturele achtergronden die ik nou eenmaal bij mijn geboorte heb mogen ontvangen. Ik verhoud mij echter wel in een positie die het moeilijker maakt om begrippen zoals feminisme aan te kaarten. Mijn mannen. Mijn dates, potentiële toekomstige partners, ex partners, goede vrienden, neven, broers en vader maken namelijk allen deel uit van een groep die wij in Nederland nog steeds, naar mijn mening, te gemakkelijk bekritiseren om zaken die louter om inhoudelijke tekortkomingen gaan. Een Turk, een moslim zal zich voor menig mens extra moeten bewijzen. Zal extra goed uit de veren moeten komen. "Hij is Turks, maar hij heeft wel gestudeerd", alsof dat een uitzonderlijke situatie moet zijn. Het gaat mij dan ook zwaar aan het hart om net die groep mannen te moeten aanspreken over hun blinde vlek als we het hebben over mijn feminisme. Dit wil niet zeggen dat die blinde vlek bij de witte, Nederlandse man, ontbreekt. In tegendeel. Dat is alleen niet de groep die ik beschrijf simpelweg omdat mijn directe omgeving niet wit is.

 Voor de mannen uit mijn omgeving staat het woord ‘feminist’ gelijk aan het haten van mannen

Mijn omgeving bestaat voor het grootste gedeelte uit het mannelijke geslacht, mijn
vader, broers en neven vormen voor mij toch wel de groep belangrijkste mannen in mijn leven. Voor bovengenoemde staat het woord ‘feminist’ gelijk aan het haten van mannen. Deze associatie hebben zij onbewust in hun gedachten zo opgeslagen. Komen zij ooit met het woord in aanraking? Zelden. Zijn zij voor gelijke rechten, willen zij hun dochter, zus en nichtje zien opbloeien tot de mens die zij zelf graag wil zijn? Ja. Zien zij hun dochter, zus en nichtje graag evenveel verdienen als haar toekomstige partner? Ja. Zien zij hun dochter, zus en nichtje graag dezelfde opleiding genieten, dezelfde carrière
kansen hebben en dezelfde mensenrechten hebben? Ja.

Maar moet dit de vraag zijn? Moeten jonge jongens en mannen voor gelijke rechten van de vrouw zijn omdat ze zelf ‘’ook een moeder en zus hebben’’. Of moet die vraag niet eens gesteld worden en moeten mensen in het algemeen voor gelijke rechten van elkaar staan omdat zij simpelweg gewoon mens zijn. Omdat wij, vrouwen, evenveel mens zijn als ieder ander. Omdat zwart, wit, moslim, vluchteling, hoger opgeleid, lager opgeleid, man, vrouw, trans of queer zijn enkel identitaitre gegevens zijn waar niemand ooit op zou mogen worden gekort.

Ik ben Süheyla Yalçın en ik ben Feminist.

Reacties