Liever een volle maag dan een volle tank

22-07-2008
Door: Ewout Irrgang, Krista van Velzen

In twee jaar zijn de prijzen van tarwe, rijst, en maïs meer dan verdubbeld. Het afgelopen jaar alleen al stegen de prijzen met meer dan de helft. Volgens de Food and Agriculture Organization van de Verenigde Naties (FAO) is voedsel in 36 landen in vooral Afrika voor de meeste mensen onbetaalbaar geworden. De beperkte vooruitgang die was geboekt om de honger in de wereld terug te dringen, dreigt door de voedselcrisis weer ongedaan gemaakt te worden.

Het vrijhandelsbeleid dat onder andere door de Wereldbank is uitgedragen, is een van de oorzaken van de voedselcrisis in ontwikkelingslanden. Strategische voedselvoorraden moesten worden afgebouwd, ontwikkelingslanden mochten hun markten niet langer beschermen en landen moesten bezuinigen op investeringen in de landbouw. Het werd boeren in ontwikkelingslanden zo moeilijk gemaakt in een grotere en duurzame voedselproductie te investeren.

Vooral de grootschalige productie voor de wereldmarkt werd gestimuleerd. Landen als de Filippijnen en Indonesië, die eerst netto voedselexporteur waren, werden door dit beleid netto voedselimporteur. Kleine boeren en inheemse volkeren in Latijns-Amerika en Azië zijn door (para)militairen, politie en privé-legers van hun grond verjaagd. Dit om plaats te maken voor grootschalige plantages van soja, palmolie, hout en tropisch fruit: producten voor de export, maar geen basisvoedsel om de honger in de wereld te lenigen. De huidige grote vraag naar biobrandstoffen en de Europese biobrandstofrichtlijn vergroten dit probleem. Over het effect van biobrandstoffen op de voedselprijzen bestaat veel discussie. Volgens de Wageningen Universiteit en Researchcentrum zouden ze prijsstijgingen van 15 tot 25 procent veroorzaken. Het recht op een volle tank lijkt belangrijker dan het recht op een volle maag.

Wij pleiten voor een drastische hervorming van het huidige vrijhandelsbeleid binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de diverse regionale vrijhandelsverdragen. Ontwikkelingslanden zouden hun eigen voedselproductie moeten kunnen verhogen in plaats van te importeren uit het Westen. Als voedsel meer regionaal geproduceerd wordt, nemen transport en de productie van broeikasgassen bovendien flink af.

De Europese biobrandstoffenrichtlijn moet van tafel. Boeren in ontwikkelingslanden worden verder geholpen door Europese handelsverstorende export- en inkomenssubsidies af te bouwen. Het is wel van belang dat dit geleidelijk gebeurt, zodat een lagere productie in Europa geleidelijk wordt gecompenseerd door een hogere productie in ontwikkelingslanden. Het belangrijkste is dat er daarvoor meer moet worden geïnvesteerd in een vergrote voedselproductie in ontwikkelingslanden. Dat kan door landhervorming en door verbeterde productiemethoden. Hierbij moet echter opgelet worden dat niet vooral een westers landbouwmodel wordt opgedrongen, met grote afhankelijkheid van (genetisch gemanipuleerde) zaden en bestrijdingsmiddelen van multinationals, fossiele brandstoffen, irrigatiewater en kapitaal.

Het Westen kan ontwikkelende landen vooral helpen door ze niet langer een neoliberaal ontwikkelingsmodel op te leggen. We moeten niet verhinderen dat ze hun voedselproductie verhogen, maar we moeten ze daarbij bijstaan, zodat de honger kan worden uitgebannen.  

Ewout Irrgang en Krista van Velzen, beiden lid van de Tweede Kamer namens de SP

Reacties