Enkele reacties die ik krijg als ik mij uitspreek over taalgebruik dat discriminerend is naar mensen met een beperking: ‘Je mag ook niks meer zeggen’, ‘Joh, dat woord betekent al lang wat anders’, ‘Wat een gezeur’. Dat gebeurde ook deze week, toen OneWorld een opiniestuk van mij herplaatste naar aanleiding van Ruttes taalgebruik: ‘idioten’, had hij de relschoppers van vorig weekend genoemd. Op sociale media kwamen nog talloze commentaren voorbij met nóg meer validistisch taalgebruik. Want als gemarginaliseerde groepen zeggen: hier ligt een grens, dan is het blijkbaar reuzestoer om nog tien keer zo hard over die grens te denderen.

Een illustratie van twee personen tegen een blauwe achtergrond. De persoon links is op de kop getekend fluistert iets in het oor van de persoon rechts.

Waarom je relschoppers geen ‘idioten’ moet noemen

'Dat is validisme.'

Woorden als ‘idioot’, ‘imbeciel’ en ‘debiel’ werden vroeger gebruikt om mensen met een verstandelijke beperking te rangschikken op basis van de hoogte van hun IQ. Maar wist je dat het al scheldwoorden wáren op het moment dat ze ‘medische definities’ werden? Ze werden op ongeveer dezelfde manier gebruikt als nu. Het is dan ook niet voor niets dat juist die woorden het tot medische term schopten in een traditie van eugenetica1, waarin een verstandelijke beperking werd gezien als een ‘genetische dreiging’. De aanduidingen bepaalden onder andere welke mensen gesteriliseerd moesten worden. Overigens zijn zo niet alleen mensen met een verstandelijke beperking gesteriliseerd, maar ook veel arme mensen en mensen van kleur.

In sommige landen zijn deze woorden nog steeds vertegenwoordigd in wetteksten. Zo staat bijvoorbeeld in de Grondwet van Mississippi nog altijd dat ‘idiots’ oftewel ‘idioten’ niet stemgerechtigd zijn. Deze termen staan voor de disability-gemeenschap dus niet alleen voor een heel pijnlijke, maar ook voor een heel recente geschiedenis van het uitwissen van mensen met een beperking en het afnemen van hun rechten. Deze geschiedenis is vaak onbekend, maar in tegenstelling tot veel niet-gehandicapte mensen zijn disability-activisten zich vaak zeer bewust van de geschiedenis.

Soms worden woorden die aanvankelijk kwetsend waren toch weer gebruikt, maar vaak is het de doelgroep zelf die het scheldwoord opeist, als uiting van – in dit geval – disability pride. Zo is bijvoorbeeld het woord ‘crip’ (van het Engelse ‘cripple’ oftewel ‘kreupel’) opnieuw toegeëigend door gehandicapte activisten, zowel in de Engelstalige wereld als daarbuiten. Sommige mensen met een psychiatrische aandoening noemen zichzelf ‘gek’.

Maar het is niet aan mensen die helemaal niet tot een doelgroep behoren om een scheldwoord nieuw leven in te blazen. Het is dus ook niet aan mensen zonder beperking om gehandicapte mensen ‘crips’ of ‘gekken’ te noemen. Of om te bepalen dat een woord waarvan disability-activisten wereldwijd zeggen dat het discriminerend is, zoals ‘idioot’ of ‘imbeciel’, best wel gebruikt kan worden als scheldwoord, omdat de pijnlijke geschiedenis ‘al zo lang geleden is’.

Een foto van Jeanette Chedda, enigszins van onderen genomen terwijl zij in haar rolstoel voor een microfoon zit. Ze draagt blauwe jeans en een wit T-shirt met kleurrijke opgestoken vuisten. Ze leest voor van een A4-papier.

‘Gehandicapte mensen worden genegeerd in de wooncrisis’

Jeanette Chedda sprak tijdens de Woonopstand in Rotterdam.

foto 1 website liggend

‘Laat dove mensen ook eens bij talkshows aanschuiven’

Om te vertellen over onderwerpen die hén interesseren.

  1. Eugenetica (van het Griekse woord voor ‘goede oorsprong’ of ‘goede genen’) is het onderzoek naar het genetisch ‘verbeteren’ van de bevolking. Het is historisch gezien bijzonder omstreden omdat het de discriminatie van mensen met een beperking zou rechtvaardigen. ↩︎