Lost boy weer thuis

17-01-2011
Door: Hans Ariëns
Bron: IS Online
Rij bij referendum Zuid-Soedan (c) Sven Torfinn

“Niet iedereen kan vandaag zijn stem uitbrengen, maar er zijn meer dagen om te stemmen. Daarom moeten we ons geduld bewaren.” Op het moment dat president Salva Kiir zijn oproep doet, acht uur ‘s ochtends bij het openen van het stemlokaal, staat er al een lange rij op straat voor het stemlokaal bij het mausoleum van de betreurde leider John Garang. De voorsten staan er al vanaf 2 uur ‘s nachts. Juba lijkt zijn geduld niet te kunnen bedwingen. Nu de tijd is gekomen dat de bevolking in een referendum over het lot van Zuid-Sudan mag beslissen, vraagt wachten te veel zelfbeheersing.

Het is feest bij het mausoleum, er wordt gedanst en gezongen; sommigen kunnen hun tranen niet bedwingen, anderen komen ‘hallelujah’ roepend uit het lokaal.
Een kilometer verder staat de Nederlandse Sudanees John Kon Kelei in de rij bij het stemlokaal van Juba University. “Ik ga er al om zeven uur staan, want het wordt druk” had hij van tevoren gezegd. “Ik wil als eerste stemmen en dan mijn videocamera pakken en de hele dag filmen.” Om half acht bellen we hem op dat we nog bij het Mausoleum zijn. “Ik sta redelijk vooraan en verwacht dat ik vóór half negen gestemd heb.” Om kwart voor negen lopen we eindelijk het universiteitsterrein op en ontwaren we Kon een kleine 50 meter voor het stemlokaal. Maar de rij moet nog twee hoeken om en het stemproces vordert traag. “Ik voel me sterk genoeg om in de zon te blijven staan”, zegt hij rond twaalven als de zon ongenadig brandt. Uiteindelijk wordt het half twee voor hij het lokaal in mag. Kon maalt er niet om. “Het was het wachten meer dan waard”, verzucht hij als hij het stembriefje heeft gevouwen en in de bus heeft laten vallen.

Al die uren verlopen in opperste harmonie. Er wordt gelachen om een vrouw die een klein kind heeft ‘geleend’ om een plek verderop in de rij op te eisen. Als mensen proberen naar voren te komen, klinkt er spottend: “Je mag voordringen, als je maar voor afscheiding stemt!”. Ook Kon laat er geen misverstand over bestaan waar zijn voorkeur ligt. Hij draagt een T-shirt met opdruk ‘Vote for development: secession’. Zijn achterbuurman wijst hem erop dat je daarmee niet naar binnen mag, dan ben je aan het campagnevoeren rond het stemlokaal. “Desnoods ga ik bloot stemmen”, reageert Kon. Maar uit zijn tas diept de buurman een wel toegestaan shirt ‘Ballots are stronger than fire arms’ op dat hij zo lang aan mag.

Ondertussen is het een komen en gaan van waarnemers en andere internationale gasten. Een auto met sticker ‘Vote for secession’ vervoert waarnemers van de Arabische Liga. Het zijn niet de populairste gasten, deze vrienden van het regime in Khartoum, maar in de algehele euforie worden ze vriendelijk bejegend. Een plaatselijke zakenman voorziet de wachtenden van waterflesjes. En er klinkt applaus als de broze oude baas ‘DK’ voorbijschuifelt, ooit zuidelijke vertegenwoordiger in Khartoum en later diplomaat namens de rebellenbeweging SPLA. Met gebalde vuist en “South Sudan oyee, oyee” roepend trekt hij weer langs de wachtende menigte.
Bij Kon krijgt de ontroering niet de overhand – niet zichtbaar tenminste. Hij begroet voortdurend vrienden en bekenden en dolt met de anderen in de rij. Hij is terug in het land dat hij in het jaar 2000 verliet en voltooit nu de laatste meters naar zijn thuis, een vrij Zuid-Sudan. “Vandaag voelt als het slotakkoord van wat mijn ouders en voorouders begonnen zijn”, zegt hij.

De referendumstem bezegelt ook zijn definitieve afscheid van Nederland. “Ooit stond ik in Nederland in de rij om te stemmen in een referendum over het Europese Verdrag. Daar had ik een politiek standpunt over, maar dit referendum raakt mijn hart.”
Volgende week gaat hij zich verloven met zijn vriendin die nu nog in Khartoum studeert, en hij hoopt eind februari te trouwen. Dan pas gaat hij aan een huis denken. “Voor je trouwen mag je hier niet met een huis bezig zijn, dat brengt ongeluk.”
Hij heeft een advocatenpraktijk geopend in zijn woonplaats Bor, een paar honderd kilometer noordwaarts van Juba aan de Nijl. En hij doceert Recht aan de universiteit van Bor. Het voorzieningenniveau van Nederland kan hij missen. “In Bor hebben we geen waterleiding en geen elektriciteit. Die komt van een aggregaat, dat soms dagen stuk is. En internet heb ik alleen op de universiteit.”
Maar hij neemt natuurlijk wel wat mee, van de ruim tien jaar dat hij in Nederland woonde. “Een paar uitgangspunten, zoals ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’. Ik zal me er hier niet op voor laten staan dat ik in het buitenland heb gestudeerd. En: alleen door hard werken kun je uitblinken. En natuurlijk ‘afspraak is afspraak’.”
Dat laatste motto staat nog wel eens haaks op de lokale cultuur, maar Kon springt er soepel mee om, zegt hij. Hij weet hoe hij de werklieden van de school die hij aan het bouwen is aan moet pakken. “Als je hier twee keer uit je slof schiet, kun je het schudden.” Ook met de Zuid-Sudanese overheid heeft hij geduld, ook al zou hij er niet voor willen werken. “Ik vergelijk het maar met mezelf: toen ik ter wereld kwam, was ik naakt en hulpeloos. Mijn ouders verlangden ook niet meteen van me dat ik ging lopen. Zo is het ook met Zuid-Sudan. Zo’n nieuwe staat moet je tijd gunnen.”

 

Hans Ariëns

Hans Ariëns is de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld en was voor de...

Lees meer van deze auteur >

Reacties