Verborgen achter een stalen poort, prikkeldraad en hoge muren, houden weggelopen meisjes en vrouwen in Afghanistan zich schuil. Ze zijn uitgehuwelijkt als kind, geslagen door hun man, vernederd door hun schoonfamilie en soms gedwongen geprostitueerd. Zodra ze ontsnapt zijn aan al het geweld, kunnen ze vaak nergens heen. De familie-eer is immers beschadigd en daarmee zijn ze hun leven niet meer zeker. Ernstig getraumatiseerd komen ze in speciale shelters terecht. Het Afghan Women Skills Development Centre (AWSDC) is één van de vele non-gouvermentele organisaties die dit soort meisjes onderdak biedt en psychische hulp verleent. Zo ook aan Asifa, Malae, Shogufa en Maryam, die hun echte naam niet mogen prijsgeven. Vanaf hun geheime verblijfplaats doen zij hun verhaal. 

Deel 1:  
Asifa (24), geboren in Kandahar. 
Opgevangen sinds 2011 (1 jaar in Herat, 3,5 jaar in Kabul) 

Afghanistan kindbruiden seksueel geweld oorlog
Foto: Marielle van Uitert 

Stiefvader is nachtmerrie
“Mijn vader was lid van de Taliban. Toen hij nog leefde, hadden we het financieel goed. Voor veel geld had hij me als driejarig meisje uitgehuwelijkt aan een oudere man, bij wie ik later zou gaan wonen. Kort daarop stierf mijn vader en daarna ook mijn broertje. Mijn moeder hertrouwde met de chauffeur van mijn vader, ook een Talib. Mijn stiefvader was drugsverslaafd en heel gewelddadig. Hij sloeg mijn moeder voortdurend en prostitueerde haar. Om al die mannen aan te kunnen, verdoofde hij haar ook met alcohol.

De man aan wie ik was beloofd, was 30 jaar ouder . En als klein meisje wist ik niks van een huwelijksnacht of relaties.

Volgens een onderzoek van Thompson & Reuters uit 2013 is Afganistan het ergste land ter wereld om vrouw te zijn. Na Afghanistan volgt Congo, gevolgd door Pakistan, India en Somalië. 

Toen ik negen jaar was, kon ik het niet meer aan. Ik was zo moe van alle afranselingen. En zo verdrietig en alleen. Ik kon aan niemand mijn verhaal kwijt en wilde weg. Het huwelijk zag ik als enige uitweg om aan mijn stiefvader te kunnen ontsnappen. Maar het werd er niet beter op. De man aan wie ik was beloofd, was dertig jaar ouder. En als klein meisje wist ik niks af van een huwelijksnacht of relaties. Ook bleef mijn stiefvader ons iedere dag lastig vallen. Hij haatte mijn man. Ik denk dat hij mij daarom zo’n pijn deed.

Foto: Marielle van Uitert

Gevangen
Op een dag, ik was toen dertien jaar, werd ik door mijn stiefvader het huis uit gesleurd. Hij bracht me naar een onbekende plek. Daar begon hij met een mes op mij in te steken: in mijn gezicht, mijn armen, mijn hoofd. Waarom weet ik niet. Daarna trok hij al mijn nagels eruit. Pas toen mijn stiefvader mij aan andere mannen wilde verkopen, had ik er genoeg van. Ik had gezien wat dat met mijn moeder had gedaan. Uit angst vluchtte ik in mijn eentje naar een politiebureau in Herat. Smekend vroeg ik ze mij op te sluiten, ik was zo bang dat mijn stiefvader mij zou vermoorden.

Terwijl ik gevangen zat, werd mijn moeder onthoofd

Mijn aanklacht werd in de rechtbank behandeld. Maar in plaats van naar mij te luisteren, belde de rechter mijn stiefvader op. Hij kocht de rechter om en ik ging voor twee jaar de cel in. Terwijl ik gevangen zat, werd mijn moeder door mijn stiefvader onthoofd. Ik huilde zoveel, was zo kwaad. Mijn stiefvader is nooit veroordeeld. 

Vrouwenopvang
In een tweede poging om van hem weg te komen, verhuisde ik na mijn vrijlating naar een andere plaats. Maar ook dat hielp niet. Door zijn agressieve buien kwam ik telkens in het ziekenhuis terecht. Totdat ik werd ontdekt door het Ministerie van Vrouwenzaken en zij mij naar een vrouwenopvanghuis in Herat brachten. Ik was twintig jaar, ziek en neerslachtig, maar voor het eerst was ik in staat om alles te vergeten.

Asifa en haar dierbaarste bezit: een radio. Foto: Marielle van Uitert

Het enige wat mij nog aan thuis doet herinneren is mijn radio. Het was een kado van mijn vader en ik heb het altijd met mij meegedragen. Ik luister graag naar het programma The Voice of Afghan Women, met sterke vrouwen die openlijk over hun problemen durven praten. Het maakt me trots dat ik daar nu één van ben.” 

—-
Journaliste Valeska Hovener reisde samen met fotografe Marielle van Uitert in februari naar Afghanistan, om de lotgevallen van meisjes en vrouwen te verwoorden en verbeelden. Ze kwamen terecht in een vrouwenopvanghuis waar de weggelopen meisjes en vrouwen zich schuil houden. Dit is is het eerste deel in een vierdelige serie.

 

[[{“fid”:”34025″,”view_mode”:”default”,”fields”:{“format”:”default”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:”Ik doe mee en steun OneWorld”,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:”Ik doe mee en steun OneWorld”},”type”:”media”,”link_text”:null,”attributes”:{“alt”:”Ik doe mee en steun OneWorld”,”title”:”Ik doe mee en steun OneWorld”,”style”:”height:72px; width:581px”,”class”:”file-default media-element”}}]]

670

Over de auteur

Valeska Hovener is een bevlogen en reislustige journalist, en eigenaar van In Vogelvlucht, een journalistiek tekstbureau …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief