Samenvatting on line debat: 'Schuld aan schuld en armoede'

28-05-2002
Door: OneWorld
Bron: OneWorld Nederland

21 Reacties van 18 personen kwamen er binnen op de stelling, enkelen reageerden op elkaar. Het debat spitste zich toe op 3 hoofdpunten:

  • wat is goed bestuur?
  • de medaille van de schulden heeft twee kanten, verantwoordelijkheid van debiteuren én crediteuren
  • welke extra stappen moet Nederland zetten voor schuldenverlichting.

  • Het zijn voornamelijk de eerste twee punten die de tongen los maakten. Hier volgt een korte samenvatting op elk van die drie punten. Afgesloten wordt met enkele punten die in de discussie van 29 mei naar voren gebracht kunnen worden.

    Discussie over wat goed bestuur is

  • Belangrijke voorwaarde voor schuldverlichting moet zijn dat het geld dat vrijkomt ten goede komt aan armoedebestrijding. Goed bestuur is daarbij een belangrijk criterium volgens sommigen. Het probleem zit hem vooral in de definitie van goed bestuur. Pieter Stek verwijst naar de omschrijving van de Wereldbank : ‘duurzame prestaties met betrekking tot het macro-economische aanpassingsprogramma van het IMF alsmede het structurele aanpassingsprogramma van de Wereldbank’. Volgens Joyce Kortlandt (Novib) is dat geen bestuur dat echt bijdraagt aan armoedebestrijding, zoals ook uit onderzoek van de Wereldbank zelf zou blijken. De armen profiteren meer van groei zonder aanpassing dan van groei met aanpassingsprogramma. Leggen we niet teveel de nadruk op westerse definitie van goed bestuur. Moet dat altijd ons westers democratisch en economisch bestel zijn? Goed bestuur moet groeien, moet gestimuleerd worden, maar moet niet het hoofdcriterium zijn voor schuldenverlichting (Judith Blaauw-Klaver).
  • Het gaat om miljoenen euro’s, dus is controle (en dus goed bestuur) noodzakelijk, stelt Jan van den IJssel.
  • Ad van de Ven (ministerie van Financiën) sluit zich bij Pieter Stek (Wereldbank) aan. Goed bestuur uit zich in het uitvoeren van IMF-programma’s. Alleen door de samenhang van schuldherstructurering met een gezond financieel-economisch beleid wordt succes van schuldverlichting (in sterke mate) bepaald. ‘Zonder een dergelijk beleid zal elke schuldvermindering vanwege dezelfde factoren die tot de onhoudbare buitenlandse schuldpositie hebben geleid, op kortere of langere termijn weer tot dezelfde situatie kunnen leiden.’
  • Gewezen wordt op Uganda en Rwanda in relatie tot goed bestuur. In 1998 bv. kreeg Uganda een schuldverlichting van $ 650 miljoen. In hetzelfde jaar echter rukten Ugandese troepen Congo binnen en bezetten een groot deel van het land. Sindsdien vertoonde de economische groei van Uganda een aanzienlijke stijging. Volgens Nelly Koetsier (CongoNed) weten de Wereldbank en de westerse donoren wat er aan de hand is: illegale exploitatie en versterking van het militaire budget van zowel Uganda als Rwanda. Toch komen deze landen voor schuldkwijtschelding in aanmerking.


  • Twee kanten aan schulden
  • Er zijn altijd twee partijen verantwoordelijk: debiteuren en crediteuren hebben schuld aan schulden. Schulden dragen niet bij aan beter bestuur. Een oplossing voor de schulden wordt door de rijke landen aldus op de lange baan geschoven zonder perspectief op enige oplossing.
  • Het is merkwaardig dat 'goed bestuur' een vereiste is voor schuldvermindering, want in het verleden hebben rijke landen willens en wetens grote sommen geld uitgeleend aan corrupte regimes. Het is onrechtvaardig dat de armsten die last moeten blijven dragen. Zeker omdat het mogelijk is dat het geld dat vrijkomt door schuldverlichting bij hen terecht komt, ook in landen zonder 'goed bestuur'. Dat kan bijvoorbeeld door het geld direct door te sluizen naar maatschappelijke organisaties.
  • Laat de crediteurs dus eerst maar eens hun ‘verantwoordelijkheid nemen". Als de crediteurs zich echt zoveel zorgen maken over het risico dat lastenverlichting niet ten goede komt aan de armsten onder de bevolking, zouden ze beter concrete criteria kunnen opstellen voor "goede besteding", i.p.v. vooráf te schermen met rapportcijfers voor "goed bestuur". Zoals een “omgekeerde Zalm-norm" voor schuldenverlichting, stelt Maarten H.J. van den Berg van RISQ (Review of International Social Questions) voor, een bepaald percentage van het overheidsbudget reserveren aan duurzame armoedebestrijding.
  • Ad van de Ven wijst op de schuldenregelingen van Club van Parijs in relatie tot goed bestuur en gekoppeld aan de IMF-programma's. Daar zit voor Ellen Verheul (Jubilee/Wemos) het probleem: de Club van Parijs is een ondemocratische, ondoorzichtige en informele groep crediteuren die de rol van schuldeiser, rechter én jury spelen. Ze leggen hun wil op aan een schuldenland dat zijn betalingsverplichtingen niet kan nakomen…. Er wordt slechts gezocht naar mogelijkheden om de terugbetalingscapaciteit te verhogen. IMF-programma’s leveren dan misschien meer exportgroei op, maar geen armoedebestrijding, zo leert de ervaring van de afgelopen decennia. Ook weigert de Club van Parijs, aldus Verheul, niet kijken naar de oorsprong van de schulden. Hebben de schuldeisers misschien zelf ook inschattingsfouten gemaakt?


