Hoe lossen wij het armoedevraagstuk op?

20-09-2007

Hoe lossen wij het armoedevraagstuk op?

Hoe bereiken wij de aan het einde van het tweede artikel beschreven resultaten? 

Eerst wordt er een projectgebied uitgekozen.

Hoewel het aantal bewoners niet kritisch is, wordt een gebied met tussen de 50.000 en de 70.000 inwoners het meest geschikt geacht. Deze voorkeur is zowel op antropologische als op praktische gronden gebaseerd. Alle projectstructuren moeten binnen het associatievermogen van elk individu blijven. Het individu moet aan alle projectstructuren actief deel kunnen nemen. Tegelijkertijd moet het projectgebied groot genoeg zijn om een lokale markt aan gespecialiseerde lokale producten en diensten te kunnen bieden. Elk projectgebied moet groot genoeg zijn om een breed assortiment van lokaal vervaardigde goederen en diensten mogelijk te maken. [1] [2] [3].

De basisstructuren op het niveau van de waterreservoircommissies (zie beschrijving hieronder) moeten een zeer beperkt aantal inwoners ten dienste staan, in het algemeen niet meer dan 200 tot 300. In principe moet iedereen op dat niveau alle andere inwoners persoonlijk kennen en met hen dagelijkse contacten hebben. [1] Voor meer informatie hierover zie de volledige documentatie op website www.flowman.nl.

Als wij duurzaam schoon drinkwater- of andere voorzieningen in een projectgebied willen installeren, betekent dit niet onmiddellijk dat wij bronnen moeten gaan boren en waterpompen en reservoirs inkopen en installeren. Dit zou betekenen dat alle werkzaamheden binnen het formeel geldsysteem (US$; Euro) plaats moeten vinden en dat alle administratieve aangelegenheden en onderhoudsactiviteiten onder het formeelgeld systeem uitgevoerd zouden moeten worden. Vaak wordt er in dat geval ook gebruik gemaakt van (regelmatig vanuit het donorland zelf afkomstige) buitenlandse specialisten. De formeel geldkosten van het project worden dan torenhoog. In het algemeen worden de kosten zo hoog dat het de lokale inwoners niet eens lukt de kosten voor de lopende administratie en onderhoud van de structuren op te brengen, laat staan voor het vervangen van kapitaalgoederen over een langere termijn.

Vandaar de in de inleiding geciteerde kritiek op ontwikkelingssamenwerkingprojecten tot nu toe. Projecten voor de gezondheid van de inwoners in een projectgebied, en drinkwater- en sanitaire voorzieningen en dergelijke worden in het algemeen afzonderlijk van de sociale en financiële structuren waarin zij plaats moeten hebben beschouwd.

Dit betekent dat lokale financiële structuren opgezet moeten worden om de meeste activiteiten in alle fasen van de werkzaamheden door lokale mensen te kunnen laten uitvoeren en door de bevolking zelf direct te laten betalen. Productieve activiteiten moeten binnen het kader van de lokale geldsystemen plaats kunnen vinden om zo veel mogelijk van de nodige projectuitrustingen plaatselijk te vervaardigen, met gebruik van lokale kennis en materialen. Mensen die formeelgeld nodig hebben om hun productiviteit te verhogen moeten toegang tot renteloze leningen en zonder formeel geldkosten kunnen hebben. Liefst met gebruik van door de bevolking gezamenlijk opgebracht geld om een strenge sociale controle over prioriteiten en schuldenaflossingen te kunnen hanteren. Alle administratieve en operationele kosten moeten door de mensen zelf binnen het kader van de lokale geldsystemen uitgevoerd kunnen worden.

