De wooncrisis is eigenlijk een mensenrechtencrisis. Dat zegt de voormalige Speciale VN-Rapporteur voor Huisvesting Lelanie Farha, naar aanleiding van verschillende internationale verdragen, die ook Nederland heeft ondertekend. In ons land is het recht op huisvesting zelfs vastgelegd in artikel 22 van de Grondwet.

Daar wordt het woonrecht omgeschreven als ‘het recht om in vrede, veiligheid en waardigheid in een huis te wonen’. Het gaat dan niet alleen over een dak boven je hoofd, maar ook over betaalbaarheid, woonzekerheid, gelijke toegang tot huisvesting en medezeggenschap over je woonomstandigheden.

Dakloosheid is een mensenrechtenschending

De overheid is verplicht voldoende woongelegenheid te bevorderen. Dat betekent niet dat de overheid zelf woningen moet bouwen, maar wel dat de overheid voldoende middelen beschikbaar moet stellen voor betaalbare woningen. Waarom gebeurt dat niet en hoe kunnen we ons woonrecht beschermen?

Gwen van Eijk is betrokken bij de organisatie van de Woonopstand op 17 oktober in Rotterdam, de tweede landelijke woondemonstratie dit jaar. Ze schreef mee aan het Woonmanifest en was mede-initiatiefnemer van de Rotterdamse actiegroep Recht op de stad, dat zich sinds begin 2021 inzet voor ‘een beter en eerlijker woonbeleid in Rotterdam’. In het werkende leven is Gwen van Eijk als stadssocioloog en criminoloog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dakloosheid tegengaan: drie manieren

In een op mensenrechten gebaseerd woonbeleid zou dakloosheid moeten worden beschouwd als een mensenrechtenschending. Toch zijn er in Nederland 36.000 geregistreerde dakloze mensen, wat betekent dat het werkelijke aantal nog hoger ligt. Om aan het woonrecht te voldoen, zou de overheid dus moeten zorgen voor een huis voor deze mensen.

Nu wordt dakloosheid vaak nog gezien als een zorgkwestie of een sociaal probleem, terwijl het in de eerste plaats precies is wat het woord zegt: een huisvestingsprobleem. De oplossing ligt dus ook op dat terrein. Een belangrijke bijdrage aan die oplossing zou kunnen zijn: huisuitzettingen voorkomen. Nou zijn die op hun retour (in 2020 zetten woningcorporaties nog 1720 mensen uit hun huis, in 2018 3000) maar die daling houdt sterk verband met een coronamaatregel die huisuitzettingen verbood. De kans is dus groot dat de huisuitzettingen binnenkort weer toenemen.

Dakloosheid onder arbeidsmigranten kun je tegengaan door huisvesting los te koppelen van het arbeidscontract. De Tweede Kamer stemde begin dit jaar voor een scheiding van bed en baan, waardoor arbeidsmigranten voortaan een apart contract voor de huur en voor hun werk moeten krijgen. Daardoor verliezen ze bij ontslag niet direct hun onderdak. Die stemming moet nog wel leiden tot wetgeving.

De overheid bezuinigt op de sociale huur vanuit het idee dat huisvesting zoveel mogelijk aan de markt moet worden overgelaten

Een derde manier om het woonrecht van dakloze mensen te beschermen: de kostendelersnorm voor uitkeringsontvangers afschaffen. Die houdt in dat je een lagere uitkering krijgt als je met andere volwassenen in één huis woont. Als de uitkering niet standaard daalt wanneer je een woning deelt, is de drempel om iemand in huis te nemen lager.

Uiteraard zijn meer betaalbare woningen ook een manier om het recht op wonen te waarborgen. In Nederland is het aan woningcorporaties om te zorgen voor woningen voor mensen met een laag inkomen en mensen die extra zorg nodig hebben, zoals mensen die dakloos zijn of uit een zorginstelling komen. Maar de overheid bezuinigt sinds eind jaren 80 op die socialehuursector, vanuit het idee dat huisvesting zoveel mogelijk aan de markt moet worden overgelaten. Die ‘vermarkting’ was de aanleiding voor de verhuurderheffing in 2013; een belasting op sociale huurwoningen die leidde tot hogere huren, minder sociale huurwoningen en bezuinigingen op onderhoud.

