Lobbyen in Europa

01-06-2008
Door: Mireille Vermeulen

p37-CF-Partos
Foto: Partos
'Deze informatiemiddag is hoognodig', opent bureauhoofd Sjerp van der Vaart de bijeenkomst, 'want het maatschappelijk middenveld mist kansen om de regelgeving te beïnvloeden.' Zeker 60 procent van nieuw beleid waar ngo's mee te maken hebben, komt uit Brussel. Van der Vaart vindt het daarom vreemd dat organisaties hun kennis, visie en mobilisatiekracht niet sterker inzetten om dat beleid mede vorm te geven. Kennen ze de weg niet of zien ze de kansen niet? Wat de reden ook mag zijn, Van der Vaart heeft er alle vertouwen in dat vandaag de boel in beweging zal worden gebracht.

Louise van Schaik van Instituut Clingendael geeft een eerste voorzet. Zij schetst het kader met de verschillende actoren, besluitvormingsprocessen en taakverdelingen. Een hoop technische details en afkortingen, typisch Europees waarschijnlijk. Maar essentieel is dat het Europees Parlement met het nieuwe verdrag van Lissabon meer macht gaat krijgen. En dat biedt natuurlijk kansen voor de lobbyist.

Cruciaal
De grote vraag is echter hoe de Europese ontwikkelingssamenwerking er de komende jaren zal uitzien. Volgens Koos Richelle, directeur-generaal Ontwikkelingssamenwerking van de Europese Commissie, moet het anders: 'In de afgelopen zestig jaar is het geen enkel land gelukt om met ontwikkelingshulp uit de armoedesituatie te komen. Armoedebestrijding voldoet niet meer als ideologie, landen willen onze steun bij terrorismebestrijding. We zullen dus keuzes moeten maken in de landen die we ondersteunen. Waarom nog hulp aan Brazilië of China? Hoe leg je de Europese burger uit dat wij de armoede bestrijden in Latijns-Amerikaanse landen die zelf weigeren een goed belastingsysteem in te stellen? Wiens probleem is de armoede daar?' De methodiek van de lobby zal de komende tijd niet zozeer veranderen, aldus Richelle, maar wel de vragen.

Landen die uit de armoede willen komen, zullen het zelf moeten doen. Hoewel het democratisch proces soms te wensen overlaat, is ownership cruciaal, meent Richelle: 'Het nationale armoedebestrijdingsplan is uitgangspunt en dient besproken te zijn met parlement en maatschappelijk middenveld. Jammer genoeg is het plan nog wel eens het best bewaarde geheim tussen de minister van financiën, het staatshoofd en de donoren. Of er circuleren verschillende versies. Dat is niet serieus te nemen.' Toch vindt Richelle de EU niet de partij om samenspraak tussen nationale overheden en maatschappelijke organisaties en de private sector te forceren. Democratie wordt uiteindelijk afgedwongen door de middenklasse en die help je het best met economische groei, meent hij.

Herhalen

Het lobbyen voor internationale samenwerking gaat eigenlijk best goed, vindt Mirjam van Reissen van het Brusselse kenniscentrum EEPA: 'De meeste ngo's lijken de weg naar Brussel wel te kennen.' Ook organisaties in de zaal hebben de ervaring dat Europarlementariërs open en benaderbaar zijn. Het is een stuk lastiger om experts uit de Europese Commissie te overtuigen van ontwikkelingsthema's. Toch is het een belangrijk werkveld voor lobbyisten, want in de Commissie praat (en beslist) iedereen over alles mee. Voor beleidsbeïnvloeding moet je bij het directoraat Ontwikkelingssamenwerking zijn, maar Reissen benadrukt dat je op alle directoraten in de gaten moet houden wat ze doen en welke impact dat heeft voor ontwikkelingslanden. Coherentie is een belangrijk aandachtspunt voor lobbyisten en parlementariërs.

Het lobbywerk kan natuurlijk beter en effectiever. Enkele tips: wees er op tijd bij en steek op het juiste moment in het besluitvormingsproces in, zorg dat je goed weet waar je het over hebt, gok niet op één organisatieonderdeel maar richt je op meerdere onderdelen van de EU, herhaal en laat schriftelijk materiaal achter - want vooral feiten en cijfers doen het goed. Tenslotte moeten organisaties goed weten wanneer ze beter samen op kunnen treden, meent Reissen, want 'lobbyen vanuit subonderdeeltjes leidt ertoe dat het ene gat met het andere gevuld wordt: een vicieuze cirkel waar veel tijd en energie in gaat zitten zonder dat het echt resultaat oplevert'.

Dochter
De algemene budgetsteun waar de Europese Commissie sterk voorstander van is, vergemakkelijkt het lobbywerk niet. Het is moeilijk om uitgaven te volgen in het budget en een goed verhaal met duidelijk cijfermateriaal te construeren. 'We zouden moeten kijken naar output-indicatoren, zoals bijvoorbeeld kinderarbeid. Maar dat wil de Commissie niet altijd, omdat sommige landen daar slecht op scoren', verzucht Reissen.

Volgens Richelle is zoiets onvermijdelijk in het groeiproces: 'Het is net als je dochter voor het eerst laten uitgaan: ze mag wel hierheen, maar niet daarheen, ze mag wel wat drinken maar niet dit en niet dat. Het veiligste is eigenlijk dat ze thuisblijft. Een land kan niet goed scoren op álle indicatoren!' Het Europees Parlement kan zich de borst vast nat maken, evenals de lobbyisten: werk genoeg in Europa.

Reacties