Lomborgs logica

23-11-2007
Door: Eugène van Haaren
Bron: OneWorld

'Verkeersongelukken staan in de top tien van belangrijkste doodsoorzaken in de wereld. En ongeveer 90 procent van de verkeersdoden valt in derdewereldlanden. De oplossing voor dit probleem is eenvoudig: verlaag de maximumsnelheid naar acht kilometer per uur. Daarmee voorkom je jaarlijks 1,2 miljoen doden, 50 miljoen gewonden en naar schatting 500 miljard dollar aan schade. Toch gebeurt dit niet. Omdat bijna iedereen zal toegeven dat de voordelen van een beetje snelheid groter zijn dan de kosten.' Bjørn Lomborg wil hiermee zeggen dat de suggestie dat klimaatverandering een radicale aanpak vereist, niet reëel is. En daarmee kreeg hij in elk geval een deel van de milieubeweging en haar aanhang op de kast.

In Cool It!, het in oktober verschenen vervolg op The Skeptical Environmentalist, een boek waarmee Lomborg in 2001 wereldwijd bekend werd, breekt de Deense statisticus in feite een lans voor de aanpak van de Millenniumdoelen. Lomborg stelt dat het geldbedrag dat nodig is om de strijd tegen klimaatverandering te winnen, gigantisch is en de uitkomst ervan in hoge mate onzeker. Veel beter kunnen we volgens hem investeren in bijvoorbeeld de bestrijding van hiv/aids en malaria en het zeker stellen van de toegang tot schoon drinkwater voor iedere wereldburger. En vooruit, klimaatverandering is een reëel probleem, maar dat kunnen we efficiënter aanpakken door geld te steken in research and development ten gunste van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van duurzame energie.

In een interview met Trouw zei Lomborg: 'Als ik me in 2050 tegenover mijn kleinkinderen moet verantwoorden, wil ik niet hoeven zeggen dat ik door klimaatneutraal te zijn de wereld armer heb gemaakt. Liever heb ik dat ik ze goedkope zonnepanelen kan bieden en kan zeggen dat ik zoveel mensen van de malaria heb gered. Dat zou pas cool zijn.'

Maar ontwikkelingsorganisaties vielen Lomborg niet juichend in de armen. Het bleef zelfs doodstil op de opiniepagina's van de Nederlandse kranten. En alsof de duvel ermee speelde, ging de meeslepende boodschap van de Deen begin oktober verloren in de massale publiciteit rond de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan zijn tegenstrevers Al Gore en het internationale VN-panel van klimaatwetenschappers IPCC.

Lasten
Wie vraagt naar commentaar op de zo aannemelijk klinkende voorstellen van Lomborg, krijgt meestal een diepe zucht als eerste reactie. Gevolgd door een professioneel 'maar het is natuurlijk wel goed dat hij vragen stelt'. Bert Metz, co-voorzitter van de IPCC-werkgroep die zich met maatregelen tegen klimaatverandering bezighoudt en verbonden aan het Milieu- en Natuurplanbureau, vindt de redenering van Lomborg ronduit misleidend. 'Hij maakt een kosten-batenanalyse, dat lijkt een logische methode, maar die is voor het probleem van klimaatverandering niet goed bruikbaar. Want: het uitsterven van soorten, het leven van een mens, hoeveel is dat waard?'

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 


 'De markt vraagt om klimaatvriendelijke hulp'

 

 

 

 

Lomborg bekritiseert ook het Kyoto-protocol, het internationale verdrag dat in 1997 werd overeengekomen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Daarin verplichtten rijke landen zich om tussen 2008 en 2012 wereldwijd 5,2 procent minder broeikasgassen uit te stoten ten opzichte van het niveau in 1990. 'Dat de uitstoot nu toch hoger is dan in 1990, klopt. Maar dat wisten we al toen Kyoto werd afgesproken. De rijke landen zouden de eerste stap nemen, arme landen zijn er bewust buiten gelaten om de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen. Maar met de bedoeling dat na 2012 andere landen geleidelijk mee gaan doen', zegt Metz. 'Lomborgs bewering dat je nu je geld beter in onderzoek kunt stoppen dan in maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, is gevaarlijk. Wachten met maatregelen maakt het probleem alleen maar groter, omdat CO2 maar heel langzaam uit de atmosfeer verdwijnt.'