Om bijvoorbeeld gedecentraliseerde structuren voor drinkwatervoorzieningen te kunnen installeren moet men waterreservoirs lokaal kunnen vervaardigen, coöperatieven en werkstructuren voor de installatie van structuren en het leggen van leidingen kunnen opzetten, en moeten financiële structuren voor het betalen van maandelijkse contributies door de families in een coöperatief lokaal ontwikkelingsfonds opgezet worden. Om de productiestructuren op te richten om waterreservoirs en dergelijke lokaal te kunnen vervaardigen, heeft men lokale geldstructuren nodig. Om de financiële structuren op te kunnen zetten, moet men eerst lokale administratieve structuren creëren. Om lokale administratieve structuren op te starten moet men een volledige participatie van vrouwen kunnen garanderen. Daarvoor moet men werkgroepen voor vrouwen opzetten om de vrouwen de gelegenheid te geven zich te organiseren om een actief deel aan de verschillende projectstructuren te kunnen nemen. Om dit te doen creëren de vrouwen zelf hun eigen Hygiëne Clubs. De clubs voor hygiëne dienen formeel om de vrouwen cursussen in hygiëne te laten volgen. Ze dienen ook als bases om vrouwenparticipatie in de projectstructuren te organiseren.

Dit betekent allemaal dat om ecologische duurzame drinkwatervoorzieningen aan arme bevolkingen te leveren, de drinkwatervoorzieningen als zodanig vallen onder de laatste structuren die moeten worden verwacht binnen het kader van een geïntegreerde ontwikkelingsproject, en niet de eerste. Men zou niet  de eerste 18 maanden schoon drinkwater dicht bij de woningen van de deelnemers aan het project kunnen verwachten. Daarvóór is er eerst een hele reeks sociale, financiële, en productieve structuren nodig teneinde de drinkwatervoorzieningen duurzaam en betaalbaar te maken.

Het Model voorziet een reële, logische, integratie van ontwikkelingsactiviteiten over een periode van 2-3 jaar. Het Model is dus niet altijd geschikt om vorm aan rampenbestrijding of urgente interventies in bijzondere omstandigheden te geven. Een aantal op zich goed verdedigbare en te realiseren afzonderlijke interventies, zoals scholing voor meisjes moet, om doorgaand financieel verlies uit het projectgebied te vermijden, wachten op de uitvoering van de formatie van de voorziene lokale sociale, financiële en productieve structuren.

Curatieve gezondheidszorg zoals vaccinatiecampagnes leidt nergens tot ontwikkeling van projectgebieden en erg weinig, en dan nog tijdelijk, werk voor lokale verpleegkundigen. Men kan beter de gezondheid van de lokale bevolkingen bevorderen door met gebruik lagere en lokaal betaalde kosten binnen het kader van geïntegreerde ontwikkeling onder het Model. Door drinkwater- en sanitaire voorzieningen, efficiënte kooktoestellen, verwijdering van rook in leefomgevingen, afwatering van stilstaande wateren, een evenwichtige dieet en andere diensten aan alle inwoners te bieden. Zo pakt men systematisch de oorzaken en niet de gevolgen van achteruitgebleven ontwikkeling in alle sectoren aan.

Er is dus een bepaalde volgorde voor de realisatie van structuren voor genoemde ontwikkelingsprojecten. De taken van iedere structuur op ieder niveau worden in het Model zeer nauwkeurig beschreven. In het algemeen dient de voorgeschreven taakverdeling als bepalend voor de projectuitvoering beschouwd te worden.

De verschillende stappen worden nu één per één in beknopte vorm uitgezet.

Sociale structuren.

De eerste groep van de op te zetten structuren zijn de Sociale Structuren.

Algemeen wordt aangenomen dat vrouwen bij ontwikkelingsprojecten direct betrokken zouden moeten zijn. De operationele structuren van elk project moeten kunnen blijven functioneren ook in aanwezigheid van de traditionele machtsstructuren. Zonder vrouwen de kans te geven om een sociaal platvorm zorgvuldig op te bouwen en hen zich te laten organiseren heeft een project weinig kans van slagen.

Vandaar begint men met de formatie van ongeveer 200 door de vrouwen zelf beheerde hygiëne clubs waarvan de doelstelling is een sociaal platform te creëren om de vrouwen in het projectgebied de mogelijkheid te geven om een leidende rol in alle andere projectstructuren te kunnen spelen.

