Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Mag het kabinet nareizende familieleden van statushouders tijdelijk weren? Over die vraag boog de Raad van State zich vorige week: eind vorig jaar riep het kabinet een nareisbeperking in het leven, maar daar haalden rechtbanken een streep door. Dat het kabinet het ‘migratiesaldo’1 liever ziet dalen dan stijgen is duidelijk. En minister Hugo de Jonge (Volkshuisvesting, CDA) ziet migratie zelfs als een oorzaak voor de wooncrisis.

Als het in de media over migranten gaat, gaat het vaak vooral over asielzoekers. Maar zij maken maar een klein deel uit van alle immigranten. Van 2011 tot en met 2020 kwamen ruim 2 miljoen mensen naar Nederland. In dezelfde periode vertrokken er ook 1,5 miljoen mensen. Wie kwamen er naar Nederland en hoe lang bleven ze? Op een rij van groot naar klein: de groepen migranten die naar Nederland komen.

Migranten van binnen de EU: 44%

Verreweg de grootste groep immigranten die in de periode 2011-2020 naar Nederland kwamen, kwam uit andere EU-lidstaten. Hun aandeel nam sterk toe in 2004, toen veel Centraal- en Oost-Europese landen tot de EU toetraden. De afgelopen tien jaar is hun aandeel redelijk stabiel.

Volgens EU-verdragen mogen burgers van EU-lidstaten in Nederland komen wonen als ze geen gevaar voor de openbare en nationale veiligheid vormen en in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. Ze mogen dus niet gelijk bij aankomst een (bijstands)uitkering aanvragen. Mensen uit andere EU-landen mogen hier werken en studeren en hebben dezelfde rechten op uitkeringen en toeslagen als alle inwoners van Nederland.

De voornaamste redenen waarom EU-migranten naar Nederland komen is voor werk (één op de drie) of om bij hun gezin te zijn (ook één op de drie). Eén op de zes komt voor studie. Van de rest is de reden niet bekend. Vooral uit Polen (16 procent) komen veel EU-migranten, gevolgd door Duitsland (7 procent), het Verenigd Koninkrijk, Italië en Roemenië (elk 4 procent). Duitse migranten kwamen vooral voor studie naar Nederland. Poolse, Roemeense, Britse en Italiaanse migranten vooral voor werk. Ongeveer de helft van de EU-migranten verlaat Nederland binnen vijf jaar na aankomst.

Mensen met de Nederlandse nationaliteit: 22%

Ruim een vijfde van alle immigranten heeft de Nederlandse nationaliteit. Dat zijn mensen die terugkeren naar Nederland na een aantal jaar in het buitenland te hebben gewoond, maar ook in het buitenland geboren Nederlanders die voor het eerst in Nederland komen wonen. Mensen met de Nederlandse nationaliteit mogen altijd naar Nederland komen, ook als zij hier (nog) geen inkomen hebben.

Over de cijfers in dit artikel

De auteur baseert zich op de migratiecijfers volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van 2011 tot en met 2020. De definitieve cijfers over 2021 maakt het CBS in juni 2023 bekend.

Het CBS stelt het aantal migranten vast op basis van de Basisregistratie Personen (BRP). Iedereen die in Nederland aankomt en verwacht hier meer dan vier maanden te blijven, hoort zich in te schrijven in de BRP. Tijdelijke arbeidsmigranten en studenten uit andere EU-landen schrijven zich niet altijd in. De CBS-cijfers over het aantal EU-migranten zijn daarom waarschijnlijk een onderschatting. Asielzoekers worden pas na zes maanden in Nederland ingeschreven. Mensen van wie de asielaanvraag wordt afgewezen, worden meestal niet ingeschreven. Mede daarom kan het aantal asielaanvragen in een jaar hoger zijn dan het aantal mensen met asiel als ‘migratiemotief’.