Gegoochel
Milieu- en ontwikkelingsorganisatie Both Ends wijst erop dat de risico's van klimaatverandering van een andere orde zijn dan de gemiddelde problemen waar de wereld zich voor gesteld ziet. Milieueconoom Daniëlle Hirsch: 'Het gaat om onomkeerbare processen die in gang worden gezet. De verwachtingen zijn dat als de temperatuurstijging wereldwijd boven de twee graden komt, dit leidt tot grotere weersextremen, zoals hevige neerslag en langdurige droogte wereldwijd. De armen in de kwetsbare landen krijgen het daarbij het zwaarst te verduren.'

Frank van der Vleuten typeert het ontwikkelingsverhaal van Lomborg als 'statistisch gegoochel'. ETC, de stichting waarvoor hij werkt, maakt zich onder meer sterk voor toegang tot duurzame energie in ontwikkelingslanden. 'Ook bij de huidige, relatief hoge prijzen van zonnepanelen zijn er honderden miljoenen mensen die ze kunnen kopen. Maar het probleem is dat die panelen op heel veel
plaatsen niet te krijgen zijn. Er ontbreekt een distributienetwerk en er zijn onvoldoende technisch geschoolde vaklui die ze kunnen installeren en onderhouden. Bovendien: de mensen voor wie ze bedoeld zijn, vragen er niet naar omdat ze niet op de hoogte zijn van het bestaan of de voordelen ervan.'

Ook Johan van de Gronden, oud-SNV-directeur en tegenwoordig algemeen directeur van het Wereld Natuur Fonds (WNF), vindt dat Lomborg te kort door de bocht gaat: 'In zijn redenering is ziektes uitroeien een kwestie van medicijnen kopen. Maar zo werkt het helaas niet. Meer geld om medicijnen beschikbaar te maken is maar een deel van de oplossing. Daarna moet je het voor elkaar krijgen dat ongeschoolde mensen in afgelegen dorpjes op het platteland van Tanzania week in, week uit een ingewikkelde cocktail consequent innemen. Daar loopt het dan vaak spaak. Als het zo makkelijk was, dan waren malaria en tbc allang uitgebannen.'

Samenhang
De kritiek op Lomborg wordt breed gedeeld, zowel in de milieu- als in de ontwikkelingswereld. Maar over de vraag hoe klimaatverandering dan wél aangepakt moet worden, zonder dat daarbij de ontwikkeling van de armen in de wereld tekort wordt gedaan, lopen de meningen nogal uiteen.

Het uit het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu voortgekomen Milieu- en Natuurplanbureau (MNP), dat adviezen aan de overheid verstrekt op het gebied van duurzaamheid, ziet de oplossing in het versterken van de samenhang van beleid. Volgens de in november verschenen tweede duurzaamheidsverkenning Nederland en een duurzame wereld van het MNP gaat het om 'het zoeken van een balans tussen de economische belangen hier en nu, het verbeteren van de mondiale inkomensverdeling op middellange termijn en het verminderen van de ecologische risico's op wereldschaal in de komende eeuw.' Het MNP signaleert daarbij dat de internationale doelen voor armoedebestrijding, biodiversiteit en klimaatverandering waarschijnlijk niet gehaald zullen worden, ondanks de betaalbaarheid. Het planbureau pleit ervoor de middelen voor klimaatverandering, armoedebestrijding en behoud van biodiversiteit te bundelen.

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 


 'Het uitsterven van soorten, een mensenleven, hoeveel is dat waard?'

 

 

 

 

 

 

Een slecht idee, volgens Frank van der Vleuten. Hij vindt dat armoedebestrijding juist naast en los van klimaatbeleid moet worden aangepakt. 'Je moet geen klimaateisen gaan stellen aan de armen in deze wereld, dat slaat nergens op. Je loopt het gevaar dat bepaalde investeringen in ontwikkelingshulp niet meer worden gedaan omdat ze extra CO2 uitstoten.' Hij geeft het voorbeeld van de in Vietnam uiterst succesvolle 'steel buffalo', een machine die tegelijkertijd ingezet kan worden als eenwielige handploeg, irrigatiepomp, elektriciteitsgenerator en transportmiddel. Punt is wel dat het apparaat op klimaatonvriendelijke diesel draait. 'Je ziet nu al dat ontwikkelingsorganisaties aarzelen over dit soort energieoplossingen. En dat is natuurlijk niet de bedoeling. Probeer je akker maar eens te ploegen met een zonnepaneel.'

