Rotterdam en enkele kleine gemeentes doen het al, andere gemeentes, zoals Brunssum, spelen met het idee. En ook in Amsterdam klinkt de roep steeds luider: laat de politie preventief fouilleren. Het is een reactie op het toegenomen wapengeweld onder jongeren: in bijna een op de tien gevallen van (poging tot) moord in 2019 was een minderjarige betrokken, zo liet burgemeester Halsema vorige maand weten aan de Amsterdamse gemeenteraad.

Afgelopen zomer was preventief fouilleren al een heet hangijzer. Vetes tussen jeugdgroepen zouden worden opgezweept door sociale media en drillrap (een uit Engeland en Amerika overgewaaide rapstijl), zo was de gedachte. De dood van Bas van Wijk op 8 augustus bracht de discussie in een stroomversnelling. Hoewel de meerderheid van de Amsterdamse gemeenteraad tegen is, besloot Halsema vorige maand toch een proef starten met preventief fouilleren. Vooralsnog is die proef uitgesteld in afwachting van een wapeninzamelactie, volgende maand.

Het afpakken van vuurwapens en messen verandert niets aan de onderliggende oorzaken van het geweld

Mensenrechtenorganisaties als Amnesty en Controle Alt Delete hebben de voors en tegens van preventief fouilleren al vaak op een rij gezet. Vergelijkbare discussies worden bovendien al jaren gevoerd in buitenlandse steden als New York en Londen. Voorstanders wijzen vooral op de noodzaak om wapens van de straat te halen en wapenbezit te bestraffen, terwijl tegenstanders de effectiviteit betwijfelen en wijzen op de stigmatiserende effecten van preventief fouilleren.

Wat in de discussie buiten kijf staat is dat wapengeweld moet worden voorkomen. Logisch, maar hoewel met preventief fouilleren wapens van de straat kunnen worden gehaald, verandert het afpakken van vuurwapens en messen niets aan de onderliggende oorzaken van het geweld. De vraag is dus: wat werkt nu echt om wapengeweld onder jongeren te verminderen? En is het mogelijk om geweld aan te pakken zonder groepen burgers te stigmatiseren?

Gerichte afschrikking

Op dit moment zet de gemeente Amsterdam al verschillende maatregelen in om wapengeweld te tegen te gaan, zo benadrukte burgemeester Halsema in augustus in een debat met de gemeenteraad. Sinds 2011 bestaat de top600-aanpak, die zich richt op 600 jongeren en jongvolwassenen die in de afgelopen jaren veel ernstige delicten pleegden (waaronder geweldsdelicten). De Amsterdamse top600-aanpak draait, net als vergelijkbare ‘top x’-aanpakken in bijvoorbeeld Utrecht en Rotterdam, om ‘gerichte afschrikking’.

Dat gerichte afschrikking effectief kan zijn, bleek eerder al in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Met een persoonsgerichte aanpak – elke jongere krijgt een eigen ‘regisseur’ toegewezen – wordt ‘lik op stuk’1 bij strafbare feiten gecombineerd met zorg op allerlei terreinen zoals wonen, scholing, verslaving en psychosociale problematiek. De resultaten van de top600-aanpak zijn positief: deelnemers plegen minder delicten en zijn meer zelfredzaam.

De vraag is of het verstandig is om een lijst op te stellen van ‘ergste criminelen’ – sommigen pas 13 jaar oud – vanwege het risico op stigmatisering: de jongeren worden weggezet als gewetenloos en gevaarlijk. Onderzoek naar de levensloop van gewelddadige jongvolwassenen laat zien dat ze vaak te maken hebben gehad met ingrijpende gebeurtenissen en met psychosociale problemen kampen die al vroeg in de jeugd zijn ontstaan. Straffen alleen zal dus geen blijvende oplossing bieden: zorg en (intensieve) begeleiding zijn nodig om iets aan de oorzaken van gewelddadig gedrag te doen, en te voorkomen dat dat terugkeert.

Geweld genezen

Een andere benadering, die onder onderzoekers en beleidsmakers aan belangstelling wint, stelt die oorzaken van geweld centraal: de ‘public health approach’. Deze benadering behandelt geweld als een volksgezondheidsprobleem dat kan worden voorkomen door de oorzaken van geweld weg te nemen. Het uitgangspunt is dat geweld ‘besmettelijk’ is en dat het, net als een infectie, wordt doorgegeven van persoon op persoon, bijvoorbeeld via conflicten en het nemen van wraak in reactie op eerder geweld. En net als in de zorg is het doel van deze geweldsaanpak om het welzijn van mensen – daders, slachtoffers, hun families en de gemeenschap – te vergroten.

Een voorbeeld is Cure Violence, een programma dat zijn oorsprong kent in Chicago. Omdat Cure Violence draait om het de-escaleren van conflicten, is de aanpak met name interessant als er sprake is van vetes tussen jeugdgroepen. Getrainde ‘violence interrupters’ overtuigen geweldslachtoffers ervan geen wraak te nemen, spreken invloedrijke personen binnen bendes aan en brengen potentiële slachtoffers in veiligheid. Op deze manier wordt, net zoals bij een epidemie, de verspreiding van geweld tegengegaan. Verschillende evaluaties wijzen erop dat de aanpak effectief is.

Getrainde ‘violence interrupters’ overtuigen geweldslachtoffers ervan geen wraak te nemen

Misschien zien we deze ‘volksgezondheidsaanpak’ binnenkort wel geïntroduceerd worden in Rotterdam, waar de gemeenteraad deze zomer ook debatteerde over de aanpak van wapengeweld onder jongeren. De raad wil kijken of het een ‘Rotterdamse Violence Reduction Unit’ kan oprichten, naar voorbeeld van de Scottish Violence Reduction Unit. Dit Schotse samenwerkingsverband van politie en maatschappelijk werkers, gezondheidszorg en jongerenwerk analyseert welke geweldsproblemen in een gemeenschap spelen, en ontwikkelt projecten die de oorzaken van het geweld aanpakken.

Volgens de Rotterdamse raad is de stad qua schaal, industrie en bevolkingssamenstelling vergelijkbaar met Glasgow, waar de Schotse Unit werd uitgerold. Schotland is ook een interessant gidsland, omdat dat daar al jaren vergelijkbare zorgen zijn over wapengebruik door jongeren en geweld tussen groepen. Vooral messengeweld onder jongeren nam de afgelopen jaren sterk af; het lijkt erop dat de projecten van de Violence Reduction Unit daaraan hebben bijgedragen. In Rotterdam wordt nu onderzocht welke projecten zinvol zijn in de Rotterdamse context.

Politie heeft een beperkte rol

Wat opvalt als we kijken naar de maatregelen die wapengeweld effectief tegengaan is de beperkte rol van de politie daarin. In methodes als gerichte afschrikking en de Schotse Violence Reduction Unit vervult de politie geen leidende rol, maar werkt wel nauw samen met lokale organisaties die kansen voor jongeren creëren en een verandering in leefstijl mogelijk maken. Bij Cure Violence speelt de politie zelfs helemaal geen rol.

Het meest effectief blijken sociaalpsychologische programma’s voor jongeren die al geweld plegen en voor kinderen en jongeren met gedragsproblemen. Zo worden gedragsregulering- en agressietrainingen en familietherapie door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) beoordeeld als ‘erkende interventies’ – oftewel goed wetenschappelijk onderbouwd – die gewelddadig gedrag en delinquent gedrag in het algemeen verminderen.

Gemeenten zouden ook kunnen kijken naar wetenschappelijk onderbouwde methoden

Andere effectieve maatregelen richten zich op alle kinderen en jongeren, zoals programma’s die het ontwikkelen van zogenaamde levens- en sociale vaardigheden van kinderen stimuleren, anti-pestprogramma’s op scholen en opvoedingsondersteuning voor kwetsbare ouders. Zulke maatregelen worden ook uitgevoerd door gemeenten, zorginstellingen, scholen en welzijnsorganisaties in Nederland.

Kortom, legio maatregelen bereiken bewezen meer effect in het voorkomen van wapengeweld onder jongeren dan preventief fouilleren. Gemeenten kunnen nu veel geld en politiecapaciteit steken in preventief fouilleren, maar ze kunnen ook kijken naar wetenschappelijk onderbouwde methoden. Maatregelen die al ingevoerd zijn kunnen aangescherpt worden en programma’s die in het buitenland effectief zijn, kunnen worden aangepast aan de Nederlandse context.

Hard optreden

Beleidsmakers hebben de neiging in ferme termen te spreken als het gaat om de aanpak van geweld, maar verliezen daarbij geregeld uit het oog welke kennis er al is onder onderzoekers en (ervarings)experts. Bovendien, wie ‘hard’ wil optreden moet beseffen: het ‘softe’ imago van maatregelen die zich richten op gedragsverandering, kansen en hulp is onterecht. De realiteit is dat de meest effectieve programma’s diep ingrijpen in de levens van jongeren en hun omgeving.

Ook goed om te onthouden: zelfs een aanpak vanuit ‘de beste bedoelingen’ kan stigmatiserend zijn. Als opvoedingsondersteuning zich bijvoorbeeld alleen richt op ouders met een migratieachtergrond, is er evengoed sprake van etnisch profileren. En hoe goed de vergelijking met een epidemie ook werkt, bij de volksgezondheidaanpak moet ervoor gewaakt worden het label ‘besmetting’ op groepen mensen te plakken.

Op die manier zou iedereen die het geweld onder jongeren wil tegengaan – politieagenten, maar ook hulp- en zorgverleners, jongerenwerkers en ‘violence interrupters’ – zich steeds moeten afvragen of het aanwijzen van doelgroepen berust op goede analyses, en niet op stigmatiserende denkbeelden. Want de beste maatregelen zijn goed onderbouwd, effectief én ethisch.

Hoe zit het met politiegeweld in Nederland?

Sinds 2016 vielen er 47 doden tijdens of vlak na een arrestatie.

Advance of Inner Paint

Hoe behandel je het trauma van racisme?

Witte therapeuten lijken zich niet altijd bewust van de effecten van racisme.

  1. Bij lik-op-stukbeleid wordt een strafbaar feit snel (direct) afgehandeld door de politie en justitie. Wie in overtreding is, betaalt vaak nog hetzelfde moment een boete of krijgt een dagvaarding. ↩︎