Het migratiemotief van niet-EU-burgers komt uit informatie over de verblijfsvergunning van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Omdat migranten uit de EU geen verblijfsvergunning nodig hebben, schat het CBS voor hen een ‘afgeleid migratiedoel’. Zo wordt van een EU-migrant die na aankomst gaat studeren het afgeleid migratiedoel ‘studie’. Per persoon is één motief vastgelegd.

Gezinsmigratie van buiten de EU: 10%

Een op de tien migranten kwam naar Nederland om bij gezinsleden te gaan wonen. Het gaat vooral om mensen die zich bij hun partner voegden en om minderjarige kinderen die bij (een van) hun ouders zijn gaan wonen. De partner of ouder van gezinsmigranten kan zelf in Nederland zijn geboren, of eerder naar Nederland zijn gemigreerd. Ook gezinsleden van arbeidsmigranten vallen voor het CBS in deze categorie.

Refugees waiting to cross the Serbo-Croatian border

Waarom zoveel mannen alleen vluchten

Op social media klinkt kritiek op mannen die alleen reizen.

Gezinsmigranten mogen vaak alleen naar Nederland komen als de in Nederland wonende aanvrager voldoet aan een inkomenseis. Meerderjarige gezinsmigranten moeten meestal een zogeheten ‘examen inburgering buitenland’ doen. Dit examen toetst Nederlandse lees- en spreekvaardigheid en basale kennis van de Nederlandse samenleving.

Vergeleken met andere groepen in dit artikel blijven gezinsmigranten relatief lang in Nederland. Van de gezinsmigranten uit eerdere jaren zijn er vijf jaar na aankomst ongeveer drie op de tien uit Nederland vertrokken. Na tien jaar is dit vier op de tien.

In de periode 2011-2020 waren de meest voorkomende nationaliteiten van gezinsmigranten Indiaas (12 procent), Turks (10 procent), Amerikaans (7 procent), Marokkaans (6%) en Chinees (5 procent).

Met welk doel komen migranten naar Nederland? Hieronder in één oogopslag de cijfers uit dit artikel.

Migranten – groepen – ringdiagram 9

Bron: CBS (2022) ‘Immigranten niet EU/EFTA; migratiemotief, sociaaleconomische categorie’, en ‘Immigranten EU/EFTA; afgeleid migratiedoel, sociaaleconomische categorie’

Asiel van buiten de EU: 10%

De groep die in de media en publieke opinie het meest tot de verbeelding spreekt zijn asielmigranten. Ongeveer 10 procent van immigranten kwam in 2011-2020 naar Nederland vanwege asiel.

Niet iedereen die asiel aanvraagt is automatisch een asielmigrant. Het CBS rekent enkel mensen die een verblijfsvergunning hebben gekregen (‘statushouders’) tot de groep asielmigranten, net als hun nagekomen gezinsleden (‘nareizigers’) en mensen die zes maanden na hun asielaanvraag nog geen uitslag hebben gekregen. Mensen van wie de aanvraag is afgewezen zijn niet in deze cijfers opgenomen.

Veel gemeenten voldeden de laatste jaren niet aan hun verplichting om een aantal statushouders te huisvesten

Statushouders hebben recht op een bijstandsuitkering en toeslagen, afhankelijk van hun inkomen uit werk. En ze hebben recht op huisvesting: ze hoeven niet meer in een AZC te wonen, al is de praktijk anders. Elke Nederlandse gemeente heeft een ‘taakstelling’: een verplichting om een aantal statushouders te huisvesten. Veel gemeenten voldeden de laatste jaren niet aan hun taakstelling, waardoor veel statushouders nog in een AZC wonen.

Asielzoekers, statushouders en nareizigers

Een asielzoeker is iemand die asiel aanvraagt in Nederland. Asielzoekers van wie de IND de aanvraag goedkeurt, krijgen de vluchtelingenstatus. Zij worden vaak ‘statushouders’ genoemd. Zij mogen hun directe gezinsleden naar Nederland laten komen. Doen ze dat binnen drie maanden na het ontvangen van hun status, dan wordt hun nareizende familie meegeteld in de cijfers over asielmigratie. Na drie maanden moet de in Nederland aanwezige statushouder aan een inkomenseis voldoen en geldt de nareis als reguliere gezinsmigratie.

Het percentage toegekende asielaanvragen door de IND wisselt sterk van jaar tot jaar. Zo ging het in 2018 om één op de vijf, maar in 2021 om 59 procent. Mensen uit oorlogsgebieden zoals Syrië krijgen vaker een toekenning dan mensen uit zogeheten ‘veilige landen’ als Marokko of Tunesië.

CMS FORMAT veiligelanders

Asieladvocaat: ‘Onzin dat ‘veiligelanders’ crisis kunnen verlichten’

Lokale VVD-fracties willen 'kansloze' asielzoekers versneld terugsturen.

In 2011-2020 waren de meest voorkomende nationaliteiten onder asielmigranten Syrisch (43 procent), Eritrees (14 procent), Irakees, Iraans (beide 4 procent) en Afghaans (3 procent). In vergelijking met andere migrantengroepen blijven asielmigranten relatief lang in Nederland: van de asielmigranten uit eerdere jaren verliet na vijf jaar ongeveer een kwart Nederland.

Studenten van buiten de EU: 7%

Studenten van buiten die EU mogen naar Nederland komen als zij staan ingeschreven aan een erkende instelling voor hoger onderwijs en voldoende inkomen hebben. Om in Nederland te mogen blijven moeten zij elk jaar minstens de helft van hun studiepunten halen. Studenten mogen naast hun studie werken.

De meest voorkomende nationaliteiten onder studiemigranten waren in 2011-2020 respectievelijk Chinezen (19 procent), Amerikanen (11 procent), Indiërs (8 procent), Indonesiërs (6 procent) en Turken (5 procent). Studiemigranten blijven relatief kort in Nederland. Na vijf jaar heeft bijna driekwart het land weer verlaten.

Arbeidsmigranten van buiten de EU: 6%

De meeste arbeidsmigranten van buiten de EU zijn zogenaamde ‘kennismigranten’ oftewel expats. Zij doen over het algemeen hoogopgeleid werk en mogen naar Nederland komen als ze een baan hebben gevonden met een marktconform salaris dat voldoet aan bepaalde inkomenseisen. Werkgevers kunnen ook voor banen met een lager salaris een arbeidsmigrant van buiten de EU aannemen, maar dan moeten ze kunnen aantonen dat er niemand binnen Nederland of andere EU (of EER) lidstaten was die de vacature kon vervullen. Deze regeling wordt daarom relatief weinig gebruikt; in de afgelopen jaren ongeveer 2000 vergunningen per jaar.

De eerste vijf jaar hebben arbeidsmigranten vaak recht op een belastingkorting op de eerste 30 procent van hun inkomen. De grootste groepen arbeidsmigranten kwamen uit India (26 procent), China (15 procent), de Verenigde Staten (12 procent), Turkije (6 procent) en Japan (4 procent).

Van alle arbeidsmigranten verlaat ongeveer twee derde Nederland weer binnen vijf jaar. Na tien jaar is ruim driekwart vertrokken. Na studiemigranten blijft deze groep dus het kortst in Nederland.

cms sahar

Wat als we álle vluchtelingen met open armen ontvingen?

Daarvan droomt de Afghaans-Nederlandse jurist Sahar Shirzad.

Leo Lucassen ID Stefaan Temmerman

‘Wie geen migranten wil, moet snijden in de economie’

Historicus Leo Lucassen gaat migratiemythes te lijf.

  1. Het migratiesaldo is het aantal mensen dat een land binnenkwam, minus het aantal mensen dat vertrok. Het saldo is positief als er meer immigratie dan emigratie was, en negatief als er meer emigratie was. ↩︎
Portret 2018

Over de auteur

Evelyn Ersanilli is universitair docent aan de afdeling politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Zij doet vergelijkend onderzoek …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief