EU moet eerlijke handel garanderen

02-05-2007
Door: viceversa

In 2015 ziet de wereld er mooier uit dan nu: de honger is gehalveerd, alle jongens en meisjes gaan naar school, mannen en vrouwen hebben gelijke kansen, de kindersterfte is gereduceerd, de handel is eerlijker en schulden van arme landen zijn teniet gedaan. Tenminste, als de 'millenniumdoelen' die in 2000 door 189 regeringsleiders zijn afgesproken, ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd. De Nederlandse regering stelt het behalen van deze doelen centraal in haar ontwikkelingsbeleid. De handelsonderhandelingen die de Europese Unie op dit moment voert met landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (de ACS-landen), dreigen deze inspanningen echter te ondermijnen. Deze gesprekken moeten uitmonden in de ondertekening van Economisch Partnerschap-akkoorden, kortweg EPA's genoemd, per 1 januari 2008.

Met de EPA's wil de Europese Unie toe naar wederzijdse liberalisering van landbouw en industrie, onder andere door de ACS-landen te vragen hun importtarieven weg te nemen en hun markten open te stellen voor Europese producten.

Europa gaat ervan uit dat vrijhandel integratie in de wereldeconomie bevordert en een positieve ontwikkeling voor de economieën van ontwikkelingslanden betekent. De praktijk laat echter zien dat deze economische logica voor ontwikkelingslanden niet zonder meer opgaat.

Ontwikkelingslanden hebben handelsinstrumenten zoals importtarieven nodig om eigen lokale bedrijven de kans te geven zich te ontwikkelen voordat zij de concurrentiestrijd met sterke markten in het Westen aan kunnen gaan. Bovendien leidt het afschaffen van importheffingen tot verlies van belastinginkomsten voor deze landen en daarmee tot minder middelen voor het bekostigen van bijvoorbeeld gezondheidszorg en onderwijs en dus minder geld voor millenniumdoelstellingen.

Ook de nu sterke economieën hebben zich enkel kunnen ontwikkelen door stimulering van hun eigen producten, door het verstrekken van subsidies voor producenten, het gebruik van tarieven en andere voordelen voor bedrijven. Daarom zouden ontwikkelingslanden eveneens de kans moeten krijgen hun markt sterk genoeg te maken voordat zij hun grenzen openstellen.

Europa zou dan ook de druk van de onderhandelingen moeten halen. Nu worden de ontwikkelingslanden voor het blok gezet. Niet tekenen van het verdrag betekent dat de ACS-landen het risico lopen markttoegang te verliezen, waardoor bestaande export verdwijnt. Zo concludeert de Europese Commissie dat bijvoorbeeld West-Afrika dan minimaal een miljard euro aan handel kan verliezen. Wél tekenen betekent echter dat deze landen hun economie kwetsbaar maken voor ongelijke competitie met Europa. Zo blijkt uit onderzoek dat 65% van de Keniaanse industrie het risico loopt de concurrentiestrijd met Europa niet te overleven.

De Nederlandse minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders heeft ook aangegeven de ontwikkelingen rond de EPA's kritisch te volgen. Wij hopen dat hij zijn Europese collega's ervan kan overtuigen in de handelsonderhandelingen een andere koers te varen.

Adrie Papma is directeur handelscampagne van Oxfam Novib, Jack van Ham is directeur van ICCO en Stefan Verwer is directeur van lokaalmondiaal.

Videoverslag over Economisch Partnerschap-akkoorden (EPA's)

lokaalmondiaal

Reacties