Elke Health Club bedient  40-50 gezinnen. De Health Clubs worden, zoals de meeste andere structuren, tijdens "capacitatie ateliers" opgezet volgens de principes van de Braziliaanse socioloog Clodomir Santos de Morais. [4]

De tweede groep op te richten sociale structuren wordt reservoircommissies (of lokaal ontwikkelingscommissies) genoemd. Elk projectgebied bevat circa 200  reservoircommissies. Elke commissie dient een groep van 40-50 gezinnen, ofwel 200 tot 300 personen. De reservoircommissies vormen het kloppende hart van het project. De mensen uit elk reservoircommissie gebied zelf kiezen hoeveel leden aan hun commissie kunnen deelnemen. Men verwacht dat hun aantal in het algemeen  3 tot 5 zal zijn. Een grote meerderheid zal vrouw zijn. De taken van de reservoircommissies zijn nauwkeurig beschreven. Ze zijn uitgebreid en zeer belangrijk. Voor details en schema's zie website www.flowman.nl.

Er is niets aan het  toeval overgelaten wat betreft de grootte van de sociale groepen. Dit basisniveau is antropologisch verantwoord. Het is de dimensie van de bevolking toen mensen zich voor het eerst in nederzettingen vestigde circa 11.000 jaar geleden. [1]. Recent onderzoek door Prof. Robin Dunbar van de Universiteit van Liverpool over de ontwikkeling van de menselijke hersenen voor communicatie doeleinden suggereert dat sociale cohesie met kleine groepen van een paar honderd leden is begonnen. [5]

De reservoircommissies kiezen elk één lid van de derde te creëren sociale structuur - de bronnencommissies. De +/- 35 bronnencommissies in elk projectgebied bedienen 5 tot 9 reservoircommissies, dus 1500 tot 2000 inwoners. Aangezien verwacht wordt dat vrouwen de reservoircommissies zullen leiden, mag men ook aannemen dat een meerderheid ook van de bronnencommissies vrouw zal zijn. J.Diamond vergelijkt dit middenniveau met een van een opperhoofd voorzien groot dorp, of met een groep kleine dorpen met samen een paar duizend inwoners. [1] Op dit niveau begon ongeveer 7500  jaar geleden een basisspecialisatie van activiteiten, waaronder voedselproductie, administratie, en verdediging. In de moderne wereld is dit de typische dimensie voor een middelbare schoolvoorziening [6], of voor een huisartspraktijk in Nederland.[7]. Voor details en schema's van de nauwkeurig beschreven taken van de bronnencommissies, zie website www.flowman.nl .

De vierde te creëren door de inwoners zelfbeheerde sociale structuur is op het niveau van het hele projectgebied, met 50.000 tot 70.000 inwoners of +/- 10.000 tot 12.000 gezinnen. Dit is voor J.Diamond [1] en ook voor Aristotele [3] het niveau van de staat, met "het grootste overzichtbare aantal inwoners nodig om een leven van autonomie te bereiken". [3] Deze vierde structuur  is het "projectparlement". Elke van de +/- 35 broncommissies kiest er één lid van. Aangezien de meeste leden van de bronnencommissies vrouw zullen zijn, mag men redelijk verwachten dat ook een meerderheid van het projectparlement vrouw zal zijn.

Het projectparlement benoemt een klein project management groep en controleert de projectuitvoering door de management groep. Elk projectparlement zelf beslist hoeveel leden hun project management groep zal bevatten. De groepen zullen naar verwachting klein blijven, met 5 tot 7 leden, kantoorpersoneel inbegrepen. De project management groep wordt bijgestaan door de in het project benoemde (lokale) project coördinator en waar nodig door een enkele vakspecialist tijdens de eerste periode van 2-3 jaar van de uitvoering van het project.

Sleutel van het projectmanagement niveau is dat het projectgebied klein genoeg moet blijven het voor iedere inwoner mogelijk te maken zich met alle projectstructuren te kunnen associëren en, als hij zou willen, er persoonlijk aan deel te nemen. Tegelijkertijd moet het gebied toch groot genoeg zijn om een verregaande specialisatie van producten en diensten binnen het gebied mogelijk te maken en een markt voor zulke producten en diensten te kunnen bieden. Zoals Aristotele zo pertinent schreef  : "Een staat, zoals een schip, mag te groot noch te klein zijn voor de zaken die er uitgevoerd moeten worden. Om civiele zaken goed uit te voeren, moeten de burgers van een staat elkaar persoonlijk kennen."[1]

Het creëren van de sociale structuren, en in het bijzonder van de Health Clubs, is de meest kritische fase van de uitvoering van elk project. Zonder solide grondslag geen projectopbouw. De formatie van de Health Clubs vergt nauwkeurige planning, met ingewikkelde logistiek, en het winnen van vertrouwen. Ook omdat er in het begin van het project "niets te zien" is. Rekening moet altijd gehouden worden met de noodzaak om de workshops gedeeltelijk of in hun geheel opnieuw over te doen. De volgende structuren zullen wat makkelijker door de bevolking aangenomen worden omdat men met bijna onmiddellijke ingang de concrete resultaten ervan waar kan nemen.

Als de reeks bovengenoemde sociale structuren zijn opgericht, kan men de lokale financiële structuren van het project opzetten. Daarna is men in staat een volledig sociaal vangnet op alle drie niveaus (reservoir-, bron-, en projectniveau) te creëren om de kwaliteit van leven van de ouderen, de zieken, de armen en de gehandicapten in het projectgebied te waarborgen, hetzij binnen het opgerichte lokaalgeld systeem hetzij binnen het formeelgeld systeem. Dit sociale vangnet is dus de vijfde en de laatste van de te creëren sociale structuren. Het vangnet is gebaseerd op algemeen bestaande saamhorigheidsbeginselen op het niveau van gezinnen, clans, en etnische en lokaal sociale groeperingen.

Financiële structuren.

Met de eerste vier sociale structuren op hun plaats kan men de financiële structuren van het project creëren. Doelstelling van de financiële structuren is een coöperatieve, rentevrije, inflatievrije, lokale economische omgeving binnen het projectgebied oprichten waarin persoonlijke initiatieven en eerlijke concurrentie volledig benut kunnen worden.

Twee basisstructuren worden voorzien. Andere financiële instrumenten kunnen op eenvoudige wijze naar de keuze van de bevolking er toegevoegd worden.

De eerste te creëren financiële structuur is een zelfstandig, coöperatief, rentevrij, inflatievrij lokaal geldsysteem om iedere inwoner de mogelijkheid te geven in het projectgebied alle lokale vervaardigde producten en diensten uit te wisselen, en alle voor het project lokaal uitgevoerde diensten en producten door de bevolking zelf te laten betalen. Één geheim van ontwikkelingsprojecten is dus op deze manier zo veel mogelijk productieve instanties en dienstverleningen onder het lokale geldsysteem te brengen. Voor meer informatie hierover, zie de beschrijving van de productiestructuren hieronder.

Onderstreept moet worden dat, met uitzondering van producten en diensten nodig voor de uitvoering van het ontwikkelingsproject zelf, partijen van een transactie altijd vrij blijven om te kiezen een transactie onder het lokale geldsysteem of op traditionele wijze onder het formeel geldsysteem te brengen. Het te introduceren lokaal geldsysteem neemt derhalve niet de plaats van het formeel geldsysteem in, maar opereert ermee in parallel en in harmonie. Het systeem wordt volledig onder het beheer van de bevolking zelf gebracht en zorgt voor tenminste 150 voltijd en 200 deeltijd banen.

De tweede te creëren financiële structuur is een autonome, duurzame, systematisch te hergebruiken, rentevrije, coöperatieve microkrediet structuur om productiviteit binnen het projectgebied te verhogen. De fondsen voor de microkredieten komen van de inwoners in het projectgebied zelf. Inwoners doen een maandelijkse bijdrage van ongeveer Euro 0,60 tot Euro 0,75 per persoon in het coöperatieve lokale ontwikkelingsfonds. Ongeveer 70% van dit fonds wordt continu gerecycled om microkredieten kosteloos aan inwoners te verstrekken. Van deze 70%, wordt er mogelijk 60% uitgegeven voor economische initiatieven op reservoircommissie niveau, circa 25% voor initiatieven op bronnencommissie niveau, en 15% voor initiatieven op project niveau. Beslissingen over de verdeling van de kredieten worden door de door de mensen zelfgekozen structuren genomen.

De resterende 30% van de door de inwoners betaalde formeelgeld contributies wordt gebruikt als formeelgeld reserves. Deze reserves worden gebruikt om onderhoud van met formeelgeld gekochte onderdelen en materialen te dekken. Ook deze reserves worden gerecycled in vorm van microkredieten tot men ze nodig heeft.

Het coöperatieve lokale ontwikkelingsfonds maakt het de inwoners mogelijk zo nodig het (rentevrije) startkapitaal voor het project na tien jaar volledig aan geldschieters terug te betalen. Intussen wordt dat kapitaal herhaaldelijk rentevrij aan inwoners, volgens door hen zelf aangegeven prioriteiten, uitgeleend zoals al hierboven beschreven. Op basis van een oerconservatieve gemiddelde periode van terugbetaling van 24 maanden, krijgt ieder gezin in elke periode van 10 jaar tenminste Euro 1500 rentevrij in leningen om zijn productiviteit te verbeteren. Over een periode van tien jaar wordt een bedrag van tenminste Euro 16.000.000, maar hoogstwaarschijnlijk een meervoud daarvan, voor de inwoners beschikbaar gemaakt. Zie website www.flowman.nl voor een volledige beschrijving met grafieken van het voorgestelde systeem van microkrediet, waarvan alle uitvoeringskosten onder het opgerichte lokaalgeld systeem zijn gebracht. Dit betekent dat gebruikers volop van hun microkredieten kunnen genieten zonder rente en zonder formeel geldkosten voor administratie te moeten betalen.

De al opgezette sociale systemen kunnen ook gebruikt worden ook om andere financiële structuren in gang te zetten. Voorbeelden hiervan zijn door het project gesteunde coöperatieve rentevrije inkoopgroepen.  Zulke groepen dienen bijvoorbeeld voor de inkoop van systemen op zonne-energie voor particulieren (solar home systems); voor de inkoop van generatorsystemen die op lokaal vervaardigde brandstofolie functioneren; voor fietsen; voor lokale coöperatieve brand- en aansprakelijkheidsverzekeringen en dergelijke. Al deze structuren kunnen op reservoir-, bron-, of projectniveau tot stand komen onder de voorwaarde dat alle deelnemers in staat zijn zowel hun verplichtingen binnen de inkoopgroepen als hun maandelijkse contributies aan het coöperatieve lokaalontwikkelingsfonds na te komen. Deze inkoopgroepen zullen altijd op vrijwillige basis en op eigen initiatief tot stand komen. Alle administratiekosten worden binnen het lokaalgeld systeem tussen de leden van elke groep verdeeld. Lokaalgeld kosten (of inkomens) worden tussen deelnemers opgesplitst zoals het met de baten en schulden  van reservoirgroepen, brongroepen, clubs, inkomsten van tribale bezittingen en dergelijke gebeurt. Er is geen beperking aan het aantal coöperatieve tot stand gekomen inkoopgroepen, noch aan de doeleinden van zulke groepen, noch aan het aantal deelnemers daarvan. De groepen maken gratis gebruik van de door het project opgerichte sociale en financiële structuren waaronder de mogelijkheid tot centralisatie van het grootschalig inkopen van producten.

Als de sociale en de financiële structuren eenmaal zijn opgericht, kan men met de bouw van een aantal productiestructuren beginnen. De bewoners van het projectgebied kunnen hun eigen ideeën inbrengen welke productiestructuren ze binnen het basiskader van het project zouden willen laten uitvoeren. Zulke initiatieven worden door de inwoners zelf in orde van prioriteit aangegeven. Die met een topprioriteit kunnen in het projectbudget zelf apart gespecificeerd en opgenomen worden. Dat gezegd zijn er drie soorten productiestructuren die verplicht deel uitmaken van elk project onder het Model, omdat hun productie nodig is voor de uitvoering van het project zelf.

Productie structuren. De eerste van de op te zetten productiestructuren is die voor de productie van artikelen uit gipscomposieten of andere soortgelijke materialen. Gebruik van gipscomposieten is aanbevolen omdat de meeste basisgrondstoffen in het projectgebied zelf vaak aanwezig zullen zijn. De nodige productieprocessen zijn volledig ecologisch, met geen enkel afval. Geen energie behalve menselijke spierkracht is nodig is om zulke producten te vervaardigen. Zulke producten vervangen in het algemeen geïmporteerde producten uit beton, staal, kunststoffen, of glasvezels. Voorbeelden ervan zijn watertanks, urine tanks, tanks voor fecaliën, voeringen voor putten, trottoirs voor handpompvoorzieningen, wasplaatsen, san-plats, toiletten, kooktoestellen, tegels en dergelijke. Voor projectgebieden met 50.000 inwoners, worden twee productie-eenheden voorzien, elk met werkgelegenheid voor 100 personen. In een tweede fase kunnen de eenheden ook bouwmaterialen en meubels gaan produceren. Aangezien alle werkgelegenheid, grondstoffen, en processen lokaal zijn, kunnen de producten vervaardigd, geïnstalleerd, onderhouden, en betaald worden in het kader van het lokaal geldsysteem, zonder kosten in Euro's of dollars.

De tweede groep van productiestructuren wordt gevormd uit coöperatieve groepen die opgezet worden om alle projectstructuren te installeren en te onderhouden. Het aantal op te zetten coöperatieven hangt van de morfologie van het projectgebied af, maar in het algemeen zullen er twee of drie opgericht worden. Hun werkzaamheden worden in het kader van het lokaalgeld systeem uitgevoerd. Sommige onderdelen voor reparatie, bijvoorbeeld die voor het onderhoud van pompen op zonne-energie, worden in formeelgeld betaald uit reserves die deel uitmaken van het coöperatieve lokaalontwikkelingsfonds. Dit is het fonds waaraan inwoners hun maandelijkse contributies betalen. Met +/- 30% van die contributies richt men een onderhoudsreserve op, waaruit geïmporteerde onderdelen betaald kunnen worden. Het resterende +/- 70% wordt herhaaldelijk rentevrij hergebruikt om microkrediet leningen te financieren zoals hierboven is aangegeven.

De derde groep van verplichte productiestructuren bevat de +/- 35 eenheden voor de productie van minibriketten voor de te distribueren hoogrendement kooktoestellen. Dit betekent één eenheid voor minibriketten voor elk broncommissie gebied. Elke productie-eenheid zal werk aan 4 tot 6 personen bieden. Op het niveau van elke van de circa 200 reservoircommissies worden door de productie-eenheden contracten met 2 tot 4 boeren ( tenminste twee voor elk gebied op reservoircommissie niveau) gesloten om de nodige toevoer van biomassa voor de briketten te dekken. Behalve vrijgekomen (rest)biomassa wordt ook afval op reservoircommissie niveau systematisch ingezameld. Een deel daarvan kan voor de minibriketten verwerkt en gerecycled worden.

Andere vaak voorkomende productiestructuren bevatten een mogelijk op te richten lokaal radiostation (dit wordt tegelijkertijd als dienstverlening structuur beschouwd), coöperatieven voor het exporteren van goederen uit het projectgebied en voor het importeren van goederen in het projectgebied, lokale melkwinkels voor de pasteurisatie en distributie van lokale melk en melkproducten, een zaadbank, waterafvoerstructuren en herstructurering van marktpleinen en openbare ruimtes. Sommige van deze initiatieven kunnen zo'n hoge prioriteit hebben dat ze in het projectbudget apart opgenomen kunnen worden. Veel andere initiatieven, bijvoorbeeld sportsclubs, theatergroepen, adviesbureaus, communicatiecentra, kwekerijen, bebossingactiviteiten en dergelijke kunnen in het algemeen onder een combinatie van de opgerichte lokaal geldsystemen en de rentevrije microkredieten uitgevoerd worden.

