Lezing Pronk mist belangrijke dimensies

01-01-2007
Door: Tekst: Lilianne Ploumen, Directeur Cordaid, Nina Tellegen, Directeur Wemos


Op donderdag 1 februari vierde de Evert Vermeer Stichting haar veertig jarig bestaan. In de Duif in Amsterdam hield ere-voorzitter Jan Pronk zijn Evert Vermeer Lezing. Een bij vlagen vlammend betoog over uitsluiting, conflicten, en de behoudzucht van de middenklasse.

 

Armoede is geen pech, maar bewuste uitsluiting. De een z'n brood, is de ander z'n dood. De voor velen gerealiseerde opwaartse mobiliteit in Nederland - nog nooit volgde een zo groot deel van de bevolking een hbo of universitaire opleiding - heeft geleid tot een grote en brede middenklasse die kan genieten van de positieve gevolgen van globalisering. De schaduwzijde van die ontwikkeling is volgens Pronk dat die middenklasse haar belang fel verdedigt en zo in stand houdt dat twee miljard mensen in armoede leven.

 

Pronk stelt dat er geen ontwikkeling bestaat zonder conflict. Maar die harde, rauwe constatering is volgens hem het laatste decennium bedekt geraakt onder een zachte, maar zware deken van technocratie en bureaucratie. Alles moet meetbaar zijn en wat niet meetbaar is wordt niet in beschouwing genomen. Contextspecifiek heeft plaats gemaakt voor abstract, algemeen en resultaatgericht beleid. En wij, professionals in de ontwikkelingssamenwerking, hebben ons laten meeslepen in die versimpeling, in kosten/baten analyses die geen ruimte laten voor ingewikkelde processen. Onze vaktaal versluiert de harde werkelijkheid van hen die uitgesloten worden, dag in, dag uit. En daarom zijn we minder effectief dan we zouden moeten en kunnen zijn.

 

Wij staan pal achter Pronk's analyse. Armoede is geen toevallige voorbijganger, maar een systeem van uitsluiting. Armoede bestrijden betekent machtsmisbruik bestrijden, betekent machtsverhoudingen veranderen en het betekent vuile handen maken. Maar we vinden het onterecht om de gehele middenklasse, hier - maar ook die in China en India, te beschuldigen van bestendiging van onrecht . En we vinden het té gemakkelijk om de technocratisering en de-politisering van ontwikkelingssamenwerking de schuld te geven van het uitblijven van duurzame resultaten.

 

Laten we eerst de technocratisering eens beschouwen. Voor ons, die vanuit een grote betrokkenheid bij het onrecht in deze wereld in deze sector actief zijn, is die technocratisering soms een vloek, maar soms ook een zegen. We zijn het helemaal met Pronk eens dat de bureaucratisering is doorgeslagen en het hoog tijd is om ons 'te bezinnen op de context, op het ontwikkelingsproces zelf, op de veranderingen in de aard van het proces en op de situatie ter plekke' en op te houden met denken dat alles meetbaar is, en als het dat niet is het dus ook niet relevant is. De technocratisering stelt ons echter ook in staat om gerichter na te denken over ons beleid en programma's, stelt ons in staat om resultaten zichtbaar te maken en om van elkaar te leren - immers ook processen kunnen inzichtelijk en navolgbaar gemaakt worden. Dat bevordert de samenwerking en leidt ook tot effectievere hulp. Een andere belangrijke verworvenheid van de technocratisering is dat wij aan kunnen schuiven bij hen die er toe doen als het gaat om de macht om armoede te bestrijden: nationale overheden, de EU, het IMF en de Wereldbank. Dankzij de technocratisering hebben we de middelen om de taal van de macht te leren spreken, om te zorgen dat de machthebbers ons verstaan, om te weten hoe de hazen lopen. Het spreken van die taal is in onze ogen een van de noodzakelijke voorwaarden om invloed te kunnen uitoefenen. Zo kunnen we de machtigen onder druk zetten om context specifiek te werken aan de verbetering van de positie van hen die zijn uitgesloten.

 

En dan de middenklasse. Pronk stelt in zijn lezing dat de middenklasse een fikse stap terug zal moeten doen om armoede te verminderen, maar daar niet toe bereid is. Zij doen er alles aan om de status quo te behouden. Het roept het beeld op van een conservatieve, statische middenklasse die uitsluitend bezig is met het in stand houden van de eigen verworvenheden. Zoals in de discussie na afloop van de lezing ook al werd opgemerkt, gaat dit voorbij aan de diversiteit in die middenklasse en aan de belangrijke rol die ze speelt in het aanjagen en bewerkstelligen van veranderingen die ten goede komen aan de minderbedeelden. Zonder de internationale druk van al die mensen uit de middenklasse was de prijs van Aids-medicijnen nooit naar beneden gegaan en was er nooit iets terecht gekomen van schuldverlichting. Ook de enorme toename in initiatieven van individuele burgers om 'iets te doen' aan ontwikkelingsamenwerking laat zien dat die middenklasse ook bestaat uit betrokken, idealistische mensen die hun steentje willen bijdragen aan een betere wereld. Er moet nog veel meer gebeuren om uitsluiting tegen te gaan maar daar hebben we juist de bereidwilligen uit de middenklasse zo heel hard voor nodig. Hen wegzetten als behoudzuchtig zal hun bereidheid iets op te geven niet vergroten.



Reacties