Harrie Oppenoorth, coördinator van het Hivos Klimaatfonds, ziet dat anders: 'De markt vraagt om klimaatvriendelijke hulp, als wij die nou kunnen aanbieden met een fonds dat bijvoorbeeld investeert in zuinige fornuizen, of biogasinstallaties die werken op dierenmest, dan snijdt het mes aan vele kanten. De biodiversiteit blijft gespaard omdat er minder hout gekapt hoeft te worden, de vrouwen houden veel meer tijd over voor hun eigen ontwikkeling omdat ze niet urenlang bezig zijn om te sprokkelen, hun gezondheid gaat erop vooruit omdat ze geen rook meer inademen, én de uitstoot van broeikasgas gaat omlaag omdat de fornuizen veel efficiënter zijn dan de traditionele houtvuurtjes.'

Oogkleppen
Het is volgens het WNF hoog tijd voor een vergroening van beleid en daarvan maken klimaatverandering en behoud van biodiversiteit logisch deel uit. 'En dat gaat verder dan de uiterst bescheiden doelstellingen zoals die nu gelden binnen de OS-begroting', zegt directeur Van de Gronden. Volgens hem is de politiek slachtoffer geworden van het 'utilitaire denken' dat de Millenniumdoelen met zich mee hebben gebracht. 'We moeten af van de boekhouding in ontwikkelingssamenwerking. Er wordt alleen nog maar in getallen gedacht: hoeveel mensen kan ik zo snel mogelijk toegang geven tot schoon drinkwater? Maar waar het niet over gaat is het "web of life", de bronnen waar het drinkwater vandaan komt, de bescherming van grote stroomgebieden en ecosystemen waar we met z'n allen op aangewezen zijn. Eigenlijk waren we twintig jaar geleden, toen het Brundtland-rapport Our Common Future verscheen, verder. Daarin zat meer balans dan in de Millenniumdoelen.'

Both Ends denkt dat meer samenhang in overheidsbeleid ook de perverse gevolgen voorkomt van het huidige klimaatbeleid. Daniëlle Hirsch: 'Europa, met Nederland voorop, denkt door het verplicht bijmengen van biobrandstoffen de uitstoot van CO2 tegen te gaan. Nog los van het feit dat de besparing uiterst gering is, blijkt dat we daarmee ontwikkelingslanden opzadelen met immense problemen. Het zijn hun bossen die worden gekapt om bijvoorbeeld oliepalmplantages aan te leggen voor de productie van biobrandstof.' Hirsch hoopt dat als de schotten verdwijnen tussen de ministeries, duidelijk wordt dat het huidige 'oogkleppenbeleid' alleen maar leidt tot het afwentelen van problemen die we uiteindelijk zelf in het Westen hebben veroorzaakt.

Klimaatgeld
Binnen de huidige klimaatafspraken wordt ook de verbinding gelegd tussen het terugdringen van uitstoot en het tegelijkertijd stimuleren van ontwikkeling. Het Clean Development Mechanism is daarbij een belangrijk instrument. Daarmee kunnen geïndustrialiseerde landen - zij zijn immers de 'oudste' en grootste uitstoters van broeikasgassen - in ontwikkelingslanden projecten opzetten die leiden tot schone en duurzame technologie. Als daardoor minder broeikasgas in de lucht komt, mogen zij de besparing in de uitstoot van hun eigen emissies aftrekken.
 

ETC is kritisch over de werking van zulke projecten en de resultaten die ze zouden opleveren voor de armen. 'De komst van klimaatgeld heeft niet tot substantieel meer projecten geleid op het gebied van energie voor armoedebestrijding', aldus Van der Vleuten. Ook worden er vooral CO2-rechten gekocht van al lopende projecten. 'Duurzame ontwikkeling stimuleren, zoals de bedoeling is van het Clean Development Mechanism, is op zijn best beperkt tot de industriële sector.'

ETC besloot daarom te stoppen met hun eigen particuliere 'Clean Development Mechanism', dat de CO2-uitstoot van vliegreizen van medewerkers in het buitenland compenseerde. In plaats daarvan heeft de organisatie een intern klimaatfonds opgezet, ter waarde van zo'n 6.000 euro per jaar, voor lokale compensatie in de regio Amersfoort. De laatste details moeten nog worden geregeld, maar het gaat bijvoorbeeld om het vergroten van de populariteit van streekproducten. Wat van dichtbij komt, kost minder transport, dus ook minder brandstofverbruik en uitstoot van broeikasgassen.

Bestuurskamer
Het WNF maakt juist wel afspraken met het bedrijfsleven om te investeren in buitenlandse compensatie. De organisatie erkent dat dit niet dé oplossing is, want uiteindelijk moet de totale CO2-uitstoot in de wereld omlaag. Maar tot die tijd eist ze van deelnemende partijen dat projecten moeten voldoen aan de zogeheten 'Gold Standard', een keurmerk voor deugdelijke compensatieprojecten op basis van duurzame energie, die bij voorkeur ten goede komen aan ontwikkelingslanden. 'Kritiek op de Gold Standard vind ik een typisch geval van het betere dat de vijand van het goede is. Wij doen tenminste íets', zegt Van de Gronden. 'Door het teveel aan uitstoot te laten compenseren, krijgt een klimaatonvriendelijke bedrijfsvoering eindelijk een prijskaartje. Zo krijg je het onderwerp in de bestuurskamer geagendeerd. Bovendien profiteren partijen in ontwikkelingslanden van de compensatiegelden. Terecht, want zij dragen relatief weinig bij aan het broeikaseffect, terwijl ze naar verhouding zwaarder door de gevolgen zullen worden getroffen.'

Hij steekt zijn ergernis over de critici niet onder stoelen of banken: 'Ontwikkelingssamenwerking kent nogal wat puristen. Dat is vreemd, want het lijstje successen van vijftig jaar ontwikkelingssamenwerking is opmerkelijk kort.'

Bali
De top op Bali is volgens de betrokkenen een belangrijk moment in de aanpak van het klimaatprobleem. Er moeten afspraken worden gemaakt over hoe het verder gaat na het aflopen van het Kyoto-protocol in 2012. Both Ends pleit voor een 'brede visie op duurzaamheid', waar behalve het tegengaan van klimaatverandering ook ontwikkeling en behoud van biodiversiteit deel van uitmaken. Maar de organisatie vindt de top pas een succes als Europa, en Nederland daarbinnen, zich expliciet uitspreekt over wat ze gaan doen om de uitstoot van broeikasgassen in eigen land terug te dringen.

Ook zal men over 'adaptatie' moeten spreken, want veel landen krijgen met hoge kosten te maken om zich aan te passen aan de veranderende klimatologische omstandigheden. Bert Metz van het Milieu- en Natuurplanbureau: 'Het integreren van klimaatverandering in ontwikkelingsbeleid is cruciaal. Bij de aanleg van een nieuwe weg in een gebied waar kans bestaat op overstromingen, moet je ervoor zorgen dat die weg op een dijk komt te liggen. Het creëren van werkgelegenheid en het verbeteren van de energievoorziening in plattelandsgebieden kan heel goed samengaan met het toepassen van duurzame energiebronnen. De extra kosten voor de aanleg van die dijk zouden uit een adaptatiefonds moeten worden betaald. Duurzame energievoorziening vraagt ook extra investeringen. Daar heb je goedkoop geld voor nodig, misschien zou de Wereldbank daarin een rol kunnen spelen.'

Johan van de Gronden van het WNF vindt dat de omvang van het huidige adaptatiefonds fiks moet groeien. 'Tot nu toe hebben we er maar kleingeld ingestopt.' Hij denkt dat het benodigde geld te vinden is door een prijskaartje te hangen aan ontbossing: 'Zodra het behoud van bossen economisch aantrekkelijk wordt, blijven ze staan. Gebeurt dat niet, dan gaan ze gewoon tegen de vlakte en neemt de uitstoot van CO2 alleen maar toe. De motivatie onder burgers om iets te doen aan milieu en klimaatverandering is groter dan ooit. Nu is het moment dat overheden daarvan gebruik moeten maken. Gebeurt dat niet, dan krijg je misschien nooit meer zo'n maatschappelijk draagvlak.'
 

Meer informatie:

- UNDP Human Development Report 2007/2008 staat in het teken van klimaatverandering. Zie: http://hdr.undp.org/en
- Milieu- en Natuurplanbureau, tweede duurzaamheidsverkenning Nederland en een duurzame wereld: www.mnp.nl

Frank van der Vleuten (ETC) is van mening dat er meer winst valt te behalen door grote energieslurpende sectoren als industrie, transport en grootschalige elektriciteitsproductie van alle landen, dus inclusief de arme, mee te laten doen aan nieuw klimaatbeleid. En tegelijkertijd te investeren in het oplossen van armoede, ook al gaan de armsten daardoor meer CO2 uitstoten. 'Op die ruimte hebben ze recht. Daarin ben ik het wel met Lomborg eens.'

Eugène van Haaren is redactiemedewerker van Vice Versa en persvoorlichter bij Milieudefensie.

 

Reacties