KGRR-KGRR-KGRR doet de blender. Op tafel in buurthuiskamer ‘033 in Actie’ liggen wortels, bietjes, linzen en ander gezonds. 033 is het netnummer van Amersfoort en de ‘Actie’ vandaag is een workshop gezond koken voor buurtbewoners. Even verderop zit Dalila Sayd, een Bredase dertiger met zwarte krullen en een blouse net zo kleurrijk als de schilderijen van buurtbewoners om haar heen. Haar projectpartner Naomi Jansen geeft de workshop aan enkele ouders en kinderen, zodat Sayd tijd heeft om te praten.

Dagelijks zetten mensen zich in voor een betere buurt, school, of werkomgeving. De Verenigde Naties en miljoenen betrokken burgers spraken hiervoor duurzame werelddoelen af (SDG’s), die we binnen nu en tien jaar moeten halen. Denk aan géén armoede, gendergelijkheid, betaalbare en duurzame energie en kwaliteitsonderwijs voor iedereen. Deze Goal Getters gaan daar nu al voor. Wie zijn zij?

Sayd, een voormalige sterrenrestaurantkok, runt sinds enkele jaren Het Eetschap. Dat is nu een paar maanden officieel een stichting, die bestaat uit Sayd zelf en een bestuur, aangevuld met zzp’ers en samenwerkingspartners. Ze werkt in opdracht van overheden of bijvoorbeeld GGD’s, of ze start zelf projecten waar ze fondsen voor aanschrijft. Het Eetschap wil gezond, betaalbaar en duurzaam eten toegankelijk maken voor iedereen.

“En dan écht”, voegt Sayd toe. “Want veel organisaties zéggen dat te doen. Maar vaak is hun boodschap: dit is gezond of duurzaam, ga maar zo eten. Dat werkt niet bij iedereen. Voor mijn gevoel wordt er vaak niet gekeken naar de hele situatie waarin mensen zitten. Wat zijn iemands overtuigingen, hoe ziet zijn omgeving eruit en in hoeverre is iemand – financieel of qua kennis – in staat om te veranderen? Niet iedereen switcht even makkelijk van menu; gaat zomaar van plofkip naar vegetarisch. Daar wordt te simpel over gedacht door mensen die voorlichtingscampagnes over voedsel bedenken.”

Tijdens het gesprek staan voor de deur van de Amersfoortse buurthuiskamer om de haverklap kinderen en ouders met vragende ogen. ‘Is de speel-o-theek niet vandaag?’ Een foutje in de agenda, zo blijkt. Het levert wel mooi een aantal extra deelnemers voor de kookworkshop op.

Groente op recept

Sayd is zo iemand bij wie de ideeën en projectplannen bij bosjes ontstaan. De essentie van haar projecten is altijd: samen eten. Eenmaal samen aan tafel groeit de potentie om wat dan ook te bereiken, ziet ze: een gezondere en duurzamere samenleving, echt contact. “Mensen uit lagere sociaaleconomische klassen, waar ik zelf ook uit kom, hebben vaak zogenoemde ‘welvaartsziektes’ zoals diabetes – terwijl ze zelf niet welvarend zijn. Dat komt meestal door een ongezond dieet, gebrek aan geld, aan kennis of aan ruimte in hun hoofd. Het zou mooi zijn om in plaats van alleen medicijnen ook samen koken en eten voor te schrijven. Goed gezelschap zorgt ervoor dat we beter gaan eten.” Niet voor niets speelt Sayd dan ook met het idee om huisartsen te vragen vaker groente en een gezamenlijk diner voor te schrijven.

Eten gaat al weg als het niet op de juiste manier gesneden is. Op een gegeven moment ga je daarin mee

Ook op scholen wil Sayd via eten problemen aanpakken. Ze ziet een kloof tussen leraren en ouders. “De zoon van mijn vriendin zat tot deze zomer op het vmbo en het viel ons op dat ouderavonden slecht worden bezocht. Maar als er iets met eten wordt georganiseerd, komen er wel veel mensen.” De traditionele setting van een leraar die vertelt en ouders die moeten luisteren werkt vaak niet als ouders zelf praktisch opgeleid of minder taalvaardig zijn, legt Sayd uit. Zo’n opstelling kan belerend overkomen, mensen durven niet altijd vragen te stellen.

“Ik weet zeker dat ik een soepeler schooltraject had gehad als mijn moeder meer betrokken was geweest bij school. Bij mijn project ‘Je Moeder’ onderzoekt een kind de achtergrond van een familierecept en kookt dat met zijn ouders op school. Zo leren de kinderen van en over elkaar en kunnen ouders iets van zichzelf laten zien en informeel kennismaken met leraren. Daarnaast willen we met ouders kijken hoe ouderavonden zo georganiseerd kunnen worden dat ze sneller komen.”

Genoeg eten in huis

Sayd groeide op in Flevoland, in een Marokkaans gezin met een alleenstaande moeder en zes kinderen. “We leefden net onder de armoedegrens, mijn moeder maakte zich elke dag zorgen of er wel genoeg eten was. Ze was niet bezig met duurzaam of gezond, maar met genóeg. Het was bij ons thuis daarom vanzelfsprekend dat je eten niet weggooit.” Later was het dan ook schrikken, toen Sayd na haar koksopleiding in sterrenrestaurants ging werken en zag hoeveel daar in de prullenbak belandt. “Alles moet perfect zijn, dus eten gaat al weg als het niet op de juiste manier is gesneden. Op een gegeven moment ga je daarin mee.”

_MG_8008
Beeld door: Chavez van den Born

Na zes jaar in de keuken kon Sayd door een mislukte operatie aan haar voet niet langer staand werk doen. Ze besloot te gaan studeren. “Food Design & Innovation in Den Bosch. Ik leerde nieuwe voedselproducten ontwikkelen voor de markt.” Dan kun je bijvoorbeeld denken aan een plantaardige visvervanger. Als student sloot ze zich aan bij de Youth Food Movement (nu het Slow Food Youth Network), een internationale jongerenbeweging die zich inzet voor een eerlijker en gezonder voedselsysteem. “Daar groeide mijn besef over duurzaamheid. We gingen de straat op om mensen bewust te maken van voedselverspilling.”

Hoe leuk Sayd dat ook vond, het begon te schuren tussen de twee werelden waar ze onderdeel van uitmaakte. “Die acties met YFM voerden we echt op zo’n wijsneuzerige manier, zo van: ‘wij zullen u even vertellen hoe het zit’. Terwijl mijn moeder, die helemaal niet bezig was met duurzaamheid, als geen ander weet hoe je zo weinig mogelijk voedsel verspilt. Ik had het idee dat die diversiteit aan kennis niet werd gezien en niet werd benut.”

kennis van onderop

In plaats van mensen te vertellen wat goed voor ze is, benadert Sayd ze dus juist als een bron van waardevolle kennis. Met deze ‘kennis van onderop’ zoekt ze antwoorden op grote voedselvraagstukken. Onder de naam ‘Wortel Schieten’ laat ze een team van mbo- of hbo-studenten van agrarische opleidingen en ‘nieuwe Nederlanders’ samen een product ontwerpen dat een voedselprobleem aanpakt, zoals overconsumptie van dierlijke eiwitten.

Zo ontwikkelden studenten en nieuwe Nederlanders samen een plantaardig alternatief voor het iconische Brabantse worstenbroodje – met een ‘worst’ op basis van çiğ köfte, een mengsel van onder andere bulgur en fijngehakte groente. In tien weken tijd werd er kennis uitgewisseld, taalvaardigheid geoefend en gepraat over gezondheid. “Ik merkte dat de studenten een positiever beeld kregen van vluchtelingen. Bij de eerste bijeenkomst vroegen ze nog dingen als ‘waarom hebben ze een telefoon’, vanuit het vooroordeel dat de situatie in hun land toch niet zo slecht kan zijn als mensen zo’n ‘luxeproduct’ hebben. Ze realiseerden zich het gevaar in die landen niet.” Tegen het einde van het traject vertrouwden de studenten en de vluchtelingen elkaar meer; studenten konden zich meer inleven en vroegen naar vluchtverhalen. “Van de antwoorden vielen ze regelmatig stil.”

