Als je op mij lijkt, ben je constant op je hoede voor die plotselinge momenten dat racisme tevoorschijn kan springen om je gemoedsrust en je veiligheid van je af te pakken. Die dame die haar handtas tegen zich aan drukt als ze je aan de overkant van de straat opmerkt. Mensen die weigeren naast je te zitten in de trein, zelfs op die dagen dat je weet dat je er prachtig uitziet. Niet betaald krijgen wat je waard bent. Niet de baan krijgen waarvoor je overgekwalificeerd bent.

Leven met racisme vreet op subtiele wijze aan je veiligheid en je geestelijke gezondheid. Onlangs ervoer ik dat het ook heel anders kan, toen ik voor het eerst in mijn leven het continent bezocht van mijn voorouders, of beter gezegd: waar mijn voorouders vandaan gestolen zijn. Mijn bezoek aan Ghana deed me meer dan ooit beseffen van welke trotse mensen ik eigenlijk afstam, en wat van hen is afgepakt. En ook: dat er een plek is waar Zwarte1 mensen gewoon mensen zijn.

Mijn eerste bezoek aan Afrika was om meerdere redenen bijzonder. Mijn belangrijkste missie was het plaatsen van een foto van mijn over-over-overgrootvader, de slavernijheld Broos, in een museum aldaar. Kap’ten Broos, de voorvader van de families Deekman, Landveld, Babel en vele anderen in Suriname, was een verzetsstrijder ten tijde van de slavernij. Mijn grootmoeder, Bertha Deekman, was zijn kleindochter.

Kabiten_broos_brooskampers_1870
Kap’ten Broos Beeld door: het Utrechts Archief

Mijn over-over-overgrootvader is de enige Surinaamse slavernijverzetsstrijder van wie een foto bestaat

Broos was de leider van de Baka Busi S’ma (Mensen van Achter het Bos), die met regelmaat de plantages aanvielen. Hij is ook de enige Surinaamse slavernijverzetsstrijder van wie een foto bestaat. De prent werd geschoten in 1862 toen hij naar Paramaribo reisde voor een audiëntie bij de toenmalige gouverneur van Suriname, die Broos smeekte zijn aanvallen te staken.

‘Welkom thuis’

Toen mijn vriend Otmar ‘Kodjo Koemabala’ Watson, directeur van Stichting Untold, vorig jaar het openluchtmuseum Assin Manso in Ghana bezocht, sprak hij de wens uit om er ook een verzetsheld uit Suriname te plaatsen. Er hingen namelijk al foto’s van belangrijke verzetsstrijders als Harriet Tubman, Queen Nanny en Sojourner Truth. De directie van het museum ging afgelopen april akkoord en iets meer dan twee weken later zat ik in het vliegtuig onderweg naar de plechtige ceremonie.

Ik heb het bevooroordeelde beeld dat de westerse media van Afrikaanse landen presenteerden nooit geloofd, ik wist wel beter. Volgens hen zou Ghana gedomineerd zijn door armoede. Alle kinderen zouden honger hebben, met bolle buiken vol lucht en tranenslurpende vliegen in hun ooghoeken. Deze plek zou in eeuwige duisternis zijn gehuld. En dat landen als Ghana vastzaten in de Middeleeuwen en een cyclus van destructieve oorlogvoering, zou een logisch gevolg zijn van het feit dat het bevolkt wordt door overwegend Zwarte mensen.

DSC02904

Leugens! Bij mijn aankomst omhulde de warmte van het continent me als een heerlijke deken. “Welkom thuis”, zei de douanebeambte die langs was geslenterd om te controleren of haar ondergeschikten hun werk goed deden. Ze was klein en stevig en haar gezicht was verborgen achter een mondmasker, maar ik kon haar ogen ondeugend zien glinsteren terwijl ze de lange bezoeker aankeek die boven haar uittorende. Toen ik wegliep met mijn koffer, zei ze: “Ik hou van je haar.”

Haar compliment raakte me. Ik ben opgegroeid in Suriname in een tijd waarin het kolonialisme eiste dat mijn type haar moest worden afgeschoren of ‘gerelaxt’. Ik heb van dat haar dat groeit in minuscule krullen die lijken op kleine springveertjes. Het werd nooit de grote, ronde afrokroon die populair was in de jaren zeventig, en ik kon niet eens dromen van de Jheri curl van de jaren tachtig. Ik herinner me levendig dat klasgenoten grapjes maakten over mijn zwarte huid en mijn haar. Ze noemden het treiterend ‘oloisi veer’, horlogeveren

Iedereen leek op mij

Meer dan twintig jaar lang schoor ik mijn hoofd wekelijks om op Michael Jordan te lijken. Maar vorig jaar, tijdens de eerste COVID-golf, liet ik het groeien, tot verrassing van veel mensen die dachten dat ik van nature kaal was geweest. Het was dik en vol, met krullen als zwarte lamswol en gedistingeerd grijs op mijn slapen. Maar gladgeschoren heeft nog steeds de voorkeur boven mijn natuurlijke haar, zo leek het.

En nu, in Ghana, zei iemand terloops: “Ik hou van je haar.” In een terminal waar iedereen op mij leek. Ik zag een kerel die net mijn grote neefje Sergio was, compleet met enorme biceps. De taxichauffeur die niet kon geloven dat er racistische mensen in Nederland waren, leek van opzij op mijn vader. Toen ik een mooie vrouw vertelde dat ze me deed denken aan een ex-vriendin van vele jaren geleden, bekeek ze me keurend van top tot teen en vroeg: “Maar heb je nu een vriendin?”

En niemand stoorde zich aan mijn huidskleur.

In een land waar iedereen Zwart is, zijn wij gewoon mensen

In Ghana ontsnapte ik aan iets wat me al heel lang dwarszit: dat mensen die op mij lijken zouden moeten accepteren dat de wereld een ongelijke plek is. Er wordt van ons verwacht dat wij onze schouders ophalen over racisme en over subtiele microagressie aan ons adres. Dat zou toch niet moeten?

Gewoon ‘mens’ zijn

Toch zit die verwachting diep. Ik had het in Ghana tegen iemand steeds over ‘wij, Zwarte mensen’, zoals we dat in het Westen doen. Ik merkte dat hij daardoor verrast was en besefte dat in een land waar iedereen Zwart is, wij gewoon mensen zijn. Het was verrijkend om te beseffen dat sommigen het idee van ‘blackness’ niet hoeven te begrijpen, omdat het alles is wat ze kennen. Het was bevrijdend om niet bij alles mijn Zwart-zijn te hoeven benadrukken.

Ik heb altijd gezegd dat ik een Afrikaan ben die in Suriname geboren is en ik dacht lang dat ik volledig begreep wat dat betekende. Maar ik had het bij het verkeerde eind. Suriname is mijn geboorteplek, waar ik een speciale band mee heb, maar het is niet waar ik vandaan kom. Ik wist niet dat ik iets zocht, maar toen ik het vond herkende ik het meteen. In Ghana ontmoette ik vele nieuwe identiteiten van mezelf.

“Jij bent Gã. Zoals ik”, zei de congaspeler van het National Theatre. Zijn mensen komen uit de zuidoostelijke kustgebieden van Ghana. Hij had tribale tatoeages op zijn gezicht, Akam: kleine sneetjes die zijn moeder in zijn gezicht had gesneden toen hij baby was, en waarin ze magisch spul had gedaan dat hem moest beschermen tegen de slechte geesten die zijn broers van haar hadden afgepakt. Nana, de veelzijdige media-ondernemer die volhield dat ik net als hij van de lange, sterke Denkyra uit het noorden afstam had ook Akam op beide wangen, en nu wilde ik ze ook.

Ik huilde toen ik me waste in de Slave River, waar mijn voorouders vermoedelijk hun laatste bad mochten nemen voor ze verkocht werden

Korku Limor, de tv-interviewer tegen wie ik het verhaal vertelde van mijn voorvader die de koloniale machten weerstond en een koninkrijk stichtte in het bos van Suriname, stond ook te springen om mijn identiteit in te vullen. “Eigenlijk ben ik een beetje een prins”, grapte ik en hij haakte direct in. “Jij bént een prins! Kijk maar eens naar jezelf! Door je lengte kan toch iedereen zien dat je waarschijnlijk afstamt van krijgers.” Dus nu eis ik van mijn collega’s dat ze me met ‘prins’ aanspreken. Ze weigeren. Ze weten niet beter.

Ik weet niet helemaal zeker of mijn bloedlijn me ernaar terugvoert, maar toch huilde ik toen ik me waste in de Slave River bij Assin Manso in het centrum van Ghana, waar mijn voorouders vermoedelijk hun laatste bad mochten nemen, voordat ze als vee werden verkocht. Op deze heilige plaats baadde ik mijn hoofd om te denken, mijn schouders om gewicht te tillen, mijn benen om mij te dragen. En terwijl mijn tranen zich vermengden met de tranen van mijn voorouders, realiseerde ik me nog meer dat ik hier net zo goed thuishoorde als op de plaats waar ze naartoe werden ontvoerd, waar ze weerstand boden en overwonnen. Ik begreep dat hun overleven de reden is waarom ik moet blijven weerstaan en overwinnen.

Laat je genezen

Ik weet dat mijn voorouders veel is afgenomen en dat er nog veel moet worden hersteld, maar de trots die ik voelde toen ik tussen mensen liep wiens hoofddoel elke dag is om er de best mogelijke dag van te maken, ongeacht de omstandigheden die kolonialisme voor hen veroorzaakte, die trots is onovertrefbaar. Het gaf me hoop; het sterkte me om te doen wat ik doe, om te zijn waar ik nu moet zijn, totdat ik kan terugkeren.

Afrika zou het Mekka moeten zijn voor alle mensen wier voorouders ooit werden gestolen, ontvoerd en tot slaaf werden gemaakt

Zoals Ghana mijn Mekka is, zo zou Afrika het Mekka moeten zijn voor alle mensen wier voorouders ooit werden gestolen, ontvoerd en tot slaaf werden gemaakt. Onder mensen zijn die zichzelf niet als Zwart beschouwen, maar als mensen, omdat hun waardigheid alles is wat ze kennen, was een ervaring die me nog meer dan voorheen deed beseffen dat ik niets aan mezelf hoef te veranderen als iemand zich niet op zijn gemak voelt in mijn nabijheid.

Vroeger stak ik na zonsondergang de straat over, als in de verte iemand naderde. Het was ridderlijk, maar ik vertelde de wereld onbewust dat ik me ervan bewust was dat ik als gevaarlijk kon worden beschouwd. Afrika heeft me daar volledig van genezen. Ga erheen, laat je genezen. Bedank me later.

Terug naar Afrika

Al eeuwenlang is ‘Terug naar Afrika’ een fenomeen onder nazaten van tot slaaf gemaakte Afrikanen die verscheept waren naar de rest van de wereld. Zo had je in in Noord-Amerika in de achttiende en negentiende eeuw de Back to Africa-beweging die ervan uitging dat uit slavernij bevrijde zwarte mensen vast terug wilden naar het land van hun voorouders. De beweging werd gesteund door witte mensen die zich ongemakkelijk voelden bij vrije zwarte mensen. Uiteindelijk leidde het nergens toe, want de meeste uit slavernij bevrijde mensen wilden in Amerika blijven.

Maar in de twintigste eeuw werd ‘Terug naar Afrika’ nieuw leven ingeblazen door pan-Afrikanisten, zoals Malcolm X. Zij stimuleerden migratie naar het Afrikaanse continent in de hoop zo meer solidariteit te creëren met Afrikaanse-afstammelingen wereldwijd. De beroemde Afro-Amerikaanse intellectueel en pan-Afrikanist WEB Dubois eiste zelfs aan het eind van zijn leven het Ghanees staatsburgerschap op.

Ook in de eenentwintigste eeuw zijn er bekende voorbeelden: onlangs liet Stevie Wonder weten naar Ghana te verhuizen om zijn kleinkinderen de kans te bieden om te ontkomen aan het racisme en het onrecht dat zwarte mensen in de Amerikaanse samenleving moeten verduren.

Ghana staat welwillend tegenover terugkeerders. Al in 2019 organiseerde het landThe Year of Return, enerzijds om de banden aan te trekken met de nakomelingen van mensen die tot slaaf zijn gemaakt, maar ook in de hoop investeringen uit het buitenland te lokken. Hooggeplaatste bezoekers uit vooral de Amerikaanse politiek en entertainment werden uitgenodigd om de aandacht op The Year of Return te vestigen. Er waren festivals, ceremonies en uitstapjes voor nazaten van tot slaaf gemaakte mensen. Andere Afrikaanse landen hebben ook plannen om een terugkeerjaar te organiseren.

Manual for the Displaced-4

Kinderen van de koloniën: ‘Onze cultuur werd weggestopt’

'Manual for the Displaced' maakt de verborgen verhalen weer zichtbaar.

milkovi-444287-unsplash

Met deze koloniale taal stoppen we

Het Amsterdam Museum schrapte de term 'Gouden Eeuw'. Ook wij stoppen met koloniale taal.

  1. De auteur kiest ervoor om Zwart met een hoofdletter te schrijven omdat voor hem die ene hoofdletter het verschil maakt tussen kleur en cultuur. ↩︎