  • Welke extra stappen kan Nederland nemen?
  • Pieter Stek (Wereldbank) wijst er op dat NL al ‘extra stappen’ zet door westerse landen aan te spreken die zich niet houden aan gemaakte afspraken. Ad van de Ven (ministerie van Financiën) vindt extra stappen niet aan de orde (zie hieronder), er wordt voldoende gedaan, allemaal gerelateerd aan goed bestuur (of het nu door NL-regering of door WB en IMF wordt gedaan). Reactie van Novib et al: niet blindstaren op verplichtingen van anderen, goed bestuur (ontbreken daarvan) wordt als argument misbruikt.
  • Extra geld en flexibelere regels voor schuldverlichting , wil Sharon Dijksma (PvdA). Goed bestuur voor de PvdA een criterium blijven, maar ‘de eisen waaraan landen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor schuldverlichting gewoon te rigide zijn’. En belooft Dijksma: ‘Een nieuw kabinet moet extra geld uittrekken voor schuldverlichting.’
  • Cordaid en Jubilee willen schuldenbetalingen terugsluizen naar maatschappelijke organisaties en het afhankelijk maken van goed bestuur. De Nederlandse regering moet binnen het bilaterale kader een voorbeeld stellen en fondsen voor armste landen ‘oormerken’ en daaruit investeringen in het betreffende schuldenland bekostigen. ‘Incompetente overheden blijven wel hun schulden betalen maar de crediteur sluist dit geld via een ander kanaal terug naar het desbetreffende land waar het ten goede aan de armsten moet komen.’
  • Begin met kwijtschelden van de rente. Het scheelt enorm, de schulden echt minder. ‘Dat motiveert,’schrijft Joke Hoobroeckx.
  • Meer invloed van ethische ondernemers in de arme landen in plaats van dwang via overheids – ontwikkelingsgelden. Beloon initiatieven van onderaf met kredieten en technische adviezen.
  • Ad van de Ven (ministerie van Financiën): Geen extra stappen! Slecht bestuur leidt tot slecht financieel beleid. Enkele IMF-programma's voor HIPC-landen zijn (naast armoedebestrijding) gericht op beter bestuur. ‘Zonder een strikte monitoring door het IMF van de uitvoering van deze programma's is schuldkwijtschelding voor deze landen niet meer dan water naar de zee dragen.’
  • Ook Wereldbank en IMF zouden wat kunnen doen, meent Joyce Kortlandt: kijk eens naar de mogelijkheid om hun eigen middelen aan te wenden voor extra schuldverlichting, zoals de inkomsten van de IBRD en het IMF en de reserves van de IBRD.
  • Het nieuwe kabinet doet er goed aan geen voorwaarden te stellen aan schuldenverlichting, stelt Geske Dijkstra van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het is beter een selecte groep landen met eenvoudige beleidsuitkomsten achteraf te beoordelen op gewenste hervormingen dan vooraf tal van beleidscondities op te leggen die, zo blijkt uit onderzoek, toch zeer beperkte invloed hebben.

  • Discussiepunten voor het politieke café:
    1. Een omgekeerde Zalm-norm: normen voor goede besteding i.p.v. rapportcijfers voor goed bestuur
    2. Moet de Nederlandse regering aandringen op ‘goed bestuur’ (democratisch en transparant) bij de Club van Parijs?
    3. Is terugsluizen van schuldenbetalingen via een speciaal fonds voor NGO's internationaal haalbaar?
    4. Als de VN stellen dat in een bepaald land sprake is van militaire interventie in een buurland, dient dat land dan toch in aanmerking te komen voor schuldkwijtschelding?
    5. Wordt de definitie van goed bestuur door de IFI’s niet te eng economisch geïnterpreteerd? Dragen condities van IFI’s voor schuldenverlichting bij aan armoedebestrijding?
    6. Willen de IFI’s zich scharen achter ‘onafhankelijke procedures’ die garanderen dat essentiële uitgaven van schuldenlanden worden beschermd.

    Reacties