Elk project onder het Model levert in totaal rond 4.000 voltijdbanen op, goed voor 10% van de volwassenen in elk projectgebied. Hiervan worden +/- 500 banen gecreëerd door de bovengeschreven basis productievoorzieningen.

Dienststructuren.

Zoals in het eerste artikel "inleiding" aangegeven, en voor de hierboven beschreven redenen, worden de dienststructuren, bijvoorbeeld die voor drinkwatervoorzieningen, als allerlaatste opgezet. De logica daarvan zou nu aan iedere helder moeten zijn. We beschikken nu over operatieve sociale structuren op drie niveaus onder het beheer van de lokale bevolking zelf. We beschikken nu ook over financiële structuren inclusief een lokaal geldsysteem waaronder de meeste werkzaamheden  zonder formeel geld uitgevoerd kunnen worden. We beschikken tenslotte ook over productie-eenheden die in staat zijn veel van de voor de dienststructuren nodige artikelen in het kader van het lokaalgeld systeem te vervaardigen.

De volgende dienststructuren kunnen als "standaard" basisuitvoering voor ieder projectgebied met 50.000 inwoners beschouwd worden:

1) Het installeren van circa 200 zelfbeheerde, duurzame, gedistribueerde drinkwatersystemen op reservoirniveau, samen met circa 35 reserve drinkwaterinstallaties op broncommissie niveau, samen met circa 10.000 installaties voor het oogsten op huishoudelijk niveau van regenwater voor extra watercapaciteit.
2) Wasplaatsen worden bij circa 35 bronplaatsen ingericht.
3) De installatie van een volledig lokaal vervaardigd ecologisch toiletsysteem in elk van de circa 10.000 huizen in het projectgebied; samen met circa 50 meervoudige ecologische toiletsystemen bij scholen, klinieken, en in openbare ruimtes.
4) Het oprichten van een volledige, duurzame en ecologische structuur op drie niveaus voor de recycling van organisch en niet-organisch afval. Dit betekent het systematisch afhalen en recycling van groen en keukenafval op reservoirniveau (200 structuren) voor het behouden van kippen, geiten, en eventueel (in afwezigheid van religieuze bezwaren) varkens. Het verzamelen waar nodig op reservoirniveau (200 activiteiten) van urine en, later, toiletcompost. Het systematisch inzamelen op bronniveau (35 structuren) van afval bruikbaar voor de productie van minibriketten en van niet organisch afval.
5) Het bouwen, door de inbreng van de inwoners, van een studieruimte voor elke reservoircommissie (circa 200), uitgerust met een fotovoltaïsch verlichtingssysteem om jongeren en oudere studenten de kans te geven om 's avonds te studeren. Circa 50 fotovoltaïsche verlichtingsstructuren worden ook in scholen en klinieken in het projectgebied geïnstalleerd.
6) Het gebruik van circa 20.000 lokaal vervaardigde hoogrendement kooktoestellen, gemiddeld tenminste twee toestellen voor ieder gezin, om rook uit de woonomgeving te verwijderen. Dit verbetert duidelijk de bescherming tegen gevaar van infecties van de luchtwegen door rook en dus een betere gezondheid in het bijzonder die van kinderen en vrouwen. Rook in woonomgevingen veroorzaakt meer doden in ontwikkelingslanden dan alle infectieziektes. Wat betreft het verbruik van hout :

"2.4 miljard mensen maken gebruik van deze biomassa om voedsel te bereiden. Als de brandstof kool er is toegevoegd wordt het aantal mensen  3 miljard. Dit verbruik is de oorzaak van niet minder dan 1.6 miljoen doden per jaar waaronder bijna een miljoen kinderen. Het niveau van luchtvervuiling in de woningen van de armsten in ontwikkelingslanden kan 100 keer hoger zijn dan de maximale toegestane niveaus voor een redelijke gezondheidszorg." 10] "Het uitgebreide blootstellen over een lange termijn aan de verbranding van brandstoffen in beperkte omgevingen is een belangrijke oorzaak van ziekte.... onderzoek en maatregelen om dit te voorkomen dienen prioriteit te krijgen "[11]

7) Gebruik van de kooktoestellen met als brandstof lokaal vervaardigde minibriketten uit oogstresten en afval betekent dat geen hout of houtskool in het projectgebied meer wordt geïmporteerd of verbruikt. Geen afbraak van bossen en natuur vindt meer plaats. De vermindering van de uitstoot van CO2 in het projectgebied komt (in principe) in aanmerking voor rechten onder certificaten CER (carbon emission reduction certificates) onder het verdrag van Kyoto, waardoor de kosten van het project volledig of gedeeltelijk gedekt zouden kunnen worden. Lokaal verbouwde en geperste plantaardige olie b.v. olie uit jatropha zaad [12] kan met geadapteerde generatoren gebruikt worden om kleine hoeveelheden elektriciteit voor specifieke belangrijke doeleinden op te wekken.

Andere vaak te verwachten dienstverleningen binnen het kader van projecten onder het Model bevatten coöperatieve structuren voor het opbergen van voedsel voor lokaal gebruik, het bouwen en inrichten van gebouwen voor basis- en middelbare onderwijs, kleine klinieken en artsenposten en dergelijke.

Elk project zal ecologische duurzame productiviteit in het projectgebied sterk bevorderen en een einde aan werkloosheid inluiden door de participatie van de bevolking aan alle projectactiviteiten. De inwoners worden eigenaren van alle structuren, die door hen zelf worden ontworpen, uitgevoerd, beheerd, onderhouden en betaald. Een groot deel van deze verregaande medewerking van de bevolking vindt plaats binnen het kader van het tijdens het project opgezette locale economische systeem. De bewoners nemen direct en persoonlijk deel aan alle projectstructuren en dus ook aan het succes van de projectactiviteiten.

Projecten onder het Model creëren een voorbeeld voor lokale economische ontwikkeling in aangrenzende gebieden. Door toepassing op grotere schaal van de basisconcepten van het Model kan een nationaal plan voor lokaal economische ontwikkeling in het land snel in werking gebracht worden.

 


 

1. J.Diamond, Guns, germs and steel, Vintage, London, 1998

2. C.A.Doxiadis, The ancient Greek City and the City of the Present, Ekistic, vol.18, no. 108, 1964, pp.346-364)
3. Artistotele, Politics, Book VII, Chapter IV, tr. E. Barker , Oxford University Press, London, 1948.
4. Carmen, Raff en Sobrado, Miguel, A Future for the Excluded, Zed Books, 2000 London. (Over het werk van Clodomir Santos de Morais).
5. Dunbar, Robin Dunbar (Grooming, gossip, and the evolution of language, Faber and Faber, London, 1996).
6. Wilson V., Does small really make a difference?, Scottish Council for Research and Education (SCRE) Report 107, Glasgow, 2002.
7. Muysken J. et al, Cijfers uit de registratie van huisartsen - peiling 2006, Netherlands Institute for Health Services Research (NIVEL), Utrecht, 2006.
8. Kolff, G.H. van der, Cerslag bezoek Wereldbank Water Week 2004, Partners voor Water, Delft, 2004
9. Chen S & Ravallion M., Absolute Poverty Measures for the Developing World 1981-2004, WORLD Bank Policy Research Paper 4211, World Bank, New York, April 2007.
10. ITDG (nu Practical Action) rapport Smoke - The Killer in the Kitchen, Rugby, UK, 2003; see also WHO World Health Report 1992;)
11. Report highlights hazard of smoke from indoor fires "The Lancet", editie 6 december 2003. 40. Jatropha reference

12. Müller Anke, A Green Oil for the World, Sun & Wind Energy, editie 1/2007 pp. 152-156

Reacties