De inmaakkennis van arbeidsmigranten kan groente redden die anders verloren zou gaan

Het was een bewuste keuze om nieuwe Nederlanders bij het project te betrekken: “Uit GGD-onderzoek blijkt dat mensen vaak ongezond gaan eten als ze in Nederland aankomen, door verschillen in eetcultuur en voedselaanbod. Ik ging langs bij Eritreeërs en Syriërs (destijds de grootste groepen vluchtelingen, red.) om daarover te praten, maar hun behoeftes bleken ergens anders te liggen: ze wilden meer contact met ‘gewone’ Nederlanders, die niet van een instantie zijn.” Tegelijkertijd leerde ik dat Eritreeërs gewend zijn twee keer per week plantaardig te eten.”

Terwijl Sayd nog zoekt naar een partij die het plantaardige worstenbroodje op de markt wil brengen, werkt ze alweer aan de volgende editie van Wortel Schieten. “We gaan in een leegstaande kas in Dordrecht op zoek naar gewassen die nu nog geïmporteerd worden, maar die ook in Nederland zouden kunnen groeien.” Ze denkt er ook over om een editie met Poolse en Bulgaarse arbeidsmigranten te organiseren. “Zij hebben vaak kennis over het inmaken van groente én ze werken hier vaak in de groenteteelt. Ze weten dus wat er zoal wordt weggegooid omdat het krom is of een vlekje heeft. Misschien kunnen we hun inmaakkennis gebruiken voor een productlijn met groente die anders verloren zou gaan.”

gespannen eetmomenten

En Sayds eigen moeder, wat was haar geheim tegen voedselverspilling? Had zij ook kennis over slimme conserveertechnieken, of koken-met-restjes-van-gisteren-recepten? Nee, daar zat het ’m niet in, zegt Sayd. Van de kleine hoeveelheid eten díe ze hadden, gooide haar moeder gewoon nooit iets weg. “Ze was niet per se een held in de keuken. Volgens mij is mijn moeder een van de weinige Marokkaanse vrouwen die níet van koken houdt”, lacht Sayd.

Ze is even stil. “Ik vertel dit verhaal heel vaak, over mijn moeder als verspillingsexpert. Zo plaats ik haar op een voetstuk. Maar weet je, het was eigenlijk helemaal niet veilig bij ons thuis. Mijn moeder kon uit het niets heel boos worden. Onze eetmomenten waren altijd heel gespannen. Later heb ik pas geleerd dat samen eten ook fijn en intiem kan zijn, als er aandacht is voor het eten en elkaar.

Juist dáárom ben ik dit gaan doen. Samen koken en eten kan zoveel doen voor je welbevinden. Als kok en tijdens etentjes bij studievrienden thuis ervaarde ik dat – in de keuken voelde ik me gezien. En ik merk het ook aan de nieuwe Nederlanders en andere mensen met wie ik kook: via voedsel kunnen ze zichzelf laten zien. Eten is veel meer dan wat je in je mond stopt. Het kan helend zijn.”

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door DOEN. Stichting DOEN ondersteunt groene, sociale en creatieve initiatieven van voorlopers, zoals Dalila Sayd.

eaters-collective-i_xVfNtQjwI-unsplash

Onverwachte bondgenoten in de strijd tegen voedselverspilling

Influencers mengen zich steeds vaker in de strijd.

variety-of-vegetables-1458694

Zes tips voor wie eerlijke groenten wil (zonder al te veel moeite)

Stap 1: vermijd de supermarkt.