Religie en politiek bemoeilijken hulpverlening Indonesië

12-01-2005 Bron: IPS/OneWorld

Het begon al enkele dagen na de zeebeving van tweede kerstdag. Onder de moslimgemeenschap in Indonesië circuleerden anonieme sms'jes met een duidelijke waarschuwing: christelijke families van buiten Atjeh proberen Atjeese wezen te adopteren met de bedoeling ze te kerstenen. In de hoofdstad Banda Atjeh hangen activisten van de islamitische Partij voor Vrede en Vooruitgang nu posters op met de tekst 'Laat de christenen en hun missionarissen de Atjeese wezen niet roven.' De partij heeft een telefoonlijn geopend om het publiek aan te sporen om wezen onder te brengen in islamitische weeshuizen.

In Atjeh, de zwaarst getroffen provincie in het zwaarst getroffen land, zijn duizenden kinderen verweesd door de zeebeving van 26 december. De inspanningen van de (vaak christelijke) hulporganisaties om die kinderen hulp en onderdak te geven, wekken achterdocht op.

Het kersteningverhaal is pure paranoia, zegt Nathan Setiabudi van de Gemeenschap van Indonesische Kerken. 'Er zijn geen christelijke organisaties die Atjeese wezen proberen te adopteren. U mag me dat komen melden als dat het geval is.'

Atjeh als symbool

De vrees van de moslims in Atjeh komt mogelijk voort uit de geschiedenis. Atjeh is van groot symbolisch belang voor de Indonesische moslims, die meer dan 88 procent van de Indonesische bevolking uitmaken. De provincie was de zetel van het eerste islamitische koninkrijk in de archipel in de dertiende eeuw. Atjeh is nu de bakermat van een afscheidingsbeweging. Die heeft niets met religie te maken - de Beweging voor een Vrij Atjeh (GAM) rebelleert sinds 1976 vooral tegen de economische plundering van het mineraalrijke gebied door het centrale bestuur in Jakarta.

Mogelijk is de achterdocht van de Atjeese moslims gewekt door het feit dat de internationale noodhulp vooral van westerlingen komt. Wat zeker ook meespeelt, is de opmerkelijke hulpvaardigheid van de vrouw van president Susilo Bambang Yudhoyono. Na een bezoek aan het getroffen gebied wilde mevrouw Yudhoyono (haar naam is Kristiani Herrawati) een weesjongen adopteren. Hulp vanuit Jakarta zijn de Atjeeërs niet gewend. Sinds 1945 wordt de noordelijke provincie systematisch uitgemolken door de Javanen, de dominante etnische groep.

De Indonesische vice-president, Jusuf Kalla, probeerde de achterdocht weg te nemen maar bereikte het tegenovergestelde. Hij kondigde deze week aan dat de Indonesische raad van Oelema's (islamitische schriftgeleerden) mee zal beslissen over de adoptiedossiers in Atjeh. 'We zullen de kinderen helpen om hun geloof te behouden', verklaarde Kalla - zelf een moslim. 'Er kan geen adoptie plaatsvinden zonder het akkoord van de Oelema's.' Kalla's verklaringen maakten de achterdocht van de Atjeese moslims nog groter.

Politiek conflict

De hulpverlening in Atjeh wordt ook bemoeilijkt door de politieke breuklijnen. De rebellen van de Beweging voor een Vrij Atjeh (GAM) zeggen dat het Indonesische leger de noodhulp gebruikt om hun streven naar zelfbestuur te kraken. Het Indonesische leger coördineert de verdeling van de hulpgoederen. Volgens de GAM is de hulpmissie een dekmantel voor nieuwe aanvallen. Het leger van zijn kant beschuldigt de rebellen ervan voedselhulp te stelen. Die beschuldigingen worden niet bevestigd door de hulporganisaties ter plaatse.

Ook in Jakarta heerst politieke achterdocht. De populaire media daar voeden geruchten dat de Amerikaanse helikopters die voedsel, water en medicijnen bij de bevolking droppen, stiekem ook de GAM-rebellen bevoorraden. President Yudhoyono vond het nodig om de geruchten de kop in te drukken. 'De aanwezigheid van de buitenlandse soldaten is apolitiek. Ze voeren een humanitaire taak uit. Na een tijd zullen we het van hen overnemen, maar nu zijn we dankbaar voor hun aanwezigheid.'

 


 

Reacties