Maar ook bij mensen met een middeninkomen wordt het woonrecht geschonden. Steeds meer mensen kunnen vanwege stijgende prijzen niet kopen, maar zij komen ook niet in aanmerking voor een socialehuurwoning. En in de vrijehuursector worden ze geconfronteerd met hoge huren van gemiddeld 1136 euro die jaarlijks stijgen. Zo’n 800.000 huurders houden volgens het Nibud na het betalen van de huur te weinig geld over voor noodzakelijke kosten en levensonderhoud. Een oplossing zou kunnen zijn: strengere regels voor de vrijehuursector.

Verder leidt het gentrificatiebeleid dat in Nederland in veel wijken gevoerd wordt, tot schending van het recht op wonen. Gentrificatie wil zeggen dat oude wijken worden ‘opgewaardeerd’ door mensen uit de middenklasse aan te trekken. Dat beleid brengt de beschikbaarheid van betaalbare woningen in gevaar. Dat bleek ook uit een officiële mededeling die de Speciale VN-Rapporteur voor Adequate Huisvesting in juni dit jaar aan het Rotterdamse stadsbestuur deed. Het plan om de betaalbare woningvoorraad tussen 2016 en 2030 met zo’n 13.500 woningen te verminderen kan volgens hem leiden tot een schending van het recht op huisvesting, omdat in Rotterdam relatief veel huishoudens in armoede leven en omdat er, net als in de rest van het land, nu al sprake is van woningnood en hoge dakloosheid.

Het opkopen van huurwoningen door beleggers is een bedreiging van de betaalbaarheid

Woonrecht houdt ook in dat de overheid gelijke toegang tot huisvesting garandeert en discriminatie bestrijdt. Op dit moment zijn er te weinig betaalbare woningen die geschikt zijn voor mensen met een beperking en voor ouderen. Bovendien blijkt al jaren uit verschillende onderzoeken dat woningzoekenden gediscrimineerd worden op (vermeende) afkomst en seksuele geaardheid. Verhuurders en makelaars worden daarvoor nauwelijks bestraft.

Een van effectievere de manieren om woonrecht te waarborgen is het tegengaan van de zogenaamde ‘financialisering’ van huisvesting. Huisvesting wordt steeds meer aan de markt gelaten, zonder al te veel regulering. Omdat beleggers vooral voor de winst gaan, is het opkopen van huurwoningen door beleggers een bedreiging van de betaalbaarheid en woonzekerheid van huurders. Vanuit het woonrecht bezien moeten overheden die beleggers regels opleggen om te voorkomen dat huizen die dienen als investering een negatieve invloed hebben op het recht op een geschikte en betaalbare woning. Door de invoering van tijdelijke huurcontracten in 2016, waardoor verhuurders elke twee jaar de huurder op straat kan zetten, komt ook het aspect van de woonzekerheid in het gedrang.

Vanaf 2022 mogen gemeente een opkoopbescherming invoeren, dat betekent dat kopers in hun woning moeten gaan wonen en het niet mogen verhuren. Verdere stappen zouden kunnen zijn: de huurbescherming repareren en vaste huurcontracten weer de norm te maken, in plaats van tijdelijke. Berlijnse actievoerders gingen nog verder en dwongen in een lokaal referendum een onteigening af van grote private verhuurders. Een meerderheid van de Berlijners stemde voor. Zou Rotterdam hetzelfde kunnen?

Slangenpand

Woningtekort? Waarom kraken we niet meer?

Er zijn veel meer leegstaande woningen dan dakloze mensen.

building-metal-house-architecture-101808

Kopen beter dan huren? De mythe waar we allemaal in getrapt zijn

Zelfs je huurbaas denkt dat je je geld weggooit, terwijl kopen lang niet